Landbouwbeleid: wie ellende zaait, zal woede oogsten

Het Belgische boerenprotest haalt inspiratie uit de acties die al maandenlang bezig zijn in onder meer Frankrijk. De komende dagen zullen we dieper ingaan op het protest in België, hieronder een dossier over het Franse boerenprotest.

Het jaar begon met groot boerenprotest in Frankrijk. Dat volgde op maanden van acties. Dat ging van symbolische acties zoals het omverwerpen van wegwijzers tot blokkades van snelwegen, winkels en inkoopcentra. Al snel kregen de boeren van de nieuwe Franse premier Gabriel Attal de belofte van een aantal maatregelen in hun voordeel. Maar deze zijn bij lange na niet genoeg om de problemen van de boeren aan te pakken. De mobilisatie gaat door en breidt zich uit, ook naar België.

De vonk voor deze beweging is de vertraging van de GLB-subsidies (Gemeenschappelijk Landbouwbeleid) en de verhoging van de belastingen op pesticiden en waterverbruik. Maar bovenal is er de kwestie van de zeer lage beloning van boeren, die verslechtert als gevolg van een aantal factoren. Sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne is de prijs van niet voor de weg bestemde diesel (RNG, de brandstof die in de landbouw wordt gebruikt) enorm gestegen en de begroting voor 2024 (die met volmachten is aangenomen) voorziet in een verhoging van de belasting hierop. De vraag daalt omdat huishoudens door de inflatie minder geld uitgeven aan voedsel (vooral biologische producten en vlees). In september brak in Frankrijk de epizoötische hemorragische ziekte (EHD) uit bij runderen en de veehouders moeten opdraaien voor de kosten van het vaccin. Na het slechte weer moesten veel boeren reparaties uitvoeren die niet voldoende werden gedekt door de verzekering. En dan zijn er nog de herhaalde droogtes … De lijst gaat maar door.

Daarbovenop komt nog de frustratie van het moeten omgaan met papierwerk, talloze controles, soms tegenstrijdige voorschriften, concurrentie met landen die niet dezelfde normen hanteren, schulden om landbouwmachines te financieren en de klimaatcrisis die de toekomst onzeker maakt, vooral als je niet de middelen hebt om de veranderingen door te voeren die nodig zijn om je boerderij aan te passen.

Dit alles maakt de zware impact van hun werk op de gezondheid van boeren nog erger. Ze leven gemiddeld langer dan de rest van de bevolking, maar leven minder lang in goede gezondheid. Er is een verband aangetoond tussen blootstelling aan pesticiden en cognitieve stoornissen of chronische bronchitis. Prostaatkanker en de ziekte van Parkinson komen vaker voor in agrarische omgevingen. Fysiek werk veroorzaakt aandoeningen. Daarbij komt nog het isolement door de moeilijkheid om een partner te vinden die bereid is om deze zware omstandigheden te delen, en de zware tol op de mentale gezondheid. Veel boeren plegen zelfmoord.

Het dode punt van de kapitalistische markt

Aan de ene kant van de keten vechten boeren om te overleven. Aan de andere kant lijden huishoudens onder de stijgende voedselprijzen. Daartussenin zitten de fabrikanten en distributeurs die van de crisis profiteren. In een rapport van de Franse Senaat van juli 2022 staat: “Sommige distributeurs passen prijsverhogingen toe in hun schappen, ook al hebben ze geen overeenkomst voor prijsverhoging gesloten met de leverancier. Deze praktijken worden in de hand gewerkt door het feit dat consumenten hoe dan ook een hoge inflatie in de schappen verwachten.”

Natuurlijk hebben prijsonderhandelingen tussen producenten en fabrikanten of distributeurs niet hetzelfde effect op de kleine en de grote landbouwbedrijven (grote graantelers, intensieve veehouderijen, enz.). Door de concurrentie drijft de agribusiness de prijzen onder het lonende tarief voor kleine boeren, die desondanks overleven dankzij overheidssubsidies. Marktprijzen zijn gebaseerd op de sociaal noodzakelijke arbeidstijd voor de producten, maar dan op wereldniveau. Dit vertegenwoordigt niet de productiekosten van een kleine producent. Daarom zijn ze verplicht om onder de kostprijs te verkopen. De publieke steun waarmee boeren nauwelijks kunnen leven, is in feite het verschil tussen wat de distributeur betaalt en de waarde van de producten.

Met de Egalim-wetten (voor “evenwichtige handelsbetrekkingen in de landbouwsector en gezonde, duurzame voeding”) legde de Franse overheid regels op voor onderhandelingen, met als doel het inkomen van producenten te beschermen. Deze regels zijn niet alleen nutteloos, ze worden ook niet toegepast. En volgens het bovengenoemde rapport van de Senaat hebben ze ook als neveneffect dat ze inflatoir zijn. In de context van kapitalistische vrijhandel verschuift elke poging tot een oplossing het probleem gewoon naar elders…

Maar zoals de boerenorganisatie ‘Confédération paysanne’ uitlegt, “[deze wet] garandeert niet dat de kosten van de landbouwproductie worden gedekt, met inbegrip van een eerlijke en fatsoenlijke vergoeding voor boeren … we moeten eindelijk ingrijpen bij de wortel van het probleem, dat wil zeggen de aankoop van landbouwproducten onder hun kostprijs verbieden, in plaats van te wachten op een hypothetisch doorsijpelingseffect via ondoorzichtige voedselketens. Hopen dat de sector en de supermarkten het onderling eens zullen worden om het inkomen van de boeren te beschermen, is ofwel een schijnvertoning of een teken van totale onwetendheid van de realiteit.”

Landbouwproducten onder de kostprijs verkopen is de sleutel tot het probleem van de lage inkomens van boeren. Maar hoe kan dit verboden worden? In een kapitalistische economie kan een afwijkende prijsvorming in bepaalde sectoren slechts iets tijdelijk zijn. Het zou bovendien tot hogere consumentenprijzen leiden, wat de vraag zou drukken. Een dalende vraag zet opnieuw druk op de prijzen die aan de producenten worden betaald. Om op lange termijn lonende prijzen op te leggen, moeten we de controle over de agro-industrie en de distributeurs overnemen, d.w.z. nationaliseren.

Kapitalisme is een instabiel systeem dat zijn eigen wetten gehoorzaamt op basis van de anarchie van de productie. De melk-, aardappel- en bietenquota’s bijvoorbeeld, die het GLB net heeft afgeschaft, gaven een zekere stabiliteit aan de prijs die aan de producenten werd betaald. Maar het was een vorm van bureaucratische planning die overschotten in evenwicht hield door ze tegen lage prijzen te verkopen. Wat we nodig hebben is een uitweg uit de anarchie van de markt, met een democratische planning die gebaseerd is op echte behoeften en waaraan boeren deelnemen.

De agro-industrie probeert de beweging in haar greep te houden

Aan het hoofd van de beweging staat FNSEA, de nationale federatie van boerenvakbonden. Terwijl de kracht van de beweging ligt bij de kleine boeren die protesteren tegen lage inkomens en ontberingen, vertegenwoordigt FNSEA vooral de belangen van de agro-industrie. Haar standpunten zijn productivistisch en anti-ecologisch, vooral ten gunste van intensieve landbouw, pesticiden en grootschalige teelt. FNSEA heeft een sterke invloed op de regering en zat achter de poging om Soulèvements de la Terre te ontbinden. De voorzitter, Arnaud Rousseau, is voorzitter van de raad van bestuur van de agro-industriële groep Avril, het op drie na grootste agrovoedingsbedrijf van Frankrijk, met een omzet van €9 miljoen in 2022.

Hoewel de meerderheid van FNSEA uit boeren bestaat, moeten we een onderscheid maken tussen het bestuur van FNSEA, dat uit agro-industriëlen bestaat, en zijn 212.000 leden, onder wie veel kleine boeren. Sommigen van hen zijn lid geworden van FNSEA om deel uit te maken van het netwerk van landbouwers en te profiteren van de diensten van de organisatie, en niet zozeer uit overtuiging voor het productivistische en anti-milieuprogramma van de organisatie of om de lobbyactiviteiten te ondersteunen. Op departementaal niveau hebben de FDSEA’s een zekere mate van autonomie – de blokkade van Parijs was het initiatief van de lokale FDSEA, terwijl de nationale koepel oproept tot kalmte. Hebben ze het gevoel dat de beweging hen kan overweldigen? Binnen de huidige beweging zijn er stemmen opgegaan tegen de FNSEA, vooral met een kritiek op de nauwe banden die de federatie heeft met de regering. Sommigen delen de woede van hun collega’s, maar hebben zich uit afkeer van het beleid van FNSEA van deelname aan de beweging onthouden – maar dit zou kunnen veranderen als de stem van de kleine boeren dominant wordt.

De leiding van FNSEA gebruikt de gerechtvaardigde woede van boeren die verpletterd worden door inflatie, concurrentie en belastingen om haar ideologie door te drukken, die zowel liberaal als protectionistisch, productivistisch en anti-milieu is. En terwijl ze zich concentreren op het intrekken van normen en niet verder gaan dan het eisen van naleving van de Egalim-wetten, negeren ze de rol van fabrikanten, distributeurs en banken in de dramatische situatie van boeren.

Voor een ecologische en lonende landbouw

Karl Marx, een voorloper op het vlak van ecologie, legde uit hoe het kapitalisme zowel de natuur als de mens uitbuit. De boeren staan centraal in deze dubbele uitbuiting. Nu willen rechts en de vertegenwoordigers van de agro-industrie dat de boeren een alliantie vormen met het kapitaal tegen de natuur. De mensheid heeft echter een alliantie met de natuur tegen het kapitaal nodig om te overleven.

De boodschap die FNSEA en rechts ons willen overbrengen, is dat er een totale onverenigbaarheid is tussen ecologische normen en het verbeteren van de situatie van boeren. In feite is in elk aspect van de huidige ecologische crisis het motto van het kapitalisme: laat de arbeiders en de armsten de kosten betalen en ga door met het vernietigen van de planeet. Deze logica is ook van toepassing op de landbouw. Normen zijn een bedreiging voor kleine boeren, terwijl de grote graantelers de grond uitdrogen met hun megabassins en de intensieve veehouderij doorgaat met vervuilen, met alle verschrikkingen van dien voor de dieren. Deze roekeloze uitbuiting van de aarde bedreigt de toekomst van de landbouw en zelfs ons voortbestaan als soort.

Boeren hebben er geen belang bij om het land waarop ze leven volledig op te gebruiken. Veel kleine boeren sluiten zich aan bij de strijd tegen het gebruik van glyfosaten en neonicotinoïden, velen voeren ook campagne voor ecologische doelen. Zij zijn ook degenen die experimenteren met alternatieve productiemethoden zoals permacultuur. We zouden alle boeren resoluut moeten aanmoedigen om deze kant op te gaan, met steun voor de transitie naar ecologische landbouw die aan onze behoeften voldoet.

Als we willen overleven, moet dit type landbouw zich ontwikkelen en het overnemen. Een aantal organisaties van ecologen hebben een petitie ondertekend die oproept tot eenheid tussen de ecologische beweging en de boerenbeweging, waarbij ze erop wijzen dat de twee in veel recente gevechten zijn samengekomen.

Grote winkelketens doelwit

Op 5 december kondigde FNSEA-voorzitter Arnaud Rousseau aan dat hij de belastingverhoging op pesticiden en water had laten annuleren. Vanaf 18 januari gingen de boeren door met het uitbreiden van hun eisen en het organiseren van blokkades. Blokkades van snelwegen haalden de krantenkoppen, maar ook de distributie was het doelwit.

In heel Frankrijk werden inkoopcentra en winkels van Auchan, Carrefour, Leclerc, Aldi, enz. geblokkeerd, net als een fabriek van Lactalis. Bij Carrefour Maubeuge namen boeren een pallet met boter in beslag en deelden ze gratis uit aan voorbijgangers. Deze acties aan de supermarktketens bieden een gelegenheid voor een discussie tussen producenten en consumenten over de prijskwestie. In twee jaar tijd zijn de voedselprijzen met 21% gestegen en 16% van de Fransen zegt niet genoeg te eten te hebben.

Door de distributie aan te pakken, is er een manier om concrete solidariteit te creëren tussen de boeren en de arbeidersklasse. De vakbond CGT roept op om de eisen van werknemers, landarbeiders en boeren samen te voegen. Ze roept ook op tot meer stakingen om loonsverhogingen te krijgen. Een stakingsoproep in de sectoren van de distributie en agrovoedingsindustrie, in solidariteit met de boeren en over de kwestie van lonen en hun eigen eisen, zou een formidabel middel zijn om een krachtsverhouding te creëren door hun winsten te bedreigen.

Onvoldoende toegevingen

Op 26 januari kondigde Attal de annulering aan van de belastingverhoging voor RNG, 10 maatregelen om de regels te “vereenvoudigen” en hij beloofde de Egalim-wet te handhaven. Maar dit is bij lange na niet genoeg. De Confédération paysanne blijft oproepen tot mobilisatie en eist “structurele maatregelen” met gegarandeerde minimumloonprijzen en marktregulering. Volgens de Confédération paysanne “komt de premier tegemoet aan de productivistische kortetermijneisen van de FNSEA, die de regels afzwakken en de concurrentie tussen boeren versnellen. Maar de grootste zorg in het veld is om fatsoenlijk van ons werk te kunnen leven. De administratieve last moet worden verlicht zonder de normen ter discussie te stellen die onze gezondheid, onze sociale rechten en onze planeet beschermen.”

Voor iedereen die heeft deelgenomen aan de recente pensioenstrijd in Frankrijk, is het verrassend om te zien hoe snel sommige eisen werden ingewilligd. Het is nog verrassender om te zien hoe weinig repressie er tegen de beweging is. Het feit dat de mobilisatie wordt geleid door een machtige lobby heeft er iets mee te maken, maar er is ook het feit dat de regering met twee maten meet om de verdeeldheid tussen verschillende delen van de arbeidersklasse in stand te houden.

Precies op het moment dat de activisten van Sainte-Soline voor de rechtbank kwamen, verklaarde Darmanin: “We reageren niet op lijden door de rijkswacht erop af te sturen.” Hij had het over “legitiem protest.” Dat is bijzonder hypocriet als je denkt aan het politiegeweld dat werd toegepast op even legitieme bewegingen in 2023. Hij beweert dat boeren geen openbare gebouwen aanvallen. Er zijn wel degelijk vernielingen aangericht, waaronder een explosie die de ramen van de Dreal (Direction régionale de l’environnement, de l’aménagement et du logement) in Carcassonne eruit blies – twee “CAV” (Comité d’Action Viticole) labels werden ter plaatse gevonden. Als je honderdduizenden mensen tot het uiterste drijft, hoe kun je dan niet dit soort acties verwachten? Snelwegblokkades en langzaamaanacties worden niet beschreven als “gijzeling”, zoals onvermijdelijk het geval is tijdens spoorstakingen. Voor Darmanin gaat het er niet alleen om zijn sympathie te tonen voor een beweging onder leiding van de FNSEA, maar ook om de kloof tussen boeren en andere werkenden te verdiepen door die laatsten als gevaarlijke vandalen voor te stellen.

Een andere factor in de houding van de regering tegenover boeren is dat meer dan 80% van de Fransen de beweging steunt – maar niet om dezelfde redenen. Voor rechts vertegenwoordigen boeren het verzet tegen normen en regelgeving en een geïdealiseerd beeld van ondernemerschap en economische onafhankelijkheid. Deze onafhankelijkheid staat nochtans ver van de realiteit, boeren zijn immers onderworpen aan de banken waaraan ze schulden hebben en aan de distributeurs die de prijzen opleggen.

Voor extreemrechts is dit een gelegenheid om het protectionisme aan te wakkeren; maar terwijl ze bereid zijn om buitenlandse concurrentie aan de kaak te stellen, zwijgen ze over de concurrentie van de agro-industrie… En het enige wat ze te zeggen hebben over honger is dat mensen van buitenlandse afkomst geen toegang mogen hebben tot de voedselbanken of sociale uitkeringen. Het verarmen van het deel van de arbeidersklasse dat extreemrechts niet aanstaat zal nooit de situatie van de andere delen verbeteren.

Voor de arbeidersklasse zijn boeren werkenden met een enorme werklast voor extreem lage inkomens, die verre van onafhankelijk zijn en uitgebuit worden door verschillende takken van het kapitalisme. Het is cruciaal om solidariteit op te bouwen tussen alle werkenden en voor links om de weg uit het kapitalisme te wijzen om te voorkomen dat extreemrechts het roer overneemt en ons recht de muur in leidt.

Een socialistisch overgangsprogramma voor de landbouw

Deze crisis benadrukt de impasse in de landbouw onder het kapitalisme. In de “business as usual”-modus is de landbouw onderhevig aan de schommelingen en speculaties van de geglobaliseerde markt, wat regelmatig leidt tot situaties van acute voedselcrises, vooral wanneer grote producenten zoals Oekraïne hun productie plotseling zien instorten.

Tegen de achtergrond van klimaatverandering en nieuwe regelgeving om de landbouw een beetje groener te maken (ook al zijn we nog ver verwijderd van wat nodig is), wordt de situatie totaal onbeheersbaar. Boeren worden geconfronteerd met een aantal gelijktijdige uitdagingen:

  • Extra kosten in verband met de nieuwe regels en de verhoging van de prijzen en belastingen op bepaalde producten.
  • Bijkomende kosten in verband met de verslechtering van de omstandigheden door de klimaatverandering, epidemieën, enz.
  • Een markt die instabiel wordt door dezelfde oorzaken, plus geopolitieke instabiliteit.
  • Een verpletterende financiële last die hen er vaak van weerhoudt om productiemethoden snel aan te passen.

Kortom, ze bevinden zich tussen de hamer van de klimaatverandering en het aambeeld van de noodzaak om ertegen te vechten, bovenop alle andere rampspoed die het kapitalisme veroorzaakt.

Deze tegenstrijdigheden worden nog steeds onderdrukt door de leiding van de beweging (in de handen van de agro-industrie), maar ze zullen op de voorgrond treden en de kwestie van een echt groen overgangsprogramma voor de landbouw aan de orde stellen. Van de landbouwfederaties die gemobiliseerd zijn, is de Confédération paysanne ongetwijfeld de organisatie met de meest assertieve klassenvisie, die duidelijk oproept tot een einde aan de vrijhandel, “sociale zekerheid voor voedsel” en maatregelen om elke boer een degelijk inkomen te garanderen. Dit is het soort basis waarop een boerenbeweging kan bouwen tegen het dodelijke systeem dat de bodem, de fauna, de flora en de hele bevolking verarmt ten voordele van een paar handvol aandeelhouders.

Maar het zal niet genoeg zijn om “uit de vrije handel te stappen” om alle problemen van de boeren op te lossen; we moeten de controle overnemen over de sectoren die hen verstikken. Een socialistisch programma voor de landbouw zal noodzakelijkerwijs het volgende inhouden:

  • Een oproep tot stakingen in de agro-industrie en supermarkten – Eenheid tussen arbeiders en boeren tegenover het kapitalisme!
  • Nationalisatie van de agro-industrie en de distributiesector onder arbeiderscontrole om democratische productie en distributie van voedselproducten mogelijk te maken. Eenmaal bevrijd van de kapitalistische logica, zal planning het mogelijk maken om, door middel van quota en gereguleerde prijzen, zowel lonende prijzen voor producenten als betaalbare prijzen voor consumenten te garanderen.
  • Ontwikkeling van coöperaties voor de gezamenlijke aankoop van landbouwmachines met technische ondersteuning.
  • Kwijtschelding van boerenschulden, nationalisatie van banken onder arbeiderscontrole om boeren economische steun te bieden voor de agro-ecologische transitie en de uitdagingen die de klimaatverandering met zich meebrengt.

Dit vind je misschien ook leuk...