Recensie. Van verbijstering over Muskisme naar strijd tegen systeem waarop het teert

Onvermijdelijk botst degene die opkomt voor de werkende klasse op figuren als Musk en waar zij voor staan. De rijkste mens ter wereld en dus een uitdrukking van het productiesysteem waarin dat gebeurt. Het boek ‘Muskisme: een gids voor de verbijsterden’ van de auteurs Quinn Slobodian en Ben Tarnoff, is uitstekend voor wie meer wil weten. Qua analyse blijft het op de vlakte, maar het zet tot nadenken aan. Niet toevallig wordt het op de achterflap aanbevolen door Naomi Klein.

Enkele bedenkingen na het lezen van dit boek.

Musk wordt rijker op een andere manier dan zijn voorgangers 30 jaar geleden. Hij past in een geopolitiek economisch beleid van deglobalisering en actievere rol van de overheid, niet in Keynesiaanse zin van aanmoediging van consumptie maar vanuit geopolitiek oogpunt. Die breuk met enkele oude neoliberale dogma’s is typerend voor het huidige tijdperk van wanorde waarin Musk een prominente positie inneemt.

Vanuit een doorgedreven inzet van algoritmes beweert Musk toekomstgericht te zijn – wat soms doet denken aan de futuristen die in het fascistische vaarwater van Mussolini meevoeren. Eigenlijk komt hij echter tot een status quo doorgedreven tot in zijn logische consequenties. Dat is hoe algoritmes en ook AI werken: bestaande kennis en inzichten versterken. Laat bij wijze van spreken algoritmes los op de slavenmaatschappijen en slavernij komt er positief uit. Onder het kapitalisme en het winstgedreven privaat bezit van de centrale productiemiddelen kom je dan tot een soort technocratisch fascisme met een Mechahitler, waarin empathie als iets zwak wordt gezien. Dat is een vernietigend oordeel over het kapitalisme.

Musk denkt dat hij aan het stuur van de samenleving zit en dat de motor ervan steeds meer op AI draait. Van de motor van verandering heeft hij echter geen kaas gegeten. Hoe kwam de slavernij ten val? Hoe kwam er een einde aan de feodaliteit? Wanneer en hoe beginnen massa’s hun lot zelf in handen te nemen? Zoals Trotski ooit opmerkte: “De burgerlijke evolutietheorie blijft machteloos op de drempel van de historische maatschappij staan, omdat het de drijfkracht van de ontwikkeling van de maatschappelijke vormen, de klassenstrijd, niet wil erkennen.” De klassenstrijd kunstmatig uitschakelen lukt niet. Musk doet zijn best, o.a. met een verregaande anti-vakbondsopstelling. Trump en co zetten hardhandige repressie in, waarvan de uitlopers tot op de Grote Markt van Antwerpen voelbaar zijn. Maar strijd om verandering stoppen, kunnen ze niet. Zie maar hoe het tsaristisch autoritair extreemrechts regime in Rusland in 1917 ten val kwam.

Natuurlijk heeft Musk de tijdgeest mee en surft hij erop verder, zoals algoritmes de status quo versterken. Op heel wat punten maakte hij hierdoor bochten. Van een vaag meesurfen met het zogenaamde ‘woke kapitalisme’ (alsof een systeem van uitbuiting ooit echt wakker kan zijn over onderdrukking en verzet daartegen) tot een ultrareactionaire verdediging van extreemrechts. De contradictie daarbij is dat extreemrechts zich voordoet als gericht tegen een elite, terwijl het eigenlijk in de zak van de heersende elite zit.

Het futurisme van Musk komt helemaal tot uiting in zijn beeld van eenwording van mens en machine. Daarmee zou meteen de natuur overwonnen zijn. Friedrich Engels, de kompaan van Marx, merkte in de 19e eeuw al het volgende op: “We moeten echter niet overdrijven als we het hebben over de menselijke overwinningen op de natuur. Voor elke overwinning neemt de natuur wraak. Iedere overwinning, en dat klopt, leidt aanvankelijk tot de resultaten die we verwacht hadden, maar daarna heeft het soms erg verschillende onvoorziene gevolgen die maar al te vaak het eerste resultaat teniet doen. (…)
“Bij iedere stap worden we eraan herinnerd dat de natuur zich niet laat veroveren zoals een vreemd volk dat doet, maar dat wij, als vlees, bloed en hersenen, deel uitmaken van de natuur en midden in de natuur leven waarbij onze heerschappij enkel bestaat uit het feit dat we op andere wezens het voordeel hebben dat we de lessen van de natuur kunnen leren en correct kunnen toepassen.”

Deze regels schrijf ik midden in een hittegolf die verschroeiend is en ook in minder getroffen gebieden zoals België tot grote oversterfte leidt (niet iedereen pendelt tussen het zwembad van Francken en door de airco gekoelde ruimtes). Op de camping in een hoger gelegen deel van Frankrijk, vlak aan bossen, valt het echter mee. Na een bezoek aan de stad in de vlakte, daalt de temperatuur bij de klim naar onze camping gemakkelijk met 5 graden. In de nacht is het ronduit fris in de tent. Hiermee pleit ik niet voor een terugkeer naar een primitieve vorm van leven, maar wijs ik op de beperkte ‘overwinning’ van de mensheid op de natuur waar het onderdeel van is.

De centrale vraag blijft hoe we technologische mogelijkheden in het belang van iedereen kunnen inzetten. Collectief bezit en democratische controle zijn daarbij cruciaal. Dat is een breuk met het Muskisme en dus met het kapitalisme.

Zoals gezegd: dergelijke conclusies vind je niet in dit boek. Maar verbijstering volstaat niet om tot verandering te komen. Een stap verder gaan is nodig. Dit boek reikt argumenten en stof tot nadenken daartoe aan.

Door Geert