3. Onderwijs en het neoliberalisme

De regionalisering en haar effecten

Vanaf de jaren ’80 wordt het onderwijs in België een geregionaliseerde bevoegdheid. Het zijn de gemeenschapsregeringen die het onderwijs inrichten en subsidiëren. Binnen een kapitalistische context wordt deze regionalisering natuurlijk aangegrepen om een keiharde verdeel-en-heersstrategie door te voeren, die gericht is besparingen door te voeren ten nadele van scholieren, studenten en onderwijspersoneel. Als een bezuiniging wordt doorgevoerd in Vlaanderen, wordt dit door de burgerlijke partijen in Wallonië aangegrepen om ook daar diezelfde besparing door te voeren, en omgekeerd.

Een andere belangrijke reden voor de regionalisering is het onderling verdelen van het onderwijzend personeel. Doordat Nederlandstalige en Franstalige leerkrachten niet langer meer hetzelfde statuut hebben, is de automatische solidariteit binnen deze groep gebroken. Dit ging zelfs zo ver dat de onderwijsvakbonden uiteindelijk volledig geregionaliseerd werden, een unicum in de Belgische arbeidersbeweging. De slagkracht van deze bonden is natuurlijk ongelooflijk afgenomen door deze splitsing.

Dit alles heeft de voorbije jaren geleid tot een constante achteruitgang van de financiering van het onderwijs. In 25 jaar tijd is het aandeel van het onderwijs binnen het BNP in Vlaanderen afgenomen van 7% in 1980 naar 4,9% in 2005 (1). Tijdens de jaren ’80 ging nog ruim 48% van het geld van de Vlaamse gemeenschap naar onderwijs, vandaag is dat slechts 42,8%. Een belangrijk besparingsinstrument is de zogenaamde “enveloppefinanciering”. Het principe is eenvoudig: de overheid financiert de onderwijsinstellingen niet meer volgens de noden en behoeften van die instelling, maar geeft een vaste som, en laat de instellingen zelf beslissen wat ze ermee doen. Het voordeel hierbij is dat de overheid zo geleidelijk aan de enveloppe steeds kleiner kan maken, terwijl het de instellingen zélf zijn die uiteindelijk de verantwoordelijkheid dragen voor het doorvoeren van de besparingen.

Reeds in 1995 publiceerden we met ALS een brochure over de enveloppefinanciering, waarin we de dramatische gevolgen van deze beslissing van de toenmalige onderwijsminister Vandenbossche (de papa van) voorspelden. We schreven toen dat het onderwijsbudget door deze maatregel nog sneller zou verminderen, dat klassen steeds groter zouden worden, er afdankingen zouden gebeuren van onderwijzend en technisch personeel, dat in steeds meer richtingen een numerus clausus en ingangsexamen zou worden ingevoerd, en dat restaurants en onderhoudsploegen zouden overgaan naar onderaanneming, waar veel slechtere arbeidsomstandigheden van toepassing zijn. We bleken correct te zijn in onze analyse (jammer genoeg)…

(1). Dit zijn de cijfers van de Vlaamse en Belgische overheid zelf. De OESO produceert jaarlijks ook dergelijke cijfers, en hier liggen de percentages systematisch hoger (bvb: in 2000 zou dan in Vlaanderen 5,6% aan onderwijs worden uitgegeven. De reden hiervoor is dat het OESO ook zaken zoals kindergeld en de pensioenen van het onderwijspersoneel meerekent.

 

> Inhoudstafel

Geef een reactie

0
    0
    Je winkelwagen
    Er zit niets in je winkelwagenKeer terug naar de winkel