Terugkeer naar besparingen na 2024. Naar een nieuw Globaal Plan?

De vertraging van de economische groei en de stijgende rentevoeten maken dat de overheidsschuld en het begrotingstekort bij ongewijzigd beleid sterk zullen toenemen. Volgens een rapport van het Planbureau uit februari zou de overheidsschuld tegen 2028 oplopen tot 119% van het BBP, hetzelfde niveau als in 1998.

Ondanks recordwinsten, wordt gesproken over besparingen op onze kap

Een recessie is tot hiertoe nipt vermeden in België, maar alle elementen voor een nieuwe diepe crisis van het kapitalisme zijn nog steeds aanwezig. Als die recessie tot hiertoe uitgesteld werd, kwam dit vooral door het standhouden van de gezinsconsumptie. Die houdt stand dankzij de loonindexering, ook al volgt deze slechts gedeeltelijk en met vertraging de stijgende prijsstijgingen. De werkgevers hadden deze vaststelling wellicht liever vermeden in een verslag van het Planbureau. Vooral omdat de private bedrijfsinvesteringen in 2022 met 1,9% afnamen. De recordwinstmarges van de afgelopen twee jaar zijn in de zakken van de aandeelhouders verdwenen. Een steeds groter deel van de door werknemers gecreëerde rijkdom gaat dus naar het kapitaal.

Het begrotingstekort voor 2024 wordt op 5,4% geschat. “In de daaropvolgende jaren is de economische groei niet krachtig genoeg om de aanzienlijke stijging van de rentelasten (met 1,1% van het bbp over de periode 2023-2028) via de ontvangsten te compenseren,” aldus het Planbureau. Het zijn dus niet de pensioenen of de gezondheidszorg die onbetaalbaar zijn, maar de winsten van de financiële sector.

Bovendien dreigt de belasting op de ‘overwinsten’ van de energiesector een flop te worden gezien de late invoering en het beperkte karakter ervan, tegen de achtergrond van dalende marktprijzen. Energieproducenten zullen de buit van de recordwinsten binnenhalen, maar investeren niet in een groene transitie van de sector. Ook de banken boeken opnieuw recordwinsten op basis van de stijgende rente. BNP Paribas maakte vorig jaar 10,2 miljard euro winst, een stijging met 7,5%. De dividenden van de aandeelhouders zouden vier jaar lang met meer dan 12% stijgen.

En toch wordt er steeds meer gesproken over de ‘noodzaak’ van een besparingskuur! In afwachting van een terugkeer naar de Europese begrotingsdiscipline in 2024, begon de regering te berekenen wat dit betekent voor België. Volgens de oude criteria een besparing van 3,5 miljard euro per jaar gedurende 4 jaar. Volgens het nieuwe voorstel van de Europese Commissie, dat meer anticipeert op de vergrijzing van de bevolking, zelfs 5,8 miljard gedurende 4 jaar of zeven jaar lang 4 miljard.

Nieuw Globaal Plan?

Dit is een besparingsniveau dat we niet meer zagen sinds het Globaal Plan van de regering-Dehaene in 1993. Die regering van christendemocraten en sociaaldemocraten voerde op drie jaar tijd 8 miljard euro besparingen door op de sociale zekerheid en de openbare diensten, privatiseringen en de invoering van de ‘gezondheidsindex’ (waarbij motorbrandstoffen, alcohol en tabak uit de berekening van de index werden gehaald) die de lonen drukte. Uiteindelijk volgde in 1996 de loonwet.

Het IMF deed aanbevelingen: besparen op gezondheidszorg en pensioenen en het beperken van de toegang tot uitkeringen voor werklozen, zieken en gehandicapten. Verder suggereert het IMF om energie uit de berekening van de index te halen. Langs de andere kant stelt het een grote fiscale hervorming voor die gunstig is voor de grote bedrijven en een verderzetting van het relancebeleid voor de energie- en digitale transitie om het concurrentievermogen te verbeteren. Kortom, de gemeenschap investeert waar de private sector dat niet wil.

Dit scenario wordt publiekelijk verdedigd door de werkgevers, rechtse academici, de N-VA en de MR. Die twee partijen halen ook hun communautaire agenda terug boven, zeker in de context van de schulden en tekorten van het Waalse Gewest. N-VA is voorstander van besparingen via meer regionalisering. MR suggereerde om dit te doen door een versterking van de federale regering die van bovenaf besparingen oplegt aan de gewesten. Dat illustreert overigens dat een versterking van het federale niveau op zich niet links is.

De golf van strijd en stakingen in 1993 werd door de vakbondsleiders gestopt met het argument dat er geen linksere regering mogelijk was. Vandaag zit de PS in een andere positie met de opkomst van de PVDA aan haar linkerzijde. Als de PS het voortouw neemt in pijnlijke besparingen, zal dit de banden met het ABVV onder druk zetten en is er zelfs het gevaar van een Frans scenario, waar de PS ook electoraal onderuit ging.

Naar moeilijke regeringsvormingen

Het steeds rechtsere karakter van de MR, met elementen van Trumpisme bij voorzitter Bouchez, maakt een coalitie met de PS steeds problematischer. Kan dit de PS in verleiding brengen om met de PVDA een Waalse regering te vormen naar Spaans of Portugees model? In Vlaanderen kan het Vlaams Belang de grootste partij worden. De N-VA en Vooruit zullen mogelijk kijken naar een Deens scenario van een coalitie tussen rechtspopulisten en een wel erg rechtse sociaaldemocratie. In een dergelijke context tekent zich een scenario af voor een nieuwe crisis van onbestuurbaarheid en erg moeilijke federale regeringsvorming na 2024. Het is één zaak voor de burgerij om de terugkeer van pijnlijke besparingen te willen en de werkenden te laten betalen voor de crisis, het is iets anders om dit ook effectief uit te voeren.

Er is een belangrijke rol voor de arbeidersbeweging weggelegd. Wachten in de hoop dat het na de verkiezingen beter wordt, is een gevaarlijke illusie. In de pauze van de veralgemeende acties rond koopkracht zien we nu al een versterking van de communautaire agenda en van het racistische discours over de migratiecrisis.

PVDA: van verkiezingssucces naar breuk met besparingsbeleid

In 2024 zou de PVDA de tweede grootste partij in Wallonië kunnen worden, nog voor de MR. Er is zelfs een reële kans dat de PVDA de grootste wordt. LSP zal het enthousiasme in deze campagne ondersteunen. De PVDA wil in coalitie met de PS en Vooruit meerdere burgemeesters en schepenen halen. Om echt een verschil te maken in ons leven, moet een links beleid op lokaal vlak vertrekken vanuit de noden en een radicaal plan realiseren voor overheidsinvesteringen in kinderopvang, scholen, sociale huisvesting, openbare ziekenhuizen … Daarvoor is een front van rebelse gemeenten nodig dat de bevolking actief mobiliseert om het opgelegde keurslijf van gebrek aan middelen te doorbreken.

Belfius weigert nu al zijn kassierscontract na 2024 te garanderen als de PVDA tot de Waalse regering zou toetreden. Deze dreiging van financiële wurging is reëel. Ze werd in Griekenland gebruikt om de regering van Syriza te doen capituleren. Onder druk doet de PVDA toezeggingen om niet buiten het systeem te treden. Ze beperkt zich bijvoorbeeld tot het idee van een publieke bank naast de private. Ze weigert de terugbetaling van de publieke schulden aan de speculanten ter discussie te stellen. Dit is een vergissing. Een confrontatie met het kapitaal is onvermijdelijk. De nationalisatie van de volledige financiële sector, net als de energiesector, onder controle van de gemeenschap zou de mobilisatie van spaargeld mogelijk maken en de speculatie een halt toeroepen. Schulden mogen niet terugbetaald worden aan de speculanten, enkel aan de kleine houders op basis van bewezen behoeften. Bedrijven die de economie saboteren en vluchten met hun kapitaal moeten door de arbeidersbeweging overgenomen worden. De arbeidersbeweging moet onmiddellijk voorbereid worden op wat nodig is om haar belangen te verdedigen.

0
    0
    Je winkelwagen
    Er zit niets in je winkelwagenKeer terug naar de winkel