Ontwikkeling van het neo-fascistische VB

Het Vlaams Belang komt recht uit de traditie van de collaboratie. Dat kwam tot uiting in de politieke achtergrond van de voortrekkers van deze partij, alsook uit het programma. Het VB is groot geworden met electorale campagnes die zich distantiëren van het rotte systeem. Daartegenover wordt een “grote kuist” voorgesteld. Hiermee wordt geprobeerd een anti-establishment imago op te bouwen, wat electoraal gezien zeer lonend was. Zeker bij de eerste verkiezingsdoorbraken van het VB speelde dit een rol. Nadien kon het VB het zich permitteren om ‘zachtere’ campagnes te voeren, op het vlak van anti-establishment imago had het immers geen concurrentie.

Hiernaast spelen de racistische elementen in het VB-programma een belangrijke rol. Er wordt ingespeeld op angstgevoelens en op de toenemende polarisatie in de samenleving door zich te richten tegen een bevolkingsgroep die er nog slechter voor staat. De afgelopen jaren is de armoede in België toegenomen tot 15% van de bevolking, onder migranten ligt dat cijfer nog heel wat hoger. In bepaalde wijken stellen zich dan ook heel wat problemen, ook op het gebied van (kleine) criminaliteit en overlast. Het VB speelt daarop in.

Minder populaire punten uit het programma worden liefst onder het stof gelaten. Het solidarisme, nog steeds in het VB-programma, komt amper aan bod in de propaganda. Een economisch congres eind 2005 was er enkel op gericht om een aantal meer neoliberale standpunten naar voor te brengen in kringen van Vlaamse ondernemers. Deze standpunten werden absoluut niet breed verspreid onder de VB-kiezers. De partijleiding beseft dat ze daar met een probleem zit: een meerderheid van de VB-kiezers steunde de stakingen tegen het Generatiepact, voor de VB-leiding ging het Generatiepact niet ver genoeg. De logische reactie van het VB hierop is om te zwijgen. Hetzelfde zagen we met de acties tegen de afdankingen bij Volkswagen-Vorst en Opel-Antwerpen.

De economische standpunten van het VB worden enkel boven gehaald bij die doelpublieken waar het ermee kan scoren. Hetzelfde met de ethische standpunten waarmee de partij voornamelijk in de deftige, meer kleinburgerlijke milieus kan scoren. In de villawijken haalt het VB goede scores door zich voor te doen als de beste verdedigers van “law and order”, de herstellers van de orde. Vandaar worden de ethisch conservatieve standpunten in de schijnwerper geplaatst. Dat de partij hierdoor overkomt als sterk pro-establishment, is geen probleem. Voor andere doelgroepen (bijvoorbeeld in de arme stedelijke wijken) is er een andere aanpak en stelt de partij zich voor als de enige oppositiepartij.

Het VB kan haar spreidstand bij verschillende doelgroepen enkel in stand houden omdat de groei van de partij gebaseerd is op passief verzet. De mobilisatiekracht van extreem-rechts is de afgelopen decennia niet fundamenteel veranderd. Ondanks het feit dat de partij in 2007 reeds over 131 betaalde medewerkers beschikte, slaagt de partij er niet in om grootschalige mobilisaties op te zetten. Ook in de jaren 1950 kreeg voormalig VB-voorzitter Karel soms 500 man op de been voor een meeting. Vandaag kan het VB wel meer mensen bijeen brengen, maar voor pakweg haar 1 mei bijeenkomsten komt de partij niet eens meer aan 500 aanwezigen. De grootste ‘mobilisatie’ tot nu toe was de familiedag die de partij organiseerde in Bobbejaanland in 2007. Hierop waren 12.500 aanwezigen, met die opmerking dat alle gezinsleden werden geteld en zeg nu zelf: voor een kleine bijdrage van 2 euro met de bus meegaan naar Bobbejaanland is voor gezinnen met kinderen echt wel een koopje. Op politieke bijeenkomsten is er een harde kern aanwezig van hooguit 2.000 tot 3.000 aanhangers, waarbij een groot deel hiervan ook een mandaat of functie voor de partij uitoefent. Voor een partij met meer dan 20% van de stemmen, is dat vrij beperkt.

De beperkte actieve basis van het VB heeft overigens heel wat gevolgen voor de wijze waarop het VB is georganiseerd. Er ligt een sterke nadruk op het produceren van propaganda en het vele personeel wordt vaak ingezet om propaganda te verspreiden. Bij de parlementsverkiezingen van juni 2007 waren 20 van de 32 kandidaten op de Antwerpse Kamerlijst ofwel parlementslid ofwel voltijdse medewerker van de partij. Er is met andere woorden een sterke inteelt en dat versterkt de macht van de partijtop.

In die zin is het mogelijk dat spanningen aan de top van het VB een zekere impact hebben in de partij. Op minder dan 20 jaar is er een enorm partij-apparaat uitgebouwd, waardoor er een machtsconcentratie is bij slechts enkele figuren. In een periode van groei kunnen steeds meer nieuwe jobs en functies worden uitgedeeld aan bereidwillige aanhangers, maar bij een stagnatie of zelfs achteruitgang kunnen tegenstellingen sterker op de voorgrond komen. Dat is vandaag nog niet direct het geval, maar de teleurstellende vooruitgang bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2006 in Antwerpen zorgde wel vrij snel voor relatief beperkte spanningen in de VB-top.

De teleurstellende vooruitgang in Antwerpen (van 33% tot 33,5%) versterkte de positie van VB-voorzitter Vanhecke tegenover Dewinter. De pogingen om bij de lijstopmaak rekening te houden met verschillende clans en gevoeligheden werden er niet makkelijker op. Het leidde onder meer tot het vertrek van de voorheen binnen gehaalde verruimer Jurgen Verstrepen. Er moet wel gewaarschuwd worden voor de vele speculaties over verdeeldheid in de VB-leiding. Mogelijke verdeeldheid zal pas een reële impact krijgen indien het VB zich in een defensieve positie bevindt. Geleidelijk aan wordt de tijdsgeest van het passief ongenoegen van de jaren 1990 verlaten, maar zolang er geen politiek alternatief op grote schaal aanwezig is, kan het VB nog extra ademruimte krijgen.

Bert Eriksson, sinds decennia een vriend van Karel Dillen, aan het graf van nazi-collaborateur Cyriel Verschaeve bij een herdenking in 2001. Eriksson in een interview met Het Laatste Nieuws van 12 mei 2001: “Ik ben een racist”. Het nazisme omschrijft hij in het interview als “zuiver” en “idealistisch”. “Ik geloof absoluut in het goede van het nationaal-socialisme” zegt Eriksson. Karel Dillen noemde op een Vlaams Blok congres Eriksson een “grote Vlaamse leider”.

Wij stellen dat het Vlaams Belang een neo-fascistische partij is. Het is geen klassiek fascistische partij omdat het VB niet in staat is om massaal en actief te mobiliseren om haar politiek van het breken van de georganiseerde arbeidersbeweging door te drukken. Anderzijds beschikt het VB wel over een fascistisch programma en is er een bereidheid om tot geweld over te gaan. Dat kan vandaag echter niet openlijk, onder meer omdat het heel wat kiezers zou afschrikken. Veel VB-kiezers stemmen voor deze partij uit ongenoegen met de traditionele partijen en hun beleid, zonder daarom te kiezen voor een fascistisch alternatief. Integendeel, veel VB-kiezers zouden niet eens open staan voor een fascistische dictatuur.

Het VB kan vandaag niet overgaan tot openlijk geweld. In de historische voorbeelden van Italië en Duitsland zagen we evenzeer dat fascistische krachten pas na fundamentele nederlagen van de arbeidersbeweging in staat waren om openlijk geweld te hanteren. De maatschappelijke draagkracht of aanvaarding om tot geweld te kunnen overgaan is in grote mate afhankelijk van de reactie van de arbeidersbeweging ertegen.

Op dit ogenblik wordt het geweld van de fascisten niet getolereerd. Enerzijds is de actieve basis van extreem-rechts veel kleiner en anderzijds staat de arbeidersbeweging potentieel veel sterker dan in de jaren ’20 en ’30. Het is echter wel duidelijk zo dat extreem-rechts wel bereid is om over te gaan tot geweld. Er zijn kleine marginale gevallen geweest van geweld, duidelijk gesteund door de partijleiding, o.a. in Brugge in ’96-’97. Door de tegenreactie moesten ze inbinden, en wordt het geweld overgelaten aan kleine groepjes die rond het VB (of zelfs op enige afstand) hangen, zoals Blood&Honour. Dergelijke groepen hebben wel een aantal kenmerken gemeen met het VB of bevatten figuren die zowel in het VB als meer radicalere kringen actief zijn. De inmiddels overleden zelfverklaarde nazi Bert Eriksson was een dergelijk voorbeeld.

Partijen als het Vlaams Belang kunnen zich niet manifesteren als klassiek fascistische partijen. Om tactische redenen is dat niet mogelijk in de huidige situatie, het kader van die partijen bestaat echter uit fascisten die bereid zijn, zodra ze in de mogelijkheid gesteld worden, over te gaan tot de omvorming van hun partijen tot klassiek fascistische partijen, zoals de NSDAP in Duitsland in de jaren ’30. De fascistische kern is echter nu al aanwezig, vandaar noemen we het Vlaams Belang neo-fascistisch.

Populisme als methode

Het Vlaams Belang slaagt erin zichzelf naar voor te brengen als een oppositie partij die ingaat tegen het huidige beleid. Vooral in de steden hebben ze op basis van een anti-establishment imago een sterke electorale doorbraak gemaakt. Eigenlijk wordt het VB slapend rijk op basis van het falen van de traditionele partijen om een antwoord te bieden op de enorme problemen die veroorzaakt worden door het huidig systeem.


Filip Dewinter en Jean-Marie Le Pen

Het Vlaams Blok volgde vanaf midden jaren 1980 de succesformule van het Franse Front National om met een anti-migrantencampagne meer stemmen te halen. Op het congres van maart 1984 werd beslist om het vreemdelingenthema sterker uit te spelen. Roeland Raes, de ondervoorzitter verklaarde dit als volgt: “Met Nietzsche stellen wij dat onrecht juist ligt in het aanspraak maken op gelijke rechten voor alles en iedereen.” Om bredere steun te vinden werd dit verpakt als: “400.000 werklozen, waarom dan nog gastarbeiders?”. Dat was een kopie van de slogan van het Franse FN bij de verkiezingen van 1984 (‘3 miljoen werklozen, dat zijn 3 miljoen migranten te veel”) dat op zijn beurt was gaan kijken naar een oude slogan van de Duitse nazi’s (“500.000 werklozen, 400.000 Joden”).

Het leidde ertoe dat de partij sterk vooruit gaat in de verkiezingen. Met de gemeenteraadsverkiezingen van 1988 haalt het Blok 10 gemeenteraadszetels in Antwerpen en 17,7% (+12,5% in vergelijking met 1982). Volgens een peiling onder de Vlaams Blok kiezers koos 79% van hen voor het Blok omwille van het vreemdelingenstandpunt.

Het VB maakt gebruik van de tactiek om naar onderen te schoppen. Het is gemakkelijker om je buur die het slechter heeft aan te duiden als schuldig voor je eigen miserie. De slogan van het VB houdt eigenlijk in dat de werklozen zelf verantwoordelijk zijn voor de werkloosheid, of dat alleszins de migrante werklozen ervoor verantwoordelijk zijn terwijl de migranten die wel werken net ons werk afpakken. Dat biedt geen enkel antwoord op de vraag waarom er economische crisis is, waarom bedrijven massaal afdanken om hun winsten veilig te stellen,… Maar naar onder schoppen is gemakkelijker dan naar boven terug te vechten. Het impliceert immers dat het niet nodig is om je te organiseren, om een krachtsverhouding op te bouwen en zo de strijd te kunnen aangaan. Het is immers louter gebaseerd op passief ongenoegen.

Populisme, links of rechts, is een gevolg van de patstelling tussen arbeid en kapitaal. De burgerij en haar systeem is in crisis. Er bestaat een wantrouwen in de traditionele, kapitalistische partijen. Tegelijkertijd beschikt de arbeidersklasse nog niet over een instrument om het vacuüm op te vullen, een brede massapartij. Linkse of rechtse populistische krachten proberen deze ruimte op te vullen, zonder het kapitalisme zelf in vraag te stellen.

Het voorbeeld van Jean-Marie Le Pen

Vanaf begin jaren ’80 begon het Franse Front National een grotere impact te krijgen bij verkiezingen. In 1981 kwam de linkse regering Mitterand aan de macht op basis van een programma dat beloofde te breken met het kapitalisme. De sociaal-democraten en communisten in de regering weigerden echter om effectief te breken met de logica van het systeem en zagen zich bijgevolg gedwongen om in een periode van economische crisis zelf een liberaal beleid te voeren. Dit vormde een belangrijke basis voor ongenoegen. Een ongenoegen waar het FN handig op inspeelde door zich voor te doen als diegenen die wel opkwamen voor de belangen van de Fransen.

Dit werd duidelijk bij de gemeenteraadsverkiezingen in Dreux (vlakbij Parijs) waar het FN in 1983 haar vier eerste verkozenen behaalde. Het FN voerde er een zware anti-migrantencampagne. Kranten in die periode brachten bericht uit van valse deur-aan-deur verkopers van luxeproducten die aanbelden en vertelden hoe Mohamed uit de straat al twee TV’s of een video had gekocht. De racistische campagne vond ingang bij gebrek aan een alternatief na de ontgoocheling in de linkse regering Mitterand. Daarenboven werd het FN geholpen door een electoraal akkoord met het RPR van Jacques Chirac. Chirac verklaarde hoe hij liever 4 FN’ers in de gemeenteraad zag dan 4 communisten.

> Inhoudstafel

Print Friendly, PDF & Email