De achtergrond waartegen de gebeurtenissen in Kronstadt plaatsgrepen

Kronstadt wordt door anarchisten vaak gebruikt als bewijs voor hun stelling dat marxisme niet fundamenteel anders is dan stalinisme. De Russische Revolutie veranderde volgens hen niets fundamenteel: de arbeiders werden nog altijd uitgebuit en onderdrukt. Hieronder volgen enkele uittreksels uit geschriften van o.a. Lenin en Trotski over de onderdrukking van de Kronstadt-opstand. Deze tonen aan dat de ideeën van de anarchisten in de praktijk enkel de burgerij dienen.

 

Verslag van de gebeurtenissen in Kronstadt

De ongeregeldheden in Kronstadt begonnen op 28 februari 1921. Op 1 maart werd een meeting van 12.000 à 14.000 matrozen, soldaten van het Rode Leger en arbeiders gehouden. Onder invloed van anti-communistische propaganda werd een resolutie voorgesteld door Petrichenko, een matroos van het oorlogsschip Petropavlovsk, aangenomen. Die resolutie vroeg vrije verkiezingen in de sovjets met deelname van de anarchisten en linkse Sociaal-Revolutionaren; de legalisatie van socialistische partijen en de anarchisten; de afschaffing van de Politieke Afdelingen; het verwijderen van de troepen die instonden voor het beschermen van voedselvoorraden op het platteland, gericht tegen de illegale handel gedurende de burgeroorlog; het herstel van de vrije markt en de bevrijding van de politieke gevangenen. Op 2 maart werd onder leiding van Petrichenko een “revolutionair” comité gevormd die de macht uitoefende in de stad. Op deze dag begint de open opstand.

De positie van de opstandelingen was zeer gunstig. Ze hadden de controle over een eerste-klasse havenvesting die alle doorgang naar Leningrad controleerde en ze beschikten over verschillende oorlogsschepen. Hun aantal was ongeveer 15.000, vooral matrozen, en ze waren zwaar bewapend. Het garnizoen (van de landmacht) en de bevolking namen een passieve houding in. De Kursanty (militaire kadetten van he Rode Leger) sloten zich niet aan bij de opstand en trokken zich op 3 maart over het ijs terug naar Oranienbaum.

De plaatselijke leiding van het Rode Leger was verrast door de rebellie en nam in de eerste periode een afwachtende houding in, rekenend op een verandering van stemming bij de opstandelingen. Voor enkele dagen waren er geen actieve operaties. Maar de revolte trok de aandacht van de internationale burgerij en de Russische Witte Garde, die in Kronstadt een bedreiging voor de sovjetmacht zagen. Als niet zou gebeurd zijn, zou Kronstadt een aantrekkingspool en kristallisatiepunt van alle contra-revolutionaire krachten geworden zijn. Er kon dan ook geen uitstel van actie meer zijn. Het was noodzakelijk vlug en beslissend te reageren.

De situatie veranderde met Trotski’s aankomst in Leningrad in de namiddag van 5 maart, samen met S.S. Kamenev, Lebedev en Tukhachevski. Dezelfde dag werd een oproep gedaan “Aan het garnizoen en de bevolking van Kronstadt en de Opstandige forten” met de eis dat ze onmiddellijk de wapens zouden neerleggen. Tukhachevski werd aangesteld als commandant van de legereenheden tegen Kronstadt. De voorzitter van de Revolutionaire Militaire Raad (Trotski) gaf hem het bevel de opstand te onderdrukken in de korst mogelijke tijd.

Op 8 maart om 5u ’s morgens begon de algemene aanval op Kronstadt. Het offensief werd uitgevoerd door twee groepen: een groep vanuit Oranienbaum en een vanuit Sestroretsk. De aanval mislukt. Van 9 tot 16 maart waren er geen militaire operaties. Gedurende die periode versterkte het Rode Leger zich met nieuwe eenheden, 320 afgevaardigden van het Tiende Partijcongres, dat toen in sessie was, sloten zich bij de troepen aan en intensifieerden het politieke werk in de militaire eenheden.

Ook de opstandelingen versterkten hun troepen met deserteurs en contra-revolutionaire elementen uit de bevolking. Op 16 maart telden ze 16.300 bajonetten. Op 15 maart werd het bevel voor een frontale aanval in de nacht van 16 op 17 maart gegeven, met het doel de controle over de vesting te veroveren. Na een artillerie-bombardement in de namiddag van 16 maart begonnen de Rode troepen ’s nachts hun offensief over het ijs naar Kronstadt. Na hevige gevechten braken ze door, kwamen de stad binnen waar straatgevechten begonnen. De opstandelingen verdedigden zichzelf wanhopig en moesten gebouw per gebouw overwonnen worden. De gevechten gingen door tot de ochtend van 18 maart toen de hele stad bezet was door het Rode Leger. Op dit punt gaven de oorlogsschepen Petropavlovsk en Sevastopol zich over. Een aantal opstandelingen vluchtte naar Finland.

 

Algemeen overzicht van de achtergrond van de gebeurtenissen

De meesten die de acties van de Bolsjevieken in Kronstadt afkeuren, beschrijven het als een geïsoleerde gebeurtenis. Ze negeren of minimaliseren de conditie waarin de Sovjet-Republiek zich bevond in die periode. Het was de periode waarin de burgeroorlog op haar einde liep. Dit kon echter enkel gezegd worden in die zin dat de legers, die geleid werden door de Witte generaals en gesteund werden door de kapitalistische machten, gestopt waren met vechten en verslagen waren door het Rode Leger. Of dit tijdelijk was of permanent kon op dat ogenblik niemand zeggen. Witte troepen waren nog overal in en net buiten Rusland gestationeerd: aan de kust van de Zwarte Zee tegen Georgië, in Siberië, in Turkije waar zo’n 70.000 à 80.000 manschappen uit generaal Wrangel’s leger nog altijd gemobiliseerd waren, deze generaal controleerde, met de hulp van de Franse regering, ook een groot deel van de Russische vloot in Tunesië. Daarom hadden de Bolsjevistische leiders reden genoeg om in het begin van 1921 te geloven dat de burgeroorlog opnieuw zou uitbreken wanneer gebeurtenissen in Rusland of aan haar grenzen daar de aanleiding en de mogelijkheid zouden toe geven.

Intern was het land in een staat van bijna totale desorganisatie. De industrie was net niet volledig ineengevallen, landbouw was vele jaren lang genegeerd wat, enkele maanden na Kronstadt, zou leiden tot enorme hongersnood in het grootste gedeelte van Rusland. Van het einde van 1920 tot begin 1921 gebeurden bijna overal plunderingen door gewapende bendes. Deze bendes kregen de steun van wat overbleef van de Sociaal-Revolutionairen, die deze vreemde manier van strijd gebruikten tegen de Sovjet-staat. De Sovjet-regering werd bedreigd door groeiende anarchie, die kon eindigen in de totale onmogelijkheid om te produceren, de steden te voeden, en een minimale graad van organisatie te behouden. Dat was de algemene toestand waarin Rusland zich bevond gedurende de Kronstadt-opstand. In feite was Kronstadt slechts één van de vele gebeurtenissen uit die periode. Het dankte zijn beruchtheid veeleer aan de mannen die de opstand voerden – de matrozen van Kronstadt – dan aan het relatief onbetekenend aantal individuen die erin betrokken waren. Nog belangrijker is de plaats waar het gebeurde: in de vesting die Petrograds Baltische kust beschermde.

Tegenover de gevaarlijk achteruitgaande situatie, die versterkt werd door de demobilisatie van honderdduizenden mannen die gevochten hadden in het Rode Leger, had de leiding van de Bolsjevistische partij beslist over te gaan van “oorlogscommunisme” naar de “Nieuwe Economische Politiek” (NEP). Dit betekende o.a. een einde aan het opeisen van graan en de restoratie van bepaalde elementen van de markteconomie. Deze maatregelen droegen bij tot het terug op de goede weg komen van de economische situatie en het verbeteren van de voedselbevoorrading van de stads- zowel als de plattelandsbevolking in de daaropvolgende twee jaar (met uitzondering van de hierboven vernoemde periode van hongersnood in een bepaald gebied, te wijten aan een mislukte oogst).

De opstand in Kronstadt brak uit op het moment dat de Sovjetregering begon met het toepassen van de NEP, bij de opening van het Tiende Congres van de Communistische Partij. De opstand verzwakte de tegenstand tegen de NEP in de partij, niet enkel bij de Arbeidersoppositie, maar ook onder bredere lagen die nog steeds de illusie koesterden dat het mogelijk zou zijn onmiddellijk over te gaan van het oorlogscommunisme naar een waarlijk socialistische maatschappij en die niet begrepen dat de overgang naar socialisme in een achterlijk land, zelfs indien dat niet zou omringd zijn door een vijandige kapitalistische wereld, moeilijker zou zijn dan zelfs Marx had voorzien.

Kortom Kronstadt kan niet begrepen worden buiten de nationale en internationale context waarin de opstand plaats vond. Enkel binnen deze context kunnen de analyse en de beslissingen van de Sovjet-regering begrepen worden. Midden in een bedreigende internationale situatie was de interne situatie zeer gevaarlijk. Het proletariaat was verzwakt. Het grootste gevaar bestond in het opnieuw uitbreken van de burgeroorlog, waarin het deel van de boerenstand dat aan de kant van de arbeidersklasse stond tijdens de revolutie en de burgeroorlog die steun zou kunnen wegnemen en gebruikt kon worden door de contra-revolutionaire krachten om de Sovjet-staat omver te gooien.

Voor de Bolsjevieken stelde het probleem zich zo: ofwel behoud van de arbeidersstaat onder hun leiding ofwel het begin van de contra-revolutie in de één of andere politieke vermomming, onvermijdelijk eindigend in een contra-revolutionaire heerschappij die geen enkele ruimte voor democratie meer zou hebben. Hoewel fascisme nog niet “uitgevonden” was, zou de onvermijdelijke uitkomst van de omverwerping van de Sovjet-regering een fascisme van de ergste vorm geweest zijn. De contra-revolutie zou onmiddellijk de steun van de internationale burgerij hebben gekregen. Kronstadt zou het signaal geweest zijn voor contra-revolutionaire opstanden over heel Rusland.

Ook de Arbeidersoppositie, een tendens binnen de Communistische Partij die zich verzette tegen het invoeren van de NEP en die waarschuwde voor het gevaar van groeiende bureaucratisering, stond duidelijk vijandig tegenover de Kronstadt-opstand en vele van hun aanhangers namen deel aan de onderdrukking ervan.

Met het afwijzen van de onderdrukking van Kronstadt proberen de anarchisten te bewijzen dat de bureaucratische degeneratie onder het Stalinisme de onvermijdelijke uitkomst was van het idee van het bolsjevisme, van de dictatuur van het proletariaat. De strijd van Trotski tegen het stalinisme is volgens hen van geen enkel belang, want Trotski zelf was een bureaucraat, een “immorele onderdrukker van de arbeidersklasse”, ten bewijze: Kronstadt!

Bureaucratische ideeën (de georganiseerde partij, de georganiseerde heerschappij van het proletariaat ter onderdrukking en onteigening van de kapitalistische klasse, ter bescherming van de verworvenheden van de revolutie tegen de internationale burgerij) zijn de oorzaak van de bureaucratie. Dit volgens de anarchisten. Misschien kunnen ze dan eens proberen uit te leggen hoe het komt dat de mensheid na Jezus en Boedha, Bakoenin en Ghandi en alle andere apostelen van de “goedheid” nog altijd niet leeft in een wereld die vervuld is van goedheid.

Trotski legde uit dat de bureaucratisering kon gebeuren op basis van de achterlijkheid van de Russische economie, het lage culturele peil van de bevolking en voornamelijk de boerenstand die de meerderheid van de bevolking was en de isolatie van de revolutie. Maar neen, wat aanleiding gaf tot het ontstaan van de bureaucratische degeneratie was een concept, een idee. De anarchisten reduceren hier de hele menselijke geschiedenis tot een strijd tussen goed en kwaad.

Avrich, een Amerikaanse professor die de opstand in Kronstadt onderzocht, toont in zijn studie duidelijk aan dat de argumenten die Trotski naar voor bracht, juist waren. Hij beroept zich daarvoor op teruggevonden documenten. Hij vond o.a. een statement van Petrichenko, de centrale leider van de opstand, terug. Petrichenko verklaarde hierin dat: “drie vierden van het garnizoen van Kronstadt oorspronkelijk van de Oekraïne waren, waarvan een deel eerst meevocht in de anti-bolsjevistische troepen in het zuiden, alvorens in de Sovjet-marine terecht te komen.” (dit statement werd teruggevonden in de Nationale Archieven van de State Department in de VS. Petrichenko legde deze verklaring af in Finland, waarnaar hij na de mislukte opstand gevlucht was).

Anarchisten zullen zich vaak beroepen op het revolutionaire elan dat Kronstadt en vooral de vloot van Kronstadt met zich meedraagt, de vloot heeft in de Oktoberrevolutie heel zeker een belangrijke rol gespeeld. Tegen 1921 echter was die vloot volledig vernieuwd, die elementen die deelgenomen hadden aan de Oktoberrevolutie waren al verdwenen (namen deel aan het Rode Leger in de burgeroorlog) en vervangen door verse troepen vanuit het platteland.

Paul Avrich’s boek is interessant enkel en alleen nog maar voor de discussie die het opwerpt rond de vraag of er al dan niet een samenzwering was uitgewerkt in samenwerking met de contra-revolutionaire emigrees en welke rol dat speelde in de opstand. Avrich bevestigt volledig de observaties van Lenin over de agitatie binnen de emigré-kringen gedurende de eerste maanden van 1921. Hij vernoemt de vele pogingen van de emigrees om tussen te komen eens de revolte uitgebroken was: statements in de internationale pers, het opzetten van een comité in Finland, gebruik van het Russische Rode Kruis, oproepen voor rantsoenen en wapens voor Kronstadt, financiële oproepen aan banken en verzekeringsmaatschappijen, enz. De emigrees onderhielden een verbinding met de Franse overheid die hen voorraden beloofde en onderhandelde met de Finse regering. Deze laatste, die zag dat de opstand geen kans van slagen had, reageerde hier niet op. De Amerikaanse regering deed hetzelfde om dezelfde redenen. Er kan beweerd worden dat dit niet verder ging dan agitatie onder emigrees en dat niets het bestaan van een samenzwering in Kronstadt bewijst. Avrich brengt echter een document naar voor dat hij vond in de archieven het Russische Nationaal Comité, een emigré-organisatie waarvan hij de geschiedenis had uitgepluisd. Deze archieven bevinden zich nu in de Colombia-universiteit. Niemand kan de echtheid van het document betwijfelen. Niemand wist van het bestaan ervan af tot het werd teruggevonden. De Sovjet-regering zou het zeker hebben gebruikt indien ze ervan zouden hebben geweten. Enkel de titel ervan is al overtuigend: “Memorandum over de organisatie van een opstand in Kronstadt”. Enkele uittreksels:

“Informatie vanuit Kronstadt overtuigt ons van de mogelijkheid van de ontwikkeling van een opstand die zou kunnen uitbreken in de lente. Met wat steun voor de voorbereiding ervan van buitenuit, zou men erop kunnen rekenen dat de opstand succesvol zal zijn…”

Na een hele beschrijving van de hoeveelheid wapens die de opstandelingen ter beschikking zouden hebben, van het strategische belang van Kronstadt, van de strategie die de groep organisatoren zou moeten voeren, zelfs van de hoeveelheid en de regelmaat van de rantsoenering van Kronstadt (gegevens die enkel van binnenuit kunnen komen), volgt:

“De levensomstandigheden na de revolte zouden echter fataal kunnen zijn voor Kronstadt. De voedselvoorraad zal enkel volstaan voor de eerste dagen na de opstand. Als er niet onmiddellijk erna voedsel geleverd wordt en als provisies niet verzekerd worden, zal de onvermijdelijke honger Kronstadt dwingen zich opnieuw over te geven aan de Bolsjevieken. De Russische anti-Bolsjevistische organisaties zijn niet sterk genoeg om dit voedselprobleem onafhankelijk op te lossen en kunnen enkel de Franse regering oproepen om hen hierin te helpen.”

“Om uitstel in het verkrijgen van de voorraden onmiddellijk na de opstand te voorkomen, is het noodzakelijk dat, een bepaalde tijd op voorhand, het nodige voedsel op transportschepen geladen wordt die in de havens van de Baltische Zee zouden wachten op het bevel naar Kronstadt te gaan.”

“Naast Kronstadts overgave aan de Bolsjevieken omwille van een gebrek aan voedselvoorraden, zou het voorzichtig zijn de kans op een breuk in de stemming van de opstandelingen te voorzien, wat als resultaat de restauratie van de bolsjevistische macht in Kronstadt zou kunnen hebben. Zulk een breuk in de stemming zou onvermijdelijk zijn als de opstandige zeelui niet de verzekering van sympathie en steun van de buitenwereld zouden krijgen, vooral van het Russische leger onder generaal Wrangel; en verder als de zeelui zich geïsoleerd zouden voelen van de rest van Rusland, de onmogelijkheid zouden voelen van de verdere ontwikkeling van de opstand naar het omverwerpen van de Sovjet-macht in Rusland zelf.”

“Daarom zou het zeer raadzaam zijn als een Franse militaire boot zo vlug mogelijk na de opstand in Kronstadt zou kunnen aankomen, Franse hulp symboliserend door haar aanwezigheid. Het zou zelfs nog raadzamer zijn als eenheden van het Russische leger in Kronstadt zouden arriveren. Wanneer we zulke eenheden uitzoeken, zou de voorkeur moeten gegeven worden aan de Russische Vloot van de Zwarte Zee, nu gelokaliseerd in Bizerte (Tunesië), omdat de aankomst van de Zwarte Zee zeelui om de Baltische vloot te helpen een enorm enthousiasme zou teweegbrengen onder deze laatsten.”

“Men moet ook stil staan bij het feit dat het onmogelijk is, vooral in de eerste dagen na de omverwerping, te rekenen op een ordelijke organisatie van de macht in Kronstadt zelf, en dat in die zin de aankomst van eenheden van het Russische leger, onder leiding van Wrangel, enorm gunstige gevolgen zou kunnen hebben omdat alle macht in Kronstadt automatisch zou overgaan naar de hoogste officier van de genoemde eenheden.”

“Als het verder zou voorgesteld worden een operatie vanuit Kronstadt te lanceren voor de omverwerping van de Sovjetmacht in Rusland, zou ook de transfer van generaal Wrangels troepen naar Kronstadt noodzakelijk zijn. In die zin is het niet onzinnig te vermelden dat voor zulke operaties of zelfs als een dreiging ertoe, Kronstadt zou kunnen dienen als onkwetsbare basis. Bovendien is het dichtste actie-object vanuit Kronstadt het onverdedigbare Petrograd. Het bezit hiervan zou betekenen dat we reeds halfweg van de totale overwinning over de Bolsjevieken zijn.”

Na een verder overlopen van de strategie, terloops de conclusie makend dat de mislukking van de opstand de macht van de bolsjevieken enorm zou versterken en hun tegenstanders zou discrediteren, vragen de schrijvers zich af of ze wel volledig op Frankrijk kunnen rekenen en stellen het volgende voor:

“Als de Franse regering in principe akkoord is…, zou het voor hen raadzaam zijn een persoon aan te duiden aan wie vertegenwoordigers van de organisatoren van de opstand de gedetailleerde plannen van de opstand zelf zou kunnen meedelen, zowel als meer precieze data over de nodige fondsen voor de organisatie en verdere financiering van de opstand.”

Dit document, verkregen door een niet-bolsjeviek, toont duidelijk aan dat het anarchistisch argument – dat Trotski de contra-revolutionaire oppositie van de Witte Generaals en de “revolutionaire” oppositie van de anarchisten en de “arbeiders van Kronstadt” doorheen haalt om verwarring te zaaien en de genadeloze onderdrukking van de opstand te rechtvaardigen – op niets slaat. Dit memorandum zou voor gelijk welk tribunaal of gelijk welke onderzoekscommissie als onweerlegbaar bewijs kunnen dienen voor een samenzwering tussen krachten van buitenaf en deze in Kronstadt zelf. Alle elementen zijn aanwezig: de situatie; de doelen; een politiek, militair en financieel plan en een kleine groep die alles voorbereidt. Dit memorandum werd geschreven enkele weken voor de opstand door een lid van het Russische Rode Kruis, G.F. Tseidler, die naar Finland geëmigreerd was.

Er is geen enkel bewijs dat de opstand gelanceerd werd door deze groep, het is zelfs waarschijnlijker dat ze spontaan uitbrak. Er was duidelijk geen tijd om hun plannen ten uitvoer te brengen. De opstand brak te vroeg uit (voor hen), enkele weken vooraleer de voorwaarden voor het complot aanwezig waren – het smelten van het ijs, het opzetten van een bevoorradingslijn, het verzekeren van de franse steun en de verplaatsing van Wrangels verdeelde leger naar een gebied dichtbij.

De Sovjetleiders waren onbekend met het memorandum, maar niet met de agitatie en de machinaties van de emigrees en hun bondgenoten in Rusland. Berichten over de opstand in Kronstadt werden verspreid in de Franse pers twee weken voor de opstand uitbrak! De Sovjet-regering wist dat ze weinig tijd te verliezen had: eens het ijs zou gesmolten zijn, zou Kronstadt de hulp van de internationale contra-revolutie krijgen. De NEP zou geen tijd krijgen haar resultaten te bekomen. De wankelbaarheid van de boerenstand zou een conflict kunnen creëren tussen hen en de arbeidersklasse. Daarom besloten de Sovjetleiders de opstand zo vlug mogelijk te onderdrukken.

Als je de beslissingen van Lenin en Trotski in verband met Kronstadt goedkeurt, kun je nog altijd met de vraag zitten of ze daarmee niet het proces van het stalinisme in beweging hebben gezet en dat proces geholpen, onvrijwillig maar noodzakelijk. Dit is een serieuze vraag.

Niemand kan ontkennen dat Lenin en Trotski internationalisten waren en de socialistische wereldrevolutie verdedigden met alle politieke en materiële bronnen waarover ze beschikten. Voor hen kon er geen sprake zijn van “socialisme in één land”, een concept dat slechts vier jaar later voor het eerst opgang maakte. Anderzijds is het waar dat, hoewel de bureaucratie nog geen politieke leiding en uitgewerkte ideologie had, er toch al bureaucratische symptomen en misbruiken aanwezig waren in de Sovjet-Republiek, die zeker niet onbetekenend waren. Maar ze werden openlijk toegegeven door de Bolsjevieken, vooral door Lenin op het Tiende Congres in dezelfde speech waarin hij Kronstadt behandelde. We weten ook dat Lenin het laatste deel van zijn leven besteedde met het zoeken naar een manier om de bureaucratie niet enkel te ontmaskeren en haar ontwikkeling tegen te gaan, maar ook om het aan te pakken in de hoogste regionen van de partij. Tot dit doel plande hij de vorming van een fractie met Trotski om Stalin te bevechten op het Twaalfde Congres. M.a.w. op het moment van de opstand vertegenwoordigde de bolsjevistische leiding niet de bureaucratie maar bevocht ze die juist.

Het kan misschien gezegd worden dat de methodes, de onderdrukking van de opstand, het voor de bureaucratie gemakkelijker maakten dezelfde methodes later tegen haar tegenstanders in de partij te gebruiken. Maar dat is een abstract argument. In de strijd tussen de verschillende klassen of tussen verschillende sociale lagen, is het onvermijdelijk dat dezelfde methodes gebruikt zullen worden door beide kanten. Moet de revolutionaire partij afzien van het gebruik van geweld omwille van de mogelijkheid dat later een fractie zal ontstaan die geweld zal gebruiken tegen degenen die trouw gebleven zijn aan het revolutionaire programma? Men zou even abstract kunnen argumenteren dat eens X heeft deelgenomen aan de onderdrukking van de Kronstadt-opstand, daaruit natuurlijkerwijs zou vloeien dat X een roekeloze GPU-agent tegen de trotskisten zou worden. (GPU was de geheime dienst, voorloper van de KGB). Dit zou neerkomen op een standpunt vanuit de individuele psychologie die het enige waardevolle criterium negeert – de sociale krachten die aan het werk zijn op een gegeven moment.

Het kan gezegd worden dat de Bolsjevieken, terwijl ze vochten tegen de bureaucratie, de gevaren van die bureaucratie onderschatten. Dat is waar, maar het bewijst niets. Het is gemakkelijk naar de geschiedenis te kijken, de afgewerkte processen te zien en dan de winnende kant te kiezen. Op dat moment kon niemand een fenomeen dat zo nieuw was als het stalinisme voorzien, zeker de anarchisten niet. Hun ideeën van die periode zouden niet geleid hebben naar een beter Rusland, maar naar een fascistisch Rusland.

Degenen die deze opwerpingen maken, die we zojuist hebben beantwoord, zouden zichzelf eens de vraag moeten stellen: Wat zouden Lenin en Trotski anders hebben kunnen doen dan de onderdrukking van de opstand in Kronstadt? Moesten ze alles opgeven? Zo niet, wat dan wel?

De Sovjet-leiding had reeds onder zeer gevaarlijke en moeilijke omstandigheden aangetoond dat ze zeer vindingrijk was in het wegwerken van alle obstakels die in hun weg werden gezet door de kapitalistische en Witte machten. Het mag verondersteld worden dat deze leiding een oplossing had verkozen boven onderdrukking. Ze hebben ook eerst geprobeerd te onderhandelen, zonder resultaat. En de tijd was kort. De bolsjevistische leiding had toen geen andere keuze meer. Tot op vandaag is nog steeds niemand met een mogelijke andere oplossing voor de dag gekomen, zeker de anarchisten niet.

Lenin erkende dat de opstandelingen niets meer wilden van de Witte generaals dan van de bolsjevieken. Hij legde uit dat de redenen voor Kronstadt het ongenoegen, de moeheid, de uitputting van de arbeiders en de boeren waren en dat de menselijke kracht haar grenzen heeft. In dezelfde trant schreef Trotski dat de rebellen misschien wel goede bedoelingen hadden maar dat ze misleid waren en dat de onderdrukking van de opstand een “tragische noodzakelijkheid” was.

Ondanks alle antwoorden, ondanks alle verduidelijkingen, zullen er steeds meer mensen zijn die doorgaan met het gebruiken van Kronstadt als anti-communistische en anti-trotskistische propaganda.

De anarchisten ontkennen niet enkel de kapitalistische staat, ze ontkennen ook de noodzaak van een arbeidersregering om een socialistische maatschappij op te bouwen. Het is nooit bij hen opgekomen dat het omverwerpen van het kapitalisme hoog gestructureerde organisaties behoeft om de strategieën en tactieken uit te werken en uit te voeren die overeenkomen met de noden van het moment, met de krachtsverhoudingen, enz. Het enige dat hen interesseert is het opstoken van gelijk welke revolte, zonder hun hoofd te breken over wat de klassevijand doet en of het klassenbewustzijn versterkt zal worden zelfs als de beweging faalt. Kortom, gezien zij weigeren zowel de kapitalistische als de arbeidersstaat te erkennen, zien ze geen nood aan strategieën, tactieken, organisatie en leiding. Opstand voor de opstand is het begin en het einde voor een anarchist. Degenen die niet gevoed zijn met lege frasen over de staat, de partij, enz., die weten dat de socialistische revolutie niet gemaakt zal worden door opstanden die in een doodlopend straatje eindigen, maar door voorbereide en georganiseerde strijd, zullen begrijpen dat Kronstadt een trieste episode in de geschiedenis van de revolutie was.

Tenslotte volgen hier enkele verklaringen, statements, geschriften in verband met Kronstadt.

 

Kronstadts historische plaats

Ik geloof dat er slechts twee soorten regering mogelijk zijn in Rusland – een regering door de sovjets of een regering geleid door een tsaar. Enkele idioten of verraders in Kronstadt praatten over een grondwetgevende vergadering, maar gelooft iemand die bij zijn volle zinnen is ook maar één moment dat een grondwetgevende vergadering op dit kritisch abnormaal stadium iets anders zou kunnen zijn dan een berentuin? De Kronstadt-affaire is op zichzelf een zeer futiel incident. Het bedreigt de Sovjetstaat niet meer dan de Ierse opstanden het Britse Rijk bedreigen.

Sommige mensen in Amerika geloven dat de Bolsjevieken een kleine kliek van slechte mannen is, die een enorm aantal hoog intellectuele mensen tiranniseren die zelf een bewonderenswaardige regering zouden kunnen vormen vanaf het moment dat het bolsjevistisch regime omver wordt geworpen. Zij vergissen zich, want er is niemand om onze plaats in te nemen, behalve enkele moorddadige generaals en hulpeloze bureaucraten die hun onmacht om te regeren reeds ten overvloede hebben aangetoond.

Als mensen in het buitenland het belang van de opstand in Kronstadt overdrijven, is dit omdat de wereld opgedeeld is in twee kampen: kapitalisme in het buitenland en Communistisch Rusland.

(Lenin, 15 maart 1921)

 

Tactieken van de Russische Communistische Partij

Als we de Russische Sociaal-Revolutionairen en de Mensjevieken beoordelen op wat ze doen en niet op wat ze zeggen, dan zullen we zien dat ze niets anders zijn dan de vertegenwoordigers van de kleinburgerlijke “pure democratie”. In de loop van onze revolutie hebben ze ons een klassiek voorbeeld gegeven van wat “pure democratie” betekent en ze hebben dat opnieuw gedaan in de recente crisis van de Kronstadt-opstand. Er was een serieuze rusteloosheid onder de boeren en het ongenoegen kwam boven drijven bij de arbeiders. Ze waren moe en uitgeput. Er is nog altijd een grens aan wat een mens kan doorstaan. Ze zijn drie jaar lang uitgehongerd, maar je kan niet blijven uithongeren voor vier of vijf jaar. Natuurlijk heeft honger een enorme invloed op de politieke activiteit.

Hoe hebben de Sociaal-revolutionairen en de Mensjevieken zich gedragen? Ze hebben de hele tijd getwijfeld, weg en weer gezwaaid, waarmee ze de burgerij versterken. De organisatie van alle Russische partijen in het buitenland heeft de huidige situatie blootgelegd. De slimste leiders van de Russische grote burgerij zeiden tot zichzelf: “We kunnen de overwinning in Rusland niet onmiddellijk behalen. Vandaar moet onze slogan ‘sovjets zonder de bolsjevieken’ zijn.” Miljukov, de leider van de Constitutionele Democraten, verdedigde de Sovjet-macht tegen de aanvallen van de Sociaal-revolutionairen. Dit klinkt zeer vreemd, maar dat is de praktische dialectiek die we in onze revolutie op een vreemde manier bestudeerd hebben, uit de praktische ervaring van onze strijd en van de strijd van onze vijanden. De Constitutionele Democraten verdedigden ‘sovjets zonder de Bolsjevieken’ omdat zij deze positie zeer goed begrijpen en dat ze hopen dat een deel van de bevolking in dit aas zal bijten. Dat is wat de slimme Constitutionele Democraten zeggen. Natuurlijk zijn niet alle Constitutionele Democraten slim, maar sommigen wel en deze hebben een les geleerd uit de Franse Revolutie. De huidige slogan is de Bolsjevieken te bevechten, wat het ook mag kosten, wat er ook komt. Heel de burgerij helpt nu de Mensjevieken en de Sociaal-Revolutionairen, die de voorhoede van alle reactie geworden zijn. In de lente konden we proeven van de vruchten van hun contra-revolutionaire samenwerking.

Daarom moeten we onze harde strijd tegen deze elementen doorzetten. Dictatuur is een staat van intense oorlog. In deze staat bevinden wij ons. Er is geen militaire interventie op dit moment, maar we zijn geïsoleerd. Anderzijds zijn we niet volledig geïsoleerd want de hele internationale burgerij is niet in staat een open oorlog tegen ons te voeren omdat de hele arbeidersklasse, hoewel de meerderheid nog niet communistisch is, voldoende klassenbewust is om interventie te voorkomen. De burgerij moet nog steeds rekening houden met de stemming van de massa’s hoewel deze nog niet volledig kant hebben gekozen voor het communisme. Daarom kan de burgerij geen nieuw offensief starten tegen ons, hoewel we dat natuurlijk nooit volledig kunnen uitsluiten. Tot de laatste strijd gevoerd is, zal deze vreselijke staat van oorlog voortduren. En we zeggen “A la guerre comme à la guerre; we beloven geen vrijheid of democratie”. We vertellen de boeren openlijk dat ze moeten kiezen tussen de heerschappij van de burgerij en de heerschappij van de bolsjevieken – waarbij we elke mogelijke concessie zullen doen binnen de grenzen van het behoud van de macht, en later zullen we hen het socialisme brengen. Al de rest is misleiding en pure demagogie. Genadeloze oorlog moet gevoerd worden tegen deze misleiding en demagogie. Ons standpunt is: zolang deze situatie blijft bestaan – grote toegevingen de grootste voorzichtigheid, precies omdat een zeker evenwicht is bereikt, precies omdat we zwakker zijn dan onze vijanden samen, omdat onze economische basis te zwak is en we een sterkere nodig hebben.

Dat kameraden, is wat ik jullie wilde vertellen over onze tactieken, de tactieken van de Russische Communistische Partij.

(toespraak van Lenin op het Derde Congres van de Communistische Internationale, 5 juli 1921)

 

De revolte van ex-generaal Kozlovski en het oorlogsschip Petropavlovsk

Zo ver terug als 13 februari 1921, publiceerde het Parijse blad “Le Matin” een zending uit Helsinki gedateerd op 11 februari, over het feit dat er een revolte was uitgebroken onder de matrozen van Kronstadt. De Franse contra-spionage liep een beetje voor op de feiten. Enkele dagen na de vernoemde datum begonnen dan effectief de gebeurtenissen die verwacht werden door, en ongetwijfeld voorbereid door, de Franse contra-spionage. In Kronstadt en Petrograd verschenen pamfletten van de Witte Garde. Gedurende de arrestaties die hierop volgden, werden enkele beruchte spionnen aangehouden. Tegelijkertijd begonnen de rechtse Sociaal-Revolutionairen dubbel zo hard te agiteren onder de arbeiders, gebruik makend van de moeilijke situatie in verband met voedsel en brandstof.

Op 28 februari begonnen de beroeringen op het oorlogsschip Petropavlovsk. Een SR/Zwarte Honderd-resolutie werd aangenomen. Op 1 maart duurden deze beroeringen verder. Op een algemene vergadering werd dezelfde resolutie nog eens gestemd.

Op 2 maart reeds verscheen een groep rond ex-generaal Kozlovski (hoofd van de artillerie) openlijk op het toneel. De ex-generaal Kozlovski en drie van zijn officieren, wiens namen nog niet bevestigd zijn, namen openlijk de rol van opstandelingen aan. Onder hun leiding werden kameraad Koezmin (commissaris voor de Baltische vloot), kameraad Vasiljev (voorzitter van de sovjet van Kronstadt) en een aantal andere verantwoordelijken gearresteerd. De betekenis van de latste gebeurtenissen werd daarmee meer dan duidelijk. Achter de Sociaal-Revolutionairen staat een tsaristische generaal.

In het licht van deze feiten verordent de Raad van Arbeid en Verdediging:
1. de ex-generaal Kozlovski en zijn medeplichtigen zijn hierbij buiten de wet gesteld.
2. Petrograd en Petrograd Gubernia worden hierbij in staat van beleg verklaard.
3. Alle gezag in het Petrograd Versterkt District wordt hierbij overgebracht naar het comité ter verdediging van Petrograd

(statement van de Sovjet-regering, 2 maart 1921)

 

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie