Historisch: van collaboratie tot VB. De tradities van het Vlaams Belang

Het Vlaams Belang komt rechtstreeks voort uit de tradities van collaboratie met de nazibezetters in dit land. Er is zowel een band in de zin dat de oude collaborateurs die de oorlog overleefden meewerkten aan de eerste initiatieven om tot een formatie te komen die uiteindelijk tot het VB zou leiden, als in de zin dat er vandaag nog steeds wordt teruggegrepen naar de voorbeelden van de collaboratie. Als het VB de door haar gecontroleerde IJzerwake houdt, wordt niet geaarzeld om te verwijzen naar figuren als VNV-kopstuk Staf De Clerq (dat was althans het geval op de IJzerwake van 2004).

Natuurlijk moet het VB voorzichtig zijn en kan het zich niet permitteren om al te openlijk de “gevallen helden” te herdenken. In oktober 2006 stelde voormalige VB-ondervoorzitter Roeland Raes nog in een gesprek met De Standaard: “In de jaren zeventig bestonden minder taboes over krasse taal of reminiscenties [herinneringen] aan de jaren dertig en veertig. De maatregelen tegen ons waren toen niet zo uitgesproken en vastberaden.” Omdat de druk van de media en het politieke establishment groter is, kan dus minder openlijk teruggegrepen worden naar herdenkingen van de jaren 30 en 40…

Achter de schermen blijft de steun voor herdenkingen echter bestaan. Toen onder meer Voorpost een herdenking van Staf De Clercq organiseerde, waren de parlementsleden van het VB niet aanwezig wegens een “werkvergadering”, maar Dewinter liet wel weten dat de VB-fractie in het Vlaams Parlement de herdenking alle succes toewenste. Dat is niet zo verrassend. Op de IJzerwake verschenen meermaals portretten van Staf De Clercq of andere collaborateurs. Eind jaren 1980 was het Vlaams Blok nog openlijker en nam Dewinter bijvoorbeeld deel aan een herdenking van de Waffen SS’ers die op het kerkhof van Lommel begraven liggen (1988) of aan de herdenkingen van Cyriel Verschaeve.

Begin juni 2004 publiceerde het weekblad Humo een interview met een vrouw die afstand wou nemen van haar collaboratieverleden. Terloops wist deze vrouw wel het volgende te melden: “Ik weet dat in de lokalen van het Blok, aan de Van Maerlantstraat, elke eerste zondag van de maand ‘de vergadering van de SS’ plaatsvindt. Dan heb je er een soort volkshuis voor oostfronters en DRK’s: een kantine met druksels en pamfletten van het Blok, waar je ook wat kunt drinken en een kaartje leggen, en achterin een vergaderzaal. Eén of twee keer ben ik daar geweest. Ik dacht: dat is niks voor mij. De laatste toespraak van Hitler werd er afgespeeld, van een abominabele geluidskwaliteit: je verstond er geen woord van. En aan het einde wordt steevast het Horst Wessel-lied gezongen, of ‘Deutschland über alles’, of dat andere liedje van de SS.”

Collaboratie met nazi-bezetters Verdinaso

In de jaren ’30 kwam een groot deel van het Vlaams nationalisme in extreem-rechts vaarwater terecht. In 1931 richtte Joris Van Severen het Verdinaso op, het Verbond van Dietse Nationaal-Solidaristen, een beweging die dweepte met Hitler en Mussolini. Tot op de dag van vandaag bestaat er een studiecentrum Joris Van Severen. Onder de voortrekkers van dit studiecentrum vinden we prominente VB’ers als Luc Pauwels, mede-oprichter van het Vlaams Blok. Ieder jaar wordt een colloquium georganiseerd waarvoor ook binnen kringen van bvb. de NSV (studentenorganisatie gelinkt aan het VB) wordt gemobiliseerd. Er is ook een jaarlijkse bedevaart naar Abbeville, waar Van Severen vermoord werd. VB-parlementslid Ortwin Depoortere stelde in 2005 nog in het maandblad van VB: “In mijn ogen was Joris Van Severen de grootste visionair die de Vlaamse Beweging ooit heeft gekend.”

Van Severen had een vrij grote aanhang onder de Vlaams-nationalisten. Als bedenker van de slogan “België Barst” (een slogan die hij voor het eerst lanceerde in 1928) wordt hij later wel eerder Belgicist… aangezien ‘Dietsland’ niet enkel Vlaanderen en Nederland zou omvatten maar ook Wallonië en een deel van Noord-Frankrijk. Dit wordt hem vandaag nog steeds kwalijk genomen door een aantal VB’ers. In de ‘Korte geschiedenis van de Vlaamse Beweging’ dat door het VB werd uitgegeven staat te lezen dat de koerswijziging van Van Severen hem isoleerde en in de marge van de Vlaamse Beweging plaatste.

Het Verdinaso liet zich opmerken met een militaire stijl (uniformen) en een harde fascistische lijn. In november 1936 bracht ‘Jongdinaso’, de krant van de jongerenafdeling van het Verdinaso, verslag uit van een actie dat het had ondernomen in Antwerpen: “Toen begon de zuivering. Alles wat Joods was en rook, werd het park uitgeranseld, voetzoekers deden de kromneuzige uitverkorenen trippeldansen en de Antwerpenaars konden een tweede vlucht naar Egypte bewonderen. Jammer voor de Joden ontbrak de Rode Zee.”

Dat ze bij Verdinaso “niets wisten” van de concentratiekampen, kan enkel lachwekkend overkomen. Reeds voor de oorlog schreef het blad Hier Dinaso! (op 23 januari 1937) dat het een oplossing had voor het “jodenprobleem”. Die oplossing doet achteraf gezien luguber aan: “Wij zullen lachend de wacht optrekken rond de concentratiekampen. De zon zal uw huid verschroeien, de regen zal kil zijn en eentonig, gij zult het sluipen kennen van den dorst en het trage knagen van den honger die duizenden lijden om uwentwil. Mocht ge begrijpen waarom de haat recht in ons vaandel staat.”

Bij de Duitse inval werd Van Severen opgepakt en uiteindelijk vermoord in Abbeville. Delen van Verdinaso trokken naar Rex, maar de meeste aanhangers sloten aan bij het VNV.

VNV

In 1933 werd vanuit de Frontpartij het Vlaams Nationaal Verbond (VNV) opgericht. Het VNV was opgezet rond het principe “één volk, één leider”, waarbij die laatste rol weggelegd was voor Staf Declerq. Het VNV zette militaire groepen op en nam het fascisme aan als ideologie. Vanaf 1938 kreeg het VNV financiële steun vanuit nazi-Duitsland. In 1936 nam het VNV aan de verkiezingen deel onder de naam ‘Vlaamsch Blok’ en won een grote aanhang.

Onder impuls van de nazi’s in Duitsland werd ook een groep opgericht onder de naam DeVlag (Deutsch – Vlämische Arbeitsgemeinschaft). DeVlag werd geleid door Jef Vandewiele en kon op sympathie rekenen bij figuren als Cyriel Verschaeve die graag met DeVlag meeging op snoepreisjes naar nazi-Duitsland.

Op 10 mei 1940 trokken de nazi’s België binnen. Het VNV stapte onmiddellijk mee in de collaboratie in de hoop zo een ‘Dietse’ staat te kunnen vestigen, ondanks het feit dat de NSDAP duidelijk die boot afhield. Staf Declercq verklaarde in een toespraak dat het vroegere België een vijand van het VNV was, terwijl Duitsland dit niet was. Hij zei: “Duitschland is onze vijand niet. Wij hebben vertrouwen in den Führer. Wij twijfelen er niet aan of wat hij zal doen, zal goed gedaan zijn. Goed voor ons Volk, voor heel ons Volk. “

Om de nazi’s te ondersteunen werd een militie opgezet in de vorm van de Zwarte Brigade. De Clercq riep op om aan te sluiten bij de SS om ten strijde te trekken tegen “het jodendom, vrijmetselarij, plutocratie en bolsjewisme” en dat onder leiding van Hitler, “de Führer aller Germanen”.

Dat de Belgische collaborateurs niet op de hoogte waren van de concentratiekampen is een leugen. In 1941 schreef een Vlaams SS-blad: “En tegen al wat in de weg staat is er de SS, de politieke politie van het nationaal-socialisme. Voor dezen die zich verzetten heeft de SS een ijzeren vuist, de zweep van het concentratiekamp, omdat het zonder concentratie-kampen in Vlaanderen nooit zal gaan”. Groepen als het VNV hielpen actief mee met het oppakken van Joden die gedeporteerd werden. Heel wat Vlaamsnationalisten trokken ook naar het Oostfront om de strijd tegen het bolsjewisme aan te gaan.

>