Wereldeconomie – dynamische groei…. door opdrijven uitbuitingsgraad

1. Zowel in 2004 (+5,2%), als in 2005 (+4,2%) kende de wereldeconomie een relatief sterke groei. Vandaar dat de Nationale Bank van België in haar jaarrapport 2005 de wereldeconomie “dynamisch, maar fragiel” noemt.(1) Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) wijt die groei aan “een uitzonderlijke samenloop … die de wereldeconomie de laatste jaren op gang hield.” Het IMF stelt dat de investeringen fors zijn vertraagd na een periode van “overinvesteringen” in de late jaren ’90 en 2000. Die afname van de investeringen heeft geleid tot een spaaroverschot bij de bedrijven. Dat spaaroverschot oefende een neerwaartse druk uit op de lange termijntrente.(2) Als gevolg daarvan, en ook het effect dat dit had op de huizenprijzen en het gezinspatrimonium (3), is de consumptie toegenomen. Het IMF zegt er zelfs expliciet bij dat de consumptietoename niet te wijten was aan betere tewerkstellingsvooruitzichen.(4)

2. Dat vergt wat uitleg. De val van het stalinisme, een afgrijselijke karikatuur van het socialisme, eind de jaren ’80, begin jaren ’90, heeft de idee ondermijnd dat een alternatief systeem op het kapitalisme mogelijk was. De leiders van de stalinistische partijen, daar waar die over een massabasis beschikten en die van de sociaal-democratie maakten van de ontstane verwarring en/of demoralisatie gebruik om iedere verwijzing naar socialisme overboord te gooien en het marktprincipe te omarmen. Via hun invloed in de vakbonden waren ze in staat vakbondsverzet af te remmen of stuk te laten lopen.

3. De arbeidersbeweging werd verlamd. De burgerij maakte hiervan gebruik om de uitbuitingsgraad fors op te drijven, onder meer door extreme flexibiliteit, ondermijning van arbeidscontracten, loonmatiging en liberalisering en privatisering van voormalige diensten. Al sedert het begin van de crisis in de jaren ’70 was de burgerij op zoek naar middelen om de winstvoet(5) op te drijven. De val van het stalinisme en de ermee gepaard gegane verlamming van de arbeidersbeweging, bood haar daartoe de kans.

4. Het wegvallen van het stalinisme betekende ook het wegvallen van een internationale concurrent voor het kapitalisme. Het gevaar dat regimes die niet in de pas van het imperialisme liepen zouden overgaan tot nationalisaties en vooral overlopen naar het “communistische” kamp was geweken. De kans om nu vrijelijk de goedkope arbeidsreserve, eerst voorzichtig, van de Aziatische tijgers, dan van de zogenaamde groeilanden en later India en China aan te boren, lag nu open. De investeringen in de “Newly industrialised Asian economies”(6) namen tussen 1988 en 1997 jaarlijks met gemiddeld 10,5% van het BBP toe.

5. Vanaf het midden van de jaren ’90 “profiteerden” ook de groeilanden van Azië mee, onder andere Maleisië met een gemiddelde economische groei van 9,3% tussen ’88 en ’97, of Indonesië (gemiddeld +6,9% in diezelfde periode), Thailand (+8,4%) en Vietnam (+7,8%). De lage lonen in die landen en enorme winstverwachtingen oefenden een aanzuigkracht uit op kapitaal, waaronder heel wat speculatief, uit de ontwikkelde kapitalistische landen. Bovendien werd het een ideologisch argument om de lonen in de ontwikkelde kapitalistische landen eveneens onder druk te zetten, kortom om de uitbuitingsgraad en daarmee de winsten alweer verder op te drijven.(7)

De kapitalistische markt: een zelfregulerend systeem?

6. In juli ’97 brak in Azië een overproductiecrisis uit (8). De investeringen in de Newly industrialised Asian economies krompen in ’98 met maar liefst –9%! In datzelfde jaar kromp de economie van Maleisië met -7,4%.(9) De toenmalige Maleisische president, Mahatir, ontkoppelde de Maleisische munt van de $ en bracht een devaluatieronde op gang. De Maleisische economie verbeterde hiermee haar exportpositie en kon zich sneller herpakken dan andere landen in die regio. In datzelfde jaar stroomde heel wat kapitaal uit die landen terug naar de ontwikkelde kapitalistische landen. In de VS namen de investeringen in ’98 toe met 9,1%, in het Verenigd Koninkrijk zelfs met 13% en in de Eurozone met 5,7%.

7. Die trend zette zich door tot aan de recessie van 2001 (10), pas daarna namen de investeringen af : –1,7% in 2001 en –3,5% in 2002 voor de VS. Die omslag, die zich in alle ontwikkelde kapitalistische landen voordeed, werd veroorzaakt door wat het IMF “overcapaciteit” en “overinvestering” noemt. Bedoeld wordt dat de markt door ondermijning van de koopkracht niet in staat is de ontwikkeling van wetenschap, techniek en productiekrachten bij te houden, kortom dat de kapitalistische markt een rem is op de ontwikkeling van de maatschappelijke productiekrachten. (11)

8. Het stilvallen van de investeringen in de ontwikkelde kapitalistische landen vanaf 2001 ging niet gepaard met dalende winsten, integendeel. (12) Voortaan herinvesteerden de bedrijven deze winsten niet meer, maar werden ze uitgekeerd aan de aandeelhouders en/of opgespaard om te speculeren. We laten het IMF nogmaals aan het woord: “Die investeringsvertraging heeft geleid tot overtollige spaartegoeden in de bedrijven die de neerwaartse druk op de lange termijnrente vanwege de wereldwijde spaartegoeden nog versterkt heeft.” (13)

9. Echte liberalen gaan nu uit hun dak. Wat een prachtig zelfregulerend systeem is het kapitalisme toch. De markt kan de overcapaciteit niet meer opslorpen, dus gaan bedrijven hun winst opsparen in plaats van te herinvesteren, hun overvloed aan spaartegoeden verhoogt het aanbod aan geld, bijgevolg kan dat aan een goedkoper rentetarief ter beschikking worden gesteld, waardoor de “Consumptie is toegenomen, vooral op basis van een politiek van lage rente (“accommodative policy”) en het effect ervan op woningprijzen en gezinspatrimonium.” Kortom: mensen lenen het geld dat goedkoper is geworden en consumeren ermee, waardoor de bedrijven opnieuw aan de slag kunnen, en hop we zijn weer weg.

Zelfregulering of regelrechte diefstal ?

10. Het klinkt mooi, maar het is een fabeltje. Het IMF stelt (14) dat er sinds 2000 ongeveer, in de G7 een substantiële toename van de bedrijfswinsten is genoteerd. In het algemeen, aldus nog steeds het IMF, was dit niet het gevolg van een betere functionering, maar omdat belastingen en rentevoeten werden neergehaald zodat de winst na interest en belastingen toenam – met andere woorden, winstgevendheid was vooral te wijten aan een lossere monetaire en fiscale politiek en niet, zoals men doorgaans aanneemt, aan productieve efficiëntie.

11. Wij zouden dat op een andere manier stellen. Via een hogere uitbuitingsgraad en lastenverlaging voor de bedrijven greep en overdracht plaats van collectieve middelen naar de bedrijven. De winsten daaruit werden niet geïnvesteerd in productie maar speculatief ingezet. Via goedkoop krediet werden arbeidersgezinnen aangezet zich in de schulden te steken, eventueel door een hypotheek te nemen op hun woning. Zo kunnen de bedrijven lustig doorgaan met zich niet enkel onze huidige inkomens, maar ook die die we in de toekomst nog moeten verdienen eigen te maken. Kortom: de burgerij is er met de hulp van de politici in geslaagd haar crisis waarvan sprake was in §4 alweer te verhalen op de arbeiders en hun gezinnen.

12. Wij staan niet alleen met deze stelling. Het is zodanig flagrant dat zelfs de burgerlijke pers verplicht is er af en toe artikels aan te wijden. The Economist schrijft in een artikel “The rich, the poor and the growing gap between them”: (15) “De Amerikaanse economie heeft tien jaar lang alle andere rijke landen overtroffen. Haar arbeiders produceren nu 30% meer per uur dan 10 jaar geleden. In de late jaren ’90 deelde iedereen mee. Topinkomens groeiden weliswaar meer aan, maar alle lonen stegen sneller dan de inflatie. Na 2000 is er iets veranderd. De productiviteit groeit opnieuw sneller, maar nu lijken minder mensen ervan te genieten. Na inflatie zijn de lonen van de typische Amerikaanse arbeider gestegen met 1% sinds 2000 tegenover 6% in de voorgaande 5 jaar.“

13. Hetzelfde artikel beweert dat het aandeel van de 1% bestverdieners in de VS in het totaalinkomen gestegen is van 8% in 1980 naar 16% in 2004 en ook dat de gemiddelde algemeen directeur nu 300 keer meer verdient dan het gemiddeld loon, tegenover 30 keer meer in 1970. Maar ook hierop hebben doorwinterde liberalen hun antwoord.

14. Zo schrijft Marc de Vos (16) in een opiniestuk voor De Tijd ter verdediging van de Celtic Tiger, die met 21% het hoogste aantal armen telt van de EU-15 (17): “Ierland leert ons dat relatieve inkomensongelijkheid de prijs is die wordt betaald voor een snelle economische expansie waarvan nochtans iedereen, inclusief de armen in absolute termen beter wordt.” Twee dagen later onderneemt Stef Maenen (18)een eervolle poging om dit te weerleggen. “Er bestaan zelf vrij belangrijke aanwijzingen dat te grote sociale ongelijkheid kansen op economische groei kan hypothekeren.” Dat klopt, maar kan dat wel, een minder grote sociale ongelijkheid in de huidige fase van het kapitalisme? Wij denken het niet.

15. Geen van beide verwijst naar het specifieke verschijnsel waarbij Ierland jarenlang een negatieve reële rentevoet (19) heeft gekend. De rentevoet wordt immers bepaald door de Europese Centrale Bank en ligt al jaren onder de Ierse inflatiecijfers, Ierland telt echter slechts 4,2 miljoen inwoners. Het spotgoedkope krediet wordt indirect gefinancierd door een grote instroom van buitenlands kapitaal. De laatste 5 jaar is er in reële termen echter een vermindering van buitenlandse investeringen. Via grotere overheidsuitgaven, particuliere consumptie en de bouwmarkt kan de regering dit op korte termijn compenseren. Een diepe recessie op wereldvlak zal echter de kunstmatig opgeblazen economie in (Zuid-) Ierland in elkaar doen storten. (20)

16. We leveren niet enkel in op ons individueel loon, maar ook op het collectieve. Het Internationaal Verbond van Vrije Vakverenigingen (IVVV) waarschuwt in haar rapport “De boter en het geld van de boter” voor een zware crisis van de openbare financiën. De voorbije 20 jaar is het gemiddelde belastingstarief voor bedrijfswinsten in de OESO-lidstaten gezakt van 45 naar 30%. Tussen 2000 en 2005 hebben 24 van de 30 OESO landen hun tarieven verlaagd. Van de 275 grootste Amerikaanse bedrijven hebben er 82 tussen 2001 en 2003 minstens één jaar niet één $ belastingen betaald. (21) Zowel de Nederlandse regering Balkenende als de Duitse regering Merkel willen nog dit jaar de vennootschapsbelasting drastisch verlagen. In België is dat voorlopig niet nodig omdat Verhofstadt er met de notionele intrestaftrek – de mogelijkheid om fictieve rente op eigen vermogen fiscaal af te trekken – in geslaagd is via een achterdeurtje het reële belastingstarief voor vennootschappen terug te dringen naar 20 tot 25%. (22)

17. Wat doen de bedrijven met al dat geld? Een groot deel wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders en ook de managers gaan met een royaal deel van de buit lopen, maar daar komen we op terug in het stuk over België. 2006 lijkt alvast een topjaar te worden inzake fusies en overnames. Op 27 juni waren al voor 1.500 miljard € overnames aangekondigd, tijdens het vorig recordjaar 2000 vonden er voor 2.700 miljard € dergelijke transacties plaats, het mondde toen echter uit in een jarenlange beursmalaise. Deze keer zouden naar verluidt “geen exuberante prijzen betaald worden en zouden hefboomfondsen een temperende rol spelen”.

18. Volgens de Tijd (23) is de huidige fusiegolf vooral te wijten aan de grote cashvoorraad van de bedrijven door forse kostenbesparingen, de mooie winsten van de afgelopen jaren, de lage rente waardoor lenen goedkoop is en de competitie op wereldvlak. Algemene cijfers over geschrapte overnames hebben we niet, maar alvast een kwart van de tijdens de eerste 6 maanden van het jaar geplande fusies en overnames in Europa gaan niet door, het hoogste cijfer in 7 jaar. Dat wijst op een gebrek aan vertrouwen in een goede afloop.

19. De groei van de afgelopen jaren werd vooral in stand gehouden door de aanhoudende consumptie van de Amerikaanse gezinnen en overheid. Die was niet gebaseerd op een reëel inkomen, maar op een historisch hoog niveau van schulden. De VS consumeren veel meer dan ze produceren, ze voeren een derde meer in dan ze uitvoeren, onder meer goedkope goederen uit China en andere landen in ontwikkeling.

20. Het tekort op de betalingsbalans is opgelopen tot een duizelingwekkend recordniveau van –805,7 miljard $ of 6,5% van het VS-BBP, tegenover een overschot van 158 miljard $ voor Japan, 147,9 miljard $ voor China en 262,4 miljard $ voor de OPEC landen.(24) Alleen al in 2005 is de totale schuld in de VS opgelopen met 3500 miljard $ (+8,8%), de schuld van de gezinnen steeg met 11,7%! (25) De spaarquote was in 2005 voor het eerst sedert de Grote Depressie van 1932 en 1933 negatief (-0,2%). (26) Volgens de Nationale Bank van België kon de stijging van de particuliere uitgaven in de VS enkel gehandhaafd worden door de aangehouden stijging van de woningprijzen.

Groei blijft mogelijk, maar gevaren zijn enorm

21. Volgens de Nationale Bank is het meest waarschijnlijke scenario dat de economische expansie ook dit en volgende jaren zal aanhouden. Dat is geen verassing: de taak van Guy Quaden (de gouverneur van de NBB) en Ben Bernanke (gouverneur van de FED – de Nationale Bank van de VS) bestaat er niet in de economie de dieperik in te praten, integendeel, ze moeten proberen om schokken te vermijden. Toch is de Nationale Bank verplicht te waarschuwen voor “spanningen op de markten voor energiedragers” en de “accumulatie van de financiële” onevenwichten. “Daarenboven” waarschuwt de Nationale Bank “zou de mondiale welvaart kunnen worden bedreigd door een opflakkering van het protectionisme”.

22. Het IMF mag iets openlijker zijn: het hoopt op een zachte landing, maar waarschuwt voor minder aangename scenario’s. Onder de gevaren citeert het een forse afname van de consumptie door het stabiliseren van de immobiliënprijzen. (27) Voorts spoort het landen met een groot tekort – lees vooral de VS – aan onafhankelijker te worden van wereldwijde spaartegoeden terwijl landen met een overschot – vooral China – middelen moeten vinden om minder afhankelijk te worden van de buitenlandse vraag.

23. De economische politiek van de voorbije jaren was er geen zonder risico’s. De enorme winsten en de lage rente hebben een zee van liquiditeiten gecreëerd. Dat heeft geleid tot een bubbeleconomie zowel in aandelen, als in immobiliën die allebei op hun beurt hebben bijgedragen aan het in stand houden van de consumptie. Hoe fragiel die bubbeleconomie wel is werd nog maar eens aangetoond in de tweede week van mei, toen kenden de beurzen een steile val, maar na enkele dagen herstelden ze zich. Speculanten panikeerden omdat de Amerikaanse kerninflatie (28) forser was gestegen dan verwacht, ze vreesden dat de FED de rentevoeten nog verder zou opdrijven en vluchtten en masse weg uit risico-investeringen naar veiliger beleggingsproducten. Uiteindelijk verloren de aandelen in de ontwikkelde kapitalistische landen slechts 4 tot 5% van hun waarde, in opkomende markten als Rusland, Turkije, India en Mexico liepen de verliezen op tot 10 en zelfs 25%. Nauwelijks een maand later was het alweer prijs. In haar commentaar schrijft De Tijd “De rollen kunnen omkeren: een gunstige economische omgeving kan de beursvlam brandend houden, maar indien de malaise op de beurzen aanhoudt, kan die de economische omgeving bederven” (29)

24. Volgens Fortis-specialist Gijsels zou vooral “een wijziging in de liquiditeitspolitiek van de centrale banken” de reden zijn voor de beursmalaise. ‘Met de liquiditeiten die de voorbije jaren in het systeem zijn gepompt, is weliswaar een recessie vermeden. Maar nu trekken de centrale banken massaal liquiditeiten terug uit het systeem…”.(30) Sinds augustus 2004 heeft de FED alvast de richtinggevende rentevoet al 17 keer opgetrokken, van 1% tot vandaag 5,25%. (31) De Amerikaanse economie kan immers niet blijven draaien op schulden. De Nationale Bank wijst erop dat “de omvang van het tekort op de lopende rekening van de VS vragen doet rijzen over het risico op een ongeordende correctie op de internationale financiële en valutamarkten”. Gevreesd wordt vooral voor een te bruuske correctie van de dollarkoers, toenemend protectionisme of een snelle toename van de lange rente.

25. Normaal zou de munt van een land met een tekort op de lopende rekening een zwakke munt moeten zijn, de dollar is echter tegen alle logica in een overgewaardeerde sterke munt. Dat komt doordat vooral de centrale banken van China, Japan, Zuid-Korea en enkele olieproducerende landen systematisch hun handelsoverschotten beleggen in Amerikaanse overheidsobligaties. In 2005 had China een handelsoverschot t.a.v. de VS ten belope van 150 miljard $. China heeft een reserve van 900 miljard $ opgebouwd en heeft de laatste jaren voor 320 miljard $ aan VS-staatsbons ingekocht. Dat zorgde ervoor dat de regering Bush de rentevoeten niet moest optrekken om haar aanzienlijk begrotingstekort financieren.(32) Tegelijk ondersteunt China daarmee de $ en bijgevolg haar eigen exportpositie ten aanzien van de VS. (33)

26. Indien China en/of andere landen met een grote dollarreserve die VS-staatsobligaties ten gelde zou maken zou dat de $ ineen doen stuiken, de inflatie aanwakkeren en de VS verplichten de intrestvoeten fors op te trekken. Het zou een catastrofe zijn voor de Amerikaanse economie, maar meteen ook de dollarreserves fors in waarde doen dalen en de afzetmarkt voor goedkope Aziatische producten afsnijden. Net die goedkope producten die ervoor zorgen dat de inflatie laag blijft ondanks het goedkope krediet en het overaanbod aan liquiditeiten in de economie. Houden die landen hun dollarreserves echter in bezit dan lopen ze het risico dat de waarde van hun reserves leegloopt zodra de dollar begint te zakken, want vroeg of laat moet het probleem van het tekort op de lopende rekening aangepakt worden.

27. Dat het gevaar van toenemend protectionisme niet uit de lucht gegrepen is werd de jongste maanden diverse keren aangetoond. Het kwam tot uiting toen Bush verklaarde dat de VS minder afhankelijk moesten worden van olie-import uit het Midden-Oosten, het dicht draaien van de gaskraan naar Oekraine door Rusland en de moeilijkheden die het Indische Mittal ondervond bij de overname van Arcelor. Mittal moest haar bod met maar liefst 44% optrekken, toestaan dat de Arcelor aandeelhouders 50,5 procent van de aandelen in de nieuwe combinatie Arcelor-Mittal krijgen en vier van de zeven bestuurders mogen leveren. Het hoofdkantoor komt in Luxemburg te staan, de huidige hoofdzetel van Arcelor.

28. In februari dit jaar wou de Franse regering de dreigende overname van het franse Suez door het Italiaans nutsconcern Enel voorkomen door een snelle fusie met Gaz de France aan te kondigen. Dit stootte op politiek, maar vooral syndicaal verzet omdat de vakbonden zich verzetten tegen de privatisering van GdF. Intussen moest de deadline voor de onderhandelingen over een wereldwijd vrijhandelsakkoord met een maand verlengd worden. Men zoekt naar een compromis over de afbouw van landbouwsubsidies en de vermindering van invoertarieven voor landbouwproducten en industriële goederen. Een mislukking van deze handelsronde zou wellicht een diepe crisis veroorzaken, nu al speculeren verschillende landen op bilaterale overeenkomsten.

Kan het evenwicht op een geordende manier hersteld worden?

29. Zowel de Nationale Bank als het IMF pleiten voor een geleidelijk en geordend herstel van het evenwicht. Daarvoor moeten “de bewuste economieën gelijktijdig op verschillende beleidsvlakken maatregelen nemen”. De Nationale Bank somt er enkele op: “het terugdringen van de financieringsbehoefte van de overheid in de VS, het uitvoeren van structurele hervormingen in het eurogebied en Japan om het groeipotentieel van deze economieën te verhogen en het nastreven van een grotere wisselkoersflexibiliteit in Azië”. De Nationale Bank is echter zeer, zeer gematigd optimistisch. In Japan zou de vraag geleidelijk moeten aantrekken mits verhoging van de productiviteit, In Europa zijn de resultaten “in het beste geval gemengd”. De VS staat nog nergens inzake financieringsbehoefte van de overheid. Het monetair beleid is wel verstrakt en dat zou de binnenlandse vraag moeten temperen, maar is niet zonder gevaar omdat het de dollar de hoogte kan induwen.

30. China revalueerde de renminbi met 2%, maar volgens Brad Setser van RGE (34) is dat ruim onvoldoende en zou over een verloop van 5 tot 10 jaar de Chinese munt met 40% moeten stijgen. Ook Rusland, de olie-exporterende landen en Europa moeten volgens Setser hun munten laten stijgen en de binnenlandse vraag ondersteunen. Setser vindt de renteverhoging in de VS geen geschikt middel, hij pleit voor een strakker begrotingsbeleid, niet door verlaging van de uitgaven, dat is met de hoge militaire uitgaven in het Midden-Oosten niet realistisch, maar door belastingsverhoging.

31. Setser stelt een correcte diagnose en schrijft wellicht de enig mogelijke remedie voor: de crisis laten uitkopen door Europa, de olie-exporterende landen en China samen. Een dergelijk gecoördineerd optreden is in het kapitalisme, dat gedreven wordt door winstbejag en gebaseerd is op de anarchie van de markt, uitgesloten. Een zekere graad van samenwerking tussen de verschillende kapitalistische grootmachten is mogelijk via het IMF, de WHO, de OESO etc…, maar het blijven nationale staten die onvermijdelijk met elkaar in conflict zullen komen als ze de kost van de crisis op elkaar proberen te verhalen.

32. Er zijn er nogal wat valutahandelaars, zakenbankiers, bedrijfsleiders en consorten die de bui al een tijdje zien hangen. Onder de titel “Beursboeven van de 21ste eeuw” vult de Tijd 4 bladzijden vol veroordeelde aanhangers van het kapitalisme die, wellicht omdat ze binnen de regels onvoldoende winst konden boeken, dan maar besloten er buiten te treden. Wat mag je anders verwachten van een systeem waarvan winstbejag de enige betrachting is.

Het imperium van Bush

33. De politiek van de Bush administratie is niet van aard om de economische problemen te verzachten. Integendeel, volgens het Amerikaanse rekenhof zou het Congres sinds 2001 al 430 miljard $ hebben opgehoest voor diens oorlog tegen terrorisme, 386 miljard voor militaire operaties en 44 miljard voor “wederopbouw en stabilisatie”. (35) Sinds de aanslagen van 11 september 2001 hebben de VS bijna evenveel uitgegeven aan wapens als de rest van de wereld samen. De defensiebegroting van de VS ligt 15 keer hoger dan die van China! (36)

34. De VS worden meer en meer vergeleken met het oude Rome, men spreekt van een “Imperium van militaire bases”. De aanslag van Al Qaeda stelde Bush in staat de droom van de neo-conservatieven te realiseren: het inzetten van die enorme militaire macht om eenzijdig normen op te leggen, verwachtingen te veranderen en nieuwe realiteiten te creëren zonder zich daarvoor te moeten verantwoorden, louter op basis van een onverzettelijke doorgedreven wil, vandaar de naam van de coalitie die Irak binnenviel. (37)

35. Het sleepte eeuwen aan vooraleer het oude Rome in elkaar stuikte, het keizerlijke presidentschap van Bush daarentegen loopt op minder dan tien jaar vast in de bergen van Afghanistan, het zand van Irak en nu ook de chaos van Somalië. Zoals we van bij het begin stelden is het één zaak een sowieso gehaat regime omver te gooien, maar een totaal andere om het land nadien onder imperialistische controle te stabiliseren, te ontginnen en de troepen terug te trekken. Het oude Rome moest niet veel onderdoen inzake brutaliteit, maar probeerde tenminste nog een sociale basis uit te bouwen in de nieuw bezette gebieden.

36. In Afghanistan moest de Amerikaans/Britse interventie het barbaarse Taliban-regime omver gooien en komaf maken met feodale overblijfselen inclusief de onderdrukking en discriminatie van vrouwen. Bijna 5 jaar later staat de papaverproductie alweer op een recordniveau, hoger nog dan voor het aan de macht komen van de Taliban, wordt “president” Karzai “burgemeester” van Kaboel genoemd, probeert hij allianties te vormen met de narcotica-krijgsheren tegen de opnieuw opkomende Taliban die zowel het Zuiden als het Oosten deels in handen hebben, worden scholen afgebrand en vrouwen verplicht binnen te blijven. De situatie is zo wanhopig dat Karzai, net zoals Pakistan, het op een akkoord probeert te gooien met de Taliban of toch met een deel ervan in het Zuiden.

37. In Irak stoten de VS op een regelrechte opstand, op dit ogenblik vooral vanwege de 5 miljoen Soennieten. Het doden van Al Zarqawi, die sowieso maar een kleine rol speelde in de opstand, heeft daar niets aan af gedaan. De meerderheid van 60% van de bevolking, de Sjiieten, tolereerden de bezetting en de Koerden steunde ze. Onder de Sjiieten begint de houding ten aanzien van de bezetter echter steeds meer te gelijken op die onder de Soennieten bij de aanvang van de guerrillaoorlog. (38) Het land glijdt af naar een burgeroorlog. De 132.000 VS-soldaten en de kleine Britse troepenmacht, de enige die nog overblijven van de coalitie van de “willing” slagen er niet in de situatie onder controle te krijgen.

38. De VS proberen een Iraaks Nationaal leger, dat nu 230.000 personeelsleden telt en zou moeten oplopen tot 320.000 tegen het eindejaar, samen te stellen, maar de loyaliteit van die troepen ligt niet bij de centrale regering, maar bij hun respectieve Soennitische, Koerdische of Sjiietische gemeenschap. De VS zijn Irak binnen gevallen voor haar olierijkdommen. Het is niet uitgesloten dat ze een deel van hun troepen terug trekken, maar het is onwaarschijnlijk dat ze alle 110 militaire bases zullen opgeven. Integendeel , net als de Britse troepen in Noord-Ierland beseffen ze dat hun politiek van de voorbije jaren een zodanige situatie heeft gecreëerd dat ze wel moeten blijven om een open burgeroorlog te vermijden. Dat is nu al de argumentatie die sommige vertegenwoordigers van het VS-imperialisme gebruiken om de militaire en vooral economische onderwerping van Irak te verantwoorden.

39. De overwinning van de Islamitische Rechtbanken onder leiding van Hassan Dahir Aweys in Somalië, gesteund door lokale kapitalisten en de massa’s die hunkeren naar een alternatief op de eindeloze chaos is een kaakslag voor de Bush administratie. De VS steunde een coalitie van Somalische krijgsheren, de ARPCT (Alliance pour la Restauration de la Paix et Contre le Terrorisme), om de stijgende invloed tegen te gaan van de islamitische rechtbanken, die ervan verdacht worden te worden beïnvloed door al-Qaeda.

40. Een directe militaire interventie van de VS is na de aftocht van 1994 echter zeer onwaarschijnlijk. Dat verklaart wellicht waarom op initiatief van de VS een “contactgroep” werd opgericht. Analisten menen dat de nieuwe contactgroep een koerswijziging is van het Westen, als reactie op de toegenomen macht van de islamitische milities. (39) Die verkaarden bij monde van de voorzitter van de islamitische rechtbanken in Mogadishu, sjeik Sharif Sheikh Ahmed: “We zijn verheugd over die nieuwe ontwikkeling van de Verenigde Staten”… “Amerika had ongelijk de krijgsheren te steunen die niet geliefd waren in hun gemeenschap en die verslagen werden in Mogadishu door de milities van de islamitische rechtbanken”. (40)

41. De belangrijkste koerswijziging van de VS was echter die betreffende Iran. Dat werd niet verzwakt, maar versterkte haar positie als regionale macht sinds de inval in Irak. Hoge olieprijzen en nauwere handelsbetrekkingen met Rusland, China en India hebben Iran de kans geboden de druk van de VS op haar nucleair programma te negeren. Hoewel een deel van de Bush administratie wellicht gewonnen is voor een militaire interventie, is dat op dit ogenblik uitgesloten. Zelfs een precisiebombardement op de nucleaire installaties is door de oppositie van de andere grootmachten onwaarschijnlijk. Deze koerswijziging weerspiegelt de verzwakking van het VS-imperialisme en het verlaten van de politiek van unilateralisme en “pre-emptive strikes”.

42. Pulitzer prijs winnaar Hersh Seymour, de journalist die tijdens de Vietnam-oorlog in ’69 de slachting van My Lai aan het licht bracht en ook de folteringen in Abu Graib in 2004, beweert dat de VS en Israël al twee maand voor de kidknapping van twee soldaten door Hezbollah op 12 juli een interventie in Libanon hadden besproken. Daarbij zou Israël Libanon aanvallen en geprobeerd worden een reactie van Syrië en/of Iran te provoceren, hetgeen zou worden aangegrepen door de VS om Irans’ nucleaire installaties te bombarderen. Seymour zal dat niet zomaar beweren en zijn bronnen ongetwijfeld zijn nagegaan, wellicht bestond het scenario, maar eerder als een optie die eventueel kan worden boven gehaald als de kans zich voordoet, dan als een ernstig overwogen tactiek.

43. In het Midden-Oosten, Azië en Afrika stoot het VS-imperialisme op een enorme weerstand. Die wordt helaas hoofdzakelijk geleid door religieus reactionaire krachten zoals het soennitische al-Qaeda, Taliban en islamitische rechtbanken in Somalië of de Sjiietische Iranese Mollahs met hun steun aan het eveneens Sjiietische Hezbollah en het Soennitische Hamas. Enkel het reactionaire karakter van deze bewegingen en het feit dat ze zonder onderscheid mensen afslachten heeft ervoor gezorgd dat Bush en zijn administratie niet eerder afgestraft werden door de eigen opinie. Het falen van diens politiek maakt echter dat Bush in mei nog slechts door 31% van de Amerikanen werd gesteund, daarmee is hij de minst populaire president sinds 1945 op uitzondering van de gehate Nixon na de Vietnam-oorlog en Watergate.

44. Bush unilaterale politiek heeft de wereld zeker niet veiliger gemaakt. Zelfs de Amerikaanse veiligheidsdiensten geven dat( nu toe. Bloedige aanslagen, uitzichtloze oorlogen in landen die nochtans zowel in bevolking als in maatschappelijke ontwikkeling ver achter liggen op de VS en een latent nucleaire bedreiging, niet alleen in Iran, maar ook in Noord-Korea doen velen in het westen afstappen van de idee dat men via brutale kracht oplossingen dichterbij kan brengen.

45. De opvolgers van Sharon, die niet kunnen bogen op een verleden als meedogenloze havik en evenmin zoals Sharon bloedbaden zoals in Shabra en Chatilla op hun rekening staan hebben, wilden nadat hij in coma was gevallen, wellicht tonen dat zij de veiligheidspolitiek van Israël niet zouden laten verslappen. Wellicht werden ze tevens door militairen van de harde lijn op de proef gesteld: minstens 20 Palestijnen, waaronder hele gezinnen, waren bij “selectieve aanvallen op terroristen” in Gaza al om het leven gekomen, nog voor korporaal Gilad Shalit werd ontvoerd, de eerste agressie met medewerking van militanten van Hamas sinds haar verkiezingsoverwinning.

46.Was het om een tweede front te creëren en de aanval op Gaza te ontlasten of om de aandacht weg te leiden van Iran of Syrië of gewoon om te ruilen tegen diegenen die in de Israëlische gevangenissen zitten weg te teren, dat is moeilijk in te schatten. Vast staat dat de reactie van Israël op het ontvoeren van nog eens twee Israëlische soldaten door Hezbollah de positie van Hezbollah versterkt heeft door de Libanese bevolking collectief te straffen met een ongekende brutaliteit en die van defensieminister Peretz, premier Olmert en stafchef Dan Halloutz in het gevaar gebracht heeft. Israël was niet langer onoverwinnelijk. Terwijl de Israëlische generale staf en de politici de indruk gaven eerst voor zichzelf te zorgen en zowel de militairen als de bevolking van het noorden aan hun lot over te laten, herstelden Hezbollah-militanten de wegen en beloofden ze financiële hulp aan de slachtoffers. Dit avontuur heeft eveneens de militaire doctrine van Bush verder ondermijnd en de positie van Rusland, Frankrijk en China aanzienlijk versterkt.

Nieuw Links of staatsinterventie

47. Terwijl de VS en Israël hun tanden breken op het verzet in het Midden-Oosten glijdt ook Latijns-Amerika stilaan weg uit de greep van het imperialisme. Het neoliberalisme heeft er in de jaren ’80 en ’90 een ravage aangericht, multinationals hebben grondstoffen en bedrijven voor een appel en een ei opgekocht. 59% van de bevolking, 215 miljoen leven er officieel in armoede, 41% met een inkomen van minder dan 2$/dag en 18% met minder dan 1$/dag. In 1978 was het inkomen per hoofd in de belangrijkste imperialistische landen gemiddeld 5 keer hoger dan in de meest ontwikkelde landen van Latijns-Amerika zoals Argentinië en Brazilië en 12 keer hoger dan de armste landen zoals Bolivië en Ecuador. In 2000 was dat respectievelijk 7 keer en 30 keer! In verschillende landen grepen sinds het begin van deze eeuw massabewegingen en opstanden plaats, van Ecuador, over Bolivië, tot Argentinië en Mexico. (41)

48. In Brazilië (Lula), Chili (Bachelet) en Uruguay (Vazquez) leidde dat tot het aan de macht komen van ‘nieuw linkse’ leiders in de hoop op fundamentele veranderingen. Elk van die regeringen kapituleerde echter voor de eisen van het imperialisme. Lula is er dankzij de verraderlijke rol van de leiders van de vakbondsfederatie in geslaagd de arbeidersbeweging de voorbije 4 jaar onder controle te houden op een manier waarop burgerlijke formaties dat nooit hadden vermogen. Zijn rechtse politiek leidde echter tot de vorming van de P-SOL. Socialismo Revolucionario, de Braziliaanse zusterpartij van LSP, was van bij het begin één van de drijvende krachten achter de P-SOL.

49. Anderen vonden dat prematuur en pleitten om binnen de PT te blijven werken. Vandaag wordt het potentieel van P-SOL niet langer betwist, presidentskandidate H. Heloisa haalt in de peilingen 10%. De keerzijde van de medaille is dat nu ook allerlei carrièristen en opportunisten het potentieel hebben ontdekt en dat Heloisa haar toon heeft bijgeschaafd: voortaan presenteert ze zich als moeder van de natie tegen Lula die zichzelf vader van de natie noemt. De toekomst van P-SOL is onzeker, wordt het een partij gebaseerd op activisten uit de arbeidersbeweging en de armen, betrokken bij wijk- en bedrijfscampagnes tegen de neoliberale aanvallen en vechtend voor een socialistisch alternatief? Of wordt het integendeel hoofdzakelijk een electoraal instrument op zoek naar machtsdeelname?

50. In Chili werd de sociaal-democratische Bachelet verkozen tot president. Heel wat linksen, o.a. de PC, hadden opgeroepen in de tweede ronde voor haar te stemmen als minste kwaad. Minder dan 3 maand na haar verkiezing werd Bachelet in Chili echter geconfronteerd met de grootste jongerenbeweging sinds de militaire coup in ’73. Opvallend was dat de jongeren het belang begrepen van steun onder de arbeiders. Peilingen wezen uit dat 80% van de bevolking de studenten steunde tegen slechts 17% de regering. Bachelet werd gedwongen tot belangrijke toegevingen. De PC bevindt zich nu in crisis, Thomas Hirsch, lid van de linkse alliantie PODEMOS, die destijds net als onze Chileense kameraden had opgeroepen tot een blanco stem, geniet integendeel een enorme populariteit.

51. De revolte tegen het neoliberalisme heeft in Venezuela, Argentinië en Bolivië links-populistische regeringen aan de macht gebracht die de druk van de massa’s en de diepe crisis in die landen weerspiegelen. Dat heeft telkens geleid tot een breuk met het neoliberalisme en meer staatsinterventie in de economie. Ondanks de enorme weerstand die dit heeft opgewekt vanwege het imperialisme gaat het slechts om gedeeltelijke nationalisaties of joint ventures. In Venezuela en Bolivië werden tevens beperkte maar zeer noodzakelijke hervormingen doorgevoerd o.a. in gezondheidszorg, onderwijs en voedseldistributie. Toch veroordeelt het kapitalisme nog steeds 67% van de Bolivianen tot armoede. Hetzelfde probleem bestaat in Venezuela, maar wordt er nog verergerd door de groei van een bureaucratie en de enorme corruptie in de publieke sector door de afwezigheid van echte democratische arbeiderscontrole en beheer.

52. Tot nog toe kon Chavez genieten van de stijging van de olieprijzen, Morales kan , zij het in veel mindere mate, gebruik maken van de gasvoorraden en ook de Argentijnse economie kende vorig jaar een opmerkelijke groei. Cubaanse doctors maken voorheen onbetaalbare behandelingen mogelijk voor de armste lagen van de bevolking. De idee echter van een ‘kapitalisme van de Andes’ , kapitalisme met een menselijk gelaat, in tegenstelling tot het neoliberale model is een illusie. Als het kapitalisme niet omver wordt gegooid en de olieprijzen beginnen te dalen dan zal dat een sociale en politieke crisis veroorzaken. De dreiging van contrarevolutie en het omver gooien van Chavez zal opnieuw de kop opsteken, tenzij de arbeidersklasse haar eigen onafhankelijke organisatie opbouwt en een arbeiders-en boerenregering vormt. Enkel een vrijwillige, democratische socialistische federatie van Venezuela, Cuba en Bolivië als eerste stap naar een latijns-Amerikaanse socialistische federatie kan een alternatief vormen op kapitalisme en imperialisme en is de enige mogelijkheid om het de armoede en uitbuiting in het continent te bestrijden.

De één zijn brood…

53. Het zijn echter niet enkel Venezuela en andere olie-exporterende landen die hebben geprofiteerd van de hoge olieprijzen. De grootste oliebedrijven ter wereld stomen van record naar record. De nettowinst van ExxonMobil, ‘s werelds grootste, klom in het 2de kwartaal van 2006 tot 10,4 miljard $, 36% beter het 2de kwartaal van 2005, toen ook al een record. Dat is ongeveer evenveel als de gezamenlijke winst van de 500 grootste bedrijven in België op kwartaalbasis. Inzake omzet haalt ExxonMobil als eerste Amerikaans bedrijf dagelijks 1 miljard $ of evenveel als de gehele Belgische economie. De nummer 2, het Britse BP moest het tijdens het tweede kwartaal stellen met een nettowinst van 7,27 miljard $ en het Brits-Nederlandse Shell, de nummer 3, met 7,32 miljard $. (42)

54. Sindsdien het begin van het 3de kwartaal is Israël binnen gevallen in Libanon en stabiliseerde de olieprijs een tijd lang op ongeveer 74$/vat na een piek van 78 dollar/vat. Op de futuresmarkt rekende men voor een vat in 2007 al meer dan 80$. Een toename van het aantal zelfmoordaanslagen in Israël, zeker indien betrokkenheid van Al Quaeda wordt bewezen, massale anti-oorlogsbetogingen en mogelijke aanslagen in “gematigde”Arabische landen, een uitbreiding van het militair conflict naar Syrië of het rampscenario waarbij Iran militair betrokken zou raken, zouden de prijs snel hebben opgedreven boven de 100$/vat of meer. Zover is het dus niet gekomen.

55. Volgens KBC Asset Management (43) zal de vraag naar olie op niveau blijven en zal de marge voor neerwaartse bewegingen beperkt blijven, zolang de internationale conjunctuur niet teruggevallen is. Geopolitieke ontwikkelingen en natuurrampen kunnen voor opwaartse pieken zorgen, maar het wegebben ervan zal geen overcorrectie in neerwaartse richting veroorzaken. Een daling van de olieprijs zal veeleer het gevolg zijn van de dalende vraag naar olie vanwege de slechtere conjunctuur. Dit betekent dat een daling van de olieprijs de harde landing van de VS-economie wat kan verzachten, maar meer potentieel is er niet. Het KBCAM-olieprijsscenario gaat uit van piekende olieprijzen in het derde kwartaal van 2006 (gemiddeld meer dan 70 USD per vat) die daarna stelselmatig terugvallen tot gemiddeld 56 USD per vat in het vierde kwartaal van 2007.

56. In de voorbije 4 jaar klom de olieprijs van 20 naar bijna 80$ /vat. De economische groei leek dat echter goed te verteren. Uiteraard is er het gegeven dat olie nu relatief minder weegt in de totale energievoorziening dan tijden de oliecrisissen van ’74 en ’79, maar met 38% van het totaal blijft het veruit de belangrijkste energiebron. Niet voor niets gingen de OESO, het IMF en het IEA (internationaal Energieagentschap) er in 2004 nog van uit dat iedere verhoging van de olieprijs met 10$ de economische groei met 0,5% zou afromen.

57. In de voorbije 4 jaar kwam de olieprijsstijging er echter tegen de achtergrond van goedkoop geld, ook al doordat de olie-exporteurs hun petrodollars massaal in Amerikaanse overheidsobligaties belegden. De lage rente die daaruit resulteerde, zorgde ervoor dat Amerikaanse gezinnen bleven consumeren. Nu zouden de olieproducenten hun petrodollars in eigen land houden en consumptie- en kapitaalgoederen invoeren. (44) Door de stijgende rente en duurdere leningen valt de consumptie in de VS veel sneller terug. Volgens ING van 3,5% toename per jaar zoals we intussen gewoon zijn, naar 2,5%. (45)

 

Voetnoten


1. Jaarverslag van de Nationale Bank 2005
2. de lange termijnrente = de prijs waartegen men geld kan lenen, die werd goedkoper omdat er meer aanbod van geld was als gevolg van de spaaroverschotten
3. lage rente stimuleert de vraag naar woningen en dus ook de prijs ervan. Eigenaars zien hun gezinspatrimonium toenemen waardoor goedkope hypotheekleningen interessant worden, dat stimuleert de consumptie
4. World Economic Outlook – April 2006 blz. XII
5. De winstvoet = de hoeveelheid winst per geïnvesteerde hoeveelheid kapitaal
6. Dat zijn Hong-Kong, Zuid-Korea, Singapore en Taiwan, de zogenaamde 4 draakjes
7. cijfers uit World Economic Outlook – April 2006 table 3 blz 179 en table 6 blz. 186
8. Over die periode zie ook onze perspectieventeksten van ’98 en 2001
9. Die van Indonesië met -13,1% en die van Thailand met –10,5%. Vietnam hield iets beter stand met een groei van 4,8%.
10. Voor de VS namen de investeringen in % van het BBP toe met 8,2% in 1999 en 6,1% in 2000
11. Cijfers uit World Economic Outlook – April 2006 table 3 blz 179 en table 6 blz 186
12. zie daarvoor volgende § 6
13. World Economic Outlook – April 2006 – blz XII
14. In haar voorwoord op World Economic Outlook – April 2006
15. The Economist, 17 juni 2006
16. Ex-nova civitas van Boudewijn Bouckaert, nu directeur van de “onafhankelijke” denktank Itinera Institute en docent “sociaal” recht aan U-Gent en de VUB, gebruikt dezelfde argumentatie als het Vlaams Belang op haar economisch congres
17. Dit cijfer dateert van 2001
18. wetenschappelijk medewerker van het centrum voor sociologisch onderzoek
19. de reële rentevoet: is rentevoet – of prijs van geld – verminderd met de inflatie, als de rentevoet lager is dan de inflatie dan spreken we van een negatieve reële rentevoet
20. De Tijd opinie van 27 en 29 juni 2006
21. De Tijd – 6 juli ’06: “bedrijven betalen in 2050 geen belastingen meer”
22. De Tijd – 4 juli ’06: “Duitsland en Nederland verlagen bedrijfsbelasting” en “onze notionele intrestaftrek is concurrentieel”.
23. De Tijd – 28 juni ‘06: ‘”overnamemarkt robuuster dan in 2000”
24. zie verslag Nationale Bank van België – NBB 2005 – tabel 2

25. America’s Total Debt Report -Grandfather Economic Report series
26. zie verslag Nationale Bank van België – NBB 2005 – tabel 3
27. cash.be 21/09/2006 “Uit de evolutie van de de Office of Housing Enterprise Oversight-index bleek dat de huizenprijzen in de VS aan het traagste tempo stijgen in zesenhalf jaar. Over het tweede kwartaal was nog sprake van een stijging met 4,7%, tegenover 8,8% tijdens het eerste kwartaal. De piek werd opgetekend tijdens het vierde kwartaal van 2004, met een stijging van 17,8%.”
28. de inflatie zonder rekening te houden met voedsel en brandstof
29. De Tijd – 14.06.’06 “ De trend is uw vriend niet meer”
30. De Tijd – 14.06.’06 “Einde verkoopgolf nog niet in zicht”
31. Le Soir 30.06.’06 “Et de dix-sept pour la Fed”
32. het VS-begrotingstekort bedroeg in 2004 -4,7% van het BBP en daalde in 2005 tot -3,7% van het BBP, maar dat laatste was uitsluitend te danken aan een éénmalige maatregel. Amerikaanse bedrijven werden aangezet tot repatriëring van winsten doordat een gunstige fiscale maatregel eind 2005 ten einde liep – zie jaarverslag 2005 van de Nationale Bank
33. Le monde 16 juni 2006 “Chine – Etats Unis L’ère de l’interdependance
34. Roubini Global Economics Monitor, naar eigen zeggen de belangrijkste informatiebron over macro-economie en geostrategische onderwerpen – het interview verscheen in de Tijd van 8 juni 2006
35. De Tijd 20.07.’06 “Regering heeft geen idee hoeveel oorlog tegen terrorisme kost”
36. Le Monde 16.06.’06 “L’opinion américaine s’inquiète, l’administration Bush transige”
37. Over de imperiale politiek van de VS zie The Socialist 445 “US-empire in crisis”
38. The Independent 24.05.’06 overgenomen uit The Socialist van 22-28.06.’06
39. NRC-handelsblad 17.06.’06 “Macht milities breidt zich uit”
40. Het Laatste Nieuws 11.06.’06 “Islamitische rechtbanken in Somalië verheugd over voorstel VS”
41. Over Latijns-Amerika zie Socialism Today nr. 102 “Latin America in revolt against neo-liberalism”
42. Zie De Tijd 28.07.’06 “Oliegiganten verpulveren weer records”
43. Cash.be op 21/09/2006
44. De Tijd 18.07.’06 “Dure olie doet VS pijn”
45. ING Monthly Forecast Update 08.06.’06: “Het einde is in zicht” blz 2

>> Inhoudstafel

Geef een reactie

0
    0
    Je winkelwagen
    Er zit niets in je winkelwagenKeer terug naar de winkel