De relevantie van het marxisme vandaag

De laatste jaren – vooral sinds de financiële crisis – zien we weer wat een opgang van de naam van Marx. Er is Nouriel Roubini, een van de weinige burgerlijke economen die de economische en financiële crisis voorspelde, die in een interview stelde: “Marx had gelijk. Het is mogelijk dat het kapitalisme zichzelf op een bepaald moment vernietigt. Je kan niet blijven inkomen van arbeid naar kapitaal verschuiven, zonder overcapaciteit en een gebrek aan vraag te creëren.” De interesse van dit soort commentatoren blijft vooral intellectueel. Marx zelf wou de wereld beter begrijpen, om die te veranderen. Daarvoor bouwde hij ook mee aan organisaties van de arbeidersbeweging. Marx was beslist geen salonintellectueel.

De hernieuwde interesse in Het Kapitaal, Marx’ voornaamste werk, en in zijn ideeën in het algemeen – bij een laag van jongeren, arbeiders, intellectuelen,… – is geen toeval. Op momenten van diepe crisis wordt gezocht naar antwoorden hierop. Volgens de liberale theorie van de economie was wat er sinds de crisis van 2008 is gebeurd niet mogelijk. In de plaats van een automatische terugkeer naar stevige groei, stagneert het systeem, of dreigt er zelfs opnieuw recessie. Het kapitalisme werd tijdelijk overeind gehouden, door massaal geld naar de banken door te sluizen. Volgens de liberale evenwichtstheorie van het kapitalisme creëert elk aanbod spontaan zijn eigen vraag. Maar met de huidige overcapaciteit en structurele werkloosheid weten we wel beter. Crisis en stagnatie worden een meer permanent gegeven.

Op filosofisch vlak drukte de evenwichtstheorie van het kapitalisme zich uit in het vermeende “einde van de geschiedenis”. Na de val van het stalinisme, eind jaren ‘80, was de liberale democratie zogezegd de hoogste vorm van maatschappij en de beste manier om welvaart te garanderen. Het socialisme als alternatief werd weggedrukt in het brede bewustzijn. De sociaaldemocratie (SP/PS) werd volledig pro-kapitalistisch en verloor haar actieve arbeidersbasis. De rechtse vakbondsleiders marcheerden mee met de privatiseringen en deregulering.

Marxisten erkenden toen, in de jaren ‘90, al niet dat het kapitalisme een evenwichtige ontwikkeling zou kennen. Er was toen al geen sprake meer van een algemene vooruitgang van de levensstandaard. Sinds de jaren ‘70, en het daaropvolgende neoliberale beleid begin jaren ‘80, zat het kapitalisme in een fase van verval. De antiglobaliseringsbeweging, de recente revoluties en bewegingen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, de Occupybeweging tegen de heerschappij van de rijkste 1% in de VS, de Indignadobeweging met zijn pleinbezettingen van de jeugd in Zuid-Europa,… toonden aan dat het met dat “einde van de geschiedenis”, en de strijd om de maatschappij te veranderen, wel meeviel. Cruciaal de laatste periode is het opnieuw opkomen van de arbeidersklasse in landen als Griekenland, Spanje, Portugal,… in een reeks van algemene en gedeeltelijke stakingen. Zuidelijk Europa revolteert tegen de maatregelen van de neoliberale trojka, die de maatschappij steeds meer richting barbarij en de leefomstandigheden van de 19e eeuw sleurt.

Voor het laatste slachtoffer van de eurocrisis, Cyprus, verwacht men dat de economie er de komende jaren met 20% zal krimpen. Daarmee vervoegt het Griekenland en Spanje met een perspectief van economische depressie. Van massale verarming en werkloosheid, in economische termen enkel vergelijkbaar met de jaren ‘30. Maar zonder dat er op politiek vlak al massapartijen van de arbeidersklasse en de jongeren bestaan, die actief en georganiseerd aan het verzet een uitdrukking kunnen geven. De traditionele arbeiderspartijen – sociaaldemocratisch of stalinistisch – hebben de terugval in klassenbewustzijn in de jaren ‘90 en de afwezigheid van een antwoord daarop van hun leiders niet of nauwelijks overleefd. Dit toont het belang van theorie en perspectieven en de uitbouw van een revolutionaire stroming die de beste tradities van de arbeidersbeweging – van discussie, democratische beslissingen en collectieve strijd – bewaart en verdedigt.

Wetenschappelijke methode

In de burgerlijke media wordt dikwijls neerbuigend gesproken over het marxisme, alsof het uit versteende en oubollige categorieën zou bestaan. Maar de meest moderne methode is diegene die de huidige crisis op de meest omvattende manier kan verklaren. Doen de perspectieven die Marx voor de kapitalistische maatschappij uitwerkte het zo slecht, in vergelijking met de huidige crisis die de commentatoren en analisten van het systeem simpelweg op het hoofd viel?

Marx deed wel degelijk een aantal voorspellingen die toetsbaar zijn. Hij stelde dat er een trend was naar toenemende concentratie van kapitaal in steeds minder handen; dat er op een bepaald moment structurele werkloosheid zou ontstaan, omwille van een tendens naar overproductie en overaccumulatie, als gevolg van de uitbuiting van de arbeidersklasse en de ongelijkheden binnen het systeem. Hij stelde dat er een dalende tendens van de winstvoet was binnen het kapitalisme. En dit omdat er grenzen zijn aan het opdrijven van de productiviteit door de loontrekkenden harder of langer te laten werken – en dat de productiviteit dan vooral door investeringen in machines en technologie wordt opgedreven. Maar meerwaarde (onbetaalde arbeid) wordt enkel door de levende arbeidskrachten gecreëerd. De “dode arbeid” opgehoopt in machines wordt over een bepaalde periode afgeschreven en overgedragen op het nieuwe product. Deze vergroot niet in dat proces. Een snellere stijging van investeringen in machines, etc. in vergelijking met arbeidskracht leidt tot relatief minder meerwaarde – en dus winst – per geïnvesteerde eenheid kapitaal. Marx meende ook dat de natiestaat een toenemende rem op de ontwikkeling van de productie zou worden. Gebaseerd op het privébezit en de competitie zouden kapitalistische staten hun eigenbelang nastreven en crisissen uiteindelijk op elkaar afwentelen. De eurocrisis doet allicht een belletje rinkelen… We zouden getuige zijn van toenemende klassenpolarisatie, en de creatie van condities die rijp zijn voor massabewegingen en revoluties tegen het kapitalisme.

Neem de concentratie van kapitaal in steeds minder handen. Reeds eind jaren ‘90 schreef de Wall Street Journal dat de automobielsector, de farmaceutische industrie, de bouw van commerciële vliegtuigen,… – sector na sector – in handen was van een handvol multinationals. Veel meer dan pakweg 50 of 100 jaar geleden zijn het vandaag enkele honderden multinationals die de helft van alles wat op wereldvlak wordt geproduceerd – van het wereld-BBP – voortbrengen.

Structurele werkloosheid? In België zijn we gewoon geworden aan een werkloosheid boven de 10% sinds de jaren ‘80. In de bloeiperiode van de jaren ‘60, tot net voor de crisis van midden jaren ‘70, lag dat op 1% à 2%. In de eurozone bereikte de werkloosheid in februari een nieuw record met 12%; de werkloosheid onder jongeren lag op 23,5%.

De tendens tot overproductie – omdat de uitgebuite meerderheid meer waarde voortbrengt dan ze zelf met haar loon kan terugkopen – wordt vooral door de gevolgen ervan zichtbaar. De kapitalisten kunnen – om een voorbeeld te nemen – wel meer auto’s kopen, omdat ze een deel van onze onbetaalde arbeid op zak steken. Maar ze zullen eerder geneigd zijn om zich luxeauto’s aan te schaffen dan het soort wagens dat de meeste mensen koopt. Ze zullen niet in staat zijn om alle auto’s op te kopen die de arbeiders voortbrengen op het moment dat ze onbetaalde arbeid leveren, als grondslag voor de noodzakelijke winstmaximalisatie.

Overproductie of overaccumulatie wordt vooral duidelijk door de ontwikkeling van structurele werkloosheid en tragere groei – precies wat we sinds de crisis van de jaren ‘70 zien. De groei van het wereld-BBP lag tussen 1973 en 2003 met de helft lager dan in de naoorlogse bloeiperiode, van 1950 tot 1973. De Amerikaanse industrie benutte in de jaren ‘60 – op haar toppunt – nog bijna 90% van haar productiecapaciteit. De decennia nadien daalde dit niveau stelselmatig, om op een dieptepunt van 68% te belanden tijdens de laatste recessie.

Beeld je in wat je zou kunnen doen – met een genationaliseerde en democratisch geplande economie – als de productie niet kunstmatig door uitbuiting, besparingen en lagere winstgevendheid – in de reële economie – was beperkt en vervormd. Hoeveel scholen, infrastructuur, openbaar vervoer en andere nuttige productie wordt er hier mislopen door het inefficiënte kapitalisme?

Eind jaren ‘60 – nog voor de stijgende olieprijzen van 1973 – was er reeds sprake van een dalende winstvoet. Niet alleen omwille van betere lonen onder impuls van arbeidersstrijd, maar ook door de steeds snellere investeringen in machines en technologie, in vergelijking met de arbeidskracht die als enige meerwaarde voortbrengt. Ondanks de tegen midden jaren ‘80 terug dalende lonen en olieprijzen zijn de winsten – in de meeste basisindustrieën – per geïnvesteerde hoeveelheid kapitaal slechts gedeeltelijk hersteld.

Een teveel aan kapitaal, tegenover een reële economie getekend door neoliberale besparingen, vond dan maar een uitweg naar de beurzen. Samen met de opkomende schuldenberg legde dit de basis voor een serie zeepbellen (van vastgoed, aandelen in technologie, de Amerikaanse huizenmarkt, grondstoffen,…). Periodes van groei werden zwakker en korter, periodes van recessie werden “verholpen” door de kredietkranen nog maar eens open te zetten. Totdat de schulden, na 2008, het hele systeem dreigden te overspoelen en het kapitalisme zijn natuurlijke levenscyclus veel te lang kunstmatig had uitgerokken (meteen ook de reden waarom de meeste burgerlijke economen niets hadden zien aankomen). Crisis en recessie werden een meer permanente dreiging.

Als het oorspronkelijke probleem bestaat uit een gebrek aan vraag, onder meer, en je beslist om de winsten te herstellen door de lonen en uitkeringen aan te vallen – wat betekent dit? Of als de winstgevendheid daalt, onder meer door relatief minder te investeren in arbeidskracht over een hele periode – en je begint dan mensen te ontslaan en stelt structurele werkloosheid in? Zonder de kredietkranen open te zetten, had zo’n tegenstrijdig systeem het nooit lang uitgehouden. We hebben het aan Marx en andere socialisten te danken dat ze ons een kritische methode verschaften, om de wereld beter te begrijpen. Maar om hem door strijd en sociale revolutie te veranderen.

 

Peter Delsing

 

 

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie