1989: Val van de Muur van Berlijn

Vaak horen we het argument dat «mensen niet meer op straat komen», maar het is slechts 10 jaar geleden dat een revolutionaire massabeweging in Oost-Duitsland een schijnbaar almachtig regime deed vallen. Antje Zander, lid van SAV, onze zusterorganisatie in Duitsland, nam deel in deze revolutionaire beweging. Haar verslag:

«De media gebruikt Oost-Duitsland om te tonen dat «het socialisme niet werkt». Maar in Oost-Duitsland heeft het socialisme niet één dag bestaan. Dit regime, zoals in de andere stalinistische landen, werd gecontroleerd door een zeer kleine elite die niet enkel de economie, maar de samenleving in haar geheel stevig in handen hield. En een geplande economie kan enkel ten volle ontwikkelen wanneer iedereen betrokken is in de planning, wanneer dus arbeidersdemocratie bestaat. Het resultaat op langere termijn van deze bureaucratische running maakte dat de economie en de samenleving als geheel stagneerde en steeds dieper in crisis raakte.

«Verschillende oppositiegroepen ontwikkelden langzaam gedurende de jaren ’80, vooral in de vorm van een vredesbeweging tegen de wapenwedloop. Midden jaren ’80 kwamen de eerste kleine openlijke protesten, aangemoedigd door de ontwikkelingen in de Sovjet-Unie met Gorbatchov. Deze oppositie botste tegen een keiharde repressie, wat echter het wantrouwen in de heersende elite slechts opdreef. De onrust nam toe toen de regering haar steun verklaarde aan het bloedbad dat het Chinese regime in Tienanmen (juni ’89) aanrichtte.

«In de zomer van ’89 kwam de broeiende crisis naar de oppervlakte. Aanleiding was het feit dat steeds meer Oost-Duitsers de vlucht namen naar het Westen via de geopende Hongaarse grens. Tegen september ’89 hadden zo 25.000 mensen het land verlaten. De regering bleef deze mensen gewoon als «egoïstische staatsvijanden» benoemen, zodat zelfs partijleden zich begonnen af te vragen of het regime wel snapte wat er aan het gebeuren was. De protesten groeiden tot een nieuw niveau: op 4 september namen 1.200 mensen deel aan de eerste Maandag-betoging. Mensen begonnen te beseffen dat weglopen geen oplossing was, dat de zaken hier moesten veranderen. Op 2 oktober kwamen in Leipzig 20.000 mensen op straat. Ze riepen «Wij zijn het volk”. De betekenis hiervan was duidelijk: het regime kon niet langer regeren in naam van het volk.

« Op 7 oktober, de officiële viering van de 40e verjaardag van het regime, betoogden 10.000 mensen in Berlijn, 40.000 in Dresden en 20.000 in Leipzig. De repressie vanwege de ordediensten wakkerde de woede en de vastberadenheid van de beweging aan. Op de de volgende Maandag-betoging betoogden meer dan 70.000 mensen betoogden met als slogans «Geen tweede China» en «Alle macht aan het volk, we willen democratisch en menselijk socialisme». De politie trok zich terug. Van toen af greep de beweging in op alle tereinen in de maatschapij: op 12 oktober de eerste studentenbetoging, de arbeiders van de Wilhelm-Pieck-fabriek kondigden aan een onafhankelijke vakbond op te richten. Een week na de 9e betoogden 120.000 mensen in Leipzig, nog een week later waren het er 250.000. Er was geen stoppen meer aan.

«Het regime was op de terugtocht. Op 17 oktober besliste het politburo dat Honecker ontslag moest nemen om vervangen te worden door Krenz. 10.000 mensen verzamelden rond het parlement en zongen: «Egon, je verkiezing telt niet, de mensen hebben je niet verkozen». Het eens almachtige politburo werd tot steeds meer toegevingen gedwongen. Op 4 november vond de grootste betoging in de Duitse geschiedenis plaats. De rally werd geopend met de woorden: «dit is een socialistische betoging!»

«Op 9 november leidde de aankondiging van de nieuwe wet op reizen (het wegwerken van alle beperkingen) ertoe dat binnen enkele uren tienduizenden mensen de grenspost aan de muur overstroomden. De volgende drie dagen was één groot feest. De massa’s begrepen dat ze het verkregen hadden door hun acties. Het was het begin van het einde van de oude staatsmacht. De politieke macht bevond zich op straat.

«Karakteristiek voor de Oost-Duitse revolutie was dat het een spontane beweging was zonder een echte leiding. Er was geen lange-termijn-strategie, de massa was niet georganiseerd. In het begin van de protesten in september hadden verschillende groepen zich gevormd waarvan Neue Forum de bekendste was. Noch Neue Forum, noch de andere oppositiegroepen, riepen in het begin op voor de herinvoering van de markteconomie of de hereniging van Duitsland. In hun eerste oproepen verdedigden ze socialistische ideeën tegen het stalinisme.

«Begin november begonnen veel oppositieleiders bang worden van de massabeweging, bang dat het «te ver» zou gaan. Wij die het CWI steunden argumenteerden dat de oppositie een duidelijke strategie moest ontwikkelen. Dit betekende eerst en vooral een vastberaden strijd om komaf te maken met de oude elite en de stalinistische structuren. Maar om dit te doen moest de revolutie georganiseerd worden d.m.v. democratische comités in iedere werkplaats, school, universiteit en gemeenschap. Via democratische besluitvorming zouden dergelijke organen een democratische controle kunnen verwerven over de economie, de administratie en het dagelijkse leven, m.a.w. het vestigen van een arbeidersdemocratie waarin de mensen zelf de macht overnemen.

«In oktober en november zou dit mogelijk zijn geweest, maar jammer genoeg waren de krachten met deze strategie nog steeds te klein. Een situatie waarin het oude regime totaal geïsoleerd was, maar er anderzijds geen echt alternatief bestond, kon niet blijven duren. Het openstellen van de grenzen maakte dat Oost-Duitsers met hun neus op het enorme contrast met het leven in West-Duitsland werden geconfronteerd: boordevolle winkels met alle goederen die je je maar kon dromen. Daarbovenop begon de diepte van de economische crisis in Oost-Duitsland duidelijk te worden. Op 31 oktober maakte de regering bekend dat het land nagenoeg bankroet was en de levensstandaard zonder externe hulp met 20 à 30% zou dalen. Vanaf december regende het details over de enorme corruptie, wat de haat tegen de elite nog aanwakkerde.

«Het vacuüm resulteerde in een verandering in het bewustzijn. Op 20 november kwamen voor het eerst slogans voor de hereniging naar voor op de Maandag-betoging in Leipzig. Illusies in een «sociale markteconomie» begonnen te groeien. Wel met dien verstande dat mensen niet het kapitalisme met massale werkloosheid e.d. bedoelden, maar een economie die in alles kon voorzien en «efficiënt» werkte. Tegelijkertijd begonnen de kapitalisten in het Westen illusies te zaaien in de hereniging op kapitalistische basis. De stemming was echter verre van unaniem: volgens een opiniepeiling in midden november steunde 86% van de bevolking nog steeds socialistische hervormingen, op 18 december wou 71% nog dat Oost-Duitsland onafhankelijk zou blijven. Maar dit zou betekend hebben dat een alternatief systeem op het kapitalisme en het stalinisme opgebouwd moest worden. Gezien er geen leiding in de beweging bestond die een dergelijke weg kon uitstippelen, begon de revolutie te veranderen in een contra-revolutie.

«Ook delen van de bureaucratie zelf begonnen de installatie van een markteconomie als de oplossing te zien. De oppositie begon ook in deze richting te ontwikkelen. Op 1 maart, nog voor de parlementaire verkiezingen, werd de Treuhandanstalt gecreëerd, een officieel orgaan die de staatsbedrijven moest omvormen in privé-bedrijven. Kapitalisme werd dus ingevoerd vooraleer de mensen er zelfs konden over stemmen! De eerste vrije en democratische verkiezingen in Oost-Duitsland werden op 18 maart gehouden. Alle partijen, de PDS (opvolger van de SED, de partij van de bureaucratie) inbegrepen, steunden het kapitalisme. Geen van hen waarschuwde voor wat dit voor de arbeidersklasse zou betekenen. Met de steun en allerlei beloftes van de West-Duitse kanselier Kohl en zijn CDU, won de Allianz für Deutschland de verkiezingen.

«Het verkiezingsresultaat betonneerde de kapitalistische overname van Oost-Duitsland door het Westen, maar het betekende niet het einde van de strijdbeweging. Op 5 april betoogden 100.000 mensen in Oost-Berlijn voor het wisselen van 1 Ostmark tegen 1 Deutschmark, een belofte die de West-Duitse regering niet langer wilde houden. Op 1 juni kwam de muntconversie erdoor en van de ene dag op de andere werd de Oost-Duitse economie opengesteld voor de genadeloze concurrentie van de West-Duitse bedrijven. De volgende dag verloren 600.000 arbeiders hun job. Onmiddellijk gingen verschillende bedrijven in staking voor gelijk loon voor gelijk werk, voor werkloosheidsuitkeringen en een kortere werktijd. Maar er waren geen vakbonden of socialistische organisaties die hun krachten kon organiseren. De protesten begonnen af te zwakken en bijna een jaar na het begin van de revolutie was de periode van massabeweging waar de politieke macht zich op straat bevond voorbij.

«Vandaag zijn de illusies in de markt verdwenen. Oost-Duitsland onderging de snelste en diepste economische depressie die ooit had toegeslagen in een geïndustrialiseerd land. De industriële productie in ’91 was nog slechts een derde van het niveau van ’89; 2,6 miljoen jobs gingen verloren sinds ’91, lonen in het Oosten waren slechts 80% van het Westen terwijl de kost van het leven even hoog was; vrouwen werden door de abortuswetgeving beroofd van hun recht over hun eigen lichaam te beschikken,…

«Ook de illusies in de Westerse «democratie» zijn vandaag verdwenen. De bevolking vertrouwt de West-Duitse politici even weinig als ze destijds de oude Oost-Duitse leiding vertrouwden. Hoe langer hoe minder mensen maken gebruik van hun stemrecht, een van de centrale eisen in ’89. In september dit jaar stemden in Brandenburg nog slecht 52% van de kiezers!

«Het is tijd om ons te herinneren dat al eens een regering hebben doen vallen. Wat toen ontbrak was een kracht voor een socialistisch alternatief op het stalinisme en het kapitalisme dat wortels had in de massa’s. Het is tijd om precies dat soort arbeiderspartij uit te bouwen.»

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie