Welke anti-fascistische strategie?

Het VB is reeds zowat 20 jaar electoraal aan het vooruitgaan. Na de eerste overwinning bij de gemeenteraadsverkiezingen in Antwerpen in 1988 en meer nog na de “zwarte zondag” met de eerste Vlaamse doorbraak van het VB op 24 november 1991, waren er tal van voorstellen en campagnes om tegen het VB in te gaan. Sommige ideeën verdwenen snel, andere blijven overeind. Een overzichtje.

Cordon sanitaire

Het cordon sanitaire is zowat het enige verweermiddel waarmee de traditionele partijen extreem-rechts van de macht houden. De cruciale vraag blijft echter welke politiek men dan voorstelt. Het is juist de anti-sociale politiek van de traditionele partijen die de groei van extreem-rechts mogelijk maakt. Uiteraard is LSP tegen iedere samenwerking met het VB. Daar waar het cordon doorbroken wordt, zullen wij er alles voor doen om dat te verhinderen door de mobilisatie van jongeren en arbeiders. We moeten echter beseffen dat we voor de strijd tegen het VB niet kunnen vertrouwen op de uitvoerders van de politiek die aan de basis ligt van het electoraal succes van het VB.

Hetzelfde geldt ook voor de gerechtelijke stappen tegen het VB. Na de veroordeling van het Vlaams Blok (of beter gezegd van een aantal VZW’s rond het VB) wegens racisme, slaagde de partij erin haar hoogste score van 24% te behalen met de verkiezingen van 2004. Die verkiezingsoverwinning gaf meteen een antwoord over de doeltreffendheid van gerechtelijke stappen tegen het VB.

Campagnes voor verdraagzaamheid

Heel wat anti-racistische campagnes waren erop gericht om te mobiliseren rond vage termen als ‘verdraagzaamheid’ of rond het morele argument dat racisme slecht is. Het probleem van veel van deze campagnes is echter dat ze het huidig beleid niet in vraag stellen. Dergelijke oproepen worden veelal gelanceerd vanuit krachten die als deel van het establishment worden gezien in de volkswijken. Het is nochtans in die wijken dat het VB veel stemmen haalt.

Veel campagnes raken bij gebrek aan een alternatief niet verder dan moraliserende argumenten. Dat kan misschien het eigen geweten sussen, maar heeft geen impact op de VB-kiezers. Zo zagen we campagnes met de boodschap “stem niet op het VB”. Het gevaar van zo’n oproep is dat uiteindelijk opgeroepen wordt om te stemmen voor een traditionele partij, alsof die een antwoord zouden kunnen bieden op de problemen die het VB aangrijpt om slapend rijk te worden.

Het VB mee in bad trekken?

Zeker voor de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2006 gingen er stemmen op om het VB in lokale coalities op te nemen. Door hen aan de macht te laten, zou het mogelijk zijn om het VB te verbranden en nadien electoraal afgestraft te zien. Daartoe wordt onder meer verwezen naar Oostenrijk waar het FPÖ van Haider een aantal verkiezingsnederlagen leed na haar regeringsdeelname.

Wij zijn het niet eens met deze strategie en dit omwille van verschillende redenen. Ten eerste vinden we het gevaarlijk om het bestrijden van extreem-rechts over te laten aan extreem-rechts zelf. Het is een voorstel dat uitgaat van de eigen zwakte en daarom alle hoop stelt op de zwakte van extreem-rechts. Het mee in bad trekken van het VB zou een kortzichtige visie zijn van machtspolitici die last lijken te hebben van een ingebakken cynisme. Ze hopen dat hun eigen falen minder duidelijk zal zijn voor bredere lagen door alle hoop te stellen op het falen van anderen. Verder dan deze erg cynische logica waar de gewone bevolking het slachtoffer van is, komen ze niet.

Ten tweede is er het gevaar dat een extreem-rechts bestuur haar programma deels kan doorvoeren. Dat werd duidelijk in de Zuid-Franse steden Vitrolles en Orange. In Orange werd de bibliothecaris ontslagen en alle werken tegen racisme (of zelfs sprookjes uit Afrika) werden verbannen wegens een “gebrek aan respect voor morele normen”. FN-burgemeester Bompard trok met zijn bestuur ook ten strijd tegen andere vormen van “volksvreemde” cultuur: het cultureel centrum Mosaïque werd in 1996 uit haar lokalen gezet, de culturele manifestatie “Coup de Soleil” kreeg geen toelating meer,… In de stadsdiensten werd zwaar gesnoeid om het personeel te vervangen door FN-aanhangers. Zeker vakbondsmilitanten kregen het hard te verduren. Dit leidde er in Orange toe dat de secretaris van Force Ouvrière, Pierre Nouveau, zelfmoord pleegde omdat hij de druk niet meer aankon. In zijn afscheidsbrief schreef hij: “Francoeur, Schmitt en de burgemeester hebben mij gedood.” Francoeur was FN-schepen, Schmitt was hoofd van de gemeentediensten. In Orange werden 3 van de 5 sociale centra gesloten. In de gemeenteraad werd de spreektijd voor oppositieleden beperkt tot 3 minuten per thema met slechts één mogelijkheid om tussen te komen.

Een opvallende maatregel in Vitrolles, waar de vrouw van Bruno Mégret burgemeester was, bestond uit het invoeren van een premie voor blanke kinderen die geboren worden. Per kind werd een premie betaald van 5.000 franse frank, zo’n 700 euro. Burgemeester Catherine Mégret moest de maatregel intrekken toen ze wegens racisme werd veroordeeld. De reden voor de maatregel was duidelijk: Catherine Mégret verklaarde aan een Duitse krant dat er nu eenmaal “verschillen zijn tussen de rassen (…), er zijn verschillen in de genen.” Verder werd werk gemaakt van het opdoeken van een standplaats van zigeuners. Een alternatief jeugdhuis werd gesloten. De cinema werd gesloten nadat een film over Aids werd getoond. ‘Volksvreemde’ straatnamen werden gewijzigd: het Nelson Mandela-plein werd het Provence-plein, de Salvador Allende straat werd de Moeder Theresa straat en er kwam een straat genoemd naar FN-leider Jean-Pierre Stirbois. In april 1997 werden alle straathoekwerkers ontslaan. Bij de gemeente werden 84 contractuelen aan de deur gezet. Daarnaast verlaten nog eens 50 ambtenaren de stadsdiensten. Intussen werd een asociaal beleid gevoerd, zo werd de prijs voor het water met 20% verhoogd. In de scholen werden migranten geweigerd.

Een derde argument tegen deelname van extreem-rechts aan de macht is dat dit niet noodzakelijk leidt tot een nederlaag. Als er de afgelopen jaren iets aangetoond is in Europa, is het wel dat we voorzichtig moeten zijn vooraleer een extreem-rechtse formatie afgeschreven wordt. Denk maar aan Frankrijk waar het einde van Le Pen enige jaren terug bejubeld werd nadat een groot deel van het partijkader afsplitste om de MNR te vormen onder leiding van Mégret. Bij de presidentsverkiezingen in 2002 stond Le Pen er echter opnieuw. Hoe was dit mogelijk? De burgerlijke media stond met de mond vol tanden. Nochtans was het duidelijk dat de traditionele politici bijzonder gehaat waren door hun beleid dat gericht is op de belangen van de grote bedrijven en de banken, waar enkel de winst telt. Dat daarbij een steeds groter wordende groep uit de boot valt, lijkt de traditionele politici koud te laten. Het is logisch dat velen op zoek gaan naar een alternatief op de gevestigde partijen.

Hetzelfde zagen we in Oostenrijk waar het FPÖ na de afsplitsing van een deel van de partijleiding rond Jörg Haider er toch in slaagde om in 2006 11% van de stemmen te halen (tegenover 4% voor Haiders BZÖ).