Tunesië. Het revolutionaire proces voltrekken. Na Ben Ali het kapitalisme ten val brengen!

Het is inmiddels twee jaar geleden dat het revolutionaire proces in Tunesië op gang werd getrokken. In februari was er een belangrijke wending met de moord op de linkse leider Chrokri Belaïd. Enkele dagen na zijn dood waren er meer dan een miljoen betogers (op een bevolking van 12 miljoen). Er was ook de eerste nationale algemene staking sinds 1978. Een verslag door Nicolas Croes die eind maart en begin april in Tunesië was, onder meer voor het Wereld Sociaal Forum in Tunis.

Situatie blijft explosief

“Ben je bang om op straat te komen? Als je echter weet wat er zal gebeuren als je niets doet…”, stelde Chrokri Belaïd. De gebeurtenissen na de moord op Belaïd hebben het regime en de regerende reactionaire islamitische partij Ennahda door elkaar geschud. De woede en de haat hebben zich de afgelopen maanden opgestapeld. Dat is niet vreemd: alle sociale problemen die aan de basis van de revolutie in 2011 lagen zijn nog erger geworden.

De werkloosheid is massaal en de prijsstijgingen komen hard aan. Loonsverhogingen die na harde strijd worden afgedwongen, gaan volledig op in de inflatie. De sociale miserie is nog schrijnender in enkele achtergebleven regio’s. De huidige politieke leiders volgen eenzelfde neoliberale koers als de oude maffia-kliek rond dictator Ben Ali. Bij wijze van voorbeeld kunnen we wijzen op de recente lening die van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) werd bekomen en waarvoor de regering alle subsidies voor voedselproducten moet schrappen. Van het oude politieapparaat verdwenen een aantal verantwoordelijken, maar intussen blijft de politie dezelfde repressieve en gewelddadige rol spelen. De noodtoestand is overigens nog steeds van kracht.

Alle materiële voorwaarden die aan de basis van de revolutionaire explosie van december 2010 – januari 2011 lagen, zijn nog steeds aanwezig en worden steeds scherper.

Ook voor de gebeurtenissen van februari was het politieke establishment al in een diepe crisis terecht gekomen. Dat is niet verwonderlijk, de heersende klassen zijn immers niet in staat om een magische formule te vinden waarmee ze tegelijk een contrarevolutionaire asociale politiek kunnen voeren en toch een zekere steun vinden onder de bevolking.

Ennahda kwam als grote overwinnaar uit de vorige verkiezingen, maar staat vandaag op de rand van een implosie. De autoriteit van Ennahda blijft maar afnemen. Deze aftakeling van haar machtspositie bleek tijdens de poging van de meer radicalere vleugel van Ennahda om een dag na de algemene staking een eigen massamobilisatie op de been te brengen. Mensen werden betaald om aan de betoging deel te nemen, maar er waren slechts enkele duizenden aanwezigen. In april verscheen in de krant ‘Le Quotidien’ een peiling waaruit bleek dat de populariteit van Rached Ghannouchi, de leider van Ennahda, is terug gevallen op amper 1,9%!

Welke uitweg?

In de oppositie zijn er twee grote blokken naast een hele reeks kleine partijen. Er is Nida Tounès dat zich opstelt als de partij van de vrijzinnige burgerlijke oppositie en zich probeert op te bouwen rond het idee van “Iedereen behalve de islamisten”. In Nida Tounès hebben heel wat oud-leden van de RCD (Rassemblement Constitutionnel Démocrate), de partij van de voormalige dictator Ben Ali, een nieuw onderdak gevonden. Partijleider Essebsi was nog minister onder Bourguiba, de voorganger van Ben Ali, en Kamervoorzitter onder Ben Ali.

Ennahda en Nida Tounès vertegenwoordigen twee gezichten van de dictatuur van het kapitaal en de contrarevolutie. Beiden formaties proberen de aandacht vast te zetten op de tegenstelling tussen religieuzen en vrijzinnigen om het vooral niet te moeten hebben over de klassenoorlog die plaatsvindt in het land. Beiden beweren dat de revolutie voorbij is. Ze doen denken aan diegenen voor wie Ben Ali uiteindelijk op 14 januari 2011 mocht vallen op voorwaarde dat alle arbeiders de maandag daarna terug aan de slag zouden gaan.

De slogans tijdens de algemene staking van februari waren echter duidelijk. Er is een roep naar de val van de regering en de nood van een nieuwe revolutie wordt breed gedeeld. Er waren dagenlang confrontaties tussen betogers en ordediensten, zeker in regio’s met een traditie van militante arbeidersstrijd zoals het binnenland rond Gafsa, waar er in 2008 al een belangrijke mijnwerkersstrijd was of in Sidi Bouzid waar de revolutionaire beweging begon die een einde stelde aan het bewind van Ben Ali. Deze woede beschikt gelukkig over een – verre van perfect – embryo van politieke uitdrukking.

Naast Ennahda en Nida Tounès is er immers ook het Front Populaire, het Volksfront. Dat is een organisatie die in oktober 2012 werd opgezet door een brede alliantie van radicaal-linkse krachten in Tunesië. Het omvat organisaties en stromingen die zich op het maoïsme beroepen zoals de Parti des Travailleurs en de Parti des Patriotes Démocrates Unifié, organisaties die zich op het trotskisme beroepen zoals de Ligue de la Gauche Ouvrière, op het nasserisme of nog op ecologische standpunten. De dynamiek rond het Front toont het enorme potentieel voor de opbouw van een echte politieke uitdrukking van de strijd van de arbeiders en bredere lagen van de bevolking.

Vandaag ontbreekt het de leiding van het Front, net zoals dit bij de vakbondsfederatie UGTT het geval is, wel nog aan stoutmoedigheid en duidelijkheid over de te volgen strategie. Voor iedere ruimte die aan de contrarevolutie wordt gelaten, zal het kamp van de werkende bevolking een zware tol betalen. Het staat niet onmiddellijk op de agenda, maar het gevaar van een staatsgreep is wel degelijk aanwezig in de huidige situatie.

Voor de val van de regering, voor de val van het kapitalisme

De linkerzijde en de vakbondsfederatie UGTT mogen zich niet laten vangen aan maneuvers voor ‘nationale eenheid’ of ‘eenheid tegen de islamisten’. Er mag geen sprake zijn van allianties met krachten die regelrecht tegen de belangen van de werkende bevolking ingaan. De scheidingslijn die bewust moet aangehouden worden, is die tussen de vrienden en de vijanden van de revolutie!

De enige mogelijke eenheid is die van de arbeiders, jongeren en armen om hun revolutie voort te zetten tot ze doorheen massastrijd een eigen regering aan de macht brengen. Het potentieel daarvoor is erg groot. Het is niet overdreven om te stellen dat de macht de afgelopen twee jaar meermaals in handen van de massa’s lag, in februari was dit nog het geval.

Onder de bevolking is er een groot begrip dat de democratische rechten enkel kunnen verdedigd worden in een systeem waarbij ook de sleutelsectoren van de economie onder democratische controle en beheer van de arbeiders en de armen staan. Er is een brede steun voor het idee dat socialisme een alternatief vormt. Die steun is mee een gevolg van de machtige positie van de vakbondsfederatie UGTT en de sterke tradities van de radicale linkerzijde, ook in de strijd tegen de dictatuur. Tegelijk is er wel een grote onduidelijkheid over wat socialisme nu net betekent.

Er is nood aan een duidelijk actieplan met onder meer een nieuwe algemene staking die voortbouwt op het succes van deze in februari en versterkt wordt door massavergaderingen op de werkvloer, in de wijken, aan de universiteiten, in de scholen,… Op die vergaderingen moeten de volgende stappen in de strijd worden besproken en daarover moet op een zo democratisch en collectieve mogelijke wijze beslist worden.

Wij denken dat er best zou gebouwd worden aan strijdcomités die op lokaal, regionaal en nationaal vlak gecoördineerd worden door de verkiezing van permanent afzetbare vertegenwoordigers die rechtstreeks voortkomen uit de drijvende krachten van de revolutie (strijdbare lagen van de UGTT, de arbeidersbeweging, jongeren,…). Deze comités hebben niet alleen als taak om een efficiënte strijd tegen de krachten van de contrarevolutie te organiseren – onder meer door de bevolking te beschermen tegen politierepressie en geweld door islamistische milities – maar ook om de arbeiders en armen voor te bereiden op de uitoefening van de macht en de opbouw van een democratisch socialistische samenleving.

Net zoals de Tunesische revolutie van 2011 leidde tot een wereldwijde golf van mobilisaties en opstanden, zou een dergelijke stoutmoedige stap in de richting van echt socialisme een enorme internationale revolutionaire uitstraling hebben, zeker in de specifieke context van de huidige crisis van het kapitalisme.

 

Onze eisen

 

  • Weg met Ennahda! Voor de snelle organisatie van een nieuwe algemene 24-urenstaking, gevolgd door stakingsoproepen tot aan de val van het regime!
  • Voor de vorming van verdedigingscomités door de arbeiders, jongeren en arme massa’s om de bescherming tegen de aanvallen van de contrarevolutie te organiseren!
  • Stop de noodtoestand en de repressie tegen sociale bewegingen! Voor een resolute verdediging van alle democratische vrijheden!
  • Neen aan de aanvallen op vrouwenrechten! Voor gelijke behandeling op alle niveaus!
  • Een degelijk inkomen en huisvesting voor iedereen! Stop de stijging van de levensduurte! Voor een automatische indexatie van de inkomens aan de prijsstijgingen!
  • Neen aan de asociale plannen van het IMF, de privatiseringen en het besparingsbeleid! Neen aan de terugbetaling van de schulden van Ben Ali!
  • Nationalisatie onder democratische arbeiderscontrole van de banken en de grote bedrijven!
  • Voor een regering van arbeiders, jongeren en armen, gebaseerd op de linkse organisaties, de vakbonden en volkse organisaties (UGTT, Front Populaire,…)
  • Voor een internationale strijd van jongeren en arbeiders tegen het kapitalisme en het imperialisme – voor internationaal socialisme!

Nicolas Croes

Dit vind je misschien ook leuk...