Na een jaar van historische strijd geven de Franstalige leerkrachten zich niet gewonnen
Dit schooljaar stond in het teken van een massale protestbeweging binnen het Franstalige onderwijs in België. Het besparingsplan dat in oktober 2025 werd aangekondigd door Valérie Glatigny, minister van Franstalig onderwijs, en in juni 2026 met harde hand werd doorgevoerd, heeft tot breed gedragen woede geleid onder het hele onderwijzend personeel, met een staking van meerdere weken in sommige scholen – de grootste sinds de protesten van 1990 en 1996. Vandaag is de strijd nog niet voorbij en staat er al een staking gepland voor het begin van het nieuwe schooljaar.
Door een leerkrachte
De oorzaak van de woede: besparingen op onderwijs
Op 10 oktober 2025 kondigde de regering van de Federatie Wallonië-Brussel (FWB) een enorm besparingsplan aan van 500 miljoen euro voor de periode 2026-2029, dat vooral de onderwijssector treft, die 70% van de begroting van de FWB uitmaakt. Deze aankondiging sloeg in als een bom in de scholen.
Net als alle openbare diensten lijdt het onderwijs al onder de gevolgen van 30 jaar onderfinanciering en besparingen, waartoe alle traditionele partijen die elkaar in de regering van de FWB hebben opgevolgd, hebben besloten. Deze onderfinanciering heeft de gevolgen van de drastische besparingen uit de jaren 1990, waarbij onder meer 3000 banen voor leerkrachten werden geschrapt, alleen maar verergerd. En in 2020 heeft de COVID-crisis op tragische wijze de toestand van de schoolgebouwen aan het licht gebracht, die voor het merendeel verouderd en overbevolkt zijn.
In februari 2022 vond een eerste betoging plaats van 10.000 leerkrachten voor het gebouw van PS-minister Caroline Désir, om concrete maatregelen te eisen die een antwoord bieden op de vervallen staat van de gebouwen, het tekort aan leerkrachten en de overbevolking in de klassen, dat wil zeggen op de concrete behoeften in de praktijk. Daarna volgden betogingen in Luik, Bergen en Namen.
Maar het besparingsplan van oktober 2025 ging nog een stap verder in de afbraak van het onderwijs. Het voorzag in maatregelen die alle onderwijsniveaus troffen, met voornamelijk:
- een verhoging van de werktijd voor leraren in het hoger secundair onderwijs: van 20 naar 22 lesuren (wat neerkomt op ongeveer 1500 geschrapte voltijdse banen),
- een ‘rationalisering’ van de keuzevakken, dat wil zeggen het schrappen van kleine keuzevakken in het beroepsonderwijs,
- minder subsidies: het afschaffen van de gratis onderwijsmaatregelen die tijdens de vorige zittingsperiode in het basisonderwijs waren ingevoerd, het afschaffen van gratis warme maaltijden voor scholen met kansarme leerlingen, inschrijvingskosten van 94 euro voor kinderen jonger dan 12 jaar in de academies, minder geld voor de renovatie van gebouwen,
- en een verhoging van het inschrijvingsgeld voor het hoger onderwijs (van 800 naar 1200 euro).
Geconfronteerd met een aanval van een dergelijke omvang was de mobilisatie aanzienlijk: duizenden leerkrachten namen deel aan de betoging van 14 oktober 2025 in Brussel, en op 10 november werd een staking georganiseerd waardoor de meeste Waalse scholen gesloten konden worden, met behulp van de methode van inter-schoolpiketten die nog dateert uit de stakingen van 1996.
Tegenover een te zwak vakbondsplan: de opkomst van Mars Attacks
Het was duidelijk dat de staking van 10 november niet zou volstaan om de regering van MR-Engagés van de FWB op andere gedachten te brengen. De vakbonden stelden een actieplan voor met één actie per maand tot het einde van het jaar. In de praktijk ontstond al snel frustratie en een kloof tussen de voorgestelde acties (zoals een wandeling in Brussel op een zondag in januari…) en de noodzaak om de aanvallen krachtig te beantwoorden.

Toen kwam de school Ma Campagne in Elsene met het project ‘Mars Attacks’, dat openstond voor alle scholen. Het idee was om in maart (vandaar de naam) een persconferentie te organiseren die het startpunt zou vormen voor een reeks verzetsacties: naar de klas komen maar geen les geven, geen rapporten uitdelen, klassenraden boycotten, enz. (naar eigen keuze van de deelnemende scholen). Hoewel dit initiatief aanvankelijk met veel terughoudendheid werd gevolgd, speelde het vanaf mei een sleutelrol.
24 april 2026 was namelijk een keerpunt in de beweging: die middag, aan de vooravond van de voorjaarsvakantie, ontvingen de schoolbesturen een circulaire waarin werd uitgelegd hoe de maatregelen van het besparingsplan moesten worden toegepast… terwijl daarover nog niet eens was gestemd in het Parlement van de FWB! Dit vooruitlopen op de stemming en het versturen van de circulaire vlak voor de vakantie veroorzaakten enorme woede onder het personeel, en ondanks de vakantieperiode werden de discussies tussen collega’s en tussen scholen hervat. Al snel kondigden scholen in de regio Luik aan dat ze van plan waren om vanaf het begin van de hervatting na de vakantie begin mei te staken, wat de vakbonden ertoe aanzette om de periode tot aan de stemming in het parlement te dekken met een stakingsaankondiging.
Vanaf 11 mei veranderde het karakter van de strijd: de stakende scholen in Luik zetten de toon en spoorden andere scholen in heel Brussel en Wallonië aan om zich in de daaropvolgende dagen en weken bij de beweging aan te sluiten. Meer dan 250 scholen sloten zich aan bij het collectief Mars Attacks, dat tijdens de nationale betoging van 12 mei een massaal, strijdbaar en enthousiast blok organiseerde. Elke actie op een school werd verspreid via sociale media en in de lokale media, wat andere scholen inspireerde om zich bij de strijd aan te sluiten. Bijna elke dag werd er in de Franstalige media over deze beweging gesproken.

Op het hoogtepunt van de beweging wordt alles mogelijk
Een strijd van een dergelijke omvang was al 30 jaar niet meer voorgekomen in het onderwijs. Deze periode was zeer inspirerend en leerzaam voor alle leerkrachten die de strijd van de jaren 1990 niet hadden meegemaakt.
De stakingsdagen en werkonderbrekingen gingen op de meeste scholen gepaard met de aanwezigheid van het personeel voor de school, aan tafels om toetsen te corrigeren, of met spandoeken en megafoons om hun bezorgdheid over de maatregelen en hun eisen te uiten. Deze gezellige momenten boden de gelegenheid om met collega’s te praten over toekomstige acties, te luisteren naar de ervaringen van collega’s die de eerdere strijd hadden meegemaakt en de discussies te politiseren. Al snel werd de belangrijkste eis van Mars Attacks de herfinanciering van het onderwijs, waarmee de retoriek van de MR en de Engagés, die steeds weer herhaalden dat “er bespaard moet worden, we hebben geen keuze”, de wind uit de zeilen werd genomen.


Elke collega werd gestimuleerd om het beste uit zichzelf te halen: de ouderen, die wat verbitterd waren, vonden hun enthousiasme terug; de jongeren, die wat terughoudender waren om in actie te komen, waagden de sprong. Ook de vakbonden werden ertoe aangezet een strijdbaarder actie te organiseren, waarbij ze de stakingsacties ondersteunden tot aan de stemming over het decreet. De oppositie van PS-Ecolo-PTB voelde zich gesterkt en kwam tijdens de zittingen in het parlement meer dan ooit op voor de leerkrachten.
Ook werd duidelijk welke actiemethode en welke acties de meeste impact hadden. Acties die binnen de scholen plaatsvonden en alleen gevolgen hadden voor de leerlingen en hun ouders, zoals het uitstellen van rapporten, hadden weinig effect. Maar zodra de leerkrachten voor hun scholen gingen staan en in staking gingen, haalden ze de voorpagina’s van de kranten!
Dit was ook de reden waarom scholieren en studenten zich vanaf eind mei bij de beweging aansloten, met betogingen van duizenden studenten in Luik en een grote opkomst tijdens de betoging op 4 juni voor het parlement. Deze opkomst heeft de leraren enorm geraakt en hen nieuwe motivatie gegeven op een moment dat de strijd op de lange termijn steeds moeilijker vol te houden werd.
De pogingen van de MR en Valérie Glatigny om de beweging in diskrediet te brengen met steeds minachtender uitspraken tonen aan dat ze, tot hun grote wanhoop, wisten dat de publieke opinie grotendeels aan de kant van de leraren stond. De leraren vechten geenszins voor hun privileges, maar vechten in de eerste plaats voor de onderwijsomstandigheden die alle leerlingen van de FWB gemeen hebben.

Om te winnen, moeten we eenheid creëren
Om hun besparingen erdoor te krijgen, maken de politici van het establishment misbruik van verdeeldheid. Het is geen toeval dat de verhoging van het collegegeld in Vlaanderen twee jaar vóór de FWB werd beslist. De verhoging van de lesuren tot 22 uur in het hoger secundair onderwijs werd voorgesteld als een ‘harmonisatie’ van de werktijd van alle leerkrachten. Het onderwijs is georganiseerd in verschillende netwerken en de leerkrachten zijn aangesloten bij diverse vakbondscentrales. Al deze verdeeldheid maakt het moeilijk om ons verzet te organiseren.
Om verder te gaan, is het belangrijk om al onze collega’s, maar ook de leerlingen en hun ouders, ervan bewust te maken dat de situatie in het onderwijs in de FWB deel uitmaakt van een breder probleem dat de hele openbare dienstensector treft. Het personeelstekort, de slechte staat van de gebouwen en de verslechterende arbeidsomstandigheden zijn problemen die ook de sectoren gezondheidszorg, kinderopvang, sociale diensten en openbaar vervoer treffen. We verzetten ons niet alleen tegen besparingen in het onderwijs: we verzetten ons ertegen in alle openbare diensten die voorzien in de behoeften van de meerderheid van de bevolking. Om deze eenheid tot stand te brengen, vormen nationale betogingen met strijdbare blokken per sector een goed uitgangspunt. Het geld is er wel degelijk in de samenleving: belastingontduiking kost België jaarlijks tussen de 35 en 40 miljard. Het besparen op de middelen van de openbare diensten is een politieke keuze.
Het is ook geen toeval dat er op hetzelfde moment overal strijd wordt gevoerd door leerkrachten: in Vlaanderen tegen de vermindering van de vrije dagen, in Frankrijk tegen het ontbreken van een plan voor hittegolven in scholen, of in Catalonië en Madrid met eisen die sterk lijken op die van de Franstalige leerkrachten (voor meer middelen, kleinere klassen, meer middelen voor inclusief onderwijs, minder administratieve taken, de aanwerving van personeel en loonsverhogingen).
In Catalonië hebben de leerkrachten roulerende regionale stakingen georganiseerd met wegblokkades en symbolische acties op belangrijke toeristische locaties. Deze acties leidden tot een voorlopig akkoord tussen de regering en de vakbonden, dat door de achterban werd verworpen omdat het als onvoldoende werd beschouwd. Door het organiseren van lerarenvergaderingen op scholen en de onderlinge afstemming daartussen konden de agenda en de eisen van de beweging worden doorgedrukt; de beweging is van plan door te gaan zolang er geen gehoor wordt gegeven aan de eisen. De algemene vergaderingen en het actieplan: het zijn beproefde methoden die vaker zouden moeten worden ingezet binnen de beweging in de Franstalige Gemeenschap van België.
Voorlopig betekent de goedkeuring van het decreet begin juni in Franstalig België niet het einde van de beweging. De hele zomer worden er symbolische acties (oudermarsen en debatten) georganiseerd en er staat al een staking gepland aan het begin van het nieuwe schooljaar eind augustus. Wanneer de strijd in het onderwijs weer in volle gang komt, kan de ervaring die in mei en juni is opgedaan worden gebruikt om harder toe te slaan en verder te gaan, door de eenheid met andere sectoren van de samenleving nog verder te versterken.