Vraag en antwoord over nationaliseringen

Nationaliseringen zijn belangrijk om tot het socialisme te komen. Het is weinig verrassend dat de kapitalistische klasse en hun media een constante strijd voeren om het idee te discrediteren. Het ANC is zelfs gestopt om de term te gebruiken. Maar dan nog zijn kapitalistische regeringen regelmatig verplicht om hun eigen versie van nationaliseringen door te voeren om een bepaalde sector of een volledige nationale economie te onderstutten als ze door de tegenstellingen van het systeem in de problemen komen. Een dergelijke kapitalistische nationalisering is een karikatuur van hoe een echte socialistische nationalisering is. Het is belangrijk dat revolutionairen zich bewapenen met een duidelijk begrip hiervan. Een dossier uit Izwi Labasebenzi

Wat is een nationalisering?

Het privaat bezit van de sleutelsectoren van de economie – de mijnen, banken, commerciële boerderijen, grote fabrieken en grote bedrijven – vormt het fundament van de kapitalistische samenleving. Het is door dit privaat bezit dat verdedigd wordt door de staat dat de kapitalistische klasse in staat is om de samenleving te domineren en te controleren, los van de vraag of er een democratische vijgenblad wordt gebruikt of niet. Het is het mechanisme waarmee de ‘legale’ diefstal van rijkdom van de arbeidersklasse wordt georganiseerd. Alle rijkdom wordt immers gecreëerd door de werkende bevolking. Maar omwille van het privaat bezit van de productiemiddelen is die rijkdom ‘eigendom’ van de kapitalisten.

De enige reden waarom de kapitalisten aan productie deelnemen is om winst te maken. De noden van de meerderheid van de bevolking zijn van ondergeschikt belang, als er al rekening mee wordt gehouden. Er is een uitgebreide luxesector om de allerrijksten te voorzien van sportwagens, grote villa’s en boten terwijl miljoenen mensen geen degelijke huisvesting of toegang tot water en sanitair hebben. Luxegoederen zijn winstgevend, de meerderheid van de bevolking een degelijke levensstandaard aanbieden is dat niet.

Een nationalisering neemt de eigendom uit de handen van individuele kapitalisten. Als dit gebeurt onder de controle van de arbeidersklasse dan ondermijnt dit het fundament van de kapitalistische heerschappij. Dat is waarom de kapitalisten zich verzetten tegen socialistische nationaliseringen. Voor hen is het een kwestie op leven en dood. Onder het kapitalisme behoort de rijkdom die gecreëerd wordt door de inspanningen van ons allemaal toe aan slechts een handvol individuen, onder het socialisme zou het iedereen toebehoren. De reden om te produceren kan dan gevonden worden bij de sociale noden en niet de winsten van een klein groepje individuen. Dit zou het mogelijk maken om de samenleving te beheren in het belang van de meerderheid van de bevolking met voldoende jobs en een degelijke levensstandaard voor iedereen.

Waarom gaat de kapitalistische klasse dan zelf soms over tot nationaliseringen?

De kapitalistische klasse kan gedwongen worden om tot nationaliseringen over te gaan als gevolg van de beperkingen en tegenstellingen van hun systeem. In Europa en de VS gingen de kapitalisten in 2008 over tot een massale nationalisering van hun bankstelsels. Ze deden dit om te vermijden dat de economie zou ineenstorten. Het apartheidsregime ging destijds ook over tot nationaliseringen samen met goedkope gedwongen arbeid in het kader van de apartheid. Het deed dit om een Afrikaner kapitalistische klasse te creëren die in staat is om wereldwijd te concurreren.

Pro-kapitalistische regeringen in opkomende landen als China en Brazilië gebruiken nationaliseringen en overheidsinterventies om hun economieën te ontwikkelen tegenover de concurrenten. In Zuid-Afrika laat energiebedrijf Eskom het mijnbedrijf BHP Billiton toe om ongeveer 10% van de totale energie in het land te gebruiken, terwijl het daar slechts de helft van de productieprijs voor betaalt. Ondertussen gaan de energiefacturen van de gewone Zuid-Afrikanen steeds verder omhoog.

In al deze gevallen dienden de nationaliseringen de belangen van de kapitalisten. Arbeiders mogen geen vertrouwen hebben in de kapitalistische staat of regeringspartijen zoals het ANC of de SACP [Communistische Partij] om de genationaliseerde bedrijven of sectoren te beheren.

Is het opkopen van een meerderheidsbelang hetzelfde als een nationalisering?

Een van de kapitalistische maatregelen die vaak als een nationalisering wordt omschreven, is in het beste geval een gedeeltelijke nationalisering. Dat is het geval als de kapitalistische staat een meerderheidsbelang neemt in een sector of een bedrijf. Dat gebeurt doorgaans met een speciaal daartoe opgezet staatsbedrijf onder controle van niet verkozen bureaucraten. Zo heeft de Zuid-Afrikaanse Public Investment Corporation belangen in tientallen sectoren.

Dit is een kapitalistisch investeringsmodel. Zelfs indien de regering meer dan de helft van de aandelen in handen heeft, betekent dit niet dat de staat een controlerend belang heeft. De staat krijgt als aandeelhouder winsten op dezelfde wijze als gelijk welke kapitalistische investeerder. Het hangt af van de uitbuiting van de werkenden en de concurrentiepositie van het bedrijf tegenover andere in de sector. De minderheid van private kapitalistische aandeelhouders blijft eveneens winst maken die vervolgens opnieuw kan geïnvesteerd worden of elders aangewend. De Economic Freedom Fighters (EFF) pleiten voor een dergelijke vorm van ‘nationalisering’ waarbij de overheid slechts 60% van de belangen in handen neemt in de mijnsector en andere sleutelsectoren.

Hoe verschilt dit van een socialistische nationalisering?

Een socialistische nationalisering wordt doorgevoerd op basis van arbeiderscontrole en -beheer. Het doel is niet om de controle van de kapitalisten op de samenleving te verdedigen, maar wel om die controle te breken. Arbeiderscontrole kan uitgeoefend worden door het opzetten van comités op elke werkplaats met vertegenwoordigers van de werknemers, de vakbonden, de lokale gemeenschap en consumentengroepen.

Arbeiderscomités zouden alle aspecten van de genationaliseerde industrie gedetailleerd onderzoeken en opvolgen. Zakengeheimen, achterkamerakkoorden, prijsafspraken, … zouden verdwijnen met het openen van de boeken. Arbeiderscomités zouden bepalen hoe de middelen worden ingezet, ze zouden investeringsplannen opmaken en toezien op de uitvoering ervan.

De kracht die ervoor moet zorgen dat de genationaliseerde industrie de belangen van de meerderheid van de bevolking dienen, is de arbeidersklasse zelf.

Hoe kan het tot een socialistische nationalisering komen?

Een socialistische nationalisering zal nooit zomaar vrijwillig doorgevoerd worden door de kapitalisten. Er zal een massale opstand voor nodig zijn waarbij de georganiseerde kracht van de arbeidersklasse wordt ingezet om zich te verdedigen tegen iedere sabotage door de kapitalistische klasse.

Zal nationalisering niet leiden tot kapitaalvlucht?

Een staatsmonopolie op buitenlandse handel onder democratische controle van de arbeidersklasse, met onder meer kapitaalcontrole, kan een kapitaalvlucht vermijden. Het biedt een antwoord op pogingen van de kapitalistische klasse om ‘hun’ geld weg te halen om de genationaliseerde industrie te saboteren.

Het idee dat de meest getalenteerde werkenden zouden vertrekken, vertrekt van verwarring over de rol die de kapitalisten in de economie spelen. Er zijn hoog betaalde geschoolde werknemers en experts zoals ingenieurs of geologen die bijvoorbeeld een cruciale rol spelen in de mijnsector. Deze experts krijgen een bijzonder hoog loon omdat er een tekort is aan mensen met een dergelijke opleiding. Hun geprivilegieerde positie leidt er soms toe dat ze denken dat hun belangen samenlopen met die van de kapitalisten, alhoewel dit niet het geval is.

Investeringen in onderwijs en opleiding kunnen het monopolie op vaardigheden doorbreken en ervoor zorgen dat niet slechts een kleine groep toegang heeft tot goede opleidingen. Ondertussen is er geen principieel bezwaar tegen het feit dat experts meer verdienen. Zelfs de Bolsjewieken moesten vlak na de Russische Revolutie toegevingen doen op dit vlak om de geschoolde arbeiders in het land te houden. Maar deze experts moeten dan wel onder de controle van de arbeiderscomités staan.

Zijn nationaliseringen in het verleden niet mislukt?

Verdedigers van het kapitalisme kunnen tal van mislukte nationaliseringen aanbrengen. Maar geen enkele van die nationaliseringen werd doorgevoerd op basis van arbeiderscontrole en -beheer. Dit is zelfs het geval in de voormalige Sovjet-Unie, dat brak met het kapitalisme en in de eerste jaren na de revolutie van 1917 arbeiderscontrole doorvoerde. Maar in plaats van verder vooruit te gaan in de richting van socialisme, vestigde de contrarevolutie onder Stalin een bureaucratisch regime waarbij de elementen van arbeidersdemocratie van de kaart werden geveegd. Toen Trotski in de jaren 1930 de problemen van de Sovjet-Unie beschreef, stelde hij dat “socialisme democratie nodig heeft zoals een lichaam zuurstof nodig heeft.”

De nationalisering van de mijnsector in Zambia is een ander voorbeeld dat wel eens wordt gebruikt. Maar de mijnen van Zambia waren nooit volledig genationaliseerd. In 1969 nam de regering van Kaunda een belang van 51% in de twee grootste kopermijnen van het land. In de twee daaropvolgende decennia werd de sector geplunderd door de heersende elite terwijl tegelijk 49% van de winsten naar de kapitalistische investeerders bleef gaan. De arbeidersklasse oefende geen enkele controle uit.

Is een nationalisering een stap in de richting van socialisme?

De kapitalistische klasse gebruikt nationaliseringen als noodmaatregelen, ofwel defensief als antwoord op een crisis ofwel offensief om hun positie tegenover concurrerende landen te versterken. Maar eens de genationaliseerde industrie de strategische doeleinden van de kapitalisten heeft gediend, en nadat ze leeggeplunderd zijn, wordt ze gewoon terug aan het private bezit overgelaten.

Voor socialisten zijn nationaliseringen deel van de strijd voor socialisme. De verandering van privaat naar collectief bezit is inherent aan een nationalisering en vormt een slag voor de economische fundamenten van het kapitalisme. Het bevestigt de beperkingen van dit systeem. Maar de strijd voor arbeiderscontrole en –beheer moet centraal staan als we ook het politieke bewind van de heersende klasse een slag willen toebrengen. Arbeiderscontrole en –beheer vormen bovendien een belangrijke leerschool voor de arbeidersklasse die zo stappen zet om de hele samenleving te beheren en de weg naar een socialistische omvorming van de samenleving opgaat.

Arbeiderscomités zullen een cruciale rol spelen in de opbouw van een socialistische samenleving. Ze zullen de massa-organen van de democratie van onderuit zijn. Uiteindelijk zal de volledige economie onder het directe beheer van de arbeidersklasse geplaatst worden, waarbij op basis van samenwerking een democratisch opgemaakt productieplan tot stand komt om de chaos van de vrije markt te vervangen. Dat is waar socialisten voor gaan, alles wat minder ver gaat kan slechts een tijdelijke overwinning vormen.

Print Friendly, PDF & Email