18 maart 1871. Parijse Commune “bestormt de hemel”

150 jaar geleden probeerde een arbeidersopstand in Parijs een nieuwe staatsvorm op te bouwen die bekend staat als de Commune, een verwijzing naar de revolutionaire regering van Parijs die in de begindagen van de Franse Revolutie van 1789 was ingesteld. In de 72 dagen van haar bestaan, tot 28 mei, schokte de Commune de heersende klassen in heel Europa evenzeer als zij revolutionairen van toen tot nu inspireerde.

Het oorlogsavontuur en de val van het Tweede Keizerrijk

In die tijd leefde 65% van de Franse bevolking (ongeveer 38 miljoen) op het platteland. Van de twee miljoen inwoners van Parijs was ongeveer 70% actief in de “handel en industrie.” De arbeidersbeweging bloeide op en begon meer eisen te stellen. Onder druk van strijd werd aan de arbeiders een beperkt stakingsrecht toegekend door de opheffing van het “coalitieverbod”, dat organisatie van werkenden verbood. Dat gebeurde in 1864, hetzelfde jaar waarin de Internationale Arbeiders-Associatie werd opgericht, beter bekend als de Eerste Internationale. De Franse afdeling ervan werd in 1868 opgericht. De toegevingen van het Tweede Franse Keizerrijk (1852-1870) volstonden echter niet.

Naast de dreiging van de opkomende arbeidersklasse waren er nog andere ernstige politieke problemen in Frankrijk. Dat bracht keizer Napoleon III ertoe om een buitenlands avontuur aan te gaan. Op 19 juli 1870 verklaarde hij de oorlog aan Pruisen (1). Die oorlog werd een complete ramp. Anderhalve maand later capituleerde de keizer op 2 september in Sedan. De republiek werd op 4 september uitgeroepen onder druk van de menigte en de Nationale Garde die het Bourbonpaleis binnenvielen en de val van de dynastie eisten. Na de overgave van Sedan vielen de Pruisische legers en hun bondgenoten het noorden van Frankrijk binnen en belegerden Parijs vanaf 18 september.

Revolutie borrelt op

De Nationale Garde zou een hoofdrol spelen in de gebeurtenissen van de Commune. Aanvankelijk was dit een burgerlijke militie. Naarmate ze groeide tijdens de oorlog met Pruisen, werd het een volksmilitie. Op 2 september 1870 werd besloten om de officieren, onderofficieren en korporaals van de bataljons van de Nationale Garde van de Seine te verkiezen. Op 4 september werd de vrijheid van meningsuiting en vergadering verworven. Kranten, clubs en diverse organisaties bloeiden op. De meesten benadrukten de voortrekkersrol van de Nationale Garde.

De nieuwe Franse regering was al gauw banger voor het gewapende volk dan voor de buitenlandse troepen. Op 28 januari 1871 werd een wapenstilstand gesloten. Artikel 7 van het akkoord over die wapenstilstand stelde: “De Nationale Garde behoudt haar wapens, zij wordt belast met de bewaking van Parijs en de handhaving van de orde.” Bismarck, de sterke man van Pruisen, waarschuwde de Franse regering voor de gevaren van deze bepaling. Het duurde niet lang vooraleer de vijanden van gisteren zich verenigden om samen hun klassenbelangen te verdedigen. De op 8 februari gekozen Nationale Vergadering had een royalistische meerderheid. Die besliste om in Versailles te zetelen in plaats van in het volkse en gevaarlijke Parijs. Voormalig minister van Binnenlandse Zaken Adolphe Thiers werd aangesteld als hoofd van de uitvoerende macht.

Op 24 februari vergaderden in Parijs 2.000 afgevaardigden van de 200 bataljons van de Nationale Garde. Ze namen een motie aan waarin ze verklaarden dat de Nationale Garde zich niet zou laten ontwapenen door de regering van Adolphe Thiers. De bevolking van de rest van het land werd opgeroepen om het voorbeeld van Parijs te volgen. Wat later werd een Centraal Comité van de Nationale Garde gekozen. Daarin werden geen afgevaardigden van burgerlijke bataljons opgenomen. Op 11 maart maakte de regering onverwacht een einde aan het moratorium op de terugbetaling van handelsschulden en achterstallige huurgelden dat bij het begin van de oorlog werd ingesteld. Tevens werd de vergoeding aan de leden van de Nationale Garde afgeschaft. De situatie werd explosief.

De opstand

Op 18 maart 1871 rukten reguliere troepen van de regering-Thiers op naar Parijs om de wapens van de Nationale Garde in beslag te nemen. De soldaten verbroederden echter met het volk! Generaal Lecomte gaf opdracht op de menigte te schieten, maar werd door zijn eigen soldaten tegengehouden. Hij werd later terechtgesteld samen met een andere gevangene, generaal Clément-Thomas, die één van de commandanten was bij de bloedige onderdrukking van de opstand van juni 1848. Binnen 24 uur trokken de regering en de reguliere troepen zich terug in Versailles en lieten de hoofdstad over aan de opstandelingen. Dit was het begin van de Parijse Commune.

Het Centrale Comité van de Nationale Garde vestigde zich in het stadhuis. De volgende dag kondigde het Comité verkiezingen voor een gemeenteraad aan. Er kwamen meteen sociale maatregelen: de bezoldiging van de Nationale Garde en het moratorium op huurgelden en afbetalingen werden hersteld.

De verkiezing van een gemeenteraad vond plaats op 26 maart 1871. Meer dan 230.000 mannelijke kiezers namen eraan deel. De voorstanders van de Commune wonnen overweldigend. Op 28 maart riepen de 90 verkozenen op het plein voor het stadhuis de Commune uit, te midden van een menigte van ongeveer 200.000 mensen.

Onder de vele maatregelen van de Commune, kunnen we volgende vermelden:

  • de scheiding van kerk en staat;
  • maatregelen ten behoeve van het onderwijs en de opvoeding van het volk: gratis en verplicht seculier onderwijs, ook voor meisjes;
  • de mogelijkheid om verkozenen af te zetten: “De leden van de gemeenteraad, die onder voortdurend toezicht en controle van de bevolking staan, zijn afzetbaar en moeten rekenschap en verantwoording afleggen.”
  • de vervanging van het leger door de Nationale Garde, d.w.z. door het gewapende volk;
  • sociale maatregelen ter bescherming van huurders, werkenden, werklozen, daklozen, … ;
  • de toewijzing van bedrijven die door de eigenaars zijn verlaten aan arbeiders en aan verenigingen van producenten;
  • gelijkheid tussen natuurlijke en ‘wettige’ kinderen.

Parijs werd opnieuw belegerd, deze keer door het Franse leger. Op 21 mei begon de “Bloedige Week”: de troepen van Versailles vielen Parijs binnen, de onderdrukking was afschuwelijk, en het gaf een idee van de haat en angst van de heersende klasse voor dit embryo van een arbeidersstaat. Tussen de 20.000 en 35.000 communards of vermeende communards werden geëxecuteerd, waaronder veel vrouwen en kinderen. In 1871 en 1872 spraken de krijgsraden meer dan 50.000 vonnissen uit, waaronder verschillende doodvonnissen, dwangarbeid voor het leven en deportatie naar gevangenissen in ver afgelegen gebieden.

De Commune eren door de strijd voort te zetten

Naar aanleiding van de ervaring van de Commune brachten Marx en Engels een wijziging aan in hun bekende Manifest van de Communistische Partij. Ze stelden dat de burgerlijke staat moet worden gebroken om een andere op te bouwen, het volstaat niet om de controle over de bestaande staat over te nemen. Ze wezen ook op de vergissing om geen beslag te leggen op de tegoeden van de Bank van Frankrijk die zich in Parijs bevonden. “De heilige eerbied, waarmee men voor de poorten van de Bank van Frankrijk bleef staan, is moeilijk te begrijpen. Dit was ook een grote politieke fout. De bank in de handen van de Commune, dat was meer waard dan tienduizend gijzelaars. Het betekende de druk van de hele Franse burgerij op de regering van Versailles in het belang van vrede met de Commune.” (Voorwoord van Friedrich Engels, 1891, bij Marx’ boek ‘De burgeroorlog in Frankrijk’)

Lenin en Trotski besteedden veel aandacht aan de ervaring van de Commune van Parijs in het licht van de ervaringen met de Russische Revolutie. In ‘Staat en Revolutie’ van Lenin neemt de Commune een prominente plaats in. Trotski schreef: “De Commune toont ons de heldhaftigheid van de werkende massa’s, hun vermogen zich als één blok te verenigen, hun gave van zelfopoffering in naam van de toekomst, maar tegelijkertijd toont zij ons het onvermogen van de massa’s om hun weg te kiezen, hun besluiteloosheid in de richting van de beweging, hun fatale neiging om na de eerste successen te stoppen en zo de vijand in staat te stellen zich te hergroeperen, zijn positie te herstellen.”

Trotski benadrukte dat de Commune alle kansen had om op 4 september 1870 de macht te grijpen, maar dat bij gebrek aan een partij die de lessen en de ervaring samenbracht van voorbije revoluties, de strijd uit het verleden en het herhaalde verraad van de burgerlijke democratie, het initiatief aan de burgerij werd overgelaten. “Deze zes maanden waren een onherstelbaar verlies. Indien in september 1870 aan het hoofd van de Franse arbeidersklasse een gecentraliseerde partij van de revolutionaire actie had gestaan, zou de gehele geschiedenis van Frankrijk, en daarmee de gehele geschiedenis van de mensheid, een andere wending hebben genomen.” Op 18 maart kwam de macht in handen van de werkende massa’s in Parijs. Dit gebeurde zonder dat het een bewuste daad was: de vijanden hadden Parijs eenvoudig verlaten. Er ging een kostbaar moment verloren waarop de regering kon opgepakt worden voor haar vlucht uit Parijs.

De ervaring van de Commune van Parijs wemelt van de lessen voor toekomstige revoluties. De beste manier om de heldhaftige opofferingen van de Communards te eren, is door hun strijd verder te zetten met een zelfde soepelheid, historisch initiatief en opofferingsbereidheid. Die elementen van de Parijse Commune maakten dat Marx bewonderend sprak over de Parijzenaars die “de hemel bestormden.”

1)  Rond het Koninkrijk Pruisen werd in 1871 het Duitse Rijk gevormd. De oorlog tegen Frankrijk droeg bij tot het verenigen van de verschillende entiteiten van het Pruisische Rijk en zijn Duitse bondgenoten.

0
    0
    Je winkelwagen
    Er zit niets in je winkelwagenKeer terug naar de winkel