De economische cyclus voorbij?

Wat nu evident lijkt, of toch minstens aannemelijk, werd tot voor enkele jaren nog weggelachen of in het beste geval met vervangende schaamte afgewimpeld. Een recessie zoals in de jaren ’70, laat staan een depressie zoals in ’29 – ’33, dat was toch te gek om in te beelden. “Het centrale probleem van depressiepreventie is opgelost” beweerde Robert Lucas, Nobelprijswinnaar (1995) en professor aan de universiteit van Chicago, in 2003. De economische cyclus van expansie en contractie was naar verluidt weliswaar niet afgeschaft, maar toch op zijn minst getemd. “Herleid tot op het punt dat het eerder een storing was, dan een cruciale kwestie”, aldus huidig FED-voorzitter Ben Bernanke in 2004. (10) Zelfs in onze eigen rangen groeiden twijfels, niet noodzakelijk over de economische cycli, wel over het depressiekarakter van de huidige periode. Had de informatietechnologie niet de basis gelegd voor een nieuwe expansie? Zouden China, de groeilanden of het eengemaakte Europa de rol van de VS als motor van de wereldeconomie niet kunnen overnemen?

In de jaren ’60 hadden economen zich ook al afgevraagd of de economische cycli een verschijnsel van het verleden waren. Men ging toen door de Golden Age van 1950 – 1973, zo genoemd naar een vorige expansieperiode van het kapitalisme (1870 tot 1914). In Frankrijk sprak men van de Trente Glorieuses, in Duitsland van het Wirtschaftswunder, in Griekenland van het Grieks economisch mirakel, in Spanje van de recordjaren etc… In het Verenigd Koninkrijk was de werkloosheid teruggelopen tot 1,6% tegenover 13,4% in de depressiejaren tussen ’21 en ’38. Volgens Martin Wolf zouden zich in de 27 jaar van 1945 tot 1971 slechts 38 crisissen hebben voorgedaan, die bovendien minder intens waren dan de 139 crisissen die zich voordeden in de 24 jaar tussen 1973 en 1997.(11) Aan de illusie dat economische cycli tot het verleden behoorden, kwam echter een einde met het decennium van stagflatie in 1970.

Deze keer, zoals alle vorige keren, was men echter slimmer. Men had aan risicospreiding gedaan door onbetrouwbare leningen in stukjes te verdelen en te verpakken in fondsen en effecten; door de uitgifte van CDO’s, Collateralized Debt Obligations of onderpand voor schuldvorderingen; door allerlei financiële afgeleiden als opties, futures, swaps en forwards; door het verzekeren van obligaties bij monolines of kredietverbeteraars etc. Kredietbeoordelaars of ratingbureaus stonden bovendien in voor een ‘onafhankelijke’ beoordeling van risicokrediet. De bomen leken tot in de hemel te groeien. Via allerlei hefboomconstructies leken de mogelijkheden oneindig. Bovendien hanteerden centrale bankiers de geldkranen als nooit tevoren. Voor wie toch nog achterdochtig was, wees men erop dat de onderliggende economische structuur in die mate veranderd was, dat aanhoudende vooruitgang waarschijnlijk leek. 

Bovendien versterkte de politieke context wereldwijd het zelfvertrouwen van de kapitalisten. Paul Krugman in The Return of Depression Economics: “Gedurende anderhalve eeuw deed het idee van socialisme dienst als intellectueel kristallisatiepunt voor diegenen die niet blij waren met het lot dat de markt hen toebedeeld had. Nationalistische leiders beriepen zich op socialistische idealen als ze buitenlandse investeringen blokkeerden of buitenlandse schulden verwierpen; vakbonden gebruikten socialistische retoriek om hogere lonen te eisen en zelfs zakenlui beriepen zich vaag op socialistische beginselen als ze handelstarieven of subsidies eisten… Maar wie kan nu nog zonder verpinken het woord socialisme gebruiken? Als deel van de babyboomgeneratie, kan ik mij de tijd herinneren hoe van de idee van revolutie, van moedige mannen die de geschiedenis vooruit stuwden, een zekere betovering uitging. Nu is het nog slechts een ziekelijke grap.”

“De waarheid is dat het hart van de oppositie tegen het kapitalisme verdwenen is. Voor het eerst sinds 1917 leven we in een wereld waarin eigendom en vrije markt beschouwd worden als fundamentele principes; waarin de vervelende aspecten van een marktsysteem – ongelijkheid, werkloosheid, onrechtvaardigheid – aanvaard worden als feiten. Zoals in het Victoriaanse tijdperk is het kapitalisme veilig, niet omwille van haar successen, maar omdat er geen aannemelijk alternatief is. Die situatie zal niet eeuwig blijven duren. Er komen andere ideologieën, andere dromen, en ze zullen eerder vroeger dan later ontstaan naarmate de huidige economische crisis zich doorzet en verdiept. Maar tot nu toe heerst het kapitalisme over de wereld zonder uitdager.”

Intussen zijn op dat laatste na, zowat alle elementen die hadden bijgedragen aan de schijnbaar eindeloze groei van het kapitalisme, in hun tegendeel omgeslagen. In de congrestekst van oktober 2008 wezen we erop hoe CDO’s voortaan financiële clusterbommen worden genoemd, hoe kredietverbeteraars in hun val miljoenen obligaties met zich meesleurden en hoe een zogenaamde credit-crunch ontstond doordat banken geen leningen meer durfden uitgeven. Alle krantenredacties doken in hun archieven en ze vonden er een bijna eindeloze reeks van financiële crisissen. Ze kwamen tot de vaststelling hoe gelijkaardig die allemaal wel zijn, hoe telkens een fase van enorme overdrijving aan de crash vooraf ging, een fase waarin een kloof ontstond tussen beurswaarde en de reële waarde van de bedrijfsactiva.

Zoals bij ieder koopwaar wordt de prijs van financiële effecten bepaald door de onderliggende, reële (ruil)waarde. Bij een koopwaar is dat de in geld uitgedrukte maatschappelijk noodzakelijke hoeveelheid arbeidstijd nodig om de koopwaar te produceren. De prijs is nooit de exacte weerspiegeling ervan. Door monopolievorming, kartelafspraken, gespeculeer of gewoon door een tijdelijke verstoring van het evenwicht tussen de vraag en het aanbod, wijkt hij ervan af. Maar de prijs keert wel telkens terug naar de reële waarde en hoe groter de afwijking, hoe brutaler de correctie. De onderliggende waarde van een effect wordt bepaald door de waarde van de activa die ze vertegenwoordigt en de te verwachten meerwaarde die ze zal opleveren. Wordt die laatste overschat, dan ontstaat een kloof tussen de beurswaarde en de reële waarde, die vroeg of laat gecorrigeerd moet worden.

De markt is echter een zeer chaotisch systeem. “Of ze nu hedge funds heten, of investment trusts, of private equity, verzekeraars of pensioenfondsen: als ze te lang mooie winsten boeken, zullen ze uiteindelijk al te graag deelnemen aan een zeer gemakkelijk spelletje: de handel in gebakken lucht.” Schrijft De Tijd in september 2008 in volle financiële crisis.(12) Kortom, overdrijvingen zitten ingebakken in het marktsysteem. Paul Huybrechts, voorzitter van de Vlaamse Federatie van Beleggingsclubs, wijst er in een column voor de Tijd op dat de financiële markten de jongste dertig jaar in verhouding tot de reële economie in omvang zijn verdubbeld. In 1980 bedroeg de omzet op de wisselmarkten elf keer de wereldhandel, vandaag is dat 73 keer! (13) Er klopt iets niet aan onzichtbare hand van Adam Smith, net als aan zijn stelling dat het algemeen belang er het best mee gediend is als iedereen zijn eigenbelang nastreeft. (14)

Alsof hij dit wou illustreren vraagt KUL hoogleraar Paul De Grauwe zich in De Standaard van 29 januari 2010 kwaad af “hoe kunnen we ervoor zorgen dat het kapitalisme gered wordt uit de greep van de kapitalisten?” Aanleiding daartoe waren de bonussen voor de top van AB Inbev toen die de afdanking van 300 werknemers had aangekondigd. De Grauwe is niet de enige aanhanger van de vrije markt die af en toe last heeft van zijn geweten. Onder leiding van Bill Gates en Warren Buffet hebben 40 miljardairs uit de VS schriftelijk beloofd de helft van hun fortuin weg te schenken aan liefdadigheid. “Willen de rijken een betere wereld? Probeer eens door eerlijker lonen en belastingen te betalen”, schrijft journalist Peter Wilby daarop in The Guardian op 5 augustus 2010 en een dag later schrijft Labour politicus Lian Byrne in dezelfde krant “De terugkeer van bedrijfswinsten is goed nieuws. Maar we moeten ervoor zorgen dat de Britse arbeiders hun deel krijgen in het herstel.”
De redenen daarvoor zijn niet ver te zoeken. “Als we niet snel corrigeren en er een te grote onrechtvaardigheid blijft bestaan tussen de geprivilegieerden en de rest, komen er nieuwe klappen. Op den duur zou de straat wel eens kunnen reageren omdat mensen vinden dat politici hen niet meer vertegenwoordigen. Het is naïef te denken dat het straatoproer van de 19de eeuw zich niet kan herhalen”, zegt de Vlaamse successchrijver Erwin Mortier in een interview in De Tijd van 31 december 2009.


NOTEN
(10) The Return of Depression Economics – Paul Krugman, Penguin Books 2008
(11) Fixing Global Finance – Martin Wolf, Yale University Press 2009. Wolf is redacteur bij de Britse Financial Times, hoofd van de economische sectie en heeft een wekelijkse column in Le Monde.
(12) Vijf paniekpieken uit een ver verleden, De Tijd, 16 september 2008
(13) De Tijd – 21 augustus 2010
(14) Adam Smith (1723 – 1790), klassiek econoom wiens economische opvattingen aan de basis liggen van het klassieke liberalisme

> Inhoudstafel

Geef een reactie

0
    0
    Je winkelwagen
    Er zit niets in je winkelwagenKeer terug naar de winkel