Europa verenigd door crisis?

Europese Unie: een unie van de baten, niet van de lasten

Het epicentrum van de economische storm is al enige tijd de Atlantische Oceaan over gestoken. In IJsland werd de gigantische banksector, 14 keer het BBP, van de kaart geveegd. Politieke instellingen werden er flink dooreen geschud. De Baltische staten gingen in 2009 voor de tweede keer sinds het begin van de jaren ’90 door een economische depressie, met een krimp van 15% in 2009. Hongarije, Polen en Roemenië moesten beroep doen op het IMF. Ook daar richtte de crisis sociale en politieke ravages aan. Overheden en centrale banken in de VS, de Eurozone en het VK moesten, zoals in vele andere landen, massaal tussenkomen om de financiële sector overeind te houden en de economie te kickstarten. Een depressie werd er vermeden, maar de Grote Recessie eiste zowel economisch, als politiek en sociaal een zware tol. Overal tracht men de factuur door te schuiven naar de arbeidersklasse via drastische besparingen in openbare uitgaven en aanvallen op lonen, arbeidscondities, pensioen- en andere uitkeringen.

Te drastische ingrepen dreigen de economie echter alsnog in een depressie te storten. Om dat te vermijden gaan de besparingen gepaard met extra geldcreatie. In de VS en het VK is het balanstotaal van de centrale banken intussen al meer dan verdrievoudigd. Men tracht er te anticiperen, in de hoop een totale economische crash te vermijden. In de Eurozone is het eerder andersom. Het balanstotaal van de ECB is ook wel meer dan verdubbeld, maar niet als gevolg van een preventief, eerder van een palliatief beleid.(1) De fundamentele redenen daarvoor hebben we al verscheidene keren uitgelegd. De VS, het VK, maar ook Frankrijk, Italië, Duitsland, Nederland etc. zijn historische, door revolutie en oorlog afgedwongen, nationale entiteiten. Binnengrenzen hebben er, zij het in verschillende gradaties, voorlopig een eerder symbolische plaats. Er heerst slechts één nationale burgerij, met een monetair, fiscaal, sociaal en politiek beleid dat hoofdzakelijk centraal beslist wordt. Centrale banken zien er niet enkel toe op prijsstabiliteit, maar spelen een actieve rol in het streven naar economische stabiliteit.

De Eurozone is integendeel een muntunie van 17 lidstaten met elk hun eigen nationale burgerij, hun eigen politiek, sociaal, fiscaal en zelfs monetair beleid, want elk van die landen blijft eigen overheidsobligaties uitgeven om de staatsschuld te financieren. Ze is de uitdrukking van de behoefte van die nationale burgerij-en aan directe toegang tot een grotere markt in de hoop zich beter te positioneren ten opzichte van andere handelsblokken en in te spelen op de toenemende interrnationale arbeidsdeling. De 17 burgerijen waren bereid de voordelen van een gemeenschappelijke markt en een gemeenschappelijke munt maximaal te benutten, ook als dat het afstaan van een aantal soevereine bevoegdheden betekende. Hun engagement ging echter niet zover dat ze elkaars lasten willen dragen. Vandaar dat de ECB enkel mag toezien op prijsstabiliteit en in principe niet mag tussenkomen om de economieën van de lidstaten te onderstutten.

Er werden strikte convergentienormen opgesteld voor lidstaten en kandidaat lidstaten. Via de Maastrichtnormen, het verdrag van Nice, het verdrag van Lissabon en talloze liberaliseringrichtlijnen moesten begrotingen opgekuist, staatsschulden afgebouwd en arbeidswetgevingen versoepeld worden. Dat ging niet altijd gemakkelijk, de arbeidersbeweging verzette zich, verdragen werden in referenda afgewezen en de havenrichtlijn werd geblokkeerd. Het vergde soms flexibele interpretaties, maar de burgerij slaagde erin om in de gewenste richting op te schuiven. Richtlijnen over opheffing van het bankgeheim of fiscale convergentie kwamen het moeilijkst of helemaal niet van de grond. Achteraf is trouwens gebleken dat de schijnbare convergentie die tot uiting kwam in de begrotings- en staatsschuldenstatistieken, een onderliggende toename van de kloof tussen de eurolanden verborg.

Deels door bedrog. Het Griekse begrotingstekort werd boekhoudkundig gemaskeerd door het Amerikaanse Goldman Sachs. Deels ook omdat het lage rentebeleid onder impuls van Duitsland had bijgedragen aan vastgoed- en andere bubbels in vooral Ierland en Spanje, die tot voor de crisis voorbeeldige cijfers konden voorleggen zowel voor hun begroting als hun staatsschuld (2) . Een muntunie creëren is een moeizaam proces, maar ze ontrafelen is een regelrechte nachtmerrie. Men schat dat de Griekse economie in het eerste jaar tot de helft in elkaar zou klappen en ook de Duitse met 20% zou krimpen. Volgens de Duitse econoom Lars Feld zou het uiteenvallen van de Eurozone Duitsland op termijn tot 3.300 miljard euro kosten, dat is meer dan het BBP van 2.600 miljard €. (3)

Crisis dwingt tot onconventionele maatregelen

Om deze nachtmerrie af te wenden, zijn al heel wat heilige huizen tegen de vlakte gegaan. Zo werden sinds april 2010 ‘noodleningen’ verschaft aan Griekenland (110 en later nog eens 130 miljard €), Ierland (85 miljard €) en Portugal (78 miljard €). Spanje heeft sinds deze zomer een aanvraag voor 100 miljard € lopen, maar “uitzonderlijk” vanwege het relatieve gewicht van Spanje, enkel voor de banksector om onderuit te komen aan de inmenging door de trojka. Cyprus deed eveneens een aanvraag voor 6 à 10 miljard € en verwacht wordt dat Slovenië snel volgt. In maart 2012 moesten private beleggers in Griekse staatsleningen een verlies, een ‘haircut’, incasseren, door hun oude obligaties in te ruilen voor nieuwe met een langere looptijd. Het verlies is virtueel, want in vergelijking met de resterende reële waarde van die oude obligaties, deden velen een goede zaak.

Nog in 2010 werd een ‘tijdelijk noodfonds’, het EFSF opgericht, met een leningcapaciteit van 750 miljard €, onderstut door de lidstaten, het IMF en de Europese Commissie, de zogenaamde troika. Er werd zelfs een hefboomconstructie op de resterende 200 miljard € voorzien om de leningcapaciteit op te trekken naar 1.000 miljard €, de zogenaamde bazooka om een schutskring op te trekken rond Griekenland en besmetting te voorkomen. Europese topontmoetingen roepen echter steeds meer herinneringen op aan de aankondigingpolitiek van de regeringen Verhofstadt, waarbij echte beslissingen nog nauwelijks te onderscheiden zijn van principeovereenkomsten. Als het Duits Constitutioneel Hof ermee instemt, kan na 12 september 2012 een ‘permanent noodfonds’, het ESM, in werking treden met een leningcapaciteit van 500 miljard € en de toezegging van het IMF om indien nodig maximaal 250 miljard € extra in te brengen.(4)

De ECB liet zich evenmin onbetuigd door de vereisten gekoppeld aan leningen te versoepelen en goedkoop krediet, aan de refirente die toen 1% bedroeg, voor langere termijnen ter beschikking te stellen van Europese banken.(5) In november 2011 en februari 2012 werd zo voor een totaalbedrag van 1.000 miljard € voor een looptijd van 3 jaar aan banken geleend, de zogenaamde LTRO, Long Term Refinancing Operation. Het staat de banken toe slapend geld te verdienen. Vooral Spaanse en Italiaanse banken maakten er gebruik van om massaal overheidsobligaties van eigen land in te kopen aan een fors hogere rente. Voor de ECB is het een manier om het statutair verbod om landen rechtstreeks te financieren te omzeilen. Maar als de nood hoog is, lapt de ECB die statutaire bepaling aan haar laars. Zo kocht ze vanaf midden 2010 staatsobligaties en leningen van hypotheekbanken in probleemlanden. Dat inkoopprogramma staat nu op 211,5 miljard € en bevat vooral Spaans en Italiaans overheidspapier. Het ligt echter al maanden stil door verzet van voornamelijk de Bundesbank. De ECB heeft in juli de basisrente voor het eerst sinds de invoering van de euro verlaagd tot onder de 1% en tegelijk de depositorente, de rente die banken ontvangen als ze hun geld parkeren bij de ECB tot nul herleid, in de hoop dat banken hun geld effectief in de economie zouden pompen.(6)

Heel wat economisten vinden dat onvoldoende en de praktijk geeft hen gelijk. De ECB, zeggen ze, moet de crisis bestrijden met de handen op de rug gebonden. Ze hopen minstens op een hervatting van het inkoopprogramma van obligaties van probleemlanden. Liever nog zouden ze bundeling van staatsschulden van de Eurolanden zien, een zogenaamde mutualisering, via de invoering van Eurobonds. Ze gaan ervan uit dat dit speculanten zou afschrikken en een einde maken aan de rentespread.(7) De Europese Commissie is ervoor gewonnen en stelde een groenboek op over de haalbaarheid. Ze onderscheidt drie mogelijkheden: alle nationale staatsobligaties vervangen door euro-obligaties, slechts een gedeelte (bijv. 60% van het BBP) met volledige garantie door alle landen voor euro-obligaties of datzelfde maar waarbij de nationale lidstaten elk voor hun eigen deel aan euro-obligaties garant staan.(8) Paul De Grauwe wil de ECB zelfs onbeperkt geld laten drukken. Maar ook dat zou niet meer opleveren dan tijdswinst, op het risico af dat met de ‘onbeperkte’ middelen nieuwe zeepbellen ontstaan en dat de economie toch in een diepe recessie gaat, zodra de ECB tracht die liquiditeiten opnieuw uit de markt te halen. Veel waarschijnlijker is dat de ECB op een bepaald moment haar inkoopprogramma moet hervatten.(9)

Het is goed mogelijk dat een variant op Eurobonds, de zogenaamde projectbonds of Eurobills effectief worden ingevoerd (10) . Zelfs ‘Eurobonds’ uitgegeven door een gemeenschappelijke instelling als het ESM of voor een vooraf vastgesteld en beperkt bedrag, liefst met garantie naar rato van het eigen aandeel, is niet volledig uitgesloten. Maar de oorspronkelijke achterliggende idee, namelijk een volledige mutualisering van alle Europese staatsschulden, de enige maatregel die speculatie tegen de lidstaten ook echt zinloos zou maken, is naar ons oordeel uitgesloten, ook bij een coalitiewissel na de Duitse federale verkiezingen in september 2013. In de pers wijt men het verzet van Duitsland en andere sterkere economieën in Europa aan de vrees voor inflatie en het gebrek aan bereidheid om een hogere rente te betalen voor de financieringsbehoeften. Wij denken dat het er de Bundesbank vooral om te doen is niet volledig de controle over het monetaire beleid uit handen te geven. Bovendien heeft men van de kredietcrisis geleerd dat het bundelen van risico’s ook het verspreiden ervan betekent, dat teveel slechte risico’s met de tijd ook betere risico’s aantasten waardoor het geheel naar beneden tuimelt. De Bundesbank wil een vergelijkbaar scenario met staatsobligaties vermijden of er toch minstens voor zorgen dat ze haar eigen staatsschulden kan behoeden voor besmetting door die van de landen in de periferie van de Eurozone.

Interne devaluatie stoot op verzet

Om te vermijden dat al deze uitzonderingsmaatregelen zouden leiden tot ‘moral hazard’, waarbij regeringen toegeven aan de publieke opinie en ervan uit zouden gaan dat Europa toch bijspringt, werden ze telkens gekoppeld aan strikte voorwaarden en toezicht door de trojka. In maart 2011 werd het Euro Plus Pact beslist, in december 2011 het Six pack, met automatische sancties tegen landen die zich niet aan de begrotingsregels houden, nog in 2011 het Europees Semester, dat een grotere controle door de EU op de nationale begrotingen invoert, en in maart 2012 het begrotingspact. Hoe ver de trojka wil gaan, illustreert de installatie van niet verkozen regeringen van technocraten in Griekenland en Italië in november 2011. De sociale gevolgen van al die “interne devaluaties” zijn rampzalig. Ierse voormalige huiseigenaars die met de tranen in hun ogen tonen wat ze verloren. Ellenlange rijen Grieken die aanschuiven aan de gaarkeukens. Portugese jongeren die uitwijken naar de voormalige Angolese kolonie op zoek naar werk en een inkomen. Spaanse supermarkten die de afvalcontainers vergrendelen zodat men er geen rot voedsel uit zou stelen. Medicatie en geneeskundige verzorging die niet langer wordt terugbetaald. Wanhoopsdaden op het werk, thuis en zelfs aan de voet van het parlement. Hoeveel meer is vereist vooraleer de mannen in maatpak begrijpen dat het genoeg is geweest?

Maar kunnen we van hen wel iets anders verwachten? In het eerder aangehaalde interview met Dennis Meadows verwijst hij naar een Japans spreekwoord: “Als een hamer je enige gereedschap is, dan lijkt alles op een spijker”. Officieel zit nu 11,2% van de Europese beroepsbevolking zonder werk, met als uitschieters Spanje (24,8%), Griekenland (22,5%), Portugal (15,4%), Letland (15,3%) en Ierland (14,8%).(11) Europa telt een leger van 17,56 miljoen werklozen en volgens de Internationale Arbeidsorganisatie zullen de komende 4 jaar nog eens 4,5 miljoen banen verloren gaan als Europa niet van koers verandert. De jeugdwerkloosheid is opgelopen tot 22%, in Italië, Portugal en Slowakije tot boven de 30 en in Griekenland en Spanje boven de 50%. Men spreekt opnieuw van een verloren generatie, “de eerste in zo een honderd jaar die minder kan consumeren dan haar ouders”.(12)

Patrick De Maeseneire, de ultraliberale topman van Adecco die vindt dat men best het vakantiegeld of de 13de maand zou afschaffen en een groot voorstander is van de Duitse mini-jobs, wijst erop dat sociale onrust de eerste bekommernis is van zijn klanten, veel multinationals. “het is eigenlijk verbazend, dat het nog maar zo erg is. Een op twee jongeren werkloos, vroeg of laat moet dat toch barsten, nee? In Engeland, Griekenland waren er al onlusten. Kijk naar de Arabische lente, dat is niets cultureels, hé. Dat zijn zoveel arme mensen die zeggen: het is genoeg”. De Maeseneire misbruikt de beweging echter om een pleidooi te houden voor nog meer sociale afbraak. “Beter een slecht betaalde job, dan geen job. Je moet de barrières laag zetten om mensen op gang te krijgen.”(13) Gelukkig voor hem, bestaan er fijnere strategen van het kapitaal, die intelligentere formules van verdeel en heers bedenken. “Ik ben een voorstander van de pensioenhervorming. Zeker de zuidelijke Europese landen geven disproportioneel veel uit aan pensioenen. Een deel van dat geld kan – moet – verschoven worden naar onderwijs en gezinnen.”, aldus Frank Vandenbroucke (SP.a) (14) .

Het klopt dat het verzet tegen de besparingsmaatregelen de jongste maanden wat stil gevallen is. De laatste van 16 algemene stakingen in Griekenland, dateert intussen al van 7 februari 2012, in Spanje van 29 maart, in Portugal van 22 maart en in ons land van 30 januari. Dat wil niet zeggen dat er geen verzet meer is. Op 1 mei kwamen in Spanje meer dan een miljoen mensen op straat en opnieuw op 12 mei, naar aanleiding van 1 jaar indignado. Op 22 mei staakte 80% van het onderwijspersoneel. Vanaf 28 mei gingen de mijnwerkers voor onbeperkte duur in staking. Mijnen, wegen en spoorwegen werden bezet. Op 18 juni riepen de UGT en CC.OO op tot een algemene staking in de volledige regio, in Asturië, Andalusië, Castilla en Aragon. Er werd betoogd in heel het land, met erg grote betogingen in Oviedo (50.000 deelnemers) en Léon (15.000). Eind juni volgde een “zwarte mars” naar Madrid met aankomst op 11 juli. Ze werden er verwelkomd door duizenden arbeiders. De mijnwerkersstrijd wordt een katalysator voor andere strijdbewegingen in het land. Zelfs El Pais moest erkennen dat het idee van arbeidersstrijd terrein wint. In Polen woedt een strijd tegen de pensioenhervorming.

In Duitsland eisen arbeiders hun deel van de economische groei in de jaarlijkse onderhandelingen voor collectieve akkoorden. De vakbondsleiding moest een loonsverhoging van 6,5% eisen. In de publieke sector werd een minimale loonsverhoging met 200 euro voor de laagste lonen geëist. In de metaalsector alleen gingen 830.000 arbeiders uit 3.300 bedrijven in actie tijdens een waarschuwingsstaking. De dienstenbonden wonnen 23.000 nieuwe leden tijdens hun waarschuwingsstaking. In Ierland weigert de helft van de gezinnen zich te registreren voor de nieuwe huishoudtaks. Sociale strijd verloopt echter niet in een rechte lijn en wordt afgewisseld door onvermijdelijke pauzes, waarbij de aandacht verschuift van het sociale naar het politieke terrein.

Crisis zet druk op natiestaten

De crisis heeft al heel wat regeringsleiders ten val gebracht. Papandreu van Griekenland, Zapatero in Spanje, Socrates in Portugal, Cowen in Ierland, Brown in het VK, Berlusconi in Italië, Balkenende en nu ook Rutte in Nederland en Sarkozy en Fillon in Frankrijk. Merkel houdt voorlopig stand en zou in september 2013 een derde mandaat kunnen behalen, maar wellicht zal ze verplicht worden haar liberale coalitiepartner in te ruilen voor een grote coalitie met de SPD. Cameron van de Britse conservatieven en vooral zijn liberale coalitiepartner zitten eveneens in vrije val. We kennen het samenspel waarbij traditionele partijen na een periode van regeringsdeelname van plaats wisselen om het beleid, op enkele nuances na, verder te zetten. Dat mechanisme is echter geen natuurwet. Het tempo waarmee partijen de macht in de schoot geworpen krijgen en nog voor ze goed en wel van start gegaan zijn alweer afgestraft worden, is ongezien in de naoorlogse periode.

Twintig en in sommige landen dertig jaar van neoliberale “hervormingen”, waarbij een steeds kleiner deel van het nationaal inkomen overblijft voor de arbeiders en de middenklasse ten voordele van een ongrijpbare klasse van superrijken, heeft de democratische façade waarmee de burgerij haar rol als leider van de natie doet aanvaarden, flink uitgehold. Sinds de jaren ’90 kennen rechts populistische en extreem rechtse formaties soms een steile electorale opmars. De traditionele partijen trachtten hen de wind uit de zeilen te nemen door een deel van hun programma uit te voeren en in een aantal gevallen door ze op te nemen in regeringen. Hoewel er ongetwijfeld een element van racisme uit zelfbehoud meespeelde, was het vooral een proteststem tegen de traditionele partijen en een reactie op het onvermogen van de ‘arbeiderspartijen’, de sociaaldemocratie, om een ander antwoord te bieden op het antisociale afbraakbeleid dan moraliserend gepreek over de nood aan solidariteit onder armen.

In een aantal landen is de burgerij er nooit in geslaagd verschillende volkeren volledig te assimileren binnen één natiestaat. Maar tijdens de naoorlogse groeiperiode wogen de bindende factoren zwaarder dan die welke de volkeren uiteen dreven. De nationale kwestie kende meestal een sluimerend bestaan, werd hoofdzakelijk het terrein van radicale groepen en werd af en toe door de burgerij uitgespeeld in het kader van een politiek van verdeel en heers, op voorwaarde dat dit de nationale staten nooit echt in gevaar bracht. De crisis drijft de frustraties van de middenklasse die haar kansen op sociale promotie ziet slinken, echter naar een hoogtepunt. Rijkere regio’s zijn niet langer bereid op te draaien voor armere. Zelfs Beieren stapt naar het grondwettelijk hof om de afgesproken verdeelsleutel te betwisten waardoor de deelstaat 10% van zijn personenbelasting moet afstaan aan armere Duitse deelstaten.(15)

Dat is dezelfde retoriek als de Catalaanse regionalistische regeringspartij Convergentia i Unio.(16) Catalonie staat jaarlijks 8 tot 9% van zijn BBP af voor diensten en infrastructuur elders in het land.(17) Samen met de Baskische regering, geleid door de PSOE, maar sterk onder druk van de centrumrechtse nationalistische PNV en de linkse nationalistische coalitie Amaiur, en met de regering van Andalusië (PSOE-IU) stapt ze naar het grondwettelijk hof om de besparingen in het onderwijs en de gezondheidszorg opgelegd door de federale regering te betwisten. Door de aanwezigheid van de nationale kwestie is dit veel explosiever dan het Beierse verzet. Er is een forse opstoot van steun voor Catalaanse onafhankelijkheid. Volgens een peiling zou meer dan de helft van de bevolking het overwegen, tot voor kort bleef dat steken op 20 à 25%. Ook in Baskenland zou de steun voor onafhankelijkheid opnieuw meer dan de helft bedragen.

De Catalaanse nationalisten (CIU), de Baskische PNV, de Italiaaanse Lega Nord, de Schotse SNP, noch het Vlaamse NVA zijn linkse of sociale partijen. Allen hebben besparingsprogramma’s op de kap van de arbeiders verdedigd of doorgevoerd. Hun denkkader is het neoliberale kapitalisme, aangevuld met sociaal-nationalistische (“eigen volk eerst”), protectionistische en vaak conservatieve elementen. Ze misbruiken de afwezigheid van de arbeidersbeweging op het politieke terrein, om de illusie te verspreiden dat meer autonomie of onafhankelijkheid de besparingen kan afzwakken en opnieuw een periode van groei inluiden. Ze vertegenwoordigen het lokale patronaat, dat zich afzet tegen de grote bedrijven die nauwelijks belastingen betalen en hen “oneerlijke concurrentie” aandoen, maar meer nog tegen de arbeidersklasse en hun vakbonden, want die beperken hun vrijheid om werkenden uit te persen. Tot nu behoedden deze regionalistische elites zich ervoor het kapitalisme in gevaar te brengen door een consequente strijd voor onafhankelijkheid. Steeds opnieuw sloten ze rotte compromissen die hun macht in de deelstaat wel opdreven, maar tegelijk de nationale eenheid herbevestigden. Ze vrezen immers wat hun “eigen” arbeidersklasse hen zou aandoen, eens ze hun programma willen doorvoeren en de buffer van de nationale staat niet meer bestaat.

De meeste van deze partijen voeren dan ook geen directe strijd voor onafhankelijkheid, maar hebben een meer gematigde, pragmatische en graduele visie hierop. Maar zoals sociaaldemocratische leiders in het verleden door strijd veel verder geduwd zijn, dan wat hun burgerlijke brein voor mogelijk hield, kunnen ook de nationalistische leiders door de logica der gebeurtenissen meegesleurd worden. De besparingen zullen in elk land een splijtzwam zijn tussen de klassen en tussen diverse belangengroepen, tussen verschillende regio’s etc. Maar in landen met een geïnstitutionaliseerde nationale kwestie, kunnen ze leiden tot veel verdere stappen dan we in het recente verleden in de ontwikkelde kapitalistische landen hebben gezien. De ontwikkelingen in de ene regio worden in de andere naar meer autonomie/onafhankelijkheid strevende regio’s op de voet gevolgd. Alle regionalistische partijen in Europa zullen de voorbereiding en het verloop van het Schotse referendum rond onafhankelijkheid, voorzien voor 2014, van nabij opvolgen.

 


Voetnoten

     

  1. “Personne n’a intérêt à un éclatement de l’Euro” – Le Soir 28/07/2012
  2. In 2007 bedroeg de overheidsschuld in Ierland 24,8% van het BBP, in Spanje 36,3%, in Duitsland 65,2% en in de hele eurozone 66,4%. In 2012 verwacht men voor Ierland 113,1%, voor Spanje 79%, voor Duitsland 78,9% en voor de eurozone 90% – IMF-Data Mapper. In 2007 had Ierland een begrotingsoverschot van 0,1% van het BBP, Spanje van 1,9%, Duitsland van 0,2 en voor heel de eurozone was er een tekort van -0,7%. In 2011 bedroeg het begrotingstekort in Ierland -13,1%, in Spanje -8,5%, in Duitsland -1% en voor de eurozone -4,1% – Eurostat General government deficit/surplus
  3. Interview mit Wirtschaftsweisen Feld “Griechenland im Euro halten” – Rheinische Post 25/07/2012 Feld is professor economie in Freiburg en onder andere lid van de wetenschappelijke adviesraad aan het federaal ministerie van financiën.
  4. Karlsruhe zet redding eurozone ‘on hold’ – De Tijd 17/07/2012 Intussen kreeg het ESM onder voorwaarden groen licht.
  5. De refirente (refinancing rate) is de rente die financiële instellingen betalen om geld op te nemen bij de centrale bank
  6. Europese basisrente historisch laag – De Standaard 5/07/2012
  7. De rentespread is het verschil tussen de rente die landen moeten betalen om een 10-jaarslening af te sluiten. Een overzicht van de rentevoeten vind je bij Eurostat onder interest rates, data, main tables
  8. GROENBOEK over de haalbaarheid van de invoering van stabiliteitsobligaties
  9. Dat is intussen gebeurd. Op 7 september besliste de ECB onbeperkt obligaties met een maximale looptijd van 3 jaar op de secundaire markt op te kopen van landen in moeilijkheden op voorwaarde dat ze steun aanvragen aan de trojka.
  10. Projectobligaties zijn bedoeld om infrastructuurwerken gezamenlijk te financieren. Het was een toegeving van Merkel aan Hollande. Er werd uiteindelijk slechts 230 miljoen € vrijgemaakt voor een proefperiode van 18 maanden om via de Europese Investeringsbank voor maximaal 4,6 miljard € te investeren via privaat-publieke samenwerking. Eurobills zijn een light-versie van eurobonds. Ieder land zou tot een bepaald afgesproken percentage van zijn economie kunnen financieren met behulp van eurobills. Wie zich niet aan de regels houdt, wordt na een jaar van de handel uitgesloten. Het Europees Parlement pleit voor een ‘schuldendelgingsfonds’ dat alle oude schulden boven de 60% van het BBP bundelt en herfinanciert op een langere termijn.
  11. Kloof tussen arbeidsmarkt ‘Duitse kern’ en ‘periferie’ steeds groter – De Tijd 1/08/2012
  12. De huidige jongeren zijn de echte ‘lost generation’ – De Morgen 23/05/2012
  13. ‘Er dreigt een verloren generatie’ – De Tijd 30/06/2012
  14. ‘Europa zal sociaal zijn of niet zijn’ – De Tijd 9/06/2012
  15. Beieren stelt Duitse transfers ter discussie – De Tijd 17/07/2012 ‘Solidair, maar niet gek’ – De Standaard 18/07/2012
  16. Catalonië, een van de rijkste regio’s van Spanje, heeft een schuld van 42 miljard € en moet beroep doen op het Spaanse noodfonds voor de regio’s – Catalonië schreeuwt Madrid om hulp – De Tijd 29/08/2012
  17. Catalan civil society asks for a new fiscal agreement with Spain – Catalan News 1/02/2012

 


>>> Inhoudstafel

Geef een reactie

0
    0
    Je winkelwagen
    Er zit niets in je winkelwagenKeer terug naar de winkel