Hoofdstuk 1. De historische noodzaak van internationalisme

Internationalisme, zoals dat gestalte krijgt in een wereldpartij van de werkende klasse, is een van de centrale principes van het socialisme. Ondanks het dwingende belang van dit grondbeginsel, is heter deze eeuw nog nooit zo droevig meee gesteld geweest als nu – zowel in de theorie als in de praktijk.

De Derde Internationale werd formeel ontbonden en zonder plichtplegingen begraven door Stalin in mei 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog, om de Engels-Amerikaanse bondgenoten te verzekeren dat de Communistische Partijen, onder de curatele van het Kremlin, geen gebruik zouden maken van eventuele mogelijkheden om het kapitalisme in het Westen omver te kegelen. Zijn volgelingen hielden zich nauwgezet aan deze belofte in Griekenland, Italië, Frankrijk en België tussen 1943 en 1948.

De Tweede Internationale had haar aanspraak op revolutionair leiderschap al verbeurd tijdens de Eerste Wereldoorlog, en sleept zich sindsdien voort als een levend lijk. Zelfs de partijen, die er deel van uitmaken, besteden nauwelijks aandacht aan de zeldzame conferenties of laten zich iets gelegen liggen aan haar uitspraken. Al tientallen jaren lang heeft ze niets noemenswaards ondernomen. Voor velen zal het zelfs nieuws zijn dat de Socialistische Internationale nog bestaat. Maar ze houdt inderdaad zo af en toe nog wel eens congressen, die veel weg hebben van familiereünies van succesvolle of aankomende politieke opzichters van de kapitalistische staat.

Van de nieuwe stromingen die de leiding hadden van zegevierende arbeiders- en boerenrevoluties na de Tweede Wereldoorlog, is er niet één in staat gebleken een aanzet te geven of de organisatie ter hand te nemen van een levensvatbare nieuwe Internationale, om de overleden Comintern, of de zieltogende Tweede Internationale te vervangen: Tito, Mao, en zelfs Castro hebben als staatshoofd en partijchef deelgenomen aan internationale conferenties van velerlei aard en hebben zulke conferenties op touw gezet in hun eigen hoofdsteden. Maar geen van deze conferenties is afgelopen op de vorming van een nieuwe wereldomvattende organisatie van de arbeidersklasse; zelfs de wenselijkheid of noodzaak van iets dergelijks kwam niet naar voren.

De krachtigste en meest belovende onderneming met een revolutionaire geest en doelstelling was de Drie Werelddelen Conferentie, die begin 1966 bijeenkwam in Havanna. Dit lichaam evenwel, samengesteld uit nationale bevrijdingsbewegingen met verschillende programma’s, is toch wel heel iets anders dan een internationale organisatie van het soort zoals Marx, Engels, Luxemburg, Lenin en Trotski voor ogen hadden en zoals zij die opbouwden. Het had ook niet die pretentie en heeft een armetierig bestaan geleid.

Alleen de Vierde Internationale, opgericht in 1938, houdt de tradities en lessen van deze marxistische leiders overeind, wat betreft de volle plichten van het Internationalisme. De Trotskisten beschouwen dit niet als een rituele frase, maar als het onmisbaar kompas om de richting te geven aan de alledaagse activiteiten van alle delen van de arbeidersklasse op wereldschaal in haar strijd, tegen de oude orde en voor de opbouw van een socialisme.

Daarentegen legt het gedrag van de leiding van drie communistische regimes in de oorlogscrises in de vijftiger en zestiger jaren de teruggang bloot van hun internationale solidariteit.

Ten tijde van de Koreaanse oorlog koos Tito’s Joegoslavië onder de dekmantel van de Verenigde Naties de zijde van het Amerikaans imperialisme tegen de arbeidersstaten Noord-Korea en China. Tijdens het grensgeschil tussen India en China weigerde de regering-Kroetsjev niet alleen Peking te ondersteunen, maar gaf ze zelfs wapens aan het burgerlijke regime van Nehru. De Maoïsten weigerden om samen met de Sovjet Unie en andere arbeidersstaten een front te maken ter verdediging van Vietnam tegen de Amerikaanse agressie, zelfs ten koste van China’s eigen nationale veiligheid. Nog onlangs kreeg president Nixon een hartelijk welkom zowel in Peking als in Moskou terwijl zijn bommenwerpers dood en verderf zaaiden over heel Vietnam.

Het nagenoeg algemeen loslaten van het internationalisme wordt op verschillende manieren gerechtvaardigd. Een van de meest gangbare argumenten die aangevoerd worden door sociaal-democraten en evenzeer door neo-stalinisten, is dat onder de huidige voorwaarden de arbeiders niet langer een internationale organisatie nodig hebben.

Wat vijftig of honderd jaar geleden nuttig en progressief was, wordt nu afgedankt als verouderd en achterhaald.

In een tijd dat satellieten en kosmonauten rond de aardbol cirkelen, en projectielen willekeurig welke plaats op deze planeet binnen een half uur kunnen bereiken, en terwijl de antikapitalistische strijd heftiger oplaait en meer noodzakelijk is dan ooit, is het toch paradoxaal dat de marxistische stelling, dat de wereldrevolutie een generale staf moet hebben in zo’n kwade reuk moest komen te staan. Het historisch proces beweegt zich wel op een uiterst ongeregelde manier.

Velen binnen en buiten het socialistische kamp leggen deze stand van zaken uit als stellig bewijs voor de definitieve overwinning van het nationaal-chauvinisme op het internationalisme. En dit geloof wordt gebruikt om opnieuw een nagel te slaan in de doodskist van de marxistische leer.

Nationaal-chauvinisme heeft overal de overhand gehad op vrome internationalistische gevoelens en leuzes, die met de mond beleden werden. Arbeiders hebben tegen elkaar gevochten in twee wereldoorlogen. Elke internationale is bezweken en is er niet in geslaagd haar taak te vervullen. Elk land, waar het kapitalisme vernietigd is, jaagt zijn eigen nationale belangen na en volgt afzonderlijk een eigen weg naar het socialisme, zonder zich te bekommeren om het lot van de andere. Marx zat er helemaal naast met zijn programma, praktijk en voorspellingen. Nationaal-chauvinisme is onweerstaanbaar, de almachtige kracht in de moderne wereld. Het wordt tijd om in te zien dat de leus “arbeiders aller landen blijft verdeeld” het enige antwoord is dat aansluit op de werkelijke voortgang van de sociale en politieke ontwikkeling.

Een dergelijke conclusie komt overeen met de belangen van de heersende klasse. Dit standpunt sluit eveneens volledig aan bij de politiek van die verbureaucratiseerde regimes in de arbeidersstaten, die hun eigen belangen zwaarder laten wegen dan het welzijn van het wereldproletariaat. Maar het is volledig onaanvaardbaar voor eenieder, die wetenschappelijk socialist en proletarisch revolutionair wil zijn in de tradities van Marx en Lenin en die een diepgaande lange termijn visie ontwikkelt over de weg naar en de vereisten bij de opmars naar het socialisme. Het is beslist een teken van reactie, en niet van vooruitgang, in de socialistische beweging, om te proberen bij de arbeidersklasse de uitgangspunten van het internationalisme uit te bannen en in plaats daarvan de noodlottige vooroordelen en de overleefde perspectieven van nationaal-chauvinisme te zaaien. Juist omdat de leidende partijen van de tweede internationale in 1914 overliepen naar het kamp van het sociaal-patriottisme, verklaarden Lenin, Trotski, Luxemburg en hun medestanders dat een nieuwe Internationale noodzakelijk was. En het was het breken met het internationalisme door de Sovjetbureaucratie, wat al begon 20 jaar voor Stalins cynische ontbinding van de al volledig ongeloofwaardige Comintern, dat leidde tot de oprichting van de Vierde Internationale in 1938.

Iedere afwijking van een internationalistische opvatting in de richting van eng nationalisme is een lafhartige navolging van de allerslechtste burgerlijke ideologie. Bovendien is het ontleend aan de periode van verval van het kapitalisme, en gaat het in tegen de meest verheven strevingen en de meest glansrijke tradities van de strijd voor plebeïsche democratie, die kenmerkend waren voor de jeugd van het kapitalisme in zijn fase van opgang. Het zou daarom wel eens leerzaam kunnen zijn om een verhandeling over de Eerste en Tweede Internationale te laten voorafgaan door het in herinnering brengen van de internationalistische ideeën die geuit werden tijdens de burgerlijk-democratische revoluties

Internationalistische idealen van de burgerlijk-democratische revoluties

Toen de krachten van het kapitalisme jong waren, moesten ze het opnemen tegen de druk van de oude gevestigde orde van de middeleeuwse maatschappij, precies zoals heden ten dage de krachten voor het socialisme moeten opboksen tegen bestaande kapitalistische voorwaarden. In deze strijd om de voorkapitalistische en in het bijzonder de feodale ideeën en instellingen omver te werpen, waren de meer revolutionaire vertegenwoordigers van de burgerij gedwongen de volksmassa’s op de been te krijgen en te leiden, en moesten daarom, zij het dan niet altijd in daden, dan toch tenminste in woorden, tegemoet komen aan hun meest diepgaande verlangens. Niet in de allerlaatste plaats was dat de roep om broederschap tussen de volken en vrede tussen de staten.

Dit soort verheven idealen bezielden oprecht de eerste voormannen van de Amerikaanse, Franse en andere burgerlijk-democratische revoluties. De hoop om de ‘broederschap van de mensheid’ te verwezenlijken, die onder het Christendom niets anders was gebleken dan een bedrieglijke frase en een valse belofte, drong nu door in de rijen van de revolutionairen en vond uitdrukking in de overtuiging van de meest vooruitziende woordvoerders onder hen.

Tom Paine, die de Amerikaanse kolonisten opriep om in opstand te komen tegen Engeland, nam vol trots tot zijn zinspreuk: “Mijn land is de wereld, goed doen mijn geloof”, Paine was de eerste internationalist van zijn tijd. Nadat hij was verbannen uit Engeland omdat hij zich bezighield met wat je zou kunnen noemen ‘radicaal vakbondswerk’ onder lagere regeringsambtenaren, voer hij in 1774 naar Amerika en werd de heraut van revolutionaire ideeën. Nadat hij meegewerkt had aan de overwinning van de Onafhankelijkheidsoorlog, ging deze internationale propagandist en filosoof van de democratie terug naar Engeland, waar hij werd vervolgd omdat hij de Franse Revolutie verdedigde. Nadat hij naar Parijs was gevlucht, werd hij uitgenodigd om zitting te nemen in de Nationale Vergadering en werd Frans staatsburger. Deze gebeurtenis toont de internationalistische geest van de Franse Revolutie in de fase van opgang.

Paine had zeer ondermijnende ideeën. Zijn belangrijkste werk, “De rechten van de mens”, verdedigde het revolutionaire recht van het volk om hun regering te veranderen naar eigen goeddunken. In feite was hij zo’n subversief persoon dat hij werd gehaat en uitgespuugd door alle eerbare lieden met enige eigendom aan beide zijden van de oceaan.

“De Tories waren zeer fel op hem…. In de Londense clubs werd het mode voor heren om TP-spijkers onder de hakken van hun schoeisel te dragen om te laten zien hoezeer ze zijn vuige ideeën de grond in wilden trappen. Hij werd vogelvrij verklaard en verbannen, en zijn boeken werden verbrand door de scherprechter. Hij werd beschouwd als erger dan een gewone misdadiger, omdat hij gevaarlijker was. In Amerika klonk de echo van deze algemene walging in de conversatie van de heren: Paine haten was een bewijs van achtenswaardigheid.” (Parrington, Main Currents in American Thought, deel 1, pag, 328)

Wat waren dan die verschrikkelijke ideeën van Paine? Hij vond dat de Amerikaanse kolonisten het recht hadden vrij te zijn en onafhankelijk van Engeland; dat een volk het recht had een republiek te verkiezen boven een monarchistische regeringsvorm; dat alle politieke macht van het gewone volk komt en daar ook hoort te blijven. Het zijn deze gemeenplaatsen, die hem de onsterfelijke haat van de Tories bezorgden. De haat en politieke gevoelens ten opzichte van Tom Paine zijn tot op de dag van vandaag nog niet verdwenen, Theodore Roosevelt noemde hem “een smerige kleine atheïst” (wat hij overigens niet was; Pain was een deïst). En in tegenstelling met andere vaders van de Amerikaanse Revolutie bleef hij uitgesloten van the New York University Hall of Fame (beroemdhedenkabinet) tot 1945.

Het is in dit verband tekenend om te zien hoe uitdrukkingen een waardeverandering ondergaan in de loop van de tijd. In de heroïsche dagen van de Eerste Amerikaanse Revolutie werd Tom Paine veroordeeld omdat hij ‘democraat” of ‘republikein’ was. Deze benamingen hadden in die tijd eenzelfde soort lading als vertegenwoordigers van de reactie in onze tijd meegeven aan termen als ‘communist’, ‘bolsjewiek’ of ‘trotskist’. Wie ‘democraat’ was, was voorstander van de revolutionaire rechten van de massa’s tegenover de contrarevolutionaire privileges van de heersende, bezittende klassen. ‘Republikein’ zijn, betekende voorstander zijn van een gekozen parlementaire regering van het volk tegenover de traditionele erfelijkheid van monarchieën of oligarchieën, Heden ten dage worden termen als ‘Republikein’ of ‘Democraat’ terecht geassocieerd met conservatisme, reactie en chauvinisme. Deze omvorming van politieke benamingen in hun tegendeel is een teken van de grote historische veranderingen die plaats gevonden hebben sinds de kapitalisten de macht veroverden en de heersende klasse werden. Als we even de oorzaken, aard, en het karakter van deze veranderingen in ogenschouw nemen, kunnen we begrijpen waarom en hoe de internationalistische ideeën van de burgerlijke revolutionairen verdwenen, en vandaag de dag alleen nog voortleven, samen met alle andere waardevolle bedoelingen en aspiraties van de democratische kant van de burgerlijke revolutie, in de beweging en het programma voor de socialistische revolutie.

De ontwikkeling van het burgerlijk nationalisme

Hoewel de radicaalste en meest geliefde leiders van de democratische bewegingen altijd het principe hebben beleden, en in praktijk gebracht van mensenrechten, ongeacht nationaliteit, ras, geloof of huidskleur, toch waren deze ideeën van onvoorwaardelijke gelijkheid, broederschap en vrijheid, de meest verheven en vergaandste uitdrukkingen van de revolutie, inderdaad alleen typerend voor die uiterste linkervleugels, voor degenen die spraken voor de gewone volksmassa’s. Zij werden alleen algemeen op die momenten dat de macht van het volk op zijn hoogtepunt was, wanneer de revolutie, door een weergaloze krachtsinspanning van haar innerlijke dynamiek, tijdelijk, haar eigen historische beperkingen te buiten ging.

Zeer zeker geldt dit voor het internationalisme. De grondtoon, de meest overheersende en kenmerkende trek van de burgerlijke kijk op de revolutie is niet internationalisme, maar nationalisme. Internationalisme was uitzondering, terwijl nationalisme regel was, en het overheersend oogmerk van de burgerlijke krachten, van het burgerlijk programma en perspectief.

Dit bepalend karakter van nationalisme kwam overeen met de wezenlijke aard van de burgerlijke revolutie en de historische noodzaken van de eeuw die getuige was van de overwinning van het kapitalisme. De taken voor de burgerlijke revolutionairen waren bepaald door aan de ene kant het karakter van de voorkapitalistische feodale instellingen, en door de krachten dus waartegen ze het moesten opnemen, en aan de andere kant door de dwingende behoeften van kapitalistische ontwikkeling.

De maatschappij, waaruit het kapitalisme naar voor kwam, was gegrondvest op feodale eigendomsverhoudingen – slavernij, feodale privileges, gilden, monopolies,… – die door kapitalistische handel, geldwezen en industrie moesten worden vernietigd, wilde het kapitalisme kunnen opbloeien.Verbonden met dit grondprobleem van de vervanging van feodale door kapitalistische eigendomsverhoudingen, was de vraag van de territoriale en bestuurlijke indeling waarbinnen zij besloten zouden liggen.

De zich ontwikkelende kapitalistische krachten werden verstikt, gewurgd en in hun groei belemmerd door de enge grenzen van de feodale sociale en politieke verhoudingen en beukten daar zonder ophouden tegenaan. De feodale maatschappij was verbrokkeld in onduidelijk met elkaar in verbinding staande vorstendommetjes en staatjes, waarover de bevolking op een onduidelijke wijze was verdeeld. Om ruimte te scheppen voor volledige en vrije ontplooiing van de kapitalistische productiekrachten en ruilverhoudingen, moesten deze traditioneel afzonderlijke gebieden samengebracht worden tot een gecentraliseerde eenheid, moesten ze worden omgevormd tot één enkele staat. Om het materiële en culturele peil van de bevolking omhoog te brengen, om het kapitalisme in staat te stellen zijn verborgen productiekrachten te ontwikkelen, om de mensheid een stap vooruit te brengen, moesten deze middeleeuwse beperkingen, deze middeleeuwse structuur, worden opgeruimd. Dit doel van het opbouwen van naties vroeg eeuwenlange strijd. Maar wat moest gebeuren, werd gedaan door de gezamenlijke inspanning van de volkeren van West-Europa en Noord-Amerika. Door hun revolutionaire strijd werd het feodalisme, met zijn verouderde instellingen, verbannen naar de schroothoop. Nieuwe kapitalistische verhoudingen, territoriale eenheden en politieke vormen kregen een plaats.

Dit proces van het scheppen, bestendigen en centraliseren van nationale staten voltrok zich het meest in het oog lopend en typerend in West-Europa, in Frankrijk, Duitsland en Italië.

Naar wat zijn strekking betreft, was het internationaal. De dertien Noord-Amerikaanse wingewesten bevochten hun onafhankelijkheid van Groot-Brittannië en gebruikten hun recht op zelfbeschikking om samen te gaan in de Verenigde Staten van Amerika in de eerste Amerikaanse Revolutie van 1775 tot 1789. Deze drang naar nationale eenheid en onafhankelijkheid was de drijvende kracht achter de nationalistische ideeën, leuzen en het programma van de burgerlijk-democratische revolutionaire beweging.

Zolang deze fundamentele taken voor de historische ontwikkeling onvoltooid bleven, behielden de nationalistische bewegingen van de ontwikkelde landen in het Westen een vooruitstrevend karakter en verdiende de steun van revolutionairen. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld, verloor de oorlogsleuze voor onafhankelijkheid en eenheid zijn progressieve inhoud niet eerder dan bij de definitieve overwinning van de kapitalistische klasse ten gevolge van de Burgeroorlog. In die revolutionaire oorlog werd de eenheid van het land, en in feite ook de onafhankelijkheid, bedreigd door de contrarevolutie van de slavenhouders uit het Zuiden, die de Statenbond op poten zetten. Op dat moment stond Lincolns Republikeinse partij aan het hoofd van de regering die onafhankelijkheid verdedigde en slavernij bestreed. Die regering werd gesteund door Marx en de Eerste Internationale.

De wortels van de kapitalistische ontwikkeling zijn internationaal: “De ontdekking van Amerika, het ronden van de Kaap opende nieuwe gebieden voor de opkomende burgerij. De Oost-Indische en Chinese markten, de kolonisatie van Amerika, de handel met die wingewesten en de vermeerdering van ruilmiddelen en ruilwaren in het algemeen, gaven een stoot voorwaarts als nooit tevoren aan handel, scheepvaart en industrie; en daarmee aan de revolutionaire bestanddelen binnen de wankelende feodale maatschappij… De moderne industrie heeft een wereldmarkt gesticht, waarvoor de ontdekking van Amerika de weg had vrijgemaakt.” (Communistisch Manifest, Hoofdstuk I)

De kapitalistische economie, in tegenstelling met het provinciale feodalisme, opereerde van het begin af aan op wereldniveau. Nadat ze de kluisters van het feodalisme had gebroken en afgeworpen hielden de kapitalistische productiekrachten niet op bij de nationale grenzen, voor de schepping waarvan ze zelf het instrument waren geweest. In de ontwikkeling van vestiging van nationale staten, overschreed het kapitalisme, zelf uitvloeisel van de nieuwe wereldmarkt, die grenzen en schiep daarmee een internationale arbeidsdeling en goederenruil. Het was de eerste wereldeconomie. Naarmate het kapitalisme zich ontplooide raakte elk land vroeger of’ later betrokken in de wereldmarkt, werd er onlosmakelijk onderdeel van, en maakte mee hoe de nationale gang van zaken erdoor bepaald werd. De kapitalistische ontwikkeling leidt tot een kolossale vervlechting op wereldschaal van de banden tussen de verschillende landen. Geen enkel kapitalistisch land is of kan zelfstandig zijn of economisch onafhankelijk.

Trotski beschreef deze historische ontwikkeling aldus: “Door landen en werelddelen, die op verschillend niveau van ontwikkeling zijn, te verbinden in een stelsel van wederzijdse afhankelijkheid en tegenstrijdigheid, door de verschillende niveaus van ontwikkeling in evenwicht te brengen en tegelijk onmiddellijk de onderlinge verschillen te vergroten, door meedogenloos het ene land tegen het ander op te zetten is de wereldeconomie een machtige realiteit geworden, die het economisch leven van de afzonderlijke landen en continenten beheerst.” (The Third International after Lenin, pag. 5).

Deze onontkoombare onderlinge afhankelijkheid van staten onder het kapitalisme drukt zich uit op verschillende manieren. Woodrow Wilson’s handelssecretaris verklaarde eens: “Een paar schoenen is een volkerenbond.” Deze kernachtige uitspraak drukt op beknopte wijze de strekking van de moderne economie op wereldschaal uit, zoals die naar voren komt in de cijfers van buitenlandse handel, de uitvoer van kapitaal en de betalingsbalans. Hij laat zich gelden in de economische crisis, die, waar ze ook toevallig het eerst uitbreekt, zich verspreidt over andere landen en ze tezamen meesleept in de ellende. Onder het kapitalisme zijn de volkeren van deze planeet onafscheidelijk onder hetzelfde juk. Ze zwemmen of verdrinken, feesten of verhongeren, leven in vrede of sterven in oorlog, tezamen.

De meest volkomen uitdrukking van die mondiale hoedanigheid van de kapitalistische economie was het wereldomvattend karakter van de Tweede Wereldoorlog.

Deze imperialistische oorlog, de tweede binnen een generatie, was het bloedige, barbaarse, beestachtige gevolg van de verdere voortgang en ontaarding van de kapitalistische productiekrachten. Deze geweldige macht, die zich bleef opstapelen in de handen van de heersende kapitalistenklasse tijdens de negentiende eeuw ontgroeide de nationale grenzen. De Duitse staalindustrie kon voorzien in de behoefte van heel Europa. Onder het overwicht van het monopoliekapitalisme wordt de nationale staat, voordien het politieke instrument voor de groei van de kapitalistische economie, een dwangbuis. De pogingen van de monopolistische grote zakenbelangen om zich van die nationale dwangbuis te ontdoen en een groter strijdperk te vinden voor hun ekonomische operaties leidden onontkoombaar naar imperialisme.

Bij de hoge ontwikkeling van de krachten van het kapitalisme overschrijden de imperialisten de nationale grenzen door kapitaal uit te voeren naar andere landen, door zich meester te maken van de grondstoffenvoorraden en markten, door invloedsferen af te bakenen, door zwakkere en minder ontwikkelde volkeren te overvallen, te veroveren en te onderwerpen, door roofzuchtige oorlogen tegen rivaliserende imperialistische clubs, tegen koloniale volkeren, of tegen arbeidersstaten zoals de Sovjet Unie en Noord Vietnam.

De krampachtige pogingen van de imperialisten om de opdrachten van het monopoliekapitaal uit te voeren, getuigen op hun manier van de noodzaak om een wereldeconomie opnieuw op poten te zetten en van de noodzaak van een wereldomvattende federatie van de volkeren. Ze zijn een reactionaire poging om een vooruitstrevende historische taak uit te voeren.

Waar de kapitalisten ook de macht veroverd en geconsolideerd hebben, overal zijn ze volledig reactionair. Deze nieuwe heersers van de maatschappij verloochenen alle vooruitstrevende ideeën van hun oorsprong. In de landen waar de kapitalistenklasse imperialistisch en monopolistisch is geworden, is het idee van nationalisme vervuld van de meest reactionaire inhoud en een vijgenblad voor roofzuchtige bedoelingen. In het najagen van hun roofzuchtige plannen, voeren de meest uitgesproken imperialisten de vlag van het nationalisme. Hitler sprak van “het Germaanse Herrenvolk”, Mussolini van het herleven van “het Romeinse Rijk”, Churchill verklaarde dat “Brittania Rules the Waves”, en Henry Luce kondigde “de Amerikaanse Eeuw” af. Maar als er behoefte is aan het toepassen van democratische tradities verschuilen de imperialisten hun bedoelingen achter een vals internationalisme om niet alleen hun eigen volk maar ook anderen te bedriegen. Dat was de bron van Wilson’s en Roosevelt’s pseudo-internationalisme en al de nu gangbare retoriek omtrent de verdediging van “de vrije wereld”.

In onze tijd kunnen nationalistische bewegingen nog steeds een progressieve rol spelen in alledrie de sectoren van de wereldrevolutie. Nationale minderheden in ontwikkelde industriële landen, zoals de zwarten, Chicano’s en Puerto Ricanen in de Verenigde Staten, de Quebecois in Canada en de katholieke minderheid in Noord Ierland voeren de strijd voor bevrijding van imperialistische onderdrukking. Daar komt nog bij, dat al deze groepen voor wat betreft hun samenstelling voor het overgrote deel proletarisch zijn, hetgeen hun strijd tegen nationale onderdrukking nog meer verbindt met de strijd van de arbeidersklasse in zijn geheel tegen het kapitalisme.

Onderdrukte minderheden in de Sovjet Unie zoals de Oekraïnse en Baltische volkeren, de Joden en de Armeniërs, hopen erop, verlost te zijn van Moskou’s bureaucratische dwingelandij. Hetzelfde geldt voor het Tjechoslowaakse volk in Oost Europa. De strijd voor nationale bevrijding is gewettigd onderdeel van de strijd voor socialistische democratie in de arbeidersstaten ondanks alle pogingen van de stalinisten om haar af te schilderen als “anticommunistisch” en de pogingen van de imperialisten om ze te gebruiken voor hun doeleinden.

De meest omvangrijke nationalistische strijd ligt samengebald bij de volkeren van de Derde Wereld, in de onderontwikkelde koloniale en half-koloniale landen, die nog niet een revolutie hebben volbracht. Het gaat hier om landen die ofwel nog geen nationale eenheid en onafhankelijkheid hebben bereikt of die alleen in naam onafhankelijk zijn, terwijl ze economisch en politiek onderworpen zijn aan een van de imperialistische grootmachten. Trotskisten steunen het streven van dergelijke landen naar zelfbeschikking, net zo goed als ze China steunden in de oorlog tegen Japan en India in de strijd voor vrijheid tegen Engeland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De slachtoffers van het imperialisme moeten hun 1776 en 1861 verbinden met een strijd tegen het kapitalisme, zodat ze, onder de leiding van de arbeidersklasse, via de kortste weg kunnen uitkomen bij hun oktober 1917.

Heden ten dage evenwel zijn officiële nationalistische zienswijzen, ideeën en programma’s in de ontwikkelde landen van Europa, Noord-Amerika en Japan overwegend verbonden met de meest chauvinistische en reactionaire krachten. Voor deze landen gaat de totale druk van historische noodzaak, economisch, politiek en cultureel, in de richting van het afbreken en vernietigen van nationale grenzen en niet om ze in te stellen of in stand te houden. Precies zoals in de tijd van de burgerlijk-democratische revoluties verstrooide en verdeelde volkeren samengesmolten moesten worden tot gecentraliseerde nationale staten om de gunstigste en meest vruchtbare voorwaarden te scheppen voor de ontwikkeling van economie en cultuur, zo zullen nu de kunstmatig gescheiden en tegenover elkaar staande nationale burgerlijke staten moeten opgaan in een socialistische federatie en zich ontwikkelen in de richting van een enkel staatssysteem op regionale, continentale en uiteindelijk op wereld schaal.

Deze dringende historische taak kan alleen volbracht worden door de socialistische revoluties van de internationale arbeidersklasse.

De internationale lessen van het marxisme

Dit is een deel van de inhoud van het marxisme, een les, die de grondleggers en leraren van het.wetenschappelijk socialisme onophoudelijk bijbrachten aan de klassenbewuste arbeiders in de hele wereld. Trotski onderstreepte dit punt in zijn werk “The permanent revolution”, dat was gewijd aan de verdediging van het principe van internationalisme tegenover de stalinistische theorie van het socialisme in een land. “Marxisme neemt als vertrekpunt de wereldeconomie, niet als een optelling van de nationale delen, maar als een machtige en onafhankelijke realiteit, die is voortgekomen uit de internationale arbeidsdeling en de wereldmarkt, en die in onze tijd heerszuchtig de nationale markten domineert. De productiekrachten van de kapitalistische maatschappij zijn lang geleden de nationale grenzen ontgroeid.” (p. 146)

De kapitalistische wereldeconomie echter berust op een systeem van nationale staten, die sinds lange tijd hun nut overleefd hebben en die een rem geworden zijn op de ontwikkeling van de productiekrachten die op hun beurt er heftig tegenaan beuken om zich verder te ontplooien, Dit conflict tussen de zich ontwikkelende productiekrachten en het feit dat ze geperst moeten worden in een nationaal keurslijf, is een van de belangrijkste tegenstellingen van de kapitalistische maatschappij. De klassentegenstelling tussen kapitaal en arbeid is de andere. Beide tegenstellingen vragen voor hun oplossing een socialistische revolutie. Het marxisme is de wetenschap van die revolutionaire beweging. Het brengt de wetten van de maatschappij onder woorden en bestudeert het proces van sociale ontwikkeling door middel van de materialistische methode, die leert dat geen samenlevingsvorm vernietigd kan worden, geen nieuwe tot stand gebracht kan worden voordat en zonder dat de noodzakelijke materiële voorwaarden en de economische krachten daarvoor aanwezig zijn. Het kapitalistische systeem werd geboren en groeide tot rijpheid uit de schoot van haar feodale voorganger, die de belangrijkste hinderpaal was geworden voor de verdere ontplooiing van de menselijke beschaving. Het socialisme zal haar bestaan veroveren langs eenzelfde weg van strijd als de opvolger; en revolutionaire antithese van het ontaarde kapitalisme.

Het internationalisme van de socialistische beweging, de meest gewetensvolle uitdrukking van de verlangens en de belangen van de werkende klasse, is gebaseerd op deze “machtige onafhankelijke realiteit” van een wereldeconomie, die het kapitalisme heeft geschapen. Haar internationalisme is geen dogma, geen droom, geen sentimenteel of onbereikbaar fantastisch ideaal. Voor materialisten is internationalisme het herkennen en doorzien van de realiteit en van de noden van de hedendaagse beschaving. De materieel sociale onderbouw van de wereldeconomie vormt de hedendaagse fundering van het marxistisch internationalisme.

In het Communistisch Manifest, de eerste klassieke uiteenzetting van het wetenschappelijk socialisme, geven Marx en Engels het kapitalisme de eer, die het toekomt omdat het een begin maakte aan dit proces van internationalisering en het verspreidde: “Nationale verschillen en tegenstellingen tussen volkeren verdwijnen dagelijks meer en meer dankzij de ontwikkeling van de bourgeoisie, de vrijheid van handel, de wereldmarkt, de eenvormigheid in wijze van produceren en tengevolge daarvan in de levensomstandigheden” (Hoofdstuk II) Sinds dit geschreven werd in 1848 hebben de tendensen om nationale afzondering te doorbreken, zich bliksemsnel doorgezet.

Maar Marx en Engels waren er ook zeer uitdrukkelijk over dat er niet gewacht moest en won worden tot de burgerij dit proces tot voltooiing zou brengen en haar weldaden over de hele mensheid zou uitstrekken. In feite voorspelden ze dat het tegenovergestelde zou gebeuren. Om hun winsten, voorrechten, eigendom en macht te handhaven tegenover de verlangens van de massa’s zouden de kapitalisten gedwongen worden, onafhankelijk van hun wil, om vooruitstrevende tendensen op welk gebied ook af te remmen, tot stilstaan te brengen en in hun tegendeel te doen omkeren. Ze zouden de ontwikkeling van de productiekrachten verstikken, en daarmee onzekerheid verwekken voor de massa”s en verlaging van de levensstandaard. Precies zoals de naties in zichzelf verdeeld waren in uitbuiters en uitgebuitenen, zo zouden ook de naties als totaal uiteenvallen in een handvol aristocratische, overheersende, uitbuitende machten, die de zwakkere, meer achtergebleven landen zouden onderdrukken, en daarmee de overgrote meerderheid van de mensheid. In plaats van internationale broederschap en vrede, zouden oorlogen ontstaan uit de spanningen en conflicten tussen de kapitalistische staten en tussen de kapitalistische grootmachten en de koloniale volkeren. Het imperialistisch tijdperk, het tijdperk van oorlogen, revoluties en koloniale opstanden heeft deze ontwikkeling opgevoerd tot de grootst mogelijke hoogte.

De enige sociale kracht, die in staat is de historische taken te volbrengen, die door kapitalistische krachten losgelaten of onvoltooid gelaten zijn, is de arbeidersklasse: “De opperste macht van het proletariaat zal ervoor zorgen dat ze (nationale verschillen en tegenstellingen) nog sneller verdwijnen. Gezamenlijk optreden, tenminste van de leidende beschaafde landen, is een van de eerste voorwaarden voor de ontvoogding van het proletariaat. Naarmate er in verhouding een eind komt aan de uitbuiting van het ene individu door het andere, zal er ook een eind komen aan de uitbuiting van de ene natie door de andere.” (hoofdstuk II) Deze zinnen zouden gegraveerd moeten zijn in het bewustzijn van iedere arbeider, omdat ze de essentie van het socialistisch internationalisme samenvatten. Een eenvoudige vergelijking tussen Het Communistisch Manifest, wat voor het eerst de overtuiging van het proletarisch internationalisme verkondigde, en Stalin’s redenen om de Comintern ie ontbinden, is voldoende om aan te tonen hoe ver de kleinburgerlijke nationalistische denkbeelden van de Kremlin-bureaucraten afwijken van het onvervalst revolutionair internationalisme van de grondleggers van het marxisme. Stalin rechtvaardigde de ontbinding van de Comintern in een interview met Harold King, een correspondent van Reuters, gepubliceerd in juli 1943, twee maanden na het formele besluit, aldus:

    Het ontbinden van de internationale is juist omdat:

    A. Het de leugen blootlegt van de Hitlerkliek, die beweert dat Moskou van plan is te interveniëren in de gang van zaken in andere staten, en ze te ‘bolsjewiseren’. Aan deze leugen wordt hiermee een eindgemaakt.

    B. Het de laster van de tegenstanders van het communisme binnen de arbeidersbeweging ontmaskert, dat de communistische partijen in de verschillende landen niet handelen in het belang van hun volk, maar aan de hand van richtlijnen van buitenaf. Ook aan deze laster wordt een eind gemaakt.

    C. Het vergemakkelijkt het werk van de patriotten in de vrijheidslievende landen om de progressieve krachten van hun verschillende landen te verenigen, ongeacht partij of geloofsovertuiging, in een enkel kamp van nationale bevrijding, om de strijd tegen het fascisme aan te gaan.

    D. Het vergemakkelijkt het werk van de patriotten van alle landen om alle vrijheidslievende volkeren te verenigen in een enkel internationaal kamp, om te vechten tegen de bedreiging van overheersing van de wereld door het Hitlerdom, en op die manier de weg vrijmaakt voor de toekomstige organisatie van bondgenootschap van staten, gebaseerd op hun gelijkheid. (Aangehaald in Poster, History of the Three Internationals, p. 438)

Marx en Engels verklaarden: “Gezamenlijke actie (…) is een van de eerste voorwaarden, nodig voor de ontvoogding van de arbeiders.” Stalin hield vijf en negentig jaar later aan de arbeiders voor: – Het idee van een gecentraliseerde internationale organisatie van arbeiders om het internationale kapitalisme te bestrijden is “laster”, uitgevonden door de “tegenstanders van het communisme”, Geef iedere gedachte aan internationale samenwerking op, ondersteun je eigen “vrijheidslievende imperialisten”, beperk je activiteiten tot het nationale kader waarin je toevallig gevangen zit. –

Marx en Engels leerden: “Naarmate in verhouding een eind komt aan de uitbuiting van het ene individu door het andere, zal er ook een eind komen aan de uitbuiting van de ene natie door de andere.” Dat wil zeggen, alleen door het uitbannen van de kapitalistische loonslavernij in ieder land kan vrijheid en gelijkheid tussen de naties tot stand gebracht worden.

Stalin hield de arbeiders voor: – Gaat samen met alle “progressieve krachten”. Schuif de strijd voor handhaving van je levensstandaard en voor je bevrijding maar op de lange baan, in die kapitalistische landen, die toevallig op dat moment een bondgenootschap hebben met de Sovjet Unie. Ondersteun de democratische imperialistische regeringen van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië die zullen de mensheid wel gelijkheid, onafhankelijkheid en “de vier vrijheden” schenken nadat de oorlog gewonnen is.

Kijk eens hoe Marx en Engels in een stevige knoop de strijd van de arbeiders tegen kapitalistische uitbuiting binnen de staten, en de strijd tegen imperialistische oorlogen, uitbuiting en overheersing samenbonden: “Het opheffen van de klassentegenstellingen binnen de naties zal een eind maken aan onderlinge vijandelijkheid tussen de naties.” Stalin daartegenover: —Houd je niet bezig met de opheffing van de klassentegenstellingen in de geallieerde landen, steun de ene bende van imperialistische uitbuiters tegen de andere.

Waar Stalin de voortzetting van de klassenstrijd en de strijd voor vrede en gelijkheid tussen de naties losmaakt en tegenover elkaar stelt, leggen Marx en Engels de onderlinge afhankelijkheid bloot. Deze lijnrecht tegenovergestelde opstelling wat betreft de meest wezenlijke opvattingen ten aanzien van het internationalisme en de noodzaak van een Internationale toont aan hoe onverzoenlijk de nationaal-bureaucratische zienswijze van het stalinisme, staat tegenover het onvervalst marxisme.

Nationale eenheid tegenover eenheid op klassenbasis

Socialistisch internationalisme is de theoretische en politieke weerspiegeling van het karakter van de wereldeconomie, de ontwikkeling op wereldschaal van de productiekrachten en de wereldwijde omvang van de klassenstrijd.

De democratische revoluties van het kapitalistische tijdperk konden zich ontplooien op nationale basis. Dat was het geval met het tot stand brengen van de Verenigde Staten van Amerika en het bewaren van de nationale eenheid en onafhankelijkheid. Deze nationale problemen werden in de ontwikkelde landen lang geleden opgelost, tenminste voor de overheersende nationaliteiten. Zij hebben hun nationale onafhankelijkheid en zoveel democratie als ze willen of kunnen krijgen onder kapitalistische verhoudingen.

De volksmassa’s bereikten deze verworvenheden in samenwerking met en onder leiding van de kapitalistische klasse of tenminste onder leiding van de meest radicale delen ven de bourgeoisie. John Hancock, de eerste ondertekenaar van de Onafhankelijkheidsverklaring, was de rijkste koopman in Boston. Georgo Washington, de planter, grondspeculant en slavenhouder, was de rijkste man in de Amerikaanse wingewesten. Toch leidden zij een opstand. Stel je de Rockefellers, Morgans of Hellons eens voor in een dergelijke rol! Deze miljardairfamilies en de regeringen die ze controleren, kunnen niet andere dan imperialistische ondernemingen en activiteiten financieren, gericht tegen het welzijn van de massa’s in eigen land of in het buitenland. Dit contrast illustreert het verschil tussen de revolutionaire burgerij en de contrarevolutionaire kapitalisten van vandaag.

Zelfs op de hoogtepunten van burgerlijk-democratische revoluties waren er ernstige conflicten en bloedige botsingen tussen de volksmassa’s, die meer democratische rechten vroegen, en leden van de bezittende klassen. Maar als in het verleden samenwerking met de revolutionaire burgerij tegen de monarchie, de Kerk, de feodale heersers, de slavenhouders en tegen al de krachten van de middeleeuwse reactie onder bepaalde omstandigheden toelaatbaar en noodzakelijk was, dan bestaat die mogelijkheid vandaag niet meer.

Onder de heerschappij van de ‘big business’ is de enige weg van vooruitgang de strijd tussen kapitalistenklasse en arbeiders tot het einde toe voeren. De arbeiders moeten de politieke macht veroveren op de kapitalisten en hun wurggreep op het economisch en cultureel leven van het land breken. De eerste vereiste daarvoor is de eenheid van de arbeiders in de strijd tegen het kapitaal, het loskomen van alle kapitalistische instellingen, denkbeelden en invloeden, die de dodelijke greep van het verleden vertegenwoordigen, het ontwikkelen van eigen partijen en programma’s en het tot stand brengen van een eigen staat om zelf, als klasse, te kunnen beslissen over hun eigen toekomst.

De ideeën en tradities van nationale eenheid onderleiding van het kapitaal zijn afkomstig van overleefde toestanden en zijn de grootste hinderpaal voor het bereiken van onafhankelijkheid door de arbeidersklasse. Iedere onderdrukte klasse is door een stadium gegaan van vernedering door haar onderdrukkers. Zelfs de bourgeoisie heeft op haar knieën gelegen voor de landadel, de koningen, de pausen en bisschoppen voordat ze zich in haar volle lengte oprichtte als de herschepper en heerser van de maatschappij. De slechtste eenheid is de eenheid tussen slavenhouders en slaven, tussen heersers en beheersten, tussen uitbuiters en uitgebuitenen.

De noodzaak van eenheid van de arbeiders is de noodzaak van klasseneenheid op nationale en internationale schaal. Tegenover nationale eenheid met kapitalistische uitbuiters, stelt het marxisme klasseneenheid tussen de arbeiders van alle landen tegenover de gemeenschappelijke kapitalistische vijand. Dat is de betekenis van de leus “Arbeiders aller landen, verenigt U!”. Dat is het wezen van het internationalisme van de arbeiders.

De onuitroeibare vitaliteit van het internationalisme

Stalinisten waren niet de eerste afvallige leiders van de arbeidersbeweging, die internationalisme verloochenden en uit eigen belang terugvielen op de vooroordelen en praktijken van kleinburgerlijk nationalisme. Ze hadden vele voorgangers in de kleurrijke geschiedenis van de klassenstrijd. Nadat Marx en Engels in 1848 zo schitterend het proletarisch internationalisme hadden verkondigd, druppelden de denkbeelden van de communistische voorhoede langzaam maar zeker in het bewustzijn van de meest verlichte arbeiders van het ene na het andere land, en de uitkomst was de oprichting van internationale politieke organisaties. Elk van deze drie organisaties markeerde een grote stap voorwaarts in het verloop van de strijd van de werkende klasse voor haar bevrijding. Elk ervan leverde onvergankelijke verworvenheden die vandaag in ere gehouden en als een schat bewaard dienen te worden. Na het volbrengen van een aantal opmerkelijke taken kwam elk ervan tot verval en ging tenslotte ten onder ten gevolge van de objectieve historische omstandigheden, die een tijdelijke overwinning toelieten van eng nationalistische denkbeelden, afwijkingen en verdeeldheid binnen de rijen van de arbeidersklasse.

Maar iedere keer was het alleen de voorlopige vorm van de internationale proletarische strijd die een nederlaag leed en werd vernietigd. De behoefte aan internationale politieke organisatie en klassenactie is niet uit te roeien, noch de gedachte eraan of de aandrang en beweging in die richting. De geschiedenis van de afgelopen honderd jaar bewijst dat.

Telkens wanneer ongunstige omstandigheden de vorm van de internationale organisatie verpletterden, werd er een nieuwe geschapen op een hoger historisch, theoretisch, politiek en organisatorisch peil. Waar komt die uitzonderlijke vitaliteit van de gedachte van internationalisme vandaan? Zij heeft haar wortels in het wereldomvattend karakter van de economie en de wereldwijde ontwikkeling van de productiekrachten. Ze krijgt onophoudelijk nieuwe drijfkracht van de klassenstrijd op wereldschaal, die de arbeiders van alle landen aanzet de hinderpalen voor gezamenlijk optreden en gezamenlijke organisatie te overwinnen.

Er zijn veel lafhartige zielen, die weifelen, terugdeinzen, en de strijd voor het internationalisme verlaten als het moeilijk wordt en als de reactie tijdelijk opnieuw de overhand krijgt. Een dergelijk aftakelen van het internationalisme vond plaats tijdens de Eerste Wereldoorlog. In die tijd schreef een onverschrokken voorman van de Duitse arbeidersklasse, Frans Mehring, het volgende in zijn biografie over Karl Marx: “Wat de bourgeoisie, dankzij de vernauwing van haar blikveld door winstbejag, als onvaderlandslievend beschouwt, als onwetendheid en onbegrip, is in werkelijkheid een levensvoorwaarde voor het bestaan zelf van de proletarische strijd voor emancipatie. Hoewel deze strijd de tegenstrijdigheid tussen nationalisme en internationalisme kan oplossen, terwijl de bourgeoisie gedwongen is heel haar bestaan daartussen heen en weer te draaien, hebben de arbeiders geen tovermiddelen, in dit opzicht net zo min als in welk ander ook, en zijn niet bij machte om de moeilijke en zware klim om te toveren in een vlak en machtig pad. De moderne arbeidersklasse moet de strijd voeren onder voorwaarden voortkomend uit de historische ontwikkelingen, en kan die niet met een bliksemaanval uit de weg ruimen. Ze kan ze overwinnen, maar alleen door ze te begrijpen in de Hegeliaanse zin, dat begrijpen is overwinnen.” (Karl Marx, p 343)

Het terugkijken op de eerdere pogingen van de arbeidersklasse om internationale eenheid en een internationale leiding op te bouwen, zoals hieronder gebeurt, moet een aantal waardevolle lessen opleveren. De successen en het falen, de voortgang en de terugval van honderd jaar strijd moet dieper begrip bijbrengen voor de historische noodzaak en voor de sociale beweegredenen. Daardoorheen moet het tonen hoe beslissend de rol van het internationalisme is om de mensheid van een zieltogend kapitalisme te brengen naar een bloeiend democratisch socialisme. Er is maar een manier om het onvergetelijke leidende parool van het Communistisch Manifest, ‘Arbeiders aller landen, verenigt U!‘, in daden om te zetten, dat is door te bouwen aan de wereldpartij van de socialistische revolutie, zoals de Internationales van Marx, Engels, Bebel en Lenin trachtten te worden en die de Vierde Internationale beoogt te zijn.

> Inhoudstafel

Geef een reactie

0
    0
    Je winkelwagen
    Er zit niets in je winkelwagenKeer terug naar de winkel