Waarom is 25 november de dag tegen geweld op vrouwen? Het verhaal van de zussen Mirabal

In 1999 werd 25 november door de Verenigde Naties (VN) uitgeroepen als internationale dag tegen geweld op vrouwen. Deze dag had al veel eerder een regionale betekenis, omdat hij werd ingesteld tijdens de eerste continentale feministische bijeenkomst in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied in Bogotá in 1981.(1) 

25 november is de datum van de moord op de zussen Mirabal, die in 1960 werden vermoord door de dictatuur van Trujillo in de Dominicaanse Republiek. Hoewel het vandaag de dag weinig bekend is, stond deze dictatuur destijds bekend als een van de meest brutale in Amerika. In het begin van de jaren 80, toen veel landen in de regio onder het juk van militaire dictaturen gebukt gingen, was deze keuze niet toevallig. De zussen Mirabal kunnen niet gereduceerd worden tot louter slachtoffers van een gruwelijke misdaad; ze waren politieke activisten die streden voor democratische rechten.

Het is vandaag interessant om deze episode in zijn historische context te bekijken, gezien de leidende rol en grote inspanningen van jonge vrouwen in massabewegingen zoals die in Myanmar en Iran. Ook in Latijns-Amerika zijn vrouwelijke activisten nog steeds vaak het doelwit van vrouwenmoorden.

Imperialisme en dictatuur

Om de terugbetaling van de staatsschuld te garanderen, bezetten de Verenigde Staten de Dominicaanse Republiek van 1916 tot 1924. Het naburige Haïti werd om dezelfde reden van 1915 tot 1934 bezet door de mariniers. Cuba, Nicaragua en Honduras ondergingen ook dergelijke interventies. De Verenigde Staten behielden tot 1940 de directe controle over de financiën en douane van de Dominicaanse Republiek. Ze lieten het land in betrouwbare handen achter. Trujillo, die de macht had overgenomen aan het begin van de wereldwijde economische crisis, was de juiste man om politieke stabiliteit, een begroting in evenwicht en de Amerikaanse economische belangen te garanderen.

Net als de stichter van de Somoza-dynastie in Nicaragua kreeg Rafael Leónidas Trujillo Molina, van eenvoudige komaf, militaire training van de Amerikaanse mariniers tijdens hun bezetting van het land. Nadat hij hoofd van de Nationale Garde was geworden, greep Trujillo de macht via een staatsgreep tijdens de verkiezingen van 1930. Trujillo was slechts twee keer officieel president in de 31 jaar dat hij aan de macht was. Daarnaast regeerde hij als een militaire sterke man achter marionettenpresidenten, met name zijn eigen broer en de intellectueel Joaquín Balaguer.

De ‘Generalissimo’ vestigde een persoonlijkheidscultus. Na een aardbeving werd de hoofdstad Santo Domingo hernoemd tot Ciudad Trujillo. Een provincie en de hoogste berg van het land werden ook naar hem vernoemd. Zijn bewind, dat van een caudillo met fascistische neigingen, werd gekenmerkt door terreur. Zijn geheime dienst, de Servicio de Inteligencia Militar (SIM), was berucht voor het opsporen van zijn tegenstanders, zelfs als ze in ballingschap waren. Het dodental van zijn 31 jaar aan de macht loopt op tot 50.000.

De ergste gruweldaad die Trujillo orkestreerde was de massamoord op Haïtiaanse immigranten in 1937. Bijna de hele bevolking van Haïtiaanse afkomst werd gedood of gedwongen te vluchten. Het ging om 17.000 tot 35.000 mensen. Door de economische crisis was er minder vraag naar Haïtiaanse arbeidskrachten. Trujillo wilde ook zijn controle over het grensgebied consolideren. Hij rechtvaardigde het bloedvergieten later met het argument dat er een nationaal (of zelfs raciaal) antagonisme bestond tussen de twee volkeren, een theorie die onder andere gebaseerd was op het feit dat de Haïtianen hun buren hadden bezet tijdens de eerste helft van de 19e eeuw.(2)

Om zijn reputatie te verbeteren en vooral om de Dominicaanse bevolking ‘witter’ te maken, stond Trujillo langs de andere kant wel open voor migranten uit Europa en zelfs Japan. De Dominicaanse Republiek was een van de weinige landen die Joodse vluchtelingen opnam. Duizenden Spaanse vluchtelingen werden ook toegelaten. Sommigen van hen werden uiteindelijk echter vermoord door het Dominicaanse regime.(3)

De zussen Mirabal

De familie Mirabal was eigenaar van een boerderij en verschillende bedrijven. Ze behoorde tot de  welgestelde middenklasse en woonde in een kuststreek in het noorden van het land. Er waren vier dochters in het gezin: Patria (1924), Bélgica Adela ‘Dede’ (1925), Minerva (1926) en Maria Teresia (1936). Dede was niet politiek actief en bereikte als enige een hoge leeftijd. Ze zorgde voor de weeskinderen en bevorderde de nagedachtenis van haar zussen. Minerva en Maria Teresia kregen de voor die tijd erg uitzonderlijke kans om aan de universiteit te studeren. Minerva, de meest politiek geëngageerde van de zussen, was de eerste vrouw in het land die een graad in de rechten behaalde.

Op de universiteit ontmoette Minerva haar toekomstige man Manolo Tavárez Justo. Als zoon van een middelgrote rijstboer en rechtenstudent was hij een fervent vijand van het VS-imperialisme. Het koppel bewonderde Fidel Castro. Opgemerkt moet worden dat Fidel Castro tot 1961 een radicaal kleinburgerlijk democratisch beleid voerde, dat zeker sociale hervormingen voorzag, maar geen diepgaande veranderingen.

In 1949 werd Minerva persoonlijk geconfronteerd met Trujillo. Ze weigerde de seksuele avances van de tiran op een feest waar zij en haar familie gedwongen werden naartoe te gaan. De familie vertrok voortijdig. Deze belediging van Trujillo, een beruchte machist en seksueel roofdier, bleef niet zonder gevolgen voor Minerva en haar familie. Haar vader werd gevangen gezet en Minerva heeft nooit haar beroep als advocaat kunnen uitoefenen.

In juni 1959 werd een gewapende expeditie, voornamelijk Dominicaanse ballingen, in een week volledig verpletterd. De expeditie haalde inspiratie bij Castro die vier maanden eerder de dictator Batista had omvergeworpen. De weinige overlevenden van de Dominicaanse expeditie werden gemarteld en vervolgens geëxecuteerd. Ter ere van de martelaren werd de 14-Juni Beweging (MJ14) opgericht, een beweging die een einde wilde maken aan de dictatuur van Trujillo. Minerva’s man werd voorzitter van de beweging en Maria Teresia’s man penningmeester. Vanaf het begin namen de zussen, onder de codenaam “mariposas” (vlinders), actief deel aan de ondergrondse beweging. Patria bood haar huis aan voor bijeenkomsten, terwijl Minerva en Maria Teresa wapens verborgen en onderdak en voedsel verschaften aan degenen die op de vlucht waren voor de onderdrukking. Meer nog, ze waren actief betrokken bij het plannen van de strijd. De hele familie was betrokken bij het verspreiden van pamfletten waarin de misdaden van het regime werden aangeklaagd. De beweging trok veel jonge Dominicanen uit de middenklasse aan, waaronder studenten.

Meer dan honderd leden van MJ14 werden uiteindelijk gearresteerd, waaronder Minerva, Maria Teresia, hun respectievelijke echtgenoten en Patria’s echtgenoot en zoon. Hun eigendommen werden in beslag genomen en Patria’s huis werd in brand gestoken. Minerva en Maria Teresia werden gemarteld en veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens “het in gevaar brengen van de staatsveiligheid”, maar ze werden vrijgelaten. De drie zussen waren zich terdege bewust van het gevaar dat ze liepen, maar toch bleven ze zich verzetten tegen het regime.

Trujillo kon niet toegeven dat vrouwen gevaarlijk voor hem waren en daarom werden ze vrijgelaten. Hun koppige weigering om zich te onderwerpen was hem echter een doorn in het oog. Dit vertegenwoordigde een ondermijning van de genderrollen in  een samenleving die nog steeds zeer traditioneel en macho was. (4)

De dictator nam uiteindelijk zijn toevlucht tot een valstrik om van de Mariposas af te komen. Twee van de drie gevangen echtgenoten werden overgeplaatst naar een gevangenis verderop. De weg om hen te bezoeken was lang en weinig begaanbaar. Op 25 november 1960 onderschepten SIM-agenten de drie vrouwen en hun chauffeur. Allen werden doodgeslagen. De poging van de SIM om een auto-ongeluk te veinzen was compleet ongeloofwaardig. Deze gruwelijke misdaad wakkerde de verontwaardiging tegen Trujillo alleen maar aan.

Het einde van Trujillo, maar toch een nederlaag voor links

Op het moment van de moord op de zussen Mirabal ging het al slecht met het regime van Trujillo. In juni 1960 had Trujillo geprobeerd de Venezolaanse president Betancourt te laten vermoorden. Deze had het gewaagd om Dominicaanse tegenstanders te verwelkomen. Venezuela verkreeg vervolgens sancties tegen Trujillo via de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS). Terwijl Washington de druk weerstond om economische sancties (olie-import) op te leggen aan de Dominicaanse Republiek, werd Trujillo een diplomatiek obstakel voor de Amerikaanse pogingen om een consensus te bereiken over het isoleren van Cuba. De groeiende persoonlijke greep van de dictator op de Dominicaanse economie (bijv. 60% van de suikerproductie) werd ook een obstakel voor Amerikaanse investeringen. Gezien de groeiende ontevredenheid over het regime waren de Amerikaanse autoriteiten ook bezorgd dat de juiste, d.w.z. anticommunistische, oppositie aan de macht zou komen.  Een nieuw Cuba moest koste wat het kost worden voorkomen. (5)

Op 30 mei 1961 stierf Trujillo in een hinderlaag onder een kogelregen. Zijn moordenaars behoorden tot zijn eigen veiligheidsapparaat en hadden wapens van de CIA gekregen. Ramfis, de zoon van de dictator, vermoordde de samenzweerders bijna tot de laatste man. Er ontstond een machtsstrijd tussen Ramfis en zijn ooms. Uiteindelijk moesten ze allemaal het land verlaten en kwam de macht in handen van Joaquín Balaguer, de marionettenpresident tot dan toe. Een 12-daagse algemene staking in november-december 1961, die in januari 1962 werd hervat, dwong president Balaguer af te treden en in december 1962 werden democratische verkiezingen gehouden. (6)

Juan Bosch en zijn centrumlinkse partij, de Dominicaanse Revolutionaire Partij (PRD), wonnen de verkiezingen met gemak met bijna 60% van de stemmen. Een nieuwe liberale grondwet moest democratische en vakbondsrechten garanderen. Er werd gesproken over de scheiding van kerk en staat, het sterk beperken van de politieke rol van de strijdkrachten, burgerrechten en het beperken van eigendomsrechten ten opzichte van individuele rechten, en landhervormingen. Het gevaar voor de gevestigde orde lag niet in het radicalisme van Bosch’ regering, maar in de hoop die het dreigde te wekken bij de massa. De rechterzijde in het land en de VS beschuldigden Bosch van toegeeflijkheid tegenover het communisme.

Op 25 september 1963, na slechts 7 maanden aan de macht te zijn geweest, werd Bosch omvergeworpen door een staatsgreep. Hij werd vervangen door een junta. Manolo Tavárez Justo, de weduwnaar van Minerva, die in 1961 uit de gevangenis werd vrijgelaten, was een kritisch aanhanger van de regering van Bosch geweest. Zijn Revolutionaire 14-Juni Beweging  opende verschillende guerrilla fronten tegen de putsch. Deze gewapende strijd was desastreus. Tavárez Justo werd in december 1963 samen met enkele metgezellen geëxecuteerd nadat hij zich had overgegeven. In april 1965 kwam er een bredere opstand van burgers en soldaten, bekend als de “constitutionalistische” opstand, ter ondersteuning van Bosch. Deze keer bleven de gevechten niet beperkt tot verafgelegen gebieden, maar concentreerden ze zich in de straten van de hoofdstad. De opstand had enig succes en leidde tot de interventie van de mariniers. Het was de eerste directe militaire interventie van de VS op het halfrond in 30 jaar.

Joaquín Balaguer, de voormalige beschermeling van Trujillo, won de presidentsverkiezingen van 1966. Bosch, zijn tegenstander, beperkte zich tot een discrete campagne uit angst voor militaire repressie. De eerste drie ambtstermijnen (1966-1978) van Balaguer werden gekenmerkt door de voortzetting van de staatsterreur, waarbij nog eens duizenden doden vielen. De sociaaldemocratische PRD kwam in 1978 aan de macht, maar verraadde uiteindelijk de arbeidersklasse en voerde een besparingsbeleid.

De balans opmaken

In het leven van de zussen Mirabal zitten feministische elementen, zoals het overwinnen van professionele en sociale obstakels. Er zitten ook “MeToo”-elementen in. De strijd van de zussen Mirabal plaatst zich vooral in de democratische en bij uitbreiding anti-imperialistische strijd in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied.  Het verhaal van de ‘Mariposas’ is ook emblematisch voor de opkomst van vrouwen in de strijd in een erg patriarchale samenleving.

Als ze aan Trujillo’s handlangers waren ontsnapt, zouden de zussen Mirabal dan verder zijn gegaan in hun streven naar een regime naar het Cubaans model? Onder druk van de massa’s en het VS-imperialisme keek Castro uiteindelijk naar Moskou, naar een gesocialiseerde economie waarvan de planning eerder bureaucratisch dan democratisch was.

Een van de tragedies van de Dominicaanse geschiedenis was de relatief minder ontwikkelde staat van zijn tradities van arbeidersstrijd, van zijn socialistische tradities. Cuba had al een algemene staking meegemaakt in 1935, had een communistische partij sinds 1920 en een trotskistische oppositie sinds de jaren 1930. Daarentegen lijkt de Dominicaanse vakbeweging pas van de grond te zijn gekomen na de dood van de tiran. Spaanse ballingen richtten pas in 1944 een communistische partij op. Deze werd kort daarna zwaar onderdrukt. Zonder een beslissende tussenkomst van de arbeidersklasse hadden de democratische en anti-imperialistische strijd in guerrillastijl weinig kans van slagen en waren de hervormingsgezinden minder geneigd om echt revolutionaire maatregelen te nemen.

De ‘Mariposas’ blijven een voorbeeld van moedige strijd tegen dictatoriale en patriarchale onderdrukking. Vandaag hebben de vrouwen die de strijd aangaan het voordeel van de opeenvolgende feministische golven die aan hen voorafgingen, evenals een sterkere arbeidersklasse. Dat versterkt het socialistisch feminisme om een cruciale rol te spelen in de strijd voor maatschappijverandering.

Voetnoten

  1. https://www.cairn.info/journal-actuel-marx-2007-2-page-36.htm%C3%82%C2%A0
  2. https://clacs.berkeley.edu/dominican-republic-bearing-witness-modern-genocide
  3. https://albavolunteer.org/2010/07/dominican-republic-commemorates-arrival-of-spanish-refugees/
  4. https://www.csustan.edu/sites/default/files/groups/University%20Honors%20Program/Journals/mendoza.pdf
  5. https://www.archives.gov/files/research/jfk/releases/2018/176-10033-10152.pdf
  6. https://nvdatabase.swarthmore.edu/content/dominican-citizens-general-strike-free-democratic-elections-1961-1962     

Dit vind je misschien ook leuk...