De verboden vleespotten. Waarom het neo-fascistische VB populisme nodig heeft

Pas de laatste jaren is er wat meer toegang tot cijfers van het VB over de interne partijwerking. In 2003 verscheen reeds een belangrijke studie van VUB-onderzoekers Jo Buelens en Kris Deschouwer onder de veelzeggende titel “De verboden vleespotten”. Ook hierna waren er nog opvallende cijfers beschikbaar over het aantal leden, personeelsleden,… van het VB. Dit soort cijfers maakt duidelijk waarom een partij als het VB het moet hebben van haar populistische methode.

Beperkt lidmaatschap

Het VB is een neo-fascistische partij die niet in staat is om zoals de klassieke fascistische partijen van de jaren 1920 en 1930 een massabasis te mobiliseren en die ook in te zetten bij geweld tegen andersdenkenden en vooral tegen de arbeidersbeweging. De beperkte mobilisatiekracht op straat is één van de grootste beperkingen van het VB. Enerzijds slaagt de partij er in om veel kiezers te bereiken, maar anderzijds kan het dit niet omzetten in een fundamentele verbreding van de groep die bereid is op straat het gevecht aan te gaan (letterlijk dan wel).

In 1981 beschikte het VB over 1.607 leden en haalde het 66.422 stemmen. Dit kwam overeen met een organisatiegraad van 2,42%, ruim 2% van de kiezers waren ook lid van de partij. Deze organisatiegraad nam licht toe in de jaren 1980. In 1985 waren 4,33% van de (85.392) kiezers lid van het VB. De electorale doorbraak op de “zwarte zondag” van 24 november 1991 deed de organisatiegraad opnieuw sterk dalen: minder dan 1% van de kiezers waren lid van de partij. Met 405.281 kiezers, had de partij slechts 4.069 leden.

Het aantal leden is sinds 1991 gestaag vooruit gegaan tot zo’n 20.000 in 2005. Bij de laatste verkiezingen van 2004 beschikte de partij over 17.892 leden, tegenover 981.587 kiezers. Dat is een organisatiegraad van 1,82%. Bij de andere partijen ligt de organisatiegraad opvallend hoger. Een overzichtje met cijfers van achtereenvolgens 1999 en 2004.

Verkiezingen 1999:

  • CVP: 105.939 leden, 875.455 kiezers, 12,10%
  • SP: 78.616, 593.372, 13,25%
  • VLD: 75.780, 888.861, 8,53%
  • VU: 15.500, 345.576, 4,49%
  • Agalev: 4.281, 434.449, 0,99%
  • Vlaams Blok: 12.427, 613.399, 2,03%

    Verkiezingen 2004:

  • CD&V/NVA: 92.413 (*), 1.060.580, 8,71%
  • SP.a-Spirit: 67.166 (**), 799.325, 8,40%
  • VLD: 72.748, 804.578, 9,04%
  • Groen: 6.153, 308.898, 1,99%
  • VB: 17.892, 981.587, 1,82%

    (*) CD&V: 81.819 leden, N-VA: 10.594
    (**) SP.a: 62.779 leden, Spirit: 4.387

     

    De dalende organisatiegraad van alle partijen is uiteraard opvallend. Steeds meer worden alle partijen omgevormd tot kiesmachines waarbij de partijleiding alle beslissingen neemt (in samenspraak met een reclamebureau). Dat doet het belang van de basis en de leden afnemen. Toch blijft er een opvallend verschil tussen de gevestigde partijen en het VB waar de organisatiegraad minder dan 2% bedraagt.

    Het aantal VB-leden is des te opvallender als we er een aantal andere cijfers bijnemen:

  • Aantal parlementsleden: 67
  • Betaalde personeelsleden: 131
  • Gemeenteraadsleden (2006): 794

    Er zullen natuurlijk een aantal gemeenteraadsleden ook parlementslid zijn, maar het aantal mandatarissen en betaalde personeelsleden van het VB moet samen toch zo’n 1.000 bedragen. Zowat 5% van alle leden werkt dus voor de partij of is mandataris.

    Deze 1.000 mandatarissen en personeelsleden zijn in veel gevallen nog niet zo lang lid van de partij. 20 jaar geleden, in 1988, beschikte het VB immers over slechts 2.463 leden. De helft daarvan kwam uit de provincie Antwerpen (met 727 leden in de stad Antwerpen). Slechts 75% daarvan (1.838) waren ook in orde met het betalen van het lidgeld.

    Bij de verkiezingen van 1999 werd de organisatiegraad per kiesdistrict onderzocht. De kiesdistricten waren toen nog kleiner, waardoor regionale verschillen sterker opvallen. Het toenmalige Vlaams Blok haalde relatief hoge scores qua organisatiegraad in Mechelen-Turnhout (3,06%), Antwerpen (2,57%), Aalst-Oudenaarde (2,55%) en Brugge (2,25%). De slechtste scores waren er in Leuven (438 leden voor 36.021 stemmen of 1,22%) en Gent (882 leden voor 56.447 stemmen of 1,56%).

    Tussen 2000 en 2004 groeide het Vlaams Belang electoraal verder, maar kwamen er amper nieuwe leden bij. In 2000 telde het VB 17.167 leden, in 2004 waren dat er 17.892. In de provincie Antwerpen was er zelfs een achteruitgang, daar ging de partij van 6.724 leden naar 6.574 in 2004. Dit kwam vooral door het arrondissement Antwerpen waar het aantal leden afnam van 4.821 tot 4.653.

    De organisatiegraad per provincie bedroeg in 2004: (achtereenvolgens: aantal leden, stemmen, organisatiegraad)

  • Antwerpen 6.574 325.096 2,02%
  • Oost-Vlaanderen 4.247 216.409 1,96%
  • West-Vlaanderen 2.337 158.323 1,48%
  • Vlaams Brabant 2.267 143.442 1,58%
  • Limburg 1.541 117.410 1,31%
  • Brussel 750 21.297 3,52%

    Dit soort cijfers geeft aan dat het VB er niet in slaagt om de brede steun bij verkiezingen om te zetten in een groter lidmaatschap dat bovendien actief deelneemt aan activiteiten van de partij. Met 1.000 mandatarissen en personeelsleden is het mogelijk om congressen op te vullen en daar een groepsgevoel te creëren met oppeppende toespraken van de partijleiders, maar qua mobilisatie stelt het VB eigenlijk niet zoveel voor. 98% van de kiezers zijn geen lid van de partij en van de leden neemt slechts een beperkt aantal deel aan de activiteiten van de partij.

    Populistische methode

    De lage organisatiegraad bij het Vlaams Belang maakt dat de partij bijzonder voorzichtig moet omspringen met het grote kiezerspubliek. Dit komt tot uiting in de strikte partij-organisatie, maar ook bijvoorbeeld uit het feit dat het Belang enorm veel geld besteedt aan externe propaganda. In 2001 gaf de partij zowat 2 miljoen euro uit aan propaganda terwijl geen enkele regeringspartij meer dan 0,25 miljoen uitgaf. In 1997 en 1998 gaf de partij meer uit dan alle traditionele partijen samen!

    Op dat punt is er een evolutie sindsdien met een toename van het belang van propaganda bij andere partijen. Maar bij het Vlaams Belang blijft propaganda de belangrijkste uitgavenpost die aan belang blijft winnen. In 2006 gaf de partij 4,8 miljoen euro uit aan propaganda. Qua inkomsten is het VB quasi volledig afhankelijk van gemeenschapsmiddelen (en dus van ons belastingsgeld!).

    De inkomsten van het VB in 2006 waren als volgt samengesteld:

  • Overheidsdotaties: 6.800.000 euro
  • Afdrachten mandatarissen: 57.000 euro
  • Lidgelden: 94.000 euro

    Het VB heeft dus niet alleen een beperkte actieve basis, maar ook een financiële basis die quasi uitsluitend verbonden is met de electorale vooruitgang die de partij de afgelopen jaren maakte. Zonder de gulle giften van de Belgische autoriteiten (dat daartoe ons belastingsgeld gebruikt), zou het VB amper over middelen beschikken. Dit geldt overigens voor zowat alle partijen, maar bij andere partijen liggen de inkomsten van lidgelden en afdrachten van mandatarissen meestal heel wat hoger. Blijkbaar geldt voor de VB-mandatarissen ook het motto “eigen portemonnee eerst”.

    De enorme uitgaven aan propaganda zijn noodzakelijk om een minimum aan band te hebben met de vele kiezers. Die band moet het VB onderhouden en ze beschikt over weinig middelen daarvoor: weinig kiezers zijn actief bij de partij, veel kiezers zijn het niet eens met elementen van het VB-programma,…

     


    Filip Dewinter legt de eed af in het parlement. Rechts achteraan kijkt Xavier Buisseret lachend toe. Wellicht vond hij het grappig dat het leek alsof Dewinter de Hitlergroet bracht…

    In haar werking moet het VB een enorme voorzichtigheid aan de dag leggen. De VUB-onderzoekers Jo Buelens en Kris Deschouwer kregen voor hun studie uit 2003 toegang tot verslagen van de partijraad. Een opvallend feitje daarin was een discussie over het voorstel om in Antwerpen aan de gemeenteraad voor te stellen om een straat naar SS-kopman Ward Hermans te noemen. De onderzoekers citeren het verslag: “X. Buisseret wijst erop dat ook Borms, Verschaeve e.d. niet ‘zuiver’ waren, en vraagt sarcastisch of er nu ook een lijstje gaat komen van wie we nog kunnen huldigen. F. Dewinter stelt dat we in Antwerpen 90.000 kiezers hebben, en dat die mensen niet gediend zijn met krantenkoppen zoals ‘Vlaams Blok wil straat noemen naar stichter SS Vlaanderen” (partijraad van 13.9.1997). Ze voegen er aan toe dat Bart Laeremans in deze discussie stelde dat historische figuren moeten blijven geëerd worden, maar dat dit best binnen de eigen beweging gebeurt. Het VB beseft met andere woorden dat haar kiezers geen overtuigde fascisten zijn en dat het eren van fascistische figuren uit het verleden best “intern” gebeurt.

    Aangezien bepaalde standpunten niet al te publiekelijk aan bod kunnen komen, wordt dit gecompenseerd met een propagandaslag inzake de meer populaire thema’s. De bedoeling daarvan is om het VB te positioneren als “de enige oppositiepartij, de partij anders dan anderen, de partij die het opneemt tegen het politiek establishment,” aldus Dewinter.

    Dit is een typisch element van wat wij omschrijven als het gebruik maken van een populistische methode. Het gebruiken van slogans die “goed in de markt liggen” om het VB te profileren als anders dan de anderen. Dat is de methode die ook Fortuyn bijvoorbeeld hanteerde in Nederland. Het verschil met Fortuyn is echter dat dit populisme bij Fortuyn het enige element van zijn politieke strategie was. Het VB daarentegen is er zich van bewust dat het vandaag gelet op de lage organisatiegraad gedwongen wordt een populistische methode te gebruiken om haar enorme kiezersaantallen niet af te schrikken, terwijl het anderzijds poogt een sterker partijkader op te bouwen om een klassiek fascistische politiek te kunnen voeren. Met klassiek fascistische politiek bedoelen we het voeren van straatgeweld om haar ideeën op te leggen, het mobiliseren van een massa-aanhang om op straat een heerschappij af te dwingen.

    Versterking van het populistische element

    Er is een zekere gewenning ten aanzien van het VB, zeker ook in de media waar de partij zich vaak kan voordoen als “normale” partij. Dat leidt ook tot discussie in de rangen van het VB waar een aantal aangetrokken carrièristen uit zijn op meer macht. Daartoe wil het VB “aanvaardbaar” overkomen bij verschillende lagen. Het “salonfähig” maken van het VB kan echter een negatieve impact hebben op de VB-kiezers in de grote steden die vooral op basis van een anti-establishment gevoelen op deze partij stemmen. Het VB schippert nu wat tussen “verzachten” (of “verruimen”) en “harde” campagnes. Sommige media denkt daarin verschillende VB-fracties aan het werk te zien, maar in feite is het een logische evenwichtsoefening voor een formatie die gebruik maakt van een populistische methode en bijgevolg moet zoeken wat populair is bij bepaalde bevolkingsgroepen zonder andere af te stoten.

    Alleszins is het duidelijk dat geprobeerd wordt om publiekelijk afstand te nemen van de meest controversiële standpunten. Geen enkel programma werd zoveel keer officieel begraven als het 70-puntenprogramma (het feit dat meermaals werd aangekondigd dat dit een tekst uit het verleden is en vandaag niet meer van toepassing is, wijst er wel op dat de tekst nog een impact heeft in het VB). Misschien is ook dat een voorbeeld van iets dat aan bod kan komen “in de eigen beweging”, maar liefst niet te ver daarbuiten. Ook neemt de partijleiding sneller afstand van figuren die een “aangebrande” uitspraak doen. Zo moest Roeland Raes aftreden als ondervoorzitter nadat hij in 2001 op de Nederlandse televisie had gezegd dat hij twijfels had over de holocaust.

    Het balanceren van het VB tussen aanvaardbaar worden of een harde koers varen, is in wezen een discussie die tot verdeeldheid kan en mogelijk zal leiden in die partij. Het electorale succes heeft een groep carrièristen aangetrokken die er zich van bewust is dat er in het VB snel carrière kan worden gemaakt (onder meer door het gebrek aan een sterke actieve basis). Alleen willen deze figuren natuurlijk ook steeds meer. De “vetpotten van de macht” lonken en een aantal carrièristen wil die kelk niet laten voorbijgaan. Anderen houden liever vast aan een harde koers die electoraal stemmen kan opleveren, maar wel een politiek isolement inhoudt. Een beperkte electorale achteruitgang of een defensieve positie voor het VB kan die discussie sterk op de voorgrond plaatsen in de kringen van de VB-leiding.

    Reeds na de voor het VB teleurstellende vooruitgang bij de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen in oktober 2006 werd hierover gediscussieerd en vertrok uiteindelijk één van de carrièristen (Jurgen Verstrepen) om met de rechts-liberale formatie van Jean-Marie Dedecker in zee te gaan. Dat vertrek was geen fundamenteel keerpunt en ook geen uitdrukking van belangrijke tegenstellingen in het VB, het was een individuele carrièrezet van een figuur met een bijzonder groot ego. Alleen is het voor de VB-leiding een probleem dat er wel meer van dat soort figuren zijn aangetrokken die gelijk welke belangrijkere discussie in het VB tot grotere proporties kunnen doen leiden.

    >