2010 wie zal de systeemcrash betalen? (deel 2)

Economische kaalslag

Voor de burgerij was het hoog tijd om de touwtjes opnieuw zelf in handen te nemen. Volgens De Tijd was het beursjaar 2008 het slechtste sinds 1832. De economische crisis raasde als een storm boven de Belgische economie. Die kromp vanaf het derde kwartaal van 2008 4 kwartalen op rij. In 2009 daalde de particuliere consumptie met maar liefst -1,6%, de investeringen met -4,1% (en -7,3% in Vlaanderen) en de export met -12,1%. Het BBP zou naar schatting met -3,1% zijn teruggelopen, het slechtste cijfer sinds WOII. In september 2009 was de industriële productie met -12,9% teruggelopen in vergelijking met dezelfde maand in 2008. De bouwnijverheid vertoonde in diezelfde periode een tragere terugloop met -4% dankzij de tijdelijke verlaging van het BTW-tarief van 21 naar 6%. In 2008 werden voor het eerst meer dan 8500 faillissementen opgetekend, in 2009 al 9.515 en voor 2010 worden er 10.500 verwacht. Vooral in Vlaanderen nam hun aantal vorig jaar toe met 17,5% tot 4.590 of 1 faillissement per 127 actieve ondernemingen. In Wallonië waren het er 2.734, een stijging met 13% of 1 op 100. Brussel kende een lichte daling van -0,14%, maar toch ging nog 1 op 64 bedrijven failliet. Ook het aantal startende bedrijven loopt fors terug.

De werkloosheid schoot omhoog. De Nationale Bank schat met 53.000 in 2009 en verwacht er nog eens 89.400 volgend jaar. De “geharmoniseerde werkloosheidsgraad” bedroeg eind 2008 7%, eind 2009 7,9% en zou eind 2010 9% bedragen volgens de Nationale Bank. Volgens het Institut pour un Développement Durable (IDD) zou de werkloosheid in 2010 afstevenen op 14,6%, waarmee we volgens de dagbladen “het recordpeil van de jaren ’70 evenaren”. Het gaat hier niet over de door Eurostat gehanteerde “geharmoniseerde werkloosheidsgraad” die een grove onderschatting is, maar de door het planbureau bijgehouden administratieve gegevens met inbegrip van de oudere werklozen die zijn vrijgesteld van inschrijving als werkzoekende. Volgens dat cijfer zijn er in België geen 560.000, maar meer dan 650.000 werklozen. Dat het aantal werklozen in de jaren ’70 even hoog zou geweest zijn als vandaag is ronduit verkeerd. Ofwel hebben de journalisten het rapport niet gelezen, ofwel hebben ze de waarheid verdraaid. In 1970 waren er minder dan 100.000 werklozen in België. Pas in 1980 werd de kaap van 300.000 werklozen voor het eerst overschreden. Het rapport schrijft dat de werkloosheid structureel en tendentieel stijgend is geworden vanaf het einde van de jaren ’70 en dat het aantal werklozen in 2010 de kaap van 750.000 zal overschrijden, een historisch record over de bestudeerde periode.

De cijfers van het IDD worden bevestigd door de Task Force Duurzame Ontwikkeling van het federaal planbureau. Die rapporten vind je hier http://users.skynet.be/idd/ en hier http://www.plan.be/admin/uploaded/200903201659250.ido_08_nl.pdf

Om daaraan het hoofd te bieden had de burgerij vooral behoefte aan stabiliteit. Met Van Rompuy en diens rustige vastheid beschikte ze daartoe over het geschikte politieke personeel. Op binnenlands vlak vertaalt de politiek van de Belgische burgerij zich in het zogenaamde Belgische model nl. de problemen ontwijken en zoeken naar middelen om ze toe te dekken. Spijts het matigingsretoriek van de voorbije decennia, de lange wachtlijsten in gehandicaptenzorg of pakweg sociale huisvesting, vonden ook de Belgische overheden vanaf eind september 2008 talloze middelen om de financiële sector te onderstutten. De totale overheidsinterventie in de banksector beliep in België 26,7% van het BBP tegenover gemiddeld 11,5% in de Eurozone. Liefst 21 miljard euro werden besteed aan kapitaalinjecties, leningen en overbruggingskredieten. Daardoor nam de staatsschuld in 2008 toe van 84% tot 89,7% in plaats van af te nemen naar 83,4%. Aan garanties voor schulden, hoofdzakelijk staatswaarborgen voor interbancaire leningen, kende de overheid 16,3% van het BBP toe, tegenover gemiddeld 8,7% voor de Eurozone. Aangezien men ervan uitgaat dat het risico dat dit echt tot staatsuitgaven leidt gering is, wordt dit niet meegerekend in de begroting, noch in de overheidsschuld, tot er iets mis gaat. Tenslotte nam de Belgische overheid voor 4,2% van haar BBP aan toxische kredieten over, tegenover gemiddeld 0,6% in de Eurozone.

De OESO heeft ook de omvang van de herstelmaatregelen, de zogenaamde “fiscal packages”, in kaart gebracht. De VS hebben veruit het omvangrijkste steunpakket ingevoerd, ongeveer 5,6% van het BBP van 2008. In relatieve cijfers wordt dat enkel door China (6,2%) en Brazilië (5,6%) overtroffen. Van de Eurozone hebben Luxemburg en Spanje relatief het omvangrijkste steunpakket ten bedrage van 3,9% van het BBP 2008. Ook in Duitsland en Finland wordt de gecumuleerde impact van de herstelmaatregelen op meer dan 3% van het BBP 2008 geraamd. Het steunpakket in België wordt op 1,4% geraamd. Het werd een reeks maatregelen gericht op schadebeperking. De Belgische herstelplannen lezen als een catalogus van lastenverlagingen, o.a. op ploegen en nachtarbeid, vrijstelling van bedrijfsvoorheffing, belastingsfaciliteiten, versnelling van overheidsinvesteringen etc. voor een totaal van 1,76 miljard €. En voorts een reeks “koopkrachtmaatregelen” ten belope van 1,9 miljard €, waarvan 1,15 miljard voor de al lang beloofde indexering van de belastingsschalen en verder een korting op de energiefactuur, verhoging van de minimumpensioenen, de jobkorting en ook de al veel langer beloofde welvaartsvastheid van de sociale uitkeringen. De enige echt nieuwe maatregel voor koopkracht was het verhogen van de uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid.

Terwijl de bedrijven de crisis misbruikten om naar believen te herstructureren, chanteerde de regering de vakbondsleiders door de onderhandelingen over het Interprofessioneel Akkoord (IPA) voor 2009-2010 over de lonen, te koppelen aan die over de welvaartsvastheid van alle sociale uitkeringen, de vereenvoudiging van de banenplannen, de verhoging van de vergoeding voor de vele technische werklozen en de fiscale korting op overuren en ploegenpremies. De vakbondsleiders lieten hun eis voor bruto loonsverhogingen varen en aanvaardden een loonnorm beperkt tot de index, mits een loonbonus van 125 € in 2009 en 250€ in 2010. Bovendien werd de enveloppe-financiering ingevoerd, waardoor een beter akkoord in één sector gecompenseerd moeten worden door een slechter akkoord in een ander. In ruil voor die “toegeving” kregen de patroons een verdere lineaire lastenverlaging op overuren en ploegenarbeid. In totaal levert dit ‘voorstel’ de patroons meer dan 1 miljard € aan overheidsgeld op. Alles samen leverden volgens het rapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, de verminderingen van werkgeversbijdragen en loonsubsidies in vergelijking met ’96 het patronaat in 2009 8,4 miljard euro op tegenover 7,8 miljard euro in 2008. Dit jaar zou dat oplopen 8,9 miljard euro. Bij de loonsubsidies horen ook de dienstencheques die de gemeenschap dit jaar bijna 1 miljard euro zullen kosten.

Wat het voorbije jaar plaats greep, was een nooit eerder geziene overdracht van rijkdom van de gemeenschap naar de bedrijven en de gokzieke financiële instellingen. Voorlopig lijkt de vrije val van de economie daarmee gestopt. De komende jaren zullen we daarvoor in de bedrijven en de openbare diensten de rekening betalen. Lonen, pensioenen, ziekte-uitkeringen, werkloosheidsuitkeringen… niets zal ontsnappen aan de besparingswoede. De speculanten zijn al terug aan de slag. 2009 was op de beurs alweer een stierenjaar. Grondstoffenprijzen schieten door speculatie opnieuw de hoogte in. De veel besproken beperkingen op bonussen en gouden parachutes bleven marginaal. Tegelijk wordt de koopkracht verder ondermijnd door massale werkloosheid en is het industriële weefsel blijvend aangetast. Anders gesteld, de enorme injectie in de financiële- en bedrijfswereld werd vooral geput uit de reële economie en gepompt in de virtuele, waar de zeepbellen opnieuw opgeblazen worden. Hoeveel dergelijke reddingsoperaties kan de reële economie echter dragen? “Alle pijlen zijn inderdaad verschoten, al het kruit is opgebruikt”, zegt Peter Vanden Houtte van ING in De Tijd.

Vakbonden gevangen tussen hoop en wanhoop

De vakbondsleiders zijn in de logica van regering en patronaat getrapt. Die logica bestaat erin de schade zoveel mogelijk te beperken door de patroons ter wille te zijn en de armoede te verdelen. Uit de mond van Caroline Ven, kabinetschef van de premier: “het is veel belangrijker dat een grote groep mensen aan de slag kan dan dat de happy few, die een job heeft, wat meer krijgt.” Wie niet mee stapt in dit verhaal wordt gemakkelijk gebrek aan zin voor verantwoordelijkheid verweten. Dat overkwam het ABVV toen het op 6 oktober 2008 een nationale actiedag organiseerde. Bij monde van haar voorzitter Cortebeeck, deed het ACV de acties af als voorbarig, ze werd hierin bijgetreden door Herwig Jorissen van de Vlaamse metaalcentrale van het ABVV. Heel wat arbeiders staan open voor die redenering. De schrik voor sluiting en werkloosheid zit er immers diep in. Bovendien is het nog maar de vraag of velen geloven dat met deze vakbonden de strijd ook echt gewonnen kan worden. De crisis heeft zonder enige twijfel bij en deel van de arbeiders een fatalistische stemming veroorzaakt. Velen hopen dat de crisis overwaait en vinden dat we ons intussen maar beter koest houden in afwachting van een gunstiger gesternte, zelfs al is die hoop niet vrij van scepticisme.

Deze houding en de golf van faillissementen en herstructureringen die al inzette sinds de zomer van 2008 verklaart waarom het loonakkoord van eind december 2008 op niet meer weerstand stootte. De CRB verwacht voor 2009 een stijging van de loonkost met 3,5%, minder dan wat wordt verwacht in Duitsland (3,7%) of Nederland (5,6%). Voor de cao-uurlonen (de echte lonen dus) wordt een stijging met 3% verwacht, tegenover 4% in Duitsland en 4,5% in Nederland. Voor 2010 voorziet de CRB een stijging van de lonen met 0,3% tegenover 1,8% in Duitsland en 1,5% in Nederland. Diezelfde houding verklaart wellicht ook waarom in eerste instantie lauw gereageerd werd op de talloze patronale provocaties, sluitingen en herstructureringen. Veel arbeiders beseften immers heel goed dat de vraag naar hun producten fors gedaald was. Langs patronale zijde was van voorzichtigheid aanvankelijk weinig te merken. Eind 2008 regende het gerechtelijke procedures om stakersposten onmogelijk te maken. Procedures op eenzijdig verzoekschrift, dwangsommen en gerechtsdeurwaarders werden ingezet bij Carrefour, Cytec, UCB, Elia, e.a. Bij IAC (Italian Automotive Center, de distributeur van Fiat in ons land) werd het bedrijf geherstructureerd zodanig dat de 12 beschermde syndicale militanten aan de deur gezet werden. Acties hiertegen werden aangegrepen als “dringende reden” om af te danken.

De meeste syndicale delegaties volgden de koers van de vakbondsleidingen, die erin bestond om zeker geen grotere agressie vanwege het patronaat uit te lokken om erger te voorkomen. Staaldraadproducent Bekaert zou zonder slag of stoot met de aangekondigde sluiting van haar vestiging in Hemiksem zijn weggekomen, was het niet dat de interventie van één van onze militanten de vakbondsdelegatie het mes op de keel zette om toch iets te ondernemen. Het ontbrak zeker niet aan strijdbaarheid bij de arbeiders, maar wel aan zelfvertrouwen om via acties het tij te keren. De betoging voor werk van 24 januari werd ondanks veel getoeter omgevormd tot een begrafenisstoet. Bij Bekaert Aalter moest een solidariteitspiket de verhuis van 32 nieuwe machines voorkomen. Ook in andere bedrijven was het dikwijls de interventie van enkele strijdbare militanten die leidde tot soms hardnekkig verzet, soms met steun van buiten uit. Dat was het geval bij Bridgestone in Frameries. Daar werd 58 dagen gestaakt tegen het geplande ontslag van 8 werknemers waaronder de hoofddelegee. In juli 2009 ontstond een conflict bij de Luikse intercommunale Tecteo, onder meer over een verlenging van de arbeidsduur zonder loonsverhoging, verhoging van de leeftijd voor brugpensioen, dreiging van 229 ontslagen en de creatie van een nieuw filiaal. Na maanden actie werd een licht verbeterde versie van het plan ondertekend door het ABVV. Tot radicalere actievormen zoals we zien in het buitenland met bedrijfsbezettingen en zogenaamde bossnapping kwam het hier in België nauwelijks.

Meestal hield men het op begrafenisstoeten en het rekken van onderhandelingen. Bij Opel hoopte de syndicale delegatie de dreigende sluiting af te weren door politiek gelobby waarbij vooral vermeden werd actie te voeren.Er staan nochtans 10.000 jobs rechtstreeks en onrechtstreeks op het spel. Eind 2009 kondigde de directie van DHL aan dat 788 jobs uit ons land moeten verhuizen naar Bonn, Leipzig en/of Praag. De vakbonden kwamen voorlopig niet verder dan het uitwerken van een eigen businessplan waarmee ze willen aantonen dat het voor DHL bedrijfseconomisch veel interessanter is het hoofdkwartier van DHL Express in Diegem te behouden. Vlaams Minister-President Peeters zou beloofd hebben het plan te steunen als het ‘behartenswaardig’ is, melden ze vol illusies. Gelukkig werd 2009 afgesloten met een klinkende overwinning. Midden oktober kondigde Bayer een forse besparing aan van 10% via een combinatie van loonstop en langer werken. De vakbonden weigerden. De discussie kwam in een stroomversnelling toen een gezamenlijk offensief werd ingezet door politici, patronaat en media. “Inleveren of sluiten” was de boodschap. Na het debacle bij Opel was dit voor Peeters de gedroomde gelegenheid om zijn punt te illustreren: wie bereid is om in te leveren, wordt beloond met investeringen. De Bayer delegatie hield echter voet bij stuk. Tijdens talloze personeelsvergaderingen schaarde ze de hele site achter zich. Ze bouwde een front op van alle syndicalisten in de Antwerpse chemie. Ze zocht en kreeg steun van de Duitse collega’s en verzekerde zich van de steun van de vakbondskoepels. De directie moest inbinden. Er wordt pas later opnieuw onderhandeld en dit zonder te raken aan de arbeids- en loonsvoorwaarden. Op onze lauweren rusten hoort er echter niet bij. Het jaar was nog maar begonnen of Inbev kondigde ruim 300 afdankingen aan.

De succesformule van tijdelijke werkloosheid

Volgens de RVA kregen in november 2009 liefst 1,35 miljoen Belgen één of andere uitkering, een kleine honderdduizend meer dan het jaar voordien. De stijging doet zich vooral voor bij mannelijke werknemers. Het aantal door de RVA vergoedde werkloze mannen stijgt 2,5 keer sneller dan het aantal vrouwen. Dat komt omdat vooral de industrie en goederentransport, onder meer de havens en luchthavens, hard getroffen werden door de crisis. De diensten en vooral gesubsidieerde diensten, waar meer vrouwen werken, hielden beter stand. Bovendien bleef de tewerkstelling met dienstencheques, waar eveneens meer vrouwen werken, fors toenemen. Het betekent meteen dat vooral beter betaalde jobs zijn verdwenen, terwijl de goedkopere, gefeminiseerde jobs, overeind bleven. De werkloosheid is vooral in Vlaanderen met +23,8% forser toegenomen dan in Wallonië (+4,9%) en Brussel (+9,5%). In de totale Vlaamse werkgelegenheid neemt de industrie af van 23,2% in 2007 naar 20,8% in 2014. Brussel kent een relatief grotere daling van de marktdiensten, krediet en verzekeringen. Samen goed voor meer dan 60% van de Brusselse terugval. In Wallonië slaat de crisis vooral in verwerkende nijverheid hard toe: -8,3%. Oorzaak is het relatief grotere gewicht van de intermediaire goederen in de Waalse industrie. Het aandeel van Vlaanderen in de totale Belgische populatie van werklozen stijgt van 39,3% in juni 2008 naar 42,4% in juni 2009. Een op vijf van alle jongeren onder de 25 is werkloos, dat zijn er meer dan 120.000, zonder de 45.000 schoolverlaters in wachttijd. Volgens de ACV-jongeren is dat een stijging met maar liefs 35%!

Duizenden bedrijven hebben in het afgelopen jaar gebruik gemaakt van het systeem van tijdelijke werkloosheid voor arbeiders. Om hun productieverlies als gevolg van de crisis op te vangen, hebben ze een deel van hun personeel een tijdlang geparkeerd in de tijdelijke werkloosheid, op rekening van de RVA, van onze sociale zekerheid dus. Zo konden ze besparen op de loonkosten, zonder dat ze de betrokken arbeiders moesten ontslaan. De RVA raamt het totale jaarbudget voor tijdelijke werkloosheid op 1,06 miljard euro, of bijna 600 miljoen euro meer dan vorig jaar. In 2009 waren er gemiddeld 60.700 tijdelijke werklozen per dag. In november hadden bovendien 8.910 bedienden recht op een RVA-uitkering nadat hun arbeidscontract was opgeschort. In de maand augustus, bij de start van deze anticrisismaatregel, waren er dat maar 1.205. Vraag is in welke mate deze groep van tijdelijke werklozen effectief aan de slag zal kunnen blijven.

Een evenwichtige begroting?

Het resultaat van al deze vrijgevigheid laat zich raden. Al in 2008 vertoonden alle Belgische overheden samen een tekort op de begroting van -1,2%, voor 2009 loopt dat op tot -6,1% (-5,1% voor de federale overheid) en ook in 2010 wordt een tekort van -5,4% verwacht. De totale schuld stijgt van 89,8% van het BBP in 2008, naar 98,1% in 2009 en 102% in 2010. Gevolg: er moet drastisch bespaard worden. Maar wel op zo’n manier dat daardoor de economie niet opnieuw onderuit gehaald wordt. Van Rompuy heeft dat begrepen. De federale regering hoopt tegen 2013 de Maastrichtnorm van -3% te behalen en een evenwicht te bereiken in 2015. Europa wil echter dat het tekort al in 2012 tot -3% terug geschroefd wordt. Het was dus uitkijken naar de begrotingsopmaak voor 2010-2011. Als we het ABVV en het ACV mogen geloven, viel dat nog mee. Het ABVV meent zelfs dat het gehoor gekregen heeft voor zijn standpunten, de mobilisatie van 12.000 werknemers in Charleroi op 9 oktober 2009 en de makke militantenconcentratie met 2500 in Brussel. De gevreesde sociale afbouw is uitgebleven, besluit het ABVV. Het gat in de sociale zekerheid, geraamd op 4,6 miljard zou gecompenseerd worden door een dotatie van de staat.

Maar evenwichtig kan je de begroting niet noemen. De nieuwe belastingen, onder meer accijnzen op diesel, zullen worden opgehoest door de grote massa, de bijdragen van de banken en de energiesector zullen worden doorgerekend aan de gezinnen, de besparingen in het ambtenarenapparaat zullen jobverlies met zich meebrengen. Op 15 mei 2009 hadden 50.000 syndicalisten met het Europees Vakverbond betoogd in Brussel om te eisen dat de arbeiders niet zouden opdraaien voor de crisis. We hadden toen wat anders voor ogen dan deze begroting. “Evenwicht zou zijn dat een staat die 25 miljard kan geven om de crisis in de banken te verzachten, dat ook zou doen om de sociale noden te verzachten na al 25 à 30 jaar van onderfinanciering”, schreven we in Socialistisch Links. “Dat zou betekenen dat er middelen worden geïnvesteerd om de problemen van de grote meerderheid van mensen op te lossen, namelijk stijgende werkloosheid en werkonzekerheid; toenemende armoede die soms schrijnende vormen aanneemt; te hoge huisvestingskosten waardoor in de gezinnen op al de rest moet worden bespaard; lange wachtlijsten, personeelstekort en gebrekkige infrastructuur in zowat elke sociale en zorgsector; enz. Dat gebeurt echter niet.” Eigenlijk wordt zelfs de groeimarge in de gezondheidszorg van 4,5% niet behouden. Dit onderdeel van de sociale zekerheid zou immers de tekorten die ontstaan in andere delen van de sociale zekerheid moeten bijpassen.

Bovendien zijn de structurele ingrepen in wat ons nog rest van de welvaartstaat hooguit verplaatst naar de periode 2012 tot 2015/2017. Tegen dan hopen de “voorzichtige” verdedigers van de belangen van het patronaat dat de economie terug aantrekt, maar ook dat de arbeidersbeweging “minder zenuwachtig” zal zijn en vooral dat hun regering zal versterkt zijn. Zij pleiten ook voor samenvallende verkiezingen om dan voldoende tijd te hebben om deze structurele aanval af te werken. De begroting toont dat de regering zich bewust is van de potentiële macht van de arbeidersklasse. Haar ultraliberale criticasters denken dat het met die macht wel meevalt, maar ze hebben het fout. Het laatste wat het veelgeplaagde kapitalisme in België nodig heeft vandaag is een algemene beweging – in dat opzicht doet Van Rompuy zijn job goed in het vermijden van iedere provocatie, zelfs al is niet iedere baas daarvan vandaag overtuigd. De voorzichtig positieve geluiden vanwege de nationale vakbondsleiding van ABVV en ACV lijken aan te geven dat hij daarin voorlopig is geslaagd. Van Rompuy is maar één jaar in zijn carrière premier geweest, maar het was wel het jaar waarin de economie haar grootste inzinking uit de naoorlogs geschiedenis kende. Zijn belangrijkste, eigenlijk zijn enige, realisatie was het feit dat hij rust bracht. Rustige vastheid is blijkbaar een kwaliteit die ook buiten de landsgrenzen gewaardeerd wordt. Diens capaciteit tot compromis werd alvast aangehaald als belangrijkste argument in zijn benoeming tot Europees president.

Zwakke politieke instrumenten

De Belgische burgerij zit net als haar Europese collega’s met een enorm probleem. Dertig jaar besparingen heeft de autoriteit van haar instellingen uitgehold. Geen enkele politieke combinatie kan nog echt sterk genoemd worden. Het wordt steeds moeilijker, zoniet onmogelijk om op federaal niveau een meerderheid samen te stellen met slechts twee politieke families. De federale regering is een vijfpartijen coalitie, maar sinds het barsten van het kartel heeft die langs Vlaamse zijde geen meerderheid meer. Om een Vlaamse regering te vormen, heb je al minstens drie partijen nodig om aan een meerderheid te geraken. Na de regionale verkiezingen van 2009 was een verderzetting van een klassieke tripartite bijzonder ongelukkig geworden. SPa en Open VLD hadden allebei de verkiezingen verloren. CD&V kon de schijn ophouden. Maar met die uitslag de tripartite verderzetten, waarop federaal premier Van Rompuy nochtans had aangedrongen, leek minister-president Peeters niet aangewezen. Hij trachtte naar eigen zeggen nog een quartet te vormen, maar daarvan wilden de andere partijen dan weer niet weten. Hij besliste dan maar om Open VLD in te ruilen voor de grote overwinnaar van de verkiezingen, de N-VA. Daarmee heeft hij een communautaire tijdbom onder zijn regering gelegd. Al moet wel worden opgemerkt dat ook De Wever al flink gas teruggenomen heeft.

Het is een klassiek gegeven dat in periodes van crisis in een eerste reactie eerder traditioneel gestemd wordt. Waar de kiezers zich anders laten verleiden door experimenten, kiezen ze dan voor veiligheid en stabiliteit. MR-voorzitter Reynders had dit niet door en bleef maar hameren op de noodzaak aan structurele hervormingen zonder de PS. Di Rupo maakte dit meteen de inzet van de verkiezingen: een sociale regering die de schade op een humane manier zou beperken met de PS of een harde asociale regering met MR, maar dan zonder PS. Bingo. De PS werd in Wallonië niet alleen opnieuw de grootste, maar zette de MR meteen op een achterstand van 10%. Bovendien komt Ecolo aardig in de buurt van de MR. CDH is na deze verkiezingen nog meer afhankelijk van de PS. Een tweepartijenregering is mathematisch mogelijk in Wallonië, maar comfortabel is anders. Tactisch gezien zou het onverstandig geweest zijn Ecolo, de grote overwinnaar van de verkiezingen, niet op te nemen. In Wallonië en de Franstalige gemeenschap leidt de PS driepartijencoalities met CDH en Ecolo. Het duurde enige tijd vooraleer Ecolo inzag dat niet zij, maar de PS die regering leidt.

De samenstelling van een regering in Brussel is een heus huzarenstukje. Het is een zespartijencoalitie van PS, Ecolo en CDH met CD&V, Open VLD en Groen. Hoewel de MR in 2009 opnieuw het grootste aantal zetels behaalde, nadat ze in 2004 voor het eerst sinds de vorming van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad (sinds 2005 het Brussels Hoofdstedelijk Parlement) één zetel minder had behaald dan de PS, werd de partij opnieuw naar de opositie verwezen. Wellicht had de coalitievorming in Wallonië ook daarmee te maken. Binnen de MR deed de verkiezingsnederlaag en de oppositiekuur het ongenoegen over de harde politieke lijn van Reynders verder oplaaien. Dat het FDF, dat Reynders nochtans gesteund had in zijn poging om de rechtse would-be populist Aernoudt binnen te halen, bovendien aankondigde ook in Wallonië afdelingen op te zetten om meer aandacht te geven aan het sociale, schoot niet weinig “sociaal-liberalen” in het verkeerde keelgat. Voorlopig zijn die tegenstellingen toegedekt, maar als in maart de officiële onderhandelingen over BHV hervatten, zal de eenheid van de MR zwaar op proef gesteld worden.

Van vechtfederalisme naar samenwerkingsfederalisme

De burgerij wil kost wat kost een oplossing voor BHV en dat zal geen onmiddellijke splitsing zonder compensaties worden. Vandaar dat de vervanging van Europees president Van Rompuy door premier Leterme vooraf gegaan werd door een consultatieronde onder koninklijk bemiddelaar Martens, die eind 2008 ook al eens koninklijk verkenner was geweest. Die wou eerst garanties dat de meerderheidspartijen wel voldoende bereid zijn om over BHV tot een onderhandelde positie te komen. Een vijfde belangenconflict, deze keer door het Brussels hoofdstedelijk parlement wil men ten alle prijze vermijden. Dat zou immers kunnen betekenen dat de Franstalige partijen in Brussel hun meerderheid moeten gebruiken tegen de Nederlandstalige, net datgene waartegen ze terecht protesteren op federaal niveau. Bovendien kan zo een belangenconflict de Brusselse regering fors uiteen drijven, iets waartoe Brussels minister president Picqué, maar hij niet alleen, niet bereid is. De zaak gewoon op zijn beloop laten zoals Maingain bepleit of langs Vlaamse kant De Wever met de bedoeling de splitsing met de Vlaamse meerderheid tegen de Franstalige minderheid te stemmen, dat zou pas een rampscenario zijn. Martens moet bevredigende antwoorden gekregen hebben, want nog voor oudejaar kon Leterme aantreden.

Ook tijdens zijn voorgaand premierschap had men al gepoogd Leterme uit de communautaire wind te zetten. Toen was dat via de zogenaamde Raad der Wijzen, die het beruchte akkoord met communautaire borrelnootjes afleverde en later door rechtstreekse onderhandelingen van gemeenschap tot gemeenschap die echter gekelderd werden toen Marino Keulen van Open VLD op 24 november 2008 voor de tweede keer weigerde om de kandidaat-burgemeesters van Kraainem, Linkebeek en Wezembeek-Oppem te benoemen. Deze keer wordt Leterme op zijn communautaire flank afgeschermd door niemand minder dan “koninklijk opdrachthouder” Jean-Luc Dehaene. Die moet tegen einde maart een akkoord over BHV klaarstomen dat ter goedkeuring zal voorgelegd worden aan de partijvoorzitters en de eerste minister. Tegen Pasen zou het akkoord rond moeten zijn. Als dat niet gebeurt, kan men eventueel een noodwet stemmen om de verkiezingen alsnog te laten doorgaan, maar men zal er alles toe doen om dat te vermijden.

De verwijzing van zowel MR als Open VLD op regionaal vlak naar de oppositie zal zo een akkoord er niet gemakkelijker op maken. Het zal taboe tegen taboe zijn, waarschuwt Maingain, de splitsing tegen de uitbreiding van Brussel. De PS liet de kans niet liggen om de spanning binnen MR op te drijven door Maingain ervan te beschuldigen de communautaire onderhandelingen te willen kelderen. Hoe dan ook, zal er iets moeten gegeven worden in ruil voor splitsing van de kieskring, waarvan ook bij de Franstalige stilaan een meerderheid overtuigd is dat die er komt. Het wordt wellicht iets in de trend van het bijna akkoord onder Verhofstadt. Dat voorzag onder meer in een aantal electorale rechten voor de Franstaligen in de rand, beperkte bevoegdheden voor de Franse gemeenschap in de rand, vervanging van de vereiste tweetaligheid van ambtenaren in Brussel door tweetaligheid van de dienst, splitsing van het gerechtelijk arrondissement BHV en extra geld voor de hoofdstedelijke en internationale functie van Brussel. Het zou ons niet verbazen moest de benoeming van de drie burgemeesters in de rand, mits enkele beloftes om de wet te respecteren, deel uitmaken van een akkoord. Wat is het alternatief? Iemand benoemen zonder kiezers? In Kraainem en Wezembeek-Oppem behaalden de Franstalige eenheidslijsten van de kandidaat burgemeesters in 2006 telkens 76% tegen 24% voor de Vlaamse eenheidslijsten. In Linkebeek behaalde de Vlaamse eenheidslijst 16%, een uitsluitend Franstalige lijst 24% en de lijst van de kandidaat burgemeester ‘ensemble-samen’ 60%! Mogelijk wordt de benoeming van de burgemeesters geruild tegen het vastleggen van een agenda tot grondwetswijziging die een staatshervorming onder een volgende regering mogelijk moet maken. Het zou een akkoord voor de N-VA verteerbaar maken.

Leterme is hoe dan ook flink bijgedraaid. Geen sprake meer van vechtfederalisme en evenmin van de verrottingsstrategie, de zogenaamde Maddens-doctrine, die erop gericht was de Franstaligen in een positie te dwingen dat ze zelf vragende partij worden voor een voor hen minder gunstige staatshervorming. Zelfs Peeters beweert weliswaar de Vlaamse bevoegdheden maximaal te willen benutten, maar geen voorstander te zijn van de Maddens-doctrine. Leterme gooit het nu over een andere boeg en pleit voor “samenwerkingsfederalisme”. Betreffende de oplossing voor BHV laat hij een opening door erop te wijzen dat er mogelijk elementen van een toekomstige staatshervorming in zullen zitten. Hij spreekt zich tevens uit voor het opnieuw laten samenvallen van de regionale en de federale verkiezingen, een positie die Peeters niet deelt. Tenslotte wijst hij erop dat de uitgaven van de lokale besturen en de gemeenschappen en gewesten fel gegroeid zijn, dat ze dus meer ambtenaren hebben aangeworven, terwijl de pensioenen gedragen worden door de federale overheid. Een staatshervorming zal dus ook de gemeenschappen en gewesten “responsabiliseren” door de overname van federale uitgaven, zelfs zonder dat daarvoor een grondwetswijziging nodig is.

Besparingen in openbare diensten

. Hoe dan ook zullen alle overheden fors moeten besparen. “Het economisch herstel moet de absolute prioriteit voor iedere bestuursniveau zijn, ook voor mij”, zegt Leterme daarover. En verder “het is onze plicht om met alle regeringen van dit land en de sociale partners samen te werken om de crisis aan te pakken en voorlopig doen we dat noodgedwongen met de bevoegdheidsverdelingen zoals ze nu bestaan.” De richting is duidelijk, maar het gebeurt behoedzaam, men wil kost wat kost de vakbonden aan boord houden. Men laat ballonnetjes op, maar zodra er tegenwerking komt, worden de plannen aangepast. Dat was het geval met het voorstel van de directie van de Post om laagbetaalde postbezorgers aan te werven. Na een oproep tot algemene staking werd het project ingetrokken, maar de directie kwam wel met een licht verbeterde versie, deze keer van hulppostmannen. Bij de NMBS doet zich een vergelijkbaar scenario voor omtrent de filialisering van de goederenafdeling.

Defensieminister De Crem die het leger fors wil afslanken en verjongen moest zijn oorspronkelijk plan eveneens aanpassen betreffende de kazernes van Bastenaken, Aarlen en de recrutering van militairen in Henegouwen. Hij wil de verjonging van het leger deels afwentelen op de sociale zekerheid. Vanaf 1 januari kunnen jongeren vrijwillig legerdienst vervullen. Ze krijgen zes maanden lang een soldij van 7 euro per dag bovenop de kinderbijslag of werkloosheidsvergoeding. Het is nog maar de vraag of justitieminister De Clerck veel besparingen zal kunnen realiseren. In de gevangenissen is er een capaciteitstekort van 2000 cellen. Al jaren klaagt het personeel over onderbezetting van het kader. De beveiliging, ook van justitiepaleizen vergt belangrijke investeringen. Met rationalisatie van justitie alleen zal dat niet opgelost worden. De regering beweert dat ze de fiscale fraude wil aanpakken, maar eind 2009 gingen zowel de zaak Beaulieu die al 19 jaar aansleept, als de zaak KBLux die al 14 jaar aansleept, ten onder. Samen zijn die goed voor 800 miljoen € belastingsontduiking. Staatssecretaris Devlies die verondersteld wordt de strijd tegen de fiscale en de sociale fraude te organiseren, boekt zoals te verwachten viel, vooral vooruitgang in de sociale fraude. Zijn doel is tegen het einde van de legislatuur jaarlijks 1 miljard € te recupereren, in oktober zat hij aan 400 miljoen €.

De belangrijkste besparing zou de federale overheid moeten realiseren op haar ambtenaren. De komende 10 jaar vertrekt maar liefst 28% op pensioen, dat zijn er 150.000. Volgens het VBO zou de overheid het met 68.000 ambtenaren minder kunnen doen, hoofdzakelijk door vertrekkende ambtenaren niet te vervangen, een “geruisloze” besparing als het ware. Bij financiën verdwenen tussen 2004 en 2008 maar liefst 2.000 jobs, maar dat werd teniet gedaan omdat er bij justitie 2.800 bij kwamen en ook bij volksgezondheid werd het personeel uitgebreid. Sinds ’97 werd het aantal ambtenaren bij Belgacom verminderd met 42%, bij De Post met 20%, bij de NMBS met 8% en bij de nationale bank met 17%. In de maatschappelijke zorgverlening (+53%) en de gezondheidszorg (+26%) steeg hun aantal echter fors. Op Vlaams niveau nam het aantal ambtenaren de voorbije 10 jaar toe met 10%, vooral bij De Lijn en de VDAB. In Wallonië nam hun aantal even sterk toe op vijf jaar tijd. Bij de steden en gemeenten bedroeg de toename 20% en bij de OCMW’s 25%. Dat heeft uiteraard te maken met het feit dat het aantal opdrachten steeds toeneemt. Daarin besparen dreigt sociale catastrofes te veroorzaken. Zo is het aantal armen in België fors toegenomen tot meer dan 1,5 miljoen mensen. De kaap van 100.000 leefloners werd in 2009 voor het eerst overschreden, vooral in Brussel en Wallonië, maar steeds meer ook in Vlaanderen. Het aantal gerechtigden op een inkomensgarantie voor ouderen vanaf 65 jaar bijvoorbeeld is in Vlaanderen met 18% toegenomen tussen januari 2007 en januari 2009.

Als de federale overheid er echter in slaagt de lagere besturen een deel van de pensioenlasten van hun ambtenaren te laten overnemen, zou dat de federale factuur aanzienlijk verlichten. Op het niveau van de federale overheid lagen de fiscale ontvangsten in de eerste 7 maand van 2009 immers 18% lager dan in diezelfde periode in 2008, een verlies van 9,9 mld €. Daarvan kon ze slechts 675 mln €, of minder dan 7%, afwentelen op de gewesten en gemeenschappen, maar moest wel € 1,1 mld extra doorstorten aan de sociale zekerheid in vergelijking met 2008. Het Waals gewest heeft echter officieel een schuld van 4,4 miljard €. Een cijfer dat bovendien betwist wordt door de MR die beweert dat de echte schuld meer dan 11,5 miljard euro bedraagt, weggemoffeld door een financiële constructie. Het gewest Brussel zou een schuld hebben van ongeveer 1,9 miljard €, maar zowat iedereen is ervan overtuigd dat het gewest dringend aan herfinanciering toe is. Het Vlaams gewest dat haar schulden in 2008 had weggesaneerd, raamt de uitstaande schuld voor 2010 op 5,9 miljard € waarmee 15 jaar begrotingsinspanningen volledig teniet gedaan is. De Vlaamse begroting is evenmin vrij van creatieve boekhouding, zo vindt Europa dat de BAM opgenomen moet worden in de Vlaamse rekeningen. Al in 2009 wou de Vlaamse regering 250 miljoen € besparen, maar uiteindelijk viel het begrotingstekort 200 miljoen hoger uit dan Muyters geraamd had. In 2010 wil de Vlaamse regering 1,5 miljard besparen door inkorting van de jobkorting, op onderwijs en vorming, op leefmilieu, natuur en energie en op mobiliteit en openbare werken. Het klopt dat steeds meer mensen die bij de overheid werken contractuelen zijn, wiens pensioen niet onder dat van ambtenaren valt, maar hoe de gemeenschappen hun pensioenlasten in die omstandigheden zelf zouden kunnen financieren, blijft een raadsel.

In de gemeenschappen gaan de regeringen in hun besparingsijver op dezelfde manier te werk als de federale overheid. Ballonnetjes worden opgelaten. Als er geen reactie komt wordt de besparing nog snel opgedreven. Bij De Lijn bijvoorbeeld werd aanvankelijk een besparing van 40 miljoen euro voorgesteld, maar toen daarop geen syndicaal verzet kwam, is dat bedrag opgetrokken tot 60 miljoen euro. Onderwijsminister Smet liet een lijst van mogelijke besparingen opmaken om de vakbonden te laten kiezen. In 2010 wil hij 70 miljoen € besparen en in 2011 kan dat oplopen tot 140 miljoen euro, maar in de klas zou men die besparing naar verluidt niet voelen. Diens Franstalige collega Simonet stootte met haar voorstel om het aantal lesuren op te drijven en de pensioenleeftijd op te trekken op sterker dan verwacht verzet van de vakbonden. Dat was onder meer te danken aan de snelle en kordate reactie van een aantal leraars, ook van het Athénée Royal Da Vinci in Brussel. Het plan werd ingetrokken, maar besparingen ten belope van 12 miljoen euro in 2009 en 44 miljoen euro in 2010 blijven behouden.

Algemene staking ingebakken in de situatie

Door de omzichtigheid waarmee ze de besparingen doorvoert, is de overheid er tot nog toe in geslaagd de vakbondsleidingen aan boord te houden. De schrik voor werkloosheid spoort veel arbeiders, vooral in de private sectoren aan tot matiging in de hoop de schade te beperken. Syndicale delegaties die weigeren mee te stappen in het verhaal van inleveringen, kunnen echter mits een goede voorbereiding en geduldig argumenteren rond een uitgewerkt alternatief, rekenen op een brede steun aan de basis en sympathie onder de meest bewuste laag van arbeiders. In sommige centrales en gewesten is het middenkader van de vakbonden daar niet ongevoelig voor. De nationale vakbondsleidingen zijn verplicht daar rekening mee te houden. De voorbije maanden hebben aangetoond dat politieke lobby en juridische spitstechnologie geen jobs redden in tegenstelling tot verstandig en kordaat verzet. Op dit ogenblik is die trend verre van dominant, maar het is niet uitgesloten dat die de komende maanden aan belang wint. Als een bredere strijd uit blijft, zijn radicalere spontane acties niet uit te sluiten. Bedrijfsbezettingen en bossnapping, zoals de voorbije dagen in Jupille bij Inbev, zijn dan niet uit te sluiten. We moeten echter opletten voor wanhoopsdaden die de betrokken militanten kunnen isoleren van de bredere lagen van de arbeidersbeweging.

In de openbare diensten speelt de schrik voor werkloosheid veel minder mee. De behoedzame benadering van de verschillende overheden is geïnspireerd door het bewustzijn over de brede maatschappelijke impact die stakingen in openbare diensten zouden kunnen veroorzaken. De capaciteit van de vakbonden om hun leden in bedwang te houden is echter niet onbeperkt. Dat werd trouwens het voorbije jaar al enkele keren geïllustreerd ondanks de desorganisatie door de vakbondstop. Het kan en zal nog een tijd duren, maar het is onwaarschijnlijk dat de overheden hun oplopende besparingen kunnen blijven opleggen zonder veralgemeende beweging te provoceren. Een algemene staking, die wellicht vooral in de openbare diensten op gang getrokken zou worden, maar mogelijk uitbreidt naar de private sector zit ingebakken in de situatie. We moeten ons daarop voorbereiden. Besparingen in het onderwijs kunnen even goed een reactie van studenten en of scholieren provoceren die op haar beurt het personeel op gang kan trekken.

De crisis van het kapitalisme tast ieder segment van de maatschappij aan. Bestaande onderhuidse maatschappelijke problemen etteren uit de open wonden veroorzaakt door een archaïsch systeem dat niet langer beantwoordt aan de wetenschappelijke en technische kennis van de mens, maar niet bereid is plaats te maken voor een rationeler beheer van de productie en de behoeften van de mens. Onderdrukking van minderheden, extreme exploitatie van vrouwen en jongeren, uitsluiting van de zwakkeren, verwaarlozing van zieken en ouderen, verloedering van de steden, daklozen die in de vrieskou trachten te overleven, hongersnood, oorlog en vernietiging van de planeet uit zuiver winstbejag zijn daarvan de uitdrukking. Steeds minder is het mogelijk om die problemen binnen het kader van het kapitalisme te bestrijden. Dat een privaat bedrijf de zuivering van het afvalwater van een stad als Brussel in handen krijgt en de overheid chanteert door de smurrie zomaar in onze waterlopen te dumpen, is een waanzinnige illustratie van het totaal gebrek aan menselijkheid. Dat de bevoegde Ecolo minister dat laat aanslepen tijdens haar deelname aan de internationale conferentie over de opwarming van de aarde is onbegrijpelijk. Dat zo een bedrijf na die misdaad het zuiveringsstation mag blijven uitbaten is dat al evenzeer. Het is dezelfde logica als die van de bedrijven die al volop in strijd gewikkeld zijn om de grondstoffen onder de ijskap te exploiteren die op microschaal wordt toegepast onder onze neus. Dit is kapitalisme.

De politieke autoriteit van dit systeem is fundamenteel aangetast. Het bewustzijn dat we in een klassenmaatschappij leven kent een opleving. Het is op dit ogenblik nog vooral een stemming, eerder dan een echt bewustzijn. De zoektocht naar alternatieven zal echter een gunstiger situatie creëren voor de opbouw van een uitgesproken socialistische strijdpartij. De maatschappelijke stemming zal op een deel van de jeugd een revolterend effect hebben, het zijn die lagen die het meest open zullen staan voor onze revolutionair socialistische ideeën. We mogen deze nieuwe generatie niet aan ons voorbij laten trekken. Tegelijk moeten we het jeugdig enthousiasme van deze jongeren onmiddellijk oriënteren op de arbeidersbeweging om te voorkomen dat het omslaat in ongeduld en een anarchiserende trend. Heel wat arbeiders zullen aangetrokken worden door de strijdlust en de dynamiek van onze partij, zonder dat ze het al eens zijn met onze revolutionaire opvattingen. Voor hen moeten onze deuren wijd open staan, eenmaal lid van de partij kunnen we geduldig ons volledig programma uitleggen.

Vooral het Waalse FGTB speelt met haar campagne “le capitalisme nuit gravement à la santé” in op deze stemming, maar koppelt daar geen actieplan aan. Bij de aanvang van 2010 pakte het ABVV onverwacht uit met een “relanceplan”. “Schrap de economische werkloosheid en het tijdskrediet en steek het geld dat je daarmee uitspaart in de invoering van de vierdagenwerkweek”, klonk het. Voor de financiering ervan pleit het ABVV voor de oprichting van een openbare bank en een heffing op beurstransacties. Op Europees niveau kan dat volgens het ABVV 135 miljard euro opleveren. Bovendien stelt het ABVV het activeringsbeleid in vraag. De patroons waren geschandaliseerd door deze “absurde toverformules”. Minister voor Werk Milquet vroeg zich af waarom het ABVV daar in de onderhandelingen niets over gezegd had. De Standaard suggereerde dat de uitspraken te maken hadden met de herverkiezing van De Leeuw en Demelenne in het ABVV op een congres in juni. Maar zelfs als dat zo is, betekent dit enkel dat de ABVV-top denkt dat een meerderheid van haar achterban daarvoor gewonnen is. Wij juichen die voorstellen toe, voor zover het geen inlevering op ons maandloon impliceert, maar als ze niet verbonden worden aan een informatie-, mobilisatie- en actieplan om ze ook af te dwingen, dreigt dit enkel het scepticisme van de achterban te versterken.

Tenzij het ABVV denkt haar relanceplan langs politiek weg te kunnen realiseren. Daarvoor zal ze niet kunnen rekenen op de nog steeds bevoorrechte politieke partners van de vakbonden, SPa en PS voor het ABVV en CD&V voor het ACV en af en toe ook de groene partijen voor beide. Die zijn zelfs niet bereid de besparingen tegen te houden. Enkel de PS tracht op de voorstellen van het ABVV inte spelen met haar pleidooi voor maximumprijzen voor 150 producten, het optrekken van de minimuminkomens en het stopzetten van de jacht op de werklozen. We zullen zien tot waar dit deze keer reikt. De banden van de vakbondsleidingen met die partijen zorgt ervoor dat ze geen ander antwoord hebben op de crisis dan stervensbegeleiding. Een deel van de klasse zal tegen beter weten in blijven stemmen voor die partijen. Een ander deel van de klasse zal aangetrokken worden door populistische illusies. Maar er is ongetwijfeld ook een groeiend deel dat uitkijkt naar een steviger linkse partij als antwoord op de crisis. Het is een laag die nog niet bereid is te kiezen voor een specifieke radicaal linksere strekking, die op zoek is naar een strijdpartij, maar nog niet naar een revolutionaire partij. We moeten alles in het werk stellen om de vorming van zo een bredere strijdpartij te stimuleren, zonder daarom mee te gaan in om het even welk doodgeboren initiatief. De sociale samenstelling van een dergelijke partij zal beslissend zijn. Veel arbeiders die zich bewust niet revolutionair noemen, zullen veel consequenter bondgenoten zijn in de strijd, dan heel wat zogenaamde anti-kapitalisten.

We kunnen het verloop van de komende maanden en jaren onmogelijk precies voorspellen. Dat is ook onze taak niet. We schatten de meest waarschijnlijke ontwikkelingen in en ook diegene die minder waarschijnlijk zijn, maar waarop we absoluut voorbereid moeten zijn om ze te benutten als het zover komt. In de voorbije jaren zijn we erin geslaagd en kleine dynamische partij uit te bouwen met een begin van inplanting in de arbeidersbeweging waarvan we de eerste vruchten het voorbije jaar mochten proeven. De komende maanden en jaren zullen echter veel gunstiger zijn. Het is onze collectieve taak om die kansen maximaal te benutten.

Geef een reactie

0
    0
    Je winkelwagen
    Er zit niets in je winkelwagenKeer terug naar de winkel