Harde besparingen na de verkiezingen?

Alle traditionele partijen zijn het erover eens: de economische crisis zal de komende jaren voor een flink gat in de begroting zorgen. Belastinginkomsten dalen en de liberaal Reynders zorgt er op Financiën wel voor dat bedrijven niet “teveel” bijdragen aan de overheidsinkomsten. Terwijl van de meeste werkende mensen perfect gecontroleerd kan worden hoeveel ze verdienen, laat de regering toe dat bedrijven tientallen jaren “creatief” met hun belastingen omspringen. De gewone man en vrouw zullen wel betalen.

De inkomsten voor de regering worden minder, de uitgaven voor werkloosheid en de sociale zekerheid stijgen snel. Volgens schattingen zou het tekort in de sociale zekerheid dit jaar oplopen tot bijna 2 miljard euro. Maar zoals zoveel economische voorspellingen de laatste tijd, zou die schatting er wel eens een flink eind naast kunnen zitten. Als de kapitalisten hun lastenverlagingen niet zagen opklimmen tot 5 à 6 miljard euro per jaar, zou de sociale zekerheid er allicht een stuk gezonder uitzien. Maar ook hier, net als bij de miljardensteun voor de banken, geldt: de winsten voor de private sector, de lasten voor de gemeenschap.

Keer op keer wordt de regering Van Rompuy I gedwongen haar vooruitzichten voor de economie naar beneden te herzien. Ze ging er enkele weken geleden nog vanuit dat de economie dit jaar met 1,9% zou krimpen. Dat lijkt vandaag al te optimistisch. Volgens het IMF belanden we in “een diepe recessie” en zal de groei negatief zijn met -2,5%. De banken KBC en ING hebben er nog minder een goed oog in: hun analisten rekenen op een terugval met 3,2% en 2,7% van de economie.

Premier Van Rompuy (CD&V) zelf houdt voor de verkiezingen de lippen stijf op elkaar. Maar anderen tekenen nu al gitzwarte scenario’s uit over de nood aan toekomstige besparingen. De Hoge Raad van Financiën schat dat de tekorten op de begroting de komende jaren tot 4,5 of 5% van het BBP zullen oplopen. Dat komt neer op 15 tot 17 miljard euro. Volgens De Standaard staan we voor “de moeder aller saneringsplannen”. De Hoge Raad adviseert om verschillende jaren na elkaar tot 3,7 miljard euro te besparen. Dat zou een veelvoud moeten worden van het Globaal Plan van Dehaene. Mogelijk zal de regering vanaf het najaar reeds beginnen om deze saneringen door te drukken.

Dit tegen een achtergrond waarbij ons sociale stelsel reeds voor velen tot een minimum werd herleid. De armoede in België, vandaag op 15%, verdriedubbelde sinds de jaren ‘80. Wordt dat binnen een aantal jaren 20 of 25%? Gaan we dat laten gebeuren? In de pers werd door sommige commentatoren reeds het optrekken van de pensioenleeftijd tot 67 jaar gesuggereerd. En dat op een moment dat peilingen uitwijzen dat 47% van de Belgische werknemers last heeft van stress omwille van een te hoge werkdruk!

21% van de gepensioneerden in ons land is arm. Valt er op die pensioenen nog te besparen? Ze zouden integendeel tot een leefbaar niveau moeten worden opgetrokken. Maar dat vereist dat je de politieke keuze maakt om het geld te zoeken waar het zit: bij de rijke kapitalisten en grote aandeelhouders, die de helft van ‘s lands vermogen in handen hebben.

Ook de uitgaven in de gezondheidszorg zullen door kapitalistische saneerdrift worden getroffen. Nu reeds betalen we een derde van onze ziektekosten uit eigen zak. Wordt dat binnenkort nog een pak meer? In de plaats van de gezondheidszorg en het onderwijs degelijk te financieren, zien we dat de toegang tot deze diensten steeds meer wordt beperkt tot de rijkere mensen. De besparingen in het onderwijs, met als architect de “socialist” Frank Vandenbroucke (SP.a), zetten onderwijsinstellingen tegen elkaar op. Ze worden gedwongen om te concurreren voor de schaarse middelen! Sommige Master-na-Masters aan de universiteit kosten duizenden euro’s aan inschrijvingsgeld. Wordt dit het soort afgekochte diploma’s die wel nog uitzicht bieden op een job met een degelijk loon? Als er zwaar bespaard zal moeten worden door de regeringen, zullen dan ook de gewone Masters qua inschrijvingsgeld de hoogte ingaan? Wordt ons onderwijs zo een privilege voor de rijken, direct ten dienste van de bedrijfswereld en niet van de algemene ontwikkeling van individu en maatschappij?

Discussies over een communautaire splitsing van de sociale zekerheid zullen enkel dienen om nog forser te besparen, tegenover een verdeelde arbeidersbeweging. Kijk naar de achteruitgang en de besparingen in het “gesplitste” Franstalige en Vlaamse onderwijs. De arbeiders en hun gezinnen mogen zich niet aan deze communautaire rookgordijnen laten vangen. We mogen ons niet laten meesleuren in een nationalistisch gevecht om de tekorten, product van een kapitalisme in crisis.

Rudy De Leeuw, topman van het ABVV, zegt: “een kei kan je niet stropen”. De arbeidersbeweging moet de massieve besparingsplannen die de regeringen ons de komende jaren op alle niveaus zullen opleggen, verwerpen. De vakbondsleidingen moeten stoppen met praten over hoe de achteruitgang van onze levensstandaard kan worden “begeleid”. Een actieplan, gekoppeld aan een ideologisch antwoord op het afgeleefde kapitalisme, is nodig om een terugkeer van de jaren ‘30, van massale werkloosheid en verarming, te vermijden.

 

 

Een terugblik op het Sint-Annaplan en Globaal Plan

Alle commentatoren en analisten lijken het eens te zijn: er komen nieuwe besparingsplannen die wel eens harder zouden kunnen zijn dan het Globaal Plan of het Sint-Annaplan. Om te weten wat dat kan betekenen, kijken we even terug naar die besparingsrondes.

Sint-Annaplan

In 1986 stelde begrotingsminister Verhofstadt voor om 3,5 miljard euro (140 miljard Belgische frank) te besparen in onder meer de sociale zekerheid en het onderwijs: het optrekken van de pensioenleeftijd (zodat dit voor iedereen 65 werd), “rationaliseren” van het hoger onderwijs, “responsabiliseren” van openbare diensten,…

Dit besparingsplan kwam er na enkele jaren van rooms-blauw bewind waarbij reeds hard werd gesnoeid in de lonen en uitkeringen. De politieke crisis tussen 1978 en 1981 leidde tot een historisch compromis: de rooms-blauwe regering Martens-Gol-Verhofstadt werd gesteund door het ACV van Jef Houthuys.

Bij een eerste aanval op de ambtenaren in 1983 stond het ABVV er alleen voor, waardoor de beweging tot een nederlaag leidde. De Financial Times berichtte hierover met de stelling dat iedere Belgische regering kan aanblijven als ze kan rekenen op de steun of passiviteit van minstens één van de vakbonden.

Het harde neoliberale beleid van de rooms-blauwe regeringen zorgde ervoor dat de lonen met gemiddeld 12 tot 15% afnamen, de uitkeringen zelfs met 20%. Dat gebeurde onder meer door indexsprongen. Tegelijk stegen de bedrijfswinsten met 57%.

Het einde van deze regering kwam er toen de druk op de vakbondsleidingen te groot werd. De aankondiging van het Sint-Annaplan leidde tot een nationale ABVV-betoging op 31 mei 1986. De leiding verwachtte 100.000 aanwezigen, het werden er 250.000. ACV-topman Houthuys verklaarde dat de druk op zijn vrijgestelden te groot werd en stuurde “da joenk” Verhofstadt wandelen.

Globaal Plan

Na het verdwijnen van rooms-blauw in 1987 werden de sociaal-democraten ingeroepen om mee te besparen. De economische situatie gaf wat ademruimte om dit voor te bereiden. In 1993 sloeg Dehaene toe met zijn Globaal Plan. Onder druk van onderuit werd dit beantwoord met de grootste algemene staking sinds 1936.

Het Globaal Plan maakte deel uit van het Europese besparingsbeleid dat door het verdrag van Maastricht werd opgelegd. Christen-democraten en sociaal-democraten maakten een besparingsplan van – zo blijkt achteraf – 500 miljard frank (12,5 miljard euro). Dat gebeurde onder meer door de index aan te passen (met de invoering van de gezondheidsindex) en een loonstop door te voeren.

De vakbondsleiding deed amper iets met de woede aan de basis en liet zich eerder leiden door onderlinge tegenstellingen. In het parlement stemden alle christen-democraten en “socialisten” voor het Globaal Plan, een toiletpauze op dit cruciale ogenblik kostte Dirk Van der Maelen nadien wellicht meer dan één ministerpost. De beweging tegen het Globaal Plan stierf een stille dood.

Lessen

Twee belangrijke lessen voor het verzet tegen asociale besparingsplannen: er is nood aan democratische en strijdbare vakbonden die in verenigd front tegen de aanvallen ingaan en zonder politieke vertegenwoordiging staan we zwakker in ons verzet. Als deze lessen worden getrokken, zijn overwinningen mogelijk.

 

Geef een reactie

0
    0
    Je winkelwagen
    Er zit niets in je winkelwagenKeer terug naar de winkel