Internationale voedsel- en koopkracht crisis. De één zijn brood, de ander zijn dood!

Er ontwikkelt zich een wereldwijde voedselcrisis van formaat met ontstellende gevolgen. “De komende maanden zullen miljoenen mensen de hongersnood sterven” concludeert de Leuvense landbouweconoom Eric Tollens (De Tijd 20/4/08). Hiermee vult hij het rijtje aan van specialisten die de laatste maanden op de immense gevaren van deze crisis wezen.

Dit is een crisis die zich niet voordoet als tijdelijk effect van één of andere natuurramp zoals een lokale droogte of overstroming, en waar een grootscheepse humanitaire interventie met voedselhulp de grootste nood eventueel nog kan verhelpen. In deze voedselcrisis zullen miljoenen armen uit de markt “geprijsd” worden.

Er is een intense discussie over de oorzaken en over hoe deze crisis te lijf te gaan. Een wereldwijde aanpak lijkt ver zoek. Voor de één moet het antwoord gezocht worden in meer “vrijhandel” en is iedere beperking van prijs, controle op export, … uit den boze. Voor de ander is het redmiddel een beperking en correctie van deze “vrijhandel”.

Zeker is dat dit een verhaal is van winnaars en verliezers. De redenen waardoor de bijna één miljard bestaande armen er de komende maanden maar liefst 100 miljoen lotgenoten zullen bij krijgen, zijn dezelfde die voor een aantal grote agrobedrijven recordwinsten betekenen. Mastodonten als Monsanto, Cargill, Mosaic, Syngenta, Unilever, Nestlé, Wal-mart en andere, … producenten van genetisch gemodificeerde zaden, landbouwproducten, verwerkers van soja, maïs en graan, meststoffenproducten, … verhoogden hun winsten soms met 70%!

De prijsstijgingen zijn niet alleen rampzalig voor de armen en de middenklassen in de neo-koloniale wereld. Ook hier zijn de gevolgen niet gering. De koopkrachtcrisis doet het budget dat gezinnen besteden aan voeding en energie drastisch stijgen, wat onze levensstandaard, na jaren van neoliberalisme reeds ernstig ingeperkt, nog verder onder druk zet.

 

Wat zijn de oorzaken voor deze “voedsel- en prijzenschok”?

Meer vraag…

Verschillende specialisten wijzen op de hogere vraag vanuit de zogenaamde “groei”landen als China, India, Brazilië,… . Deze landen kenden de laatste jaren op basis van de groei van de wereldeconomie economische voorspoed met groeicijfers van 5 tot boven de 10%. Tot midden 2007 was er algemene euforie over deze groei, de ontwikkeling van een “midden”klasse en op termijn de uitroeiing van armoede. Een artikel in The Economist titelde vorige zomer (18/8/07): “Adios to poverty, hola to consumption”.

Dit bleek totaal overdreven te zijn. Armoede is ten eerste nooit weggeweest. Ongeveer één op zes mensen wereldwijd bleef afhankelijk van 1 dollar of minder per dag! Zij verliezen nu dagelijks twintig dollarcent, dat is één mond minder in een gezin van vijf (De Morgen 26/4/08). De huidige economische crisis dreigt nu dat aantal te verdubbelen! De laatste zes maanden zijn er honderd miljoen armen (met minder dan 1 dollar per dag) bijgekomen. (De Morgen 26/4/08).

Een echte afzetmarkt werd in die landen nooit echt gecreëerd. De productie, en de daarmee gepaard gaande bonanza op de financiële markten, was altijd gebaseerd op export en dus op goedkope arbeidskrachten en uitbuiting. Een lokale toplaag heeft er zeker van geprofiteerd, maar de ongelijkheid is er meteen ook drastisch toegenomen.

… en beperkt aanbod

Dat is waar. De laatste 20 jaar daalden de investeringen in en de productiviteit van de landbouw drastisch. The Economist (19/4/08) bevestigde dat “publieke investeringen in de landbouw in de neo-koloniale wereld halveerden tussen 1980 en 2004”. “We betalen de prijs van 15 jaar van verwaarlozing”.

Alleen was dit geen verwaarlozing maar een bewuste politiek die vandaag desastreuze gevolgen heeft. Het neoliberalisme maakte van voorheen voedselproducerende landen, voedselimporterende landen en leidde in het algemeen tot onderbenutting van en onderinvesteringen in de landbouw omdat deze niet genoeg rendeerde. De handel in de derde wereldlanden werden onder druk van IMF en Wereldbank “vrijgemaakt” voor import vanuit de VS en Europa, terwijl deze laatsten hun eigen markten bleven afschermen.

Resultaat: de lokale voedselproductie werd weggeblazen. De technologische vooruitgang met o.a. betere meststoffen, zaden, … was enkel toegankelijk (betaalbaar) voor de grote kapitalen terwijl de kleine boeren in de neokoloniale wereld verstoken bleven van deze technieken. Landen die voorheen zelf in hun voedsel konden voorzien, werden afhankelijk van import. Daar betalen ze vandaag de prijs voor. Het dure importvoedsel is onbetaalbaar geworden voor miljoenen, zonder dat er een lokale voedselproductie tegenover staat. Daarbovenop zijn de voedselstocks wereldwijd gedaald tot het absolute minimum en bijgevolg bijzonder aantrekkelijk voor speculanten!

Biobrandstof: een oplossing voor de dure olie of een misdaad tegen de mensheid?

De steeds verder stijgende prijzen van energie, de enorme politieke en sociale instabiliteit in de olierijke wereld en de dramatische gevolgen van de opwarming van de aarde, niet enkel en alleen in de neo-koloniale wereld (nooit van doorslaggevend belang geweest voor het kapitalisme wereldwijd), maar ook hier, in de geïndustrialiseerde wereld, heeft de aandacht van regeringen en grote kapitalen gevestigd op “alternatieve” of “groene” vormen van energie.

Biodiesel is één van de hypes van vandaag. In de VS maakt voedselproductie plaats voor de productie van biodiesel. In Brazilië is dit al langer gebruikelijk. Ook Europa zit op deze lijn. Fidel Castro was één van de eersten die de perverse gevolgen van deze politiek aankaartte. Vandaag noemt ook de VN de subsidiëring van biodiesel een “misdaad tegen de mensheid”. Het probleem is dat binnen het kader van het kapitalisme een groene en menselijke oplossing voor de dure, op olie draaiende en energieverslindende economie gewoon niet bestaat. Biodiesel is nu lucratief en trekt kapitalen aan. Maar het creëert nieuwe problemen. De één zijn brood, de ander zijn dood!

Doorslaggevend element: speculatie

Van doorslaggevend belang voor de scherpe prijsstijgingen was de vlucht van kapitaal weg van de huizenmarkt naar de grondstoffenmarkt, van de ene zeepbel naar de andere. Het werd een nieuwe “veilige haven” voor het kapitaal, enkel geïnteresseerd in “maximum return”. Afhankelijk van wie er spreekt, wordt speculatie als meer of minder belangrijk geacht voor de prijzenhausse. Maar kapitaal kruipt daar waar het niet zijn moet en houdt geen rekening met algemene behoeften.

Een patroon van ADM (een multinational gespecialiseerd in het verkopen en aanpassen van granen) stelde: “De volatiliteit van de markt voor grondstoffen biedt nooit geziene kansen”. Dat is geen cynisme, het is economie. Markteconomie om exacter te zijn.

De recente crisissen van de immobiliënmarkt, de kredietcrisis en de voedselcrisis doet economieën wankelen, creëert instabiliteit en brengt regeringen in gevaar. Van de euforie van begin vorig jaar is nog maar weinig sprake. In de VS, waar de crisis het verst gevorderd is, verliezen mensen hun huis en hun job. Een wereldwijde groeivertraging staat ons allen te wachten. Hoewel miljarden dollars en euros reeds in rook opgingen, gaat de zoektocht naar speculatieve opbrengsten gewoon verder. Olie, goud en grondstoffen zijn het nieuwe speeltje. Investeren in productie, met de recente dalende koopkracht, is irrelevant. De wereldeconomie komt in een neerwaartse spiraal – en wij allen – zullen er de gevolgen van dragen.

 

Internationale politieke klasse onder druk door protest en verdeeld over oplossing

Massaal voedsel- en koopkrachtprotest ontwikkelde zich het laatste half jaar. In Haïti viel de regering. In vele delen van de wereld waren er voedselrellen en opstanden. In veel landen gingen arbeiders over tot collectieve strijd en werden overwinningen geboekt, zoals de ambtenaren in Syrië en Egypte die 25 tot 30% loonsverhoging verkregen. De schrik zit er goed in. Internationale instellingen als de Wereldbank, IMF, VN organiseren bijeenkomsten, discussiëren, … maar slagen er niet in oplossingen aan te reiken.

Enkel protest leidde tot resultaten. Bewegingen, of zelfs maar de schrik voor protest, dwongen regeringen maatregelen te nemen die voordien als ‘not done’ werden beschouwd. Meer dan 30 landen gingen over tot exportbeperkingen, prijscontroles, voedselbonnen en subsidies, pogingen om speculatie tegen te gaan, … . Maatregelen die tijdelijk en plaatselijk voor oplossingen kunnen zorgen en de onmiddellijke honger kunnen stillen.

Fundamenteel is dat de “nadelen” van het neoliberalisme steeds meer onderkend worden. De dominante politiek van de laatste 20 jaar komt onder druk te staan. Onder druk van strijd ontwikkelt een trend naar meer staatsinterventie en protectionisme.

Weliswaar zijn er nog steeds liberale gekken die oproepen tot meer vrijhandel, afschaffen van subsidies en handelsbeperkingen, … en zweren bij de vrije markt. In de voedselcrisis zien ze “opportuniteiten”. Een professor economie op de Harvard universiteit, een voormalig econoom bij het IMF, schrijft: “Hoge prijzen zijn ook zinvol”, en ontwikkelt een pleidooi om te “consuminderen”. Hij stelt dat we ons erbij moeten neerleggen dat er “in een geglobaliseerde economie schaarste is”.

Terwijl wij vechten voor iedere verbetering op korte termijn, moeten we ook wijzen op de beperkingen van dit type van maatregelen en vooral van protectionisme. Prijscontroles zonder controle over de productie en de distributie leiden tot lege rekken in de supermarkten en tot tekorten. Hogere taksen op de multinationals leiden tot een vlucht van kapitaal en productie. Exportbeperkingen zonder voldoende compensatie kunnen lokale boeren opzetten tegen de lokale bevolking en regering.

Het is een onmogelijke spreidstand om tegelijk goed te doen voor de massa armen en arbeiders aan de ene kant en aan de andere kant te proberen om ook de kapitaalbezitters zoet te houden. Een “derde weg” waarin de belangen van arbeid en kapitaal worden verenigd, is een doodlopende straat.

 

Food, not profit! Een socialistisch programma tegenover de kapitalistische “vrije” markt

Massaprotest kan tijdelijk regeringen en bedrijven verplichten meer te investeren in voedselvoorziening, publieke diensten, klimaatvriendelijke productie, lonen die de reële kost van het leven volgen,… en dus meer winst af te staan aan de arbeiders en hun gezinnen. Om fundamentele veranderingen te realiseren, zullen we echter het winstsysteem op zich moeten aanpakken.

Deze voedselcrisis is niet op te lossen met wat doekjes voor het bloeden. Het heeft een wereldwijde aanpak nodig waarbij alles wat met voedselproductie, planning en distributie te maken heeft onder controle komt van de gemeenschap. Iets wat de arbeidersklasse wereldwijd enkel kan afdwingen door zich te organiseren, door op te komen voor syndicale en politieke rechten en het bouwen van politieke partijen waarmee ze hun belangen kunnen verdedigen en door zelf de touwtjes in handen te nemen.

Ook de banken en het hele financiële systeem spelen een grote rol in deze crisis. Deze nationaliseren en de middelen die vandaag in winsten worden uitgekeerd gebruiken voor algemeen goed zou een enorme injectie kunnen geven aan investeringen in klimaatvriendelijke productie en voor meer efficiënte voedselproductie en planning in het algemeen.

Een politiek van nationalisatie werd lang gezien als onhaalbaar. De kredietcrisis maakte daar een einde aan. De afgelopen maanden werden enkele grote banken en financiële instellingen in de VS en in GB genationaliseerd om te voorkomen dat ze failliet zouden gaan en het hele financiële systeem en economie in de problemen zouden brengen. Overal kregen banken garanties dat hun schulden desnoods werden overgenomen door de staat wat de markten aanzette om rustig voort te doen. De gemeenschap zou wel opdraaien voor de fout gelopen speculatie.

Arbeiders en armen wereldwijd krijgen deze garanties niet. Nochtans zijn zij het die de rijkdom produceren. Als grote banken “gered” kunnen worden met publiek geld in het belang van de grote kapitalen, waarom dan geen nationalisaties om iedereen van voldoende en van gevarieerd voedsel te voorzien? Om jobs en inkomens te verzekeren en degelijke uitgebouwde publieke voorzieningen als onderwijs en gezondheidszorg?

Deze ideeën zijn niet nieuw. De ervaring van de arbeidersbeweging leert ons dat een programma van nationaliseringen enkel kan leiden tot oplossingen wanneer er tegelijk een democratisch systeem van arbeiderscontrole en beheer georganiseerd wordt. Dit om ervoor te zorgen dat corrupte regeringen en rijke elites niet met de opbrengst gaan lopen. En om voldoende efficiëntie en planning te kunnen garanderen, nationaal en internationaal.

Prijsstijgingen en voedseltekorten kunnen aanzetten tot grote revolutionaire bewegingen waarbij noodzakelijkerwijs, bij gebrek aan een oplossing binnen het winstsysteem zelf, over de grenzen van het kapitalisme gekeken wordt naar een oplossing voor de noden van vandaag en morgen.

Zo’n periode is opnieuw aangebroken. Linkse regeringen in de jaren ’70 en vandaag in Latijns Amerika, toonden ons wat mogelijk was als maar een fractie van de rijkdom aangewend wordt voor het gemeenschappelijk belang. Maar dit is nooit voldoende gebleken om armoede en miserie de wereld uit te helpen.

De productiemiddelen moeten in handen komen van democratische arbeidersregeringen die rijkdom, techniek en natuur volop kunnen aanwenden in het belang van mens en natuur.

De oude slogan, socialisme of barbarij is opnieuw en meer dan ooit actueel.

Geef een reactie

0
    0
    Je winkelwagen
    Er zit niets in je winkelwagenKeer terug naar de winkel