ACV. Van wat van ons is, blijf je af

De ABVV leiding verstopt haar reformisme achter een laagje radicaliteit, het ACV komt er openlijk voor uit, althans Claude Rolin in Le Soir.(141)  Ook hij zegt dat het niet de arbeiders en de uitkeringsgerechtigden zijn die de crisis hebben veroorzaakt, maar hij besluit wel met zeggen dat men weet dat de crisis moet betaald worden. “In evenwicht” weliswaar, “voor ons geen sprake ervan enkel op de uitgaven in te spelen, er moeten ook inkomsten worden gezocht.” Men moet ermee stoppen te spreken over fiscale lasten, het zijn bijdragen, benadrukt hij en “die moeten minder geheven worden op arbeid en meer op andere inkomsten, uit kapitaal.” Hij wil de notionele interest niet afschaffen, maar hervormen zodat die bijdraagt aan de creatie of het behoud van tewerkstelling. De uitgavennorm voor de gezondheidszorg, van 4,5%, is geen taboe, maar wat overblijft, moet in beheer blijven van de sociale zekerheid. Brugpensioenen zijn enkel bespreekbaar bij de evaluatie van het generatiepact in 2011. Over de staatshervorming waarschuwt hij dat de sociale zekerheid federaal moet blijven. “Ze wordt niet betaald door de politiek. Waar komt ze vandaan? Uit de bijdragen van de factor arbeid. De interprofessionele onderhandelingen moeten eveneens federaal blijven, net zoals het arbeidsrecht.”

In tegenstelling tot het ABVV gaat het ACV wel concreet in op de dossiers en op de onmiddellijke uitdagingen die voor ons liggen, maar het doet dat zonder ook maar het minste perspectief te geven over wat erna. Het is alsof het ACV alleen maar schadebeperking kent, alleen maar technische dossiers, maar niet bereid is zelf welk alternatief ook te formuleren. Misschien meer nog dan het ABVV, zit het ACV echter met een reusachtig politiek probleem. Haar traditionele politieke partner is danig naar rechts opgeschoven en danig Vlaams gezind dat het voor het ACV zo goed als onmogelijk wordt, er niet in botsing mee te komen. Er gaat geen congres voorbij of het ACV moet haar relatie met de christendemocratie herdefiniëren. Die is al enige tijd niet meer exclusief. In Wallonië is er van een bevoorrechte relatie met de CDH al helemaal geen sprake meer. Het is niet de eerste keer dat er zich binnen de christelijke arbeidersbeweging radicalere stromingen manifesteren. Binnen het ACW was er in de jaren ’80 de stroming W-KAP, Werkgroep Kristelijke Arbeiderspartij, en nu Beweeg. Sinds 1971 is er ook zoiets als Christenen voor het Socialisme, ontstaan in Chili toen de Unidad Popular en president Allende aan de macht waren, en van daaruit verspreid over heel de wereld. Nooit eerder was de kloof tussen de christendemocratische partij en de christelijke arbeidersorganisaties echter zo diep. Dat is omdat het tijdperk van een grote volkspartij gebaseerd op klassenverzoening, als gevolg van de diepe crisis van het kapitalisme, afgesloten is.

Tot een formele breuk is het nog niet gekomen, maar dat zit er de komende jaren aan te komen. Intussen lijkt men in het ACV, of toch minstens in enkele centrales, ruimte te laten voor meer geradicaliseerde figuren in het apparaat. Die vormen een tegengewicht voor CD&V getrouwen. Dat gebeurt uiteraard niet openlijk, eerder door ‘af te stappen van vooringenomenheid’ ten opzichte van andere mogelijke politieke partners, maar aangezien zowat alle partijen deelnemen aan het besparingsbeleid, zal dit pragmatisme onvermijdelijk plaats ruimen voor de vraag naar een nieuwe politieke vertegenwoordiging.


NOOT

(141) Le Soir – 31 augustus 2010 Rolin: “qu’on ne touché pas aux prépensions”

> Inhoudstafel

Geef een reactie

0
    0
    Je winkelwagen
    Er zit niets in je winkelwagenKeer terug naar de winkel