Helden van het verzet: Abram Leon, vermoord door de nazi’s

Abram Leon (zijn echte naam was Abraham Wajnsztok) werd geboren in Warschau op 18 november 1918, toen er doorheen Europa revolutionaire schokken waren. De Duitse revolutie had net keizer Willem II ten val gebracht.

Bij elke politieke en sociale crisis waren de Joden in Polen het slachtoffer van vaak voorkomende pogroms. Abrams vader probeerde begin jaren twintig naar Palestina te emigreren maar dat mislukte. Een jaar later keerde de familie terug naar Polen en emigreerde in 1928 naar Brussel.

Hashomer Hatzair

In Brussel ontdekte de jonge Abram de tegenstrijdigheden van de moderne samenleving: naast de mooie auto’s geparkeerd voor mooie huizen waren er ook vieze en hongerige kinderen, spelend tussen het afval in de oude, drukke wijken van de hoofdstad. Hij werd een fervent activist in de Joodse Socialistische Jeugd (Hashomer Hatzair). De jonge kameraad overtreft al snel zijn leeftijdsgenoten in de beweging. Hij wordt democratisch verkozen tot voorzitter van de Brusselse afdeling en in de nationale leiding.

Abram moest omwille van financiële redenen een tijdje de school opgeven. Hij trok door het land om de kost te verdienen. Zo kwam hij in contact met de werkende massa’s.

In de Borinage volgde hij gretig de bijeenkomsten van Walter Dauge, de jonge medeoprichter van de Revolutionair-Socialistische Partij. Hij leerde onderscheid maken tussen trotskisme en stalinisme. Tijdens de processen in Moskou neemt hij afstand van Hashomer Hatzair, dat naar het stalinisme neigde.

Hij begon een tekst te schrijven over hoe het jodendom de geschiedenis kon overleven. Daarin zette hij uiteen dat de religie en het behoud van de Joden, als historisch opmerkelijk gegeven, gezocht moest worden in de sociale rol van de Joden doorheen de geschiedenis. Hij veroordeelde het kleinburgerlijke karakter van het zionistische ideaal en toonde aan dat dit ideaal een instrument zou worden in de handen van het wereldkapitalisme. Vervolgens verliet hij Hashomer Hatzair met een twintigtal van zijn kameraden en richtte een studiekring op om hen tot het trotskisme te brengen.

Revolutionaire Socialistische Partij

In augustus 1940 veroorzaakte het nieuws van de moord op Leon Trotski in Mexico consternatie onder de militanten. Abram Leon schreef het eerste pamflet van de ondertussen illegale Revolutionaire Socialistische Partij. Hij legde contact met verschillende voormalige regionale leiders van de partij. Een eerste collectieve leiding, waarin hij de belangrijkste animator was, kwam tot stand. Onder zijn leiding publiceerde de partij het illegale blad ‘La voie de Lénine’ (‘De stem van Lenin’). In juli 1941 werd een eerste clandestien centraal comité heropgericht.

De heropbouw van de Vierde Internationale

Zodra de heropbouw van de partij realiteit werd, zocht Leon contact met andere afdelingen van de Vierde Internationale in Europa, omdat hij zich ervan bewust was dat de grote militaire en revolutionaire omwentelingen in de nabije toekomst onvermijdelijk een continentaal karakter zouden krijgen. Er werd contact gelegd met Marcel Hic in Frankrijk. De eerste vergadering van het Europese Secretariaat werd gehouden in St-Hubert, in de Belgische Ardennen. Abram Leon schreef bij deze gelegenheid een belangrijke bijdrage: ‘De taken van de Vierde Internationale in Europa’. De heropbouw van de internationale zou pas echt beginnen in juli 1943 met de oprichting van een voorlopig Europees Secretariaat. 

In februari 1944 namen Abram Léon en Ernest Mandel gedurende zes dagen deel aan de clandestiene Europese conferentie van de Vierde Internationale in de buurt van Beauvais (Oise). De conferentie eindigde met de goedkeuring van een manifest gericht aan de arbeiders en boeren van Europa en de verkiezing van een Europees Uitvoerend Comité. Een positief resultaat van de conferentie was de hereniging van de drie Franse politieke groepen die zich op de Vierde Internationale baseerden. 

Charleroi

De Engels-Amerikaanse landing op 6 juni 1944 en de opening van een militair front tegen de Wehrmacht in het Westen, naast het Oostfront onder leiding van de Sovjettroepen, gaven hoop dat het Derde Rijk snel zou instorten. In de streek van Charleroi, waar de mijnwerkers een arbeidersvoorhoede vormden, gaf de Revolutionaire Communistische Partij (de nieuwe naam van de Revolutionaire Socialistische Partij) de krant ‘Le Réveil des Mineurs’ uit. 

Leon wilde naar de plaats gaan waar de revolutionaire impuls de meeste kans had. Hij trok naar Charleroi, maar werd op de avond van zijn aankomst opgepakt door de Duitsers. De huiszoeking liet geen twijfel bestaan: in het huis werd drukwerk gevonden, naast pamfletten, geld en een radiozender. Enkele kameraden wisten te ontsnappen via de achterdeur en de tuinen. Maar Leon en een Russische gevangene die in een mijn werkte, zaten boven vast. De huurder van het huis, Leon en de Russische kameraad werden opgepakt. 

Er volgden dagen van lange fysieke martelingen. Leon wist echter de sympathie te winnen van een sociaaldemocratische soldaat die bereid was hem te helpen ontsnappen. De soldaat legde contact met lokale activisten om een ontsnappingsplan uit te werken. Er werd een cipiersuniform in de maat van Leon binnen gesmokkeld om hem discreet uit de gevangenis te krijgen. Het plan mislukte echter omdat de Gestapo, in een poging om Leon te doen praten, zo hard op hem insloeg dat zijn gezicht de sporen van de martelingen droeg. Zo was het onmogelijk om discreet buiten te wandelen. 

Mechelen, Auschwitz

Op 20 juli werd Abram Leon vanuit Charleroi overgebracht naar de Dossinkazerne in Mechelen. Deze voormalige kazerne, gelegen halverwege Antwerpen en Brussel (de steden waar de meeste Joden van België woonden), werd gebruikt als verzamelplaats voor Joden voordat ze werden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Auschwitz. Gedeporteerd naar Auschwitz op 18 juni 1944, stierf Abram Leon daar op 7 oktober 1944.

0
    0
    Je winkelwagen
    Er zit niets in je winkelwagenKeer terug naar de winkel