Begrijpen waar het inflatiemonster vandaan komt om het omlaag te brengen

+5% in de Europese Unie, +7% in de Verenigde Staten. Sinds enkele maanden galoppeert de inflatie stevig op een niveau dat sinds decennia niet meer voorkwam. In de traditionele media lezen we soms dat het de stijging van de energieprijzen is die dit fenomeen veroorzaakt, omdat energie een invloed heeft op de volledige productieketen. Deze factor is reëel, maar de realiteit is complexer.

Chaos in de toeleveringsketens

Nadat 2020 gekenmerkt werd door lockdowns, beperkende maatregelen, een dalende consumptie en een daling van het bbp met 3,2%, moest 2021 het jaar worden van de grote opleving en het economisch herstel. De economische activiteit trok inderdaad aan, maar werd onmiddellijk geconfronteerd met een reeks moeilijkheden. Eén daarvan is de kwetsbaarheid van de toeleveringsketens, die niet kan worden herleid tot de onevenredige gevolgen van toevallige scheepsongelukken, zoals de blokkering van het Suezkanaal (waar 10% van de wereldhandel doorheen gaat) door het containerschip Ever Given in maart 2021.

In oktober hadden 77% van de commerciële havens wereldwijd te kampen met abnormaal lange lostijden. Elektronische chips, bouwmaterialen, grondstoffen voor de industrie, enz.: op alle niveaus stapelen de tekorten zich op en vertragen of onderbreken zij zelfs tijdelijk de activiteit van de bedrijven. De kapitalistische klasse was niet bereid te reageren op de stijging van de vraag die gepaard ging met de heropening van de economie. Tot op zekere hoogte maakte zij van de gelegenheid gebruik om haar prijzen te verhogen als compensatie voor de hogere materiaalprijzen en de Covid-verliezen en tegelijk om de winsten te verhogen.

Opeenvolgende lockdowns en de effecten van Covid speelden uiteraard een belangrijke rol in de tekorten, vooral omdat de nationale economieën niet in hetzelfde tempo heropenen en sluiten. Door de circulatie van het virus in ontwikkelingslanden met een slechte toegang tot vaccins en het ontstaan van nieuwe varianten, kan deze factor blijven bestaan.

Meer fundamenteel illustreert deze bevoorradingscrisis de zwakte van het just-in-time productiemodel. Dit model, dat in de jaren 1980 algemeen ingang vond nadat het in de naoorlogse periode door Toyota was ontwikkeld, is erop gericht de opslagkosten drastisch te verlagen om de winst te verhogen door ervoor te zorgen dat onderdelen worden geleverd juist wanneer zij nodig zijn. Tussen 1981 en 2000 hebben de Amerikaanse bedrijven hun voorraden met gemiddeld 2% per jaar verminderd. Onder deze omstandigheden kan het kleinste zandkorreltje in de machine enorme gevolgen hebben. In het kader van een hoge internationale arbeidsdeling vereist een dergelijke werkwijze politieke stabiliteit. Met de toenemende inter-imperialistische spanningen en economische concurrentie, in het bijzonder tussen China en de VS, blijkt die stabiliteit erg broos te zijn.

Zijn de lonen verantwoordelijk voor inflatie?

De stijging van de prijzen van consumptiegoederen zorgt in ons land voor discussie over de loonindexering. De patroonsorganisaties VBO en VOKA hadden het al over de nood aan een nieuwe indexsprong of toch minstens een aanpassing van de index. Ze doen dit met het traditionele argument van de ‘concurrentiekracht’ en voegen daar nu het risico van een loon-prijsspiraal aan toe. De kern van het betoog van Pieter Timmermans (VBO) is dat een verhoging van de lonen leidt tot een automatische verhoging van de prijzen, die op hun beurt via indexering de lonen doen stijgen, wat zou leiden tot een eindeloze cyclus.

De lonen zijn de laatste jaren meermaals aangevallen, onder meer met de indexsprong van de regering-Michel in 2015, wat neerkomt op een loonverlies van 27.000 euro over een volledige loopbaan, alsook de verlaging van de sociale werkgeversbijdragen (ons indirect loon) van 32 naar 25%, d.w.z. een daling van de arbeidsbeloning met 5,3%. Dit alles heeft niet geleid tot een daling van de prijzen, maar wel tot een daling van het aandeel van de lonen in het bbp ten voordele van de winst (-2,3% ten opzichte van de periode 2006-2014 volgens Eurostat). Deze tendens is niet tot België beperkt, maar bestaat in de meeste geavanceerde kapitalistische landen.

Timmermans stelt loon voor als één van de kosten in het productieproces. Hij concludeert dat indien deze kost even sterk stijgt als de prijzen van grondstoffen en energie, dit wel moet leiden tot een stijging van de prijs van de geproduceerde goederen. Deze redenering wordt echter zelfs door de Nationale Bank van België (NBB) betwist: “De externe kostendruk zal in de loop van 2022 matigen”, stelt de NBB.. Belangrijker nog: “de sterke loonkostengroei wordt in belangrijke mate gecompenseerd door dalende winstmarges van ondernemingen.”

De kern van het probleem in de redenering van Timmermans is dat arbeid geen kostenpost is, maar juist de bron van waarde. Of het nu gaat om machines en gereedschap, materialen of grondstoffen, als je hoger in de productieketen komt, overal vind je arbeid. Zoals Marx reeds uiteenzette, vertegenwoordigt het loon niet de waarde van de gedurende een bepaalde periode verrichte arbeid, maar slechts een fractie daarvan: het product dat nodig is om de arbeidskrachten opnieuw samen te stellen, zodat de arbeider de volgende dag weer aan het werk kan. De rest wordt door de baas toegeëigend, wat de enorme winsten verklaart. In 2022 zou 2.000 miljard dollar worden uitgekeerd aan de aandeelhouders, 18% meer dan in 2019 (IHS Markit). Om het probleem van de prijsstijgingen aan te pakken, moet niet naar de vaak reeds ontoereikende lonen gekeken worden maar naar de indrukwekkende winsten.

De zwakte van de productieve investeringen drijft ook de prijzen op

Onder normale omstandigheden heeft de kapitalistische klasse de neiging haar meerwaarde te herinvesteren in nieuwe machines en technologieën, om zo een productiviteitsvoordeel te hebben tegenover de concurrenten. Het gevolg is dat er minder arbeidskrachten nodig zijn voor de productie, waardoor ook de prijs van goederen en diensten de neiging vertoont om te dalen.

In de huidige situatie wordt echter slechts een klein deel van het geld waarover de kapitalisten beschikken daadwerkelijk opnieuw in de productie geïnvesteerd. Gedreven door het streven naar kortetermijnwinst investeren ze massaal in financiële aandelen of in onroerend goed, die op korte termijn rendabeler zijn. Ondanks de enorme hoeveelheden geld die in de economie worden gepompt, neemt het aandeel van de waarde van de activa in het BBP dus toe, terwijl het aandeel van de winst uit de productie stagneert. Uit een studie van McKinsey blijkt bijvoorbeeld dat sinds 2011 in een selectie van 10 landen het aandeel van de waarde van de financiële activa in het bbp met 61% is gestegen, terwijl het aandeel van de winst uit productie (die de basis zou moeten vormen voor de financiële activa) met 1% is gedaald. Het in omloop brengen van grote hoeveelheden geld voor speculatieve doeleinden, in een context van stagnerende productiviteit, kan aldus prijsstijgingen in de hand werken.

Explosief potentieel

Achter de indicatoren van +5% (EU) en +7% (VS) inflatie gaan veel schokkender realiteiten schuil. De stijging van de elektriciteitsfactuur in België is daar een voorbeeld van, maar het is lang niet het enige. Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties zijn de prijzen van basisvoedingsmiddelen het afgelopen jaar drastisch gestegen, met een gemiddelde stijging van 28% voor alle voedingsmiddelen samen. Deze stijging is nog niet volledig in de consumptieprijzen doorberekend, maar het proces is begonnen. Het tijdschrift Forbes meldt een stijging van 21% op de kassatickets in de VS in het vierde kwartaal van 2021.

In het afgelopen decennium hebben prijsstijgingen een cruciale rol gespeeld bij het op gang brengen van massabewegingen, met name in de golf van 2019. Indien de inflatie aanhoudt, zich uitbreidt en in de consumptiegoederen toeneemt, zouden in sommige landen nieuwe, brede bewegingen rond aan de orde van de dag kunnen zijn, met het explosieve karakter dat kenmerkend is voor dit ‘tijdperk van wanorde’.

Tegen de prijsstijgingen moeten we opkomen voor eisen als de afschaffing van BTW op primaire levensbehoeften, het herstel van de volledige indexering van de lonen en uitkeringen zoals die bestond voor de manipulatie van de ‘gezondheidsindex’, de verhoging van lonen en uitkeringen (in het bijzonder het minimumloon) … Comités van werkenden, vakbonden en consumentengroepen, kunnen opgezet worden om toezicht te houden op de prijzen en om de reële stijging van de levenskosten van werknemers te meten. Dit zijn slechts enkele elementen, maar om het inflatiemonster helemaal te verslaan moet de uitbuiting en dus het privaat bezit van de productiemiddelen betwist worden. Er is nood aan een geplande economie onder democratische controle en beheer van de gemeenschap om een einde te maken aan de kapitalistische chaos in de productie.

Dit vind je misschien ook leuk...