Soedan een jaar na het afzetten van al-Bashir. Covid-19 legt problemen bloot

Terwijl veel landen de veiligheidsmaatregelen versoepelen, ontwikkelt de Covid-19 pandemie zich gestaag in Afrika. Dit is een bedreiging voor de gezondheidsstelsels in Afrikaanse landen. Het beleid in deze landen is niet in staat om iets te doen aan de enorme armoede die nog steeds toeneemt. De brutale handhavingsinstrumenten, waarbij zelfs geschoten wordt op wie de lockdown breekt, zijn op zich een pandemie geworden voor die klassen die niet de middelen hebben om te overleven tijdens een lockdown.

Het aantal besmettingen in Soedan groeide aanvankelijk slechts langzaam van het eerste geval op 12 maart tot begin april. Maar sindsdien is het aantal gevallen gestegen tot duizenden, waardoor Soedan het land is met het hoogste aantal besmettingen en sterfgevallen in Oost-Afrika. Veel deskundigen vrezen dat het hele gezondheidssysteem in elkaar zal storten door het toenemende aantal gevallen, de zwakte van de medische voorraden en het tekort aan medisch personeel. Nadat in april een nationale lockdown en een verbod op interstatelijk vervoer werden opgelegd, heeft de regering in mei de lockdown-maatregelen in de staat Khartoem, met de hoogste concentratie van infecties, verlengd.

Het sterftecijfer in Soedan is hoog in vergelijking met het wereldwijde sterftecijfer, en het aantal herstelde gevallen is een kleiner percentage in vergelijking met de meeste landen. Zorgpersoneel bevestigt dat het aantal infecties onder het medisch personeel toeneemt, als gevolg van het gebrek aan beschermingsmiddelen. Er is een ernstig tekort aan testmateriaal, waardoor zelfs de minister van Volksgezondheid moest erkennen dat het werkelijke aantal gevallen van Covid-19 veel hoger ligt dan de officiële gegevens.

Een gezondheidssysteem in crisis

Slechts een minderheid van de Soedanese bevolking heeft toegang tot gezondheidszorg, zelfs in de grote steden is dit het geval. Op het platteland en afgelegen gebieden, zeker in de oorlogsgebieden, is er vaak geen enkele gezondheidszorg. Dit systeem bleef compleet in gebreke toen tussen augustus 2016 en maart 2018 volgens de Wereldgezondheidsorganisatie 36.962 gevallen van cholera werden vastgesteld in 18 Soedanese staten. Deze cholera-epidemie leidde tot 823 doden, waarvan 15% jonger was dan vijf jaar. Alleen al in november werden meer dan 250.000 gevallen van malaria gemeld vanuit Darfoer, aldus het federale ministerie van Volksgezondheid. Dit omvat ongeveer 110.000 gevallen van malaria in de staat Zuid-Darfoer, 103.000 in Noord-Darfoer en 45.000 in Oost-Darfoer.

De huidige situatie legt de vreselijke toestand van de gezondheidssector bloot, zowel op vlak van personeel, ziekenhuizen, niveau van technische ontwikkeling, capaciteit als toegang. Het heeft ook geleid tot botsingen tussen staatsziekenhuizen en de private sector, waarbij deze laatste de deuren dreigde te sluiten in het licht van de Covid-19-pandemie, wat getuigt van een onverantwoordelijke en roekeloze houding die alleen bepaald wordt door de winsten van deze bedrijven. Ondertussen blijven de geneesmiddelenfabrikanten en -importeurs de crisis en het zwakke gezondheidszorgsysteem uitbuiten voor hun eigen agenda. Een voorbeeld hiervan zijn de nieuwe tarieven die de “Drug Importers Division” oplegt, waardoor de prijs van geïmporteerde geneesmiddelen verdubbeld is, en de dreiging van Ami Pharma Factory om de productie te stoppen.

Private ziekenhuizen zijn nu gestopt met het verlenen van gezondheidsdiensten uit angst voor gevallen van Covid-19 die hen zouden verplichten zich te houden aan gezondheidsprocedures zoals sterilisatie, samen met de rest van de procedures van het Ministerie van Volksgezondheid. Dit heeft een catastrofaal effect op de publieke sector, die de prijs betaalt voor het beleid van het vorige regime om vooral middelen en steun toe te kennen aan private zorgverleners, terwijl er te weinig wordt geïnvesteerd in de publieke sector en bovendien een deel werd geprivatiseerd. Het resultaat is rampzalig voor patiënten en mensen die voor ziekenhuizen sterven omdat ze er niet geholpen worden. De sluiting van veel private ziekenhuizen en de overbelaste situatie in openbare ziekenhuizen en gezondheidscentra heeft ook geleid tot een hoger sterftecijfer onder mensen die aan andere aandoeningen lijden en geen medische behandeling meer kregen.

Ook het zorgpersoneel is de dupe van dit alles, zoals blijkt uit de recente en steeds vaker voorkomende fysieke aanvallen die medische hulpverleners in een aantal ziekenhuizen in en buiten Khartoem hebben getroffen en die in de afgelopen weken tot meerdere stakingen hebben geleid. Bij de laatste raakte een arts ernstig gewond aan het hoofd. Deze aanvallen kunnen niet los worden gezien van het bredere beeld van een ineenstorting van de hele zorgsector en bijhorende wanhoop. Zorgpersoneel wordt geconfronteerd met een tekort aan medische voorzieningen, het ontbreken van beschermende uitrusting, veiligheidsrisico’s en het ontbreken van wettelijke bescherming tijdens het werk, alsook met een verslechtering van hun status, of het nu gaat om slechte lonen, onzekere contracten of overwerk na de diensten of onmogelijke werkdruk tijdens de dienst.

United Doctor’s Office, een vereniging van dokters, dreigde op 21 mei met een staking van alle dokters indien niet binnen de 72 uur op de eisen werd ingegaan. Het ging onder meer om maatregelen die het zorgpersoneel moeten beschermen tegen herhaaldelijke aanvallen. De regering was verplicht om de politie in te zetten om gezondheidsvoorzieningen te beschermen.

Arbeidsomstandigheden onder de pandemie

Naast deze slechte gezondheidssituatie wordt de arbeidersklasse onder deze pandemie geconfronteerd met meerdere bedreigingen, ondanks de door de staat opgelegde veiligheids- en lockdownmaatregelen. Sommige bedrijven hebben hun activiteiten stopgezet, maar andere dwingen hun personeel om onder slechte omstandigheden en lange werktijden te werken zonder enige aandacht voor veiligheidsmaatregelen. JTI Lacto Company bijvoorbeeld, dat nog steeds op volle capaciteit werkt als geregistreerd levensmiddelenbedrijf, voorziet de werknemers niet van beschermingsmateriaal en ontsmet zijn hallen niet, ondanks dat er gevallen van Covid-19 in de fabriek zijn geregistreerd. Ook de schoonmakers in de staat Khartoum hebben gedreigd te staken totdat aan hun eisen werd voldaan, waaronder het verstrekken van de nodige beschermingsmiddelen.

Dit zijn slechts twee voorbeelden van een groot aantal werkenden die te maken hebben met een slechte werkomgeving en een opgevoerde uitbuiting door het kapitaal. Het feit dat de werkenden niet vertegenwoordigd zijn in het “Comité voor noodgevallen in de gezondheidszorg”, hoewel ze zich enerzijds in de frontlinie van de pandemie bevinden en anderzijds worstelen met de verslechterde economische omstandigheden, spreekt boekdelen over de onverschilligheid die de huidige regering aan de dag legt ten aanzien van hun omstandigheden. In veel gevallen mogen werkenden zich niet eens organiseren in een vakbond om hun rechten te beschermen, zoals in DAL (voedingsindustrie), een bedrijf dat geen vakbonden binnen zijn complexen toestaat. In andere gevallen zijn werknemers onderworpen aan willekeurig ontslag en sancties wanneer zij aanspraak maken op beschermende maatregelen.

Lock-down en het effect ervan op de arbeidersklasse

Wat een echte bedreiging vormt voor de arbeidersklasse is niet alleen de ziekte zelf, maar ook de door de regering aangekondigde lockdown. De simulatie van het beleid in geavanceerde kapitalistische landen die over grotere capaciteiten en een sterkere infrastructuur beschikken, blijkt bijzonder verwoestend voor de arbeidersklasse en de arme gemeenschappen in Soedan. Miljoenen arbeiders werken van dag tot dag informeel, zoals de 23.000 vrouwelijke theeverkoopsters in Khartoem, en nog voor de lockdown kwamen ze nauwelijks rond, vooral door de hoge inflatie in het land – in april steeg de inflatie naar 99%.

Naast de lockdown en de hoge prijzen zijn de wachtrijen voor brood en kookgas in deze periode blijven groeien, en deze grondstoffen zijn in sommige regio’s nog steeds volledig afwezig. Aangezien de armen een gebrek aan andere opties hebben – ze kunnen in tegenstelling tot de rijken niet op de zwarte markten kopen of ineens genoeg kopen voor de duur van de lockdown – maakt dit de lockdown tot een uiterst onrechtvaardige en ongelijke situatie.

Contrarevolutie

Intussen zijn de krachten van de contrarevolutie druk bezig geweest om de nieuwe situatie in hun voordeel uit te buiten. De regering heeft niet adequaat gereageerd op de verspreiding van de epidemie in de gevangenissen en sommige leiders van het verdrongen regime zijn besmet. Dit heeft de aanhangers van het oude regime de kans gegeven om voor de gevangenis een wake te houden en hun vrijlating te eisen. Ironisch genoeg is deze smerige gevangenisomgeving, net als het gammele gezondheidssysteem, wat hun eigen afgezette regime na dertig jaar heeft achtergelaten. Krachten die verbonden zijn aan het afgezette regime en aan de islamitische beweging, via zowel de Nationale Congrespartij (NCP) als de Populaire Congrespartij (PCP), hebben deelgenomen aan betogingen om de lockdown te ondermijnen en de overgangsregering te destabiliseren.

Aanhangers van het oude regime proberen de ontevredenheid onder de stammen op te hitsen, een methode die zij gedurende het hele bewind van Al Bashir hebben gebruikt en die zij vandaag in het licht van de huidige crisis weer doen opleven. In Kassala, in het oostelijk deel van het land, zijn bij botsingen tussen stammen eerder in mei tien mensen omgekomen. Het zaaien van onenigheid tussen de stammen in het oosten is iets dat de vingerafdrukken van de oude staatsmachine draagt.

Dit gezegd zijnde, kunnen de botsingen tussen stammen die de afgelopen dagen zijn losgebarsten niet enkel toegeschreven worden aan acties die door de contrarevolutie in gang zijn gezet. Dit stammengeweld komt meer fundamenteel voort uit conflicten over grondstoffen en uit een geschiedenis van het ontbreken van economische, sociale en politieke rechtvaardigheid voor de lokale gemeenschappen. Hoewel de contrarevolutie deze conflicten aanwakkert en weer aan de oppervlakte brengt, moeten de diepere oorzaken van deze problemen worden aangepakt om vrede te bereiken en een einde te maken aan dit stamradicalisme.

Tijdens dit stammengeweld keken het leger en de veiligheidstroepen merkbaar de andere kant op toen de botsingen plaatsvonden, waaruit blijkt dat de militaire vleugel van de huidige regering volledig heeft gefaald en niet bereid is om de veiligheid te handhaven – een hoeksteen van het document dat de zogenaamde overgangsperiode regelt en van de argumenten die de “Forces of the Declaration for Freedom and Change” gebruiken om hun capitulatie voor de reactionaire generaals te rechtvaardigen. De episode heeft ook de tegenstrijdigheden aan het licht gebracht die het gevolg zijn van het akkoord over de machtsdeling tussen de civiele en militaire componenten van de regering. Deze tegenstrijdigheden zijn door de Covid-19-crisis nog verergerd.

Zoals de ISA-aanhangers in Soedan hebben uitgelegd, is dit akkoord het grootste obstakel op de weg naar een echte regering van de revolutie. De overgangsregering van Abdalla Hamdok is het resultaat van een onhoudbaar compromis tussen enerzijds politieke krachten die (zij het op ontoereikende en misvormde wijze) de door de massa’s geleide revolutionaire strijd tegen de dictatuur weerspiegelen, en anderzijds de Militaire Raad, die de kern vormde van de machtsstructuur van diezelfde dictatuur. Met deze precaire regeling die dreigt in te storten, en een nieuwe economische en gezondheidscrisis die zich snel ontwikkelt, blijft de noodzaak om zich voor te bereiden en te organiseren voor een nieuwe fase van de revolutionaire strijd des te noodzakelijker en dringender.

0
    0
    Je winkelwagen
    Er zit niets in je winkelwagenKeer terug naar de winkel