Clara Zetkin over Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht

De Eerste Wereldoorlog en het verraad van de socialistische leiders zorgden voor een breuk tussen de reformisten die zich tot sociale hervormingen beperkten en de revolutionairen, die elke strijd voor hervormingen koppelden aan die voor maatschappijverandering. Zetkin behoorde in Duitsland tot het kleine groepje consistente revolutionairen, samen met Rosa Luxemburg, Karl Liebknecht, Frans Mehring en anderen. In januari 1919 werden Rosa en Karl vermoord. Clara Zetkin bracht hulde aan haar gevallen medestrijders. Deze teksten komen uit het boek ‘Tegen onderdrukking, oorlog en fascisme’ uitgebracht door Marxisme.be

Rosa Luxemburg (1919)

In een artikel voor de Comintern (Communistische Internationale) bracht Zetkin hulde aan de in januari 1919 vermoorde Rosa Luxemburg. Deze tekst vertaalden we uit de Engelstalige versie op marxists.org.

Rosa Luxemburg was een vrouw met een ontembare wil. Strenge zelfbeheersing bedwong de onstuimige vurigheid van haar temperament en verhulde die onder een uiterlijk gereserveerd en kalm gedrag. Zij was meesteres over zichzelf en in staat anderen te leiden. Haar delicate gevoeligheid moest worden afgeschermd van invloeden van buitenaf. Haar schijnbare kilheid en strenge reserve waren het scherm waarachter een leven van tedere en diepe gevoelens schuilging; een rijkdom van empathie die niet ophield bij de mens, maar alle levende wezens omhelsde, en de wereld omsloot als één verenigd geheel. Af en toe ging Rode Rosa, moe en afgemat van het werk, op pad om een verdwaalde rups op te rapen en op het juiste blad terug te zetten. Haar medelevende hart werd warm voor menselijk lijden en werd tederder naarmate de jaren verstreken. Altijd vond zij tijd om een luisterend oor te bieden aan hen die raad en hulp nodig hadden; dikwijls gaf zij met vreugde haar eigen plezier op om hen te helpen die in hun nood bij haar kwamen. Voor zichzelf was ze streng, maar haar vrienden behandelde ze met een instinctieve toegeeflijkheid. Hun ellende en moeilijkheden waren voor haar belangrijker dan die van haarzelf.

Als vriendin was Rosa een toonbeeld van trouw en liefde, van zelfopoffering en zachte bezorgdheid. Met wat een zeldzame kwaliteiten was zij begiftigd, deze ‘vastberaden fanatiekeling’! Hoe vol van gedachten en levendigheid was haar omgang met intimi! Haar natuurlijke reserve en waardigheid hadden haar geleerd in stilte te lijden. Niets onwaardigs had voor haar bestaansrecht. Klein en teer van lichaam, had Rosa niettemin een energie die ongeëvenaard was. Ze stelde de meest meedogenloze eisen aan haar eigen werkkracht en bereikte verbluffende resultaten. Wanneer het leek dat zij moest bezwijken onder de uitputting die haar werk met zich meebracht, begon zij aan een andere taak die nog meer van haar vergde. Zulke inspanningen werden ondernomen “om mijzelf rust te geven.” Zelden hoorde je haar zeggen: “Ik kan niet”. Vaker zei ze: “Ik moet.” Haar zwakke gezondheid en de ongunstige omstandigheden van haar leven verminderden haar kracht niet. Zwaar beproefd door lichamelijke gebreken, omringd door moeilijkheden, bleef zij trouw aan zichzelf. Haar innerlijk gevoel van vrijheid veegde elk obstakel van haar pad.

Kameraad Mehring had gelijk toen hij beweerde dat Rosa Luxemburg één van de meest scherpzinnige en intelligente volgelingen van Marx was. Begaafd met schranderheid en met een volledige onafhankelijkheid van denken, weigerde zij elke traditionele formule op vertrouwen te aanvaarden; zij onderzocht elk idee, elk feit, dat daardoor voor haar een bijzondere en persoonlijke waarde kreeg. Zij combineerde in zeldzame mate het vermogen tot logische deductie met een scherp inzicht in het dagelijks leven en de ontwikkeling daarvan. Haar onverschrokken geest stelde zich niet tevreden met het louter kennen van de leer van Marx en het verhelderen van de leerstellingen van de meester. Zij ondernam zelfstandig onderzoek en zette het creatieve werk voort dat de essentie is van de geest van Marx. Zij bezat een opmerkelijk vermogen tot heldere uiteenzetting, en wist altijd de meest geschikte woorden te vinden om haar gedachten in al hun overvloed uit te drukken. Rosa Luxemburg was nooit tevreden met de flauwe en droge theoretische verhandelingen die onze erudiete socialisten zo na aan het hart liggen. Haar toespraken waren briljant eenvoudig; ze sprankelde van geestigheid en was vol van bijtende humor; ze leek de incarnatie van enthousiasme, en openbaarde de breedte van haar cultuur en de overvloedige rijkdom van haar innerlijk leven. Zij was een voortreffelijk theoreticus van het wetenschappelijk socialisme, zij had niets gemeen met de armzalige pedanten die hun wijsheid uit een paar wetenschappelijke werken halen. Haar dorst naar kennis was onverzadigbaar. Haar ontvankelijke geest, haar intuïtief begrip, richtte zich tot de natuur en tot de kunst als tot een bron van geluk en morele volmaaktheid.

Het socialisme was voor Rosa Luxemburg een overheersende passie die haar hele leven in beslag nam, een passie die tegelijk intellectueel en ethisch was. De passie verteerde haar en werd omgezet in creatief werk. Deze zeldzame vrouw had slechts één ambitie, één taak in haar leven: de revolutie voorbereiden die de weg naar het socialisme zou openen. Haar grootste vreugde, haar droom, was te leven om de revolutie mee te maken, om haar rol te spelen in de strijd. Rosa Luxemburg gaf aan het socialisme alles wat zij te geven had. Geen woorden kunnen ooit uitdrukking geven aan de wilskracht, de belangeloosheid en de toewijding waarmee zij de zaak diende. Zij offerde haar leven op het altaar van het socialisme, niet alleen in de dood, maar ook in de lange dagen van haar arbeid, in de uren, de weken en de jaren die zij aan de strijd wijdde. Zo heeft zij het recht verworven om van anderen te eisen dat ook zij alles voor het socialisme opofferen – alles, het leven niet uitgezonderd. Zij was het zwaard, zij was het vuur van de revolutie. Rosa Luxemburg zal één van de grootste figuren in de geschiedenis van het internationale socialisme blijven.

Karl Liebknecht (1919)

Naast het eerbetoon aan Rosa, schreef Zetkin ook over Karl Liebknecht. Beide artikels verschenen samen in een publicatie van de Comintern.

We mogen nooit vergeten dat Karl Liebknecht in Duitsland de eerste sociaaldemocraat was, en dat hij lange tijd de enige sociaaldemocraat was, die het aandurfde het rampzalige juk van de partijdiscipline af te werpen – die partijdiscipline die niet langer een secundair middel was voor de bevordering van praktische activiteiten, maar een doel op zich was geworden, een grote zonnegod, een afgod waaraan alles werd opgeofferd. We mogen nooit vergeten dat hij de eerste en lange tijd de enige sociaaldemocraat was die in de Duitse Rijksdag sprak en optrad als een internationaal socialist, en aldus in alle oprechtheid de “Duitse eer” verdedigde, de eer van het Duitse socialisme. De meerderheid van de sociaaldemocratische fractie stemde oorlogskredieten voor de moord op hun broeders; zij verduisterden en vergiftigden het oordeel van de massa’s door hun verwerping van socialistische idealen en hun overname van burgerlijke leuzen. De dissidente minderheid onderwierp zich discreet om de vrede in de partij te bewaren. Alleen Karl Liebknecht, een man in hart en nieren, had de moed om zijn onoverwinnelijke “Nee!” in het gezicht van het parlement en de wereld te slingeren.

Verschroeid door de verontwaardiging van de burgerlijke partijen, beschimpt en belasterd door de sociaaldemocratische meerderheid, in de steek gelaten door de sociaaldemocratische minderheid, maakte hij niettemin van de Rijksdag een slagveld tegen het imperialisme en het kapitalisme, waarbij hij geen kans onbenut liet om deze dodelijke vijanden van de arbeidersklasse te ontmaskeren en elke gelegenheid aangreep om de uitgebuite massa’s tegen hen op te hitsen. Zo ging hij door met zijn werk, tot op de dag dat de Rijksdag, tot zijn eeuwige schande, Liebknechts parlementaire onschendbaarheid ophief en deze man, die schuldig zou zijn aan hoogverraad, overleverde aan de venijnige burgerlijke klassenjustitie. Uit de moedige en onophoudelijke strijd ontsprong nieuw leven.

Door Liebknechts voorbeeld vlamde het vertrouwen van het volk in het socialisme weer op, en de arbeiders die hun moed terugvonden, maakten zich op voor de strijd. Karl Liebknecht verplaatste de strijd naar de plaats waar hij beslist moet worden, namelijk onder de massa’s. Met woord en daad streed hij met het imperialisme om de ziel van de massa’s. Dit ging door tot op de dag dat de burgerlijke maatschappij wraak nam op de gevreesde en verafschuwde vijand – totdat de gevangenis hem opslokte. Waarom werd hij gevangen gezet? Omdat hij, soldaat van de revolutie, op straat de arbeiders had opgeroepen om van het feest van de eerste mei een formidabele demonstratie te maken om de ‘godsvrede tussen alle partijen’ in naam van het internationale socialisme te verwerpen, om een einde te maken aan de afslachting van de volkeren, om de regering van de boosdoeners weg te vagen. De massa’s hebben hun vooruitziende en betrouwbare leider niet gevolgd. Maar deze teleurstelling hielp even weinig als gevaar en vervolging de overtuigingen van Karl Liebknecht aan het wankelen konden brengen of zijn strijdlust konden ontmoedigen. Dit blijkt uit de briljante en uitdagende toespraak die hij voor de krijgsraad hield, een toespraak die een klassiek voorbeeld was van zelfverdediging van de kant van een politiek kampioen. Onze overtuiging dat zijn moed onverminderd was, werd versterkt door al zijn latere activiteiten.

Dit vind je misschien ook leuk...