In november 2005 hield LSP haar tweejaarlijkse conferentie rond de nationale kwestie in België. De vaststellingen van deze conferentie liggen vast in deze uitgave, die geenszins de pretentie heeft een volledige geschiedenis van België en haar communautaire kwestie te willen neerpennen. Ganser bibliotheken zijn volgeschreven over deze kwestie, waarbij vooral het gegoochel met cijfers opvalt. Cijfers en “feiten” zijn een gevaarlijk soort zaken in deze discussie: de verschillende kampen beschikken over een heel eigen set van cijfers, die door hun tegenkamp met evenveel verve worden bestreden. Die discussie over cijfers en feiten – ditmaal niet over de geschiedenis, maar over de hedendaagse socio-economische situatie in de verschillende landsdelen en wat daarvan voor die landsdelen de gevolgen zijn – wordt vandaag voorlopig samengevat door enerzijds het Manifest Voor een zelfstandig Vlaanderen in Europa van de Warandegroep en anderzijds het « anti-Manifest » Vlaanderen, Wallonië, je t’aime moi non plus van Vlaams topambtenaar (VLD) Rudy Aernoudt.

Het christelijke opinieblad Tertio somde de hoofdargumenten voor splitsing van de Warande op, evenal de repliek van Rudy Aernoudt :

« 1. Vlaanderen, dat zich tot een volwaardige volksgemeenschap ontwikkelde, heeft recht op onafhankelijkheid.
,,Dat klopt, maar we hebben ook het recht te huwen. Daarom moeten we het nog niet doen.’’

2. Het Belgische overheidsapparaat is inefficiënt en er komen grote uitdagingen op ons af.
,,Dat is waar, maar het Vlaamse overheidsapparaat is even inefficiënt en kent veel regelneverij. We moeten op alle niveaus meer efficiëntie nastreven. Een logge administratie zonder meer regionaliseren levert meerdere logge administraties op.”

3. België weegt op het concurrentievermogen van de Vlaamse economie.
,,Tegenwoordig is er geen verschil meer tussen het concurrentievermogen van Vlaanderen en Wallonië. Innovatie en ondernemerschap zijn overal een must.”

4. Een onafhankelijk Vlaanderen kan zich beter internationaal profileren.
,,België en Brussel zijn nu al beter bekende merknamen. Laten we daarvan profiteren. Sommige Vlaamse symbolen, zoals de leeuw, stoten meer af dan ze aantrekken.”

5. De transfers verarmen Vlaanderen en zetten een domper op de Waalse dynamiek.
,,De transfers zijn niet interregionaal, maar interpersoonlijk. Het is een vorm van solidariteit. Maar ze zijn geen blanco cheque, de donor moet meer efficiëntie beogen.”

6. Onafhankelijkheid voor de regio’s is een vorm van subsidiariteit.
,,Subsidiariteit betekent niet alleen voortdurend bevoegdheden naar het lagere niveau van de deelstaten doorschuiven, maar eventueel ook naar boven.”

Beide analyses krijgen de steun van een groep meer of minder gekende figuren uit economische of academische middens. Van de Warande-denkgroep maken de voormalige bankiers August van Put (HBK) en Jaak Stokx (KBC) deel uit; de zakenlui Johan Vandendriessche (KPMG), Herman De Bode (McKinsey België), Frans Crols (directeur Trends) en Jan Van Doren (Voka); alsook publicist Marc Platel en Europakenner Guido Naets. Het geheel stond onder leiding van ex-KBC-topman René Vermeiren. Verder werd het ondertekend door vijftig personaliteiten waaronder : Hugo Vandamme (Barco) en architect Jo Crepain; de academici Jef Vuchelen (VUB), Evrard Claessens (UA), Wilfried Dewachter en Bart Maddens (KU Leuven); vertegenwoordigers van de Vlaamse Beweging Jan Jambon, Guy Celen en Richard Celis ; René De Feyter (ex-VEV), Marcel Cockaerts (ex-KBC) en Erik Suy (gewezen adjunct secretaris-generaal van de Verenigde Naties). Hierbij moet gezegd worden dat berichten in de pers verschenen zijn om te melden dat Herman de Bode door Mc Kinsey de laan is uitgestuurd na zijn medewerking aan het Warande-manifest en dat ook de KBC maatregelen heeft genomen tegen haar betrokken topman.

Aernoudt anderzijds verkreeg de uitgesproken steun van o.a. bekende figuren uit de haute finance (graaf Maurice Lippens van Fortis en Baudouin Velge, ex VBO en nu gedelegeerd bestuurder voedselfederatie Fedis), baron Paul Buysse (Bekaert), baron Luc Vansteenkiste (voormalig VBO-voorzitter en Recticel), Tony Mary (ex-VRT). Ook enkele mensen uit de culturele sector (Paul Dujardin van het Brusselse kunstencentrum Bozar en zanger Helmut Lotti), de sport (Roger Van Den Stock van voetbalclub Anderlecht), academicus Rik Coolsaet (lid van de Pavia-groep en voorstander van één federale kieskring), uitgever Hans Kluwer, en ACV’er Luc Cortebeeck

Wat voor de arbeidersbeweging van belang is, zijn echter de gelijkenissen tussen deze beide kampen. Niet voor niets schrijft de website van de Vlaamse Volksbeweging op 12-11-2006 onder de titel “Aernoudt overtuigt unitaristen van regionalisering » het volgende : « We gaan erop vooruit als syndicalisten, VBO-topmensen en baronnen en graven akkoord gaan met zijn communautair programma (o.a. regionalisering van de vennootschapsbelasting, van het arbeidsmarktbeleid, en het koppelen van de transfers aan een resultaatsverbintenis voor Wallonië). Aernoudt rijdt nog met de handrem op, maar wel in de goede richting. » .

De sterk gemediatiseerde discussie tussen beide stellingen en hun onuitgesproken aanhang onder de Vlaamse politici wordt door de meeste mensen op straat ervaren als een ver-van-mijn-bed-show. Er zijn al gebeurtenissen als het valse nieuwsbericht op RTBF (13/12/’06, opnieuw te bekijken via de site van de VRT op deze link: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/ nodig om ook hen een opmerking te ontlokken over de hele communautaire zaak en dat zowel in Vlaanderen als in Wallonië en Brussel. En dat ondanks een communautaire invulling van zo goed als ieder dossier door zo goed als elke politieke en mediatieke instelling in België.

Hoewel zo’n 89% van de kijkers van de bewuste RTBF-uitzending in het begin ervan geloof hechtte aan wat er werd gesteld, is het zo dat ook de Vlaamse bevolking meestal gewoon een toeschouwer is bij de aanvallen vanwege de Vlaamse politici. Als de RTBF-hoofdredacteur dan ter verdediging van zijn programma stelt dat 70% van de Vlamingen voor separatistische partijen kiest, is dat een stevige overdrijving en een foute inschatting van wat onder de Vlaamse bevolking leeft. Maar gezien de houding van de Vlaamse politici en de Vlaamse instellingen (in het eisenplatform van het kartel CD&V/NVA staan vooral de serie eisen die reeds eerder grotendeels unaniem in het Vlaams parlement zijn gestemd) is het een begrijpelijke interpretatie.

De realiteit is tegelijk erger en minder erg : het is niet zo dat 70% van de Vlaamse partijen een splitsing van België nastreeft, dat kan enkel gezegd worden van de NVA en het Vlaams Belang, die vandaag samen maximaal 30% van de stemmen uitmaken. Bovendien is het het kleine broertje van de twee (NVA) die vooral stemmen krijgt o.b.v. hun vlaamsgezindheid, de kiezers van het Vlaams Belang stemmen in grote meerderheid voor andere redenen op die partij. Enquêtes en exit-polls wijzen zelfs uit dat het kiezerspubliek van het Vlaams Belang net het meest koningsgezind en unitaristisch is. Of hoe feiten en cijfers – en verkiezingsresultaten – complexe realiteiten kunnen verbergen.

Maar zoals gezegd : het is tegelijkertijd ook erger. In maart ’99 stemde het volledige Vlaamse parlement (behalve het Vlaams Blok, voor wie het niet genoeg was) voor de volgende resoluties: volledige Vlaamse bevoegdheden voor gezondheidszorg, gezinsbeleid, ontwikkelingssamenwerking, telecommunicatie, wetenschaps- en technologiebeleid; meer fiscale en financiële autonomie; volledige constitutieve autonomie; overheveling van de spoorinfrastructuur en -exploitatie; objectieve en doorzichtige solidariteit met de andere deelstaten; homogene bevoegdheidspaketten inzake politie en justitie. En zoals hierboven al gesteld : ook het anti-Manifest van Rudi Aernoudt verdedigt op zich de communautaire chantagepolitiek die in Vlaanderen reeds enkele decennia dominant is. Die dominante politiek luidt dat Wallonië – o.a. door bevoegdheidsverschuivingen – gedwongen moet worden de neoliberale politiek op de zelfde brutale wijze door te voeren als in Vlaanderen, ongeacht de enorme ravage dit zou aanrichten, eerst in Wallonië, daarna onvermijdelijk ook opnieuw in Vlaanderen.

Waarom ? Omdat het werkt. In het verleden werd de afbouw van het Franstalig onderwijs op die manier afgedwongen, tegen het verzet van zowel de leerkrachten als de leerlingen in. Sindsdien werd in die sector steeds afwisselend in beide landsdelen bespaard, met als resultaat dat de onderwijsuitgaven daalden van 7% van het BBP in 1980 tot een dieptepunt van 4.9% twintig jaar later. Ook in andere geregionaliseerde bevoegdheden (bijvoorbeeld steden en gemeenten) werd die regionalisering vooral gebruikt om besparingen en ontslagen in de openbare diensten af te dwingen.

Wat hebben arbeiders en hun gezinnen bij dit communautaire spel te winnen ?

De meerderheid van de bevolking in alle landsdelen is nauwelijks betrokken bij dit verbale geweld. Zelfs toen op de piek van de BHV-carroussel – toen de nieuw gevormde Vlaamse regering onder leiding van het kartel CD&V/NVA de “onverwijlde en onvoorwaardelijke splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde” eiste en kranten daar dagelijks gemiddeld drie tot vijf pagina’s aan wijdden – een enquête werd gehouden over de splitsing van het land, pleitten 84% van de ondervraagde Vlamingen (en 92% van de Walen) voor het behoud van België. Over BHV zelf gaf een grote meerderheid van Vlamingen en Walen op « geen mening » over die kwestie te hebben, in Brussel was dat nog steeds een meerderheid en enkel in de rand zelf waren de meningen uitgesprokener voor of tegen.

Ook vandaag nog is onder brede lagen het begrip en zeker het enthousiasme voor uitgesproken nationalistisch gekissebis bijzonder beperkt. Het manifest voor Vlaamse onafhankelijkheid van de Warande-groep, de vraag van het Vlaamse Rode Kruis voor splitsing van de tot nog toe federale instelling (omdat de Waalse afdeling verlieslatend is en de “Vlamingen” niet willen opdraaien voor “de Waalse tekorten”), de beslissing van Marino Keulen om taalvoorwaarden op te leggen voor het verkrijgen van een sociale woning (waarbij andere taalgroepen, onafhankelijk van hun noden en behoeften, worden uitgesloten van het recht op een betaalbare woning – “aanpassen of oprotten”, met andere woorden), … Het zijn zaken die op zijn zachtst gezegd niet aangepord werden door beweging van de massa’s – de brede lagen van de bevolking zijn meer aangegrepen door de beslissingen in het Generatiepact, de harde aanval op de arbeiders van VW en de onderaannemers, de bedreiging van de loonindexering… De beslissing van de Vlaamse Gemeenschap in Brussel om het Vlaamse jeugdwerk in Brussel op te leggen enkel met Nederlandstalige jongeren te werken, leidde terecht tot verzet vanwege het personeel dat in die instellingen werkt. Ook het personeel van de andere Vlaamse buurtinstellingen protesteert tegen de druk om het Nederlands botweg op te leggen, indien mensen gebruik willen maken van de diensten die er aangeboden worden. En vergeten we niet dat ook beide grote vakbonden zich verzetten – minstens in woorden – tegen een verder communautair opbod.

Die mening komt politiek echter nauwelijks aan bod. Alle politieke families zijn communautair gesplitst, behalve de klein-linkse formaties en enkele onbeduidende “unitaire” mini-lijstjes. Ook steeds meer instellingen en bevoegdheden werden geregionaliseerd, wat hier en daar tot verschillende realiteiten op het terrein leidde. Ook de impact van de media is enorm, zoals de reactie op de valse RTBF-uitzending aantoonde. Als 89% van de kijkers geloofden wat daar werd gesteld, dan is dat ook omdat wat in Vlaanderen gebeurt en leeft nauwelijks gekend is in Wallonië: er wordt weinig over geschreven en als erover geschreven wordt, is dat vaak in functie van de communautaire discussies en worden er een reeks clichés aangewend, een punt dat in verschillende Vlaamse media werd gemaakt. Uit hun mond is het echter enorm hypocriet: in de Vlaamse media hoor je ook nauwelijks iets over Wallonië, behalve als het uitgebuit kan worden in het communautaire spel van karikatuurvorming.

Zijn beide landsdelen dan uiteengegroeid en is een splitsing op langere termijn onvermijdelijk omdat de verschillen onderhand zo groot zijn geworden dat samenwerken contraproductief zou zijn ? Het Warande-Manifest zegt « ja », het anti-Manifest zegt « neen, maar de voorwaarde is dat Wallonië oude zekerheden loslaat en al haar kaarten zet op de modernisering » (lees : op de afbouw van de oude verworvenheden van de arbeidersbeweging en de omschakeling van de arbeidsmarkt naar « Vlaams » model, ‘t is te zeggen een neoliberaal model van flexibilisering met grote aandacht voor het aantrekken van investeringen door de afbouw van arbeidsvoorwaarden).

Er zijn aantoonbare verschillen : de werkloosheid ligt veel hoger in Wallonië en zeker in Brussel dan in Vlaanderen ; een veel hoger percentage van de Waalse werkenden heeft nog een job in de openbare diensten dan in Vlaanderen ; Vlaanderen is één van de rijkste regio’s ter wereld terwijl Wallonië zich schaart bij een aantal achtergestelde regio’s in Europa. Maar, en dat toont het anti-Manifest dan wel weer aan, ook cijfermatig : die verschillen worden overschat en zijn er vooral door de manier waarop je er naar kijkt.

Zo leidt de vergelijking tussen beide gewesten er steeds toe dat de verschillen binnen de gewesten worden weggegomd. Nochtans zijn die verschillen vaak groter dan die tussen de beide gewesten en zijn er enorm veel tegenstrijdigheden in de situatie aanwezig. Zo is Brussel het gewest met de hoogste armoedecijfers en de hoogste werkloosheid, maar tevens ook het gewest met de sterkst uitbreidende bedrijven (meeste creaties van buitenlandse filialen). Zeer veel Belgische – en buitenlandse – bedrijven hebben immers hun Belgische hoofdzetel in Brussel. De regio rond Brussel is momenteel ook de meest dynamische economische groeipool, waar nu zo’n 20% van het BNP wordt geproduceerd, een aandeel dat de laatste jaren snel groeit. Dat is misschien het meest onwaarschijnlijke onderdeel van het Warande-Manifest én van de RTBF-uitzending : de gedachte dat de meerderheid van het Vlaamse bedrijfsleven (gedomineerd door buitenlands kapitaal, voor de rest bestaand uit een breed KMO-weefsel rond die buitenlandse ondernemingen) Brussel zonder slag of stoot zou laten gaan.

Ook wordt in de lijstjes cijfers van de vlaamsgezinden nooit reëel verwezen naar de economische banden tussen de regio’s. Het VBO, dat het gros van de Belgische bedrijven vertegenwoordigt, zeker de grote bedrijven, sprak zich tot nog toe uit tegen een regionalisering van de arbeidsmarkt omdat het voor de bedrijven niet evident is in de verschillende regio’s met verschillende wetgevingen te moeten werken (waarbij de teneur is : « we kunnen ons aan alles aanpassen, maar we zijn geen vragende partij »). Maar er is ook het feit dat Wallonië de grootste afzetmarkt voor Vlaamse producten vertegenwoordigt. Aernoudt stelt : “als we de geldkraan ineens dichtdraaien, dan stijgt het aantal Walen dat onder de armoedegrens leeft met 42%. En zullen alles samen 23% of één op de vier Walen onder de armoedegrens leven. Is het dat wat we willen?” Indien dit het geval zou zijn, zou dit door de verwevenheid van de Vlaamse en Waalse economie in het gezicht van Vlaanderen ontploffen.

Arbeidersbeweging moet haar eigen programma bepalen en verdedigen tegen de eengemaakte Belgische burgerij en haar regeringen

Arbeiders en hun gezinnen hebben niet weinig te verliezen in dit spel dat boven hun hoofden wordt gespeeld. Na de verkiezingen komt er een staatshervorming aan. Wat die concreet zal inhouden, is voorlopig onduidelijk, maar dat er opnieuw een structurele afbouw van de verworvenheden en rechten van de arbeidersbeweging achter verscholen zal zitten, is nagenoeg zeker. Van echte fronten is voorlopig echter geen sprake : de Vlaamse politici zijn er niet over eens wat de beste manier zou zijn om de afbouw er aan Franstalige kant door te drammen. Een belangrijk onderdeel van de komende discussie binnen de Vlaamse politieke kaste zal de kwestie over middelen zijn, waarbij de SP.a gaat in de richting van een verdere uitbreiding van de bevoegdheden zonder uitbreiding van de middelen (wat de gewesten en gemeenschappen automatisch aanzet tot besparingen), terwijl de CD&V zich daar voorlopig tegen uitspreekt.

Aan Waalse kant wordt aanvaard dat er « gemoderniseerd » moet worden, met andere woorden dat sociale verworvenheden moeten worden afgebouwd. Dat is evengoed de basis van het Marshall-plan van Di Rupo, evenals van de provocerende uitspraken van MR-dissident Destexhe (loonregionalisering om de Waalse lonen sneller te laten dalen dan in Vlaanderen, regionalisering van de vennootschapsbelastingen en sociale zekerheid om op dat vlak te concurreren voor bedrijfsinvesteringen,…). De discussie tussen de Franstalige partijen gaat vooral over hoe dat verkocht moet worden aan de bevolking – de « korte pijn » of de door de PS tot kunst verheven salami-tactiek van langzame maar zekere afbouw – waarvoor als argument vooral de chantage vanuit Vlaanderen moet dienen (zoals Dehaene voor zijn besparingen de EU en de Maastrichtnormen heeft gebruikt).

De lessen uit de geschiedenis moeten worden getrokken : de regionalisering heeft tot nog toe noch de Vlaamse, noch de Waalse, noch de Brusselse werkenden en hun gezinnen een beter leven bezorgd, integendeel. Waar alle grote verworvenheden van de Belgische arbeidersbeweging zijn behaald door nationale bewegingen, zijn regionale bewegingen meestal met hun neus tegen de muur beland. De reden daarvoor is dat de regionalisering, zoals ze door de Belgische burgerij is doorgevoerd, een schijnbeweging is : er is nationale eenheid onder de gevestigde partijen over alle fundamentele terreinen, zoals de afbouw van de sociale zekerheid, de openbare diensten en de arbeidsvoorwaarden. Dat maakt ook dat bij regionalisering de budgetten (die nog steeds hoofdzakelijk federaal verdeeld en beslist worden) zo zijn dat besparingen onvermijdelijk zijn, het lagere niveau kan dan in het beste geval enkel beslissen waar ze juist zal besparen. Bij de regionalisering en de daaropvolgende besparingen is er eenheid onder de Belgische elite en hun politici, enkel de arbeidersbeweging wordt erdoor uiteengespeeld en dus verzwakt.

De laatste fase in de staatshervorming tot nu toe, Lambermont, is het akkoord met de Franstalige partijen afgekocht moeten worden (om de steun van de CDH te verkrijgen om zo de noodzakelijke meerderheid in het parlement te verkrijgen) door een verhoging van de middelen voor de deelregeringen, wat vandaag leidt tot een sterke beperking van de federale middelen, terwijl de Vlaamse regering die verhoging niet nodig had. Met dat geld werd in Vlaanderen geen socialere politiek gevoerd, het werd gebruikt om versneld de schuld af te bouwen. Maar nu bevindt Vlaanderen zich in een positie, bij monde van Vlaams minister van begroting Dirk Van Mechelen (VLD), dat Vlaanderen « voldoende reserves heeft om meer bevoegdheden aan te kunnen zonder een verhoging van de budgetten ». Eens te meer zal een forcing gebeuren om Wallonië te dwingen harder te besparen, de toegevingen zullen gaan over hoe ze dat gegeven kunnen maskeren tegenover de bevolking.

Wij verzetten ons tegen het communautaire opbod, tegen de ontelbare pesterijen die vooral vanuit Vlaamse zijde worden opgezet, maar ook vanuit Franstalige zijde schering en inslag zijn. Ons communautair programma laat zich desnoods herleiden tot de verdediging van het recht van iedere arbeider in België op werk en diensten in eigen taal.

Mathematisch kan gesteld worden dat de Vlaamse arbeiders en hun gezinnen een relatief groter deel uit de sociale zekerheidspot zouden kunnen nemen indien ook de inkomsten geregionaliseerd zouden worden, maar politiek weet iedereen onderhand – één blik op het politieke landschap volstaat – dat dit niet het geval zou zijn. De Vlaamse politici willen regionaliseren om te besparen en ze willen de regionalisering van de middelen om Wallonië te dwingen hetzelfde te doen. Wat hierin nagestreefd wordt, is niet een onafhankelijke Vlaamse staat, maar een stelsel waarin ze de verdeel-en-heersmechanisme volledig kunnen laten spelen. Dat kan bijvoorbeeld met volledig aparte sociale zekerheidsstelsels per deelstaat, zoals dat is de VS het geval is. Het resultaat ? De deelstaten hebben er zodanig tegen elkaar op geconcurreerd met het verlagen van de sociale bijdragen om bedrijven aan te trekken dat die sociale zekerheidsstelsels tot bijna niets zijn herleid. Zo heeft de meerderheid van de werkenden in de VS geen ziekteverzekering meer. Op dit moment wordt nog teruggeschrokken van dat soort radicale maatregelen, met de bereidheid van de PS vandaag om verdere stappen te zetten zijn ze misschien ook niet nodig om de fundamentele afbraak van de sociale zekerheid op een hoger tempo verder te zetten. Wat gediend wordt met de dreiging van de splitsing, zijn niet communautaire belangen op zich, maar de belangen van de heersende elite, voor wie ieder middel om meer winsten binnen te rijven op rug van de arbeiders goed is.

Wij denken dat dit de realiteit is achter het communautaire gehakketak. We geloven dan ook niet dat een meerderheid van de Belgische elite een splitsing van het land wil, in Wallonië noch in Vlaanderen, maar de communautaire verdeeldheid is een handig breekijzer om de belangen van werkenden te ondergraven. Die situatie van voortdurend communautair gestook creëert echter ook een dynamiek, waardoor een toekomstige splitsing van België mogelijk kan worden, zeker indien op nationaal vlak de arbeidersbeweging zware nederlagen zou leiden die nog meer druk zouden zetten op de beschikbare middelen voor een sociaal beleid. Maar ook in dat geval geloven we niet dat het om een « fluwelen scheiding » zou gaan. Een splitsing zonder op zijn minst een strijd rond Brussel is ondenkbaar.

We verzetten ons tegen alles wat de levensstandaard en de arbeidsvoorwaarden van de arbeiders en hun gezinnen doet afnemen – de regionalisering is daar één element van. De arbeidersbeweging heeft er belang bij zich eensgezind en samengebald te verzetten tegen wat alle gevestigde partijen aan beide zijden van de taalgrens willen : hun verworvenheden en rechten afbouwen. We hebben geen boodschap aan de kleinzielige opmerkingen van de NVA over « een auto per Vlaamse inwoner per jaar naar Wallonië » – realiteit is dat het niet de beruchte transfers naar Wallonië zijn, die maken dat de sociale uitgaven in Vlaanderen dalen, maar juist de politieke keuzes die zowel in België als in Vlaanderen worden gemaakt. Het bewijs voor die stelling kun je vinden in het beleid van de Vlaamse regering, daar waar ze zelf bevoegd is : ondanks jaarlijkse overschotten op de begroting (waarvoor de regering zich op de borst klopt) zijn de Vlaamse schoolgebouwen in lamentabele toestand, beschikken een vijfde van de Vlaamse rust- en verzorgingstehuizen niet over een attest van brandveiligheid, wordt er genadeloos gejaagd op werklozen enz. En ook in die zin dient de karikatuur van Wallonië als staakgraag en lui om ook in Vlaanderen de werklozen zelf schuldig te verklaren voor hun eigen werkloosheid (ze eisen teveel, ze hebben zich « genesteld » in de werkloosheid,…).

De arbeidersbeweging moet haar eigen eisen uitwerken en haar eigen positie tegenover de communautaire kwestie bepalen. Ze moet daarbij vertrekken van het belang van de werkenden en hun gezinnen en van de verdediging van de zwakste groepen (omdat anders de slechte positie van die groepen zal wegen op de voorwaarden van iedereen). Enkel op die manier kan ontsnapt worden aan de communautaire logica – die vandaag meer dan ooit een logica van afbouw is – die ons door de verzamelde media van het land opgelepeld wordt. Enkel de eengemaakte Belgische arbeidersbeweging is in staat de afbouw tegen te houden en af te remmen, wat opnieuw duidelijk is gebleken uit de strijd tegen het Generatiepact.

Als zo’n 100% van de Vlaamse kiezers stemt voor partijen die het communautaire spel in meerdere of in mindere mate meespelen – wat overigens ook geldt voor het Franstalige landsgedeelte – dan is dat ook omdat geen enkele partij nog de belangen van de arbeidersklasse – de werkenden, maar ook zij die recht hebben op uitkeringen en de allerarmsten die zelfs dat recht zijn kwijtgespeeld – reëel verdedigt. De arbeidersbeweging heeft geen eigen onafhankelijk programma omdat ze niet langer over een partij beschikt. Het uitwerken van een programma rond de communautaire kwestie die de belangen van alle arbeiders verdedigt, is niet mogelijk zonder de uitbouw van zo’n nieuwe arbeiderspartij als een nationale partij die de klassenstrijd tussen arbeid en kapitaal als een absolute prioriteit ziet, die voorrang heeft op de nationale kwestie. Maar die tegelijkertijd de nationale rechten van ieder verdedigt en de strijd voert voor iedere arbeider voor het recht op werk en diensten in eigen taal.

> Inhoudstafel

Geef een reactie

0
    0
    Je winkelwagen
    Er zit niets in je winkelwagenKeer terug naar de winkel