Rechts aan zet. Werkende klasse moet zich opmaken voor strijd!

De verkiezingen maken rechtse regeringen mogelijk op federaal vlak, in Vlaanderen, Wallonië en zelfs indien het complexer ligt ook in Brussel. De overwinning van de MR is historisch en een slag voor de PS. Tegelijk kregen de liberalen van Open VLD een uppercut. De groenen zijn weggevaagd, zelfs indien Petra De Sutter (Minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven en de eerste vrouwelijke transminister van Europa) op haar eentje Groen boven de kiesdrempel hield met een sterke profilering rond LGBTQIA+rechten tegenover de aanvallen van extreemrechts daarop. Het feit dat het VB onder de verwachtingen bleef, zorgt bij velen voor een gevoel van opluchting. Maar dan wel een gemengd gevoel: 22% blijft bijzonder veel en een rechts beleid zal de verdeeldheid versterken waarop extreemrechts in alle delen van het land kan groeien. Gelukkig zijn er de scores van de PVDA, die voortaan in alle Vlaamse provincies verkozenen heeft en een uitstekend resultaat neerzette in Antwerpen en Brussel. Elders bleef het onder de verwachtingen na een campagne die benadrukte dat de partij klaar is om mee te besturen. De werkende klasse in al haar diversiteit drukte echter te weinig haar stempel op deze verkiezingen op basis van eigen acties.

Systeem loopt vast – strijd is bepalend

Wij omschrijven het huidige tijdperk als dat van de wanorde. De crises stapelen zich op, versterken elkaar en lijken onoverkomelijk. Van de klimaatcrisis tot de nooit geziene ongelijkheid over een toenemende instabiliteit die met oorlogsgeweld gepaard gaat. Dit zijn geen abstracte kwesties, ze zijn voor de werkenden en hun gezinnen erg tastbaar in hun portemonnee en hun vooruitzichten. Zeker na een periode van snelle prijsstijgingen terwijl de dienstverlening langs alle kanten kraakt. 

Lange tijd liet de Belgische heersende klasse haar instrumenten van politieke vertegenwoordiging verwaarloosd, tot het punt waarop ze alleen nog kon rekenen op de PS als een stabiele en betrouwbare partij, die echter een langzamer tempo van asociale tegenhervormingen oplegde. Aan Franstalige kant markeren deze verkiezingen een verandering met de fysieke betrokkenheid bij de campagne van enkele zwaargewichten van de heersende klasse, zoals Olivier de Wasseige (voormalig hoofd van de Union wallonne des entreprises) en Yvan Verougstraete (oprichter van Medi-Market, een keten van apotheken en parafarmaceutische winkels) voor Les Engagés, en Olivier Willocx (voormalig hoofd van BECI, Brussels Entreprises Commerce and Industry) voor de MR. Daarnaast hebben niet minder dan vier voormalige universiteitsrectoren zich kandidaat gesteld: Yvon Englert (ULB) voor de PS, Vincent Blondel (UCLouvain) voor Les Engagés, Naji Habra (UNamur) voor Écolo en Pierre Jadoul (Université Saint-Louis) voor de MR. De heersende klasse kan zich verheugen over het feit dat ze enkele van de kortetermijnelementen van deze crisis van de vertegenwoordiging heeft uitgesteld, maar de kern ervan – het falen van de mainstream politiek om te reageren op de tegenstellingen van het productiesysteem – zal de komende tijd opnieuw tot uiting komen op politiek niveau.

Tegenover deze uitdagingen heerst het gevoel dat links faalt. Dat komt niet door een te links beleid, maar net door het gebrek aan een programma en benadering dat zich richt tegen het volledige kapitalisme. De geloofwaardigheid van het temmen van een kapitalisme in verval staat op een historisch dieptepunt. Het maakt dat extreemrechts soms als ‘duidelijker’ wordt gezien. Rechts en extreemrechts hebben geen antwoorden. Ze gaan mee in de stroom van een samenleving gebaseerd op onderdrukking en uitbuiting, maar stellen zich fors op terwijl radicaal links zich al te vaak beperkt tot kleinere aanpassingen of enkel het behoud van eerder afgedwongen sociale verworvenheden. 

Dit volstaat niet en al zeker niet op het terrein van de verkiezingen die doorheen de geschiedenis omgevormd zijn tot een terrein gedomineerd door de ideologie van de heersende klasse. Sociale verworvenheden in het verleden zijn nooit afgedwongen door er vriendelijk om te vragen in het kader van coalitiegesprekken of nachtelijke onderhandelingen onder politici. Ze kwamen er steeds door strijd van onderuit door de werkende klasse op straat en in de bedrijven, los van de vraag wie er in de regering zat. 

De potentiële kracht van de georganiseerde arbeidersklasse, die eens te meer bleek uit de massale deelname aan de sociale verkiezingen, werd amper benut in de politieke verkiezingen. Dit onderstreept het belang van het verdedigen op de werkvloer, vooral tijdens sociale verkiezingen, van een strijdbaar syndicalisme dat het strikte kader van het bedrijf overstijgt en niet aarzelt om een visie op de maatschappij te verdedigen die gebaseerd is op de belangen van onze klasse. 

Hierdoor is het niet de agenda van de werkende klasse die de debatten domineert, maar de onderlinge populariteitsstrijd tussen gevestigde kopstukken. Gelukkig zorgt de PVDA de afgelopen jaren voor een ander geluid. Dit verklaart in het bijzonder de prominente plaats die de kwestie van het belasten van grote vermogens tijdens een deel van de campagne innam. Er waren acties, zoals de ongezien sterke onderwijsbetogingen en stakingen langs Nederlandstalige kant of de acties van het personeel van de Brusselse lokale en regionale besturen. Dit werd echter onvoldoende veralgemeend om doorheen strijdbewegingen de belangen van de werkende klasse in het centrum van het debat te plaatsen door een krachtsverhouding op te bouwen voor het afdwingen van nieuwe sociale verworvenheden op basis van de vele noden.

De hoop die de PVDA brengt maximaliseren

De PVDA scoorde in de steden, met bijzonder sterke resultaten in Antwerpen en Brussel (maar ook in Genk, Vilvoorde en enkele andere plaatsen). Voor het eerst heeft de PVDA verkozenen in alle Vlaamse provincies. Met 22% deelde de PVDA in Antwerpen een pandoering uit aan het Vlaams Belang. Het toont de mogelijkheden om extreemrechts tegen te houden. In Brussel wordt de PVDA de derde partij met meer dan 20%. In Luik en Charleroi houdt de PTB grotendeels stand rond de 20%. Tegelijk valt niet te ontkennen dat er een lichte achteruitgang was in Wallonië en dat de verwachtingen in Vlaanderen hoger lagen. 

Er is in Vlaanderen niet enkel de populariteit van Jos D’Haese, stilaan de onbetwiste nummer één van zijn partij, maar vooral ook de stem rond Gaza. De opeenvolgende nationale en lokale acties tegen de gruwel in Gaza blijven duizenden mensen op de been brengen en steeds is PVDA daar prominent aanwezig en actief bij betrokken. Het toont hoe bewegingen en strijd de agenda kunnen bepalen en zeker voor een linkse partij van doorslaggevend belang zijn.

In debatten rond sociale kwesties was Raoul Hedebouw steeds uitstekend en populariseerde hij een linkse opstelling. Het effect daarvan is reëel, maar blijft wellicht te beperkt als het niet gekoppeld wordt aan actie en een beweging op straat. In de discussies over LGBTQIA+rechten, waarmee extreemrechts de afgelopen weken onder vuur lag, liet PVDA zich helaas weinig opmerken. Dit terrein werd aan Petra De Sutter overgelaten, zelfs indien die zich vooral beperkte tot het verdedigen van verworven rechten en niet offensief opkwam voor nieuwe rechten. 

De PVDA benadrukte sterk dat het klaar is om mee te besturen en dat een stem voor de PVDA dus een nuttige stem was. De nuttigheid van een stem koppelen aan bestuursdeelname beantwoordde de kritiek van vooral de PS, maar maakte dat er minder nadruk lag op het belang van strijd en de opbouw van een krachtsverhouding met de volledige arbeidersbeweging. Doorheen de campagne werd de PVDA herhaaldelijk bekritiseerd op het punt van de ‘aanvaardbaarheid’ en ‘haalbaarheid’ van maatregelen. Tegelijk namen andere partijen eisen als de vermogensbelasting over. Het gebrek aan een breed mobiliserende campagne – wat bijvoorbeeld Mélenchon, Corbyn en Sanders destijds wel deden met massameetings en grote betogingen – maakte dat de PVDA teveel werd gezien als een linkse partij zoals de andere, met een scherper kantje maar ook niet te scherp om deelname aan een regering niet onmogelijk te maken. De wisselwerking tussen de electorale positie van links en strijdbewegingen is nochtans essentieel. De rol van de Gaza-protesten in het resultaat van de PVDA is daar een uitdrukking van. Dit is ook mogelijk rond sociale thema’s als lonen, pensioenen, betaalbaar wonen, openbare diensten … Bij de aankondiging van de resultaten werd een kans gemist om te pleiten voor een breed front van verzet tegen de rechtse regeringen die nu overal dreigen. 

Met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen komt het erop aan om de vooruitgang van de PVDA lokaal te consolideren en door te zetten. Dat gebeurt het best met al wie daaraan wil bijdragen en met een benadering gericht op strijd en bewegingen. LSP roept al 10 jaar op om op PVDA te stemmen en deed dit ook in de huidige campagne. Bij de lokale verkiezingen zijn we bereid een grotere rol te spelen, bijvoorbeeld met gezamenlijke campagnemomenten en/of kandidaten op PVDA-lijsten. Een zo sterk mogelijk resultaat van de PVDA in oktober kan de basis leggen voor een front van rebelse gemeenten die mee een rol spelen in de noodzakelijke strijd tegen de rechtse regeringen die nu op verschillende niveaus worden voorbereid. 

PVDA is sterk aanwezig in strijdbewegingen. Foto door Liesbeth

Als het niet over ideologie gaat, wordt het een kwestie van kopstukken

Zeker langs Nederlandstalige kant werd de campagne gedomineerd door een handvol kopstukken. Het maakt de nederlaag van Open VLD des te frappanter. Voor De Croo is het over en uit, het einde van een tijdperk. Een interne afrekening is bijna onvermijdelijk bij deze partij, met onder meer Lachaert die al klaar staat om via zijn goede band met Bouchez van de MR zichzelf terug op het voorplan te werken. De sterke nadruk op enkele kopstukken is op zich een uitdrukking van wantrouwen in de politiek. Dat kwam ook tot uiting in het recordaantal thuisblijvers: iets meer dan 1 miljoen Belgen stemden niet, nog eens 100.000 meer dan bij de vorige verkiezingen.

De grootste verrassing langs Nederlandstalige kant was de ‘overwinningsnederlaag’ van het Vlaams Belang terwijl N-VA stand hield. Ook dat is ongetwijfeld sterk verbonden met de kopstukken. De Wever haalde Van Grieken meermaals onderuit in de debatten en televisieprogramma’s, terwijl hij zich opwierp als harde criticus van Vivaldi en VLD in het bijzonder. De Vlaamse kopstukken van N-VA kwamen amper aan bod. Er is een verschil van 1,7% tussen het federale en het Vlaamse resultaat van N-VA, federaal is er vooruitgang naar 25,6% maar op Vlaams niveau achteruitgang naar 23,9%. Het aantal voorkeurstemmen van minister-president Jan Jambon in de provincie Antwerpen is gehalveerd. Ben Weyts doet het in Vlaams-Brabant op Vlaams niveau veel slechter dan Theo Francken op federaal niveau. Enkel Zuhal Demir vormt een uitzondering, maar zij werd niet gezien als verantwoordelijke voor het rampzalige beleid in onderwijs, zorg en openbaar vervoer. De aftredende Vlaamse regering van Jan Jambon verloor op 9 juni zijn meerderheid.

Terwijl zowat alle andere kopstukken een op den duur platgetreden pad van steeds dezelfde argumenten en debatfiches volgden, scoorde De Wever door regelmatig nieuwe argumenten aan te halen terwijl hij de koers aanhield om zowel tegen het VB als Vivaldi uit te halen en de aandacht weghield van het rampzalige palmares van de door N-VA geleide Vlaamse regering. Enkel Petra De Sutter viel daarnaast in de debatten op met een sterke verdediging van LGBTQIA+rechten, tegenover extreemrechts dat daar een thema van maakte waarmee het deels in eigen voet schoot. De Wever had dit sneller dan Van Grieken begrepen en hield zijn boekje tegen ‘woke’, eigenlijk tegen al wie opkomt tegen onderdrukking, zorgvuldig onder de radar. 

Door VB naar de tweede positie te duwen en zelf stand te houden, werd de ‘I’m still standing’ waarmee De Wever de zaal met zijn aanhangers op de verkiezingsavond betrad omgevormd tot een overwinning. Ondertussen haalde het Vlaams Belang een enorme score van 22% en wordt het de grootste partij in de provincies West-Vlaanderen, Limburg en Oost-Vlaanderen. Daarnaast haalt het VB hoge scores in de Kempen. De peilingen voorspelden een donkerzwarte zondag. Zelfs indien het uiteindelijke resultaat beperkter was, blijft dit een erg zwarte zondag. Het VB heeft zich naar voren geduwd en is sterker aanwezig, onder meer bij jongeren en op het platteland. In de Europese verkiezingen, waar er doorgaans minder ‘pragmatisch’ wordt gestemd omdat het Europese niveau ver van ons bed is, werd het wel de grootste partij. Samen met de versterking van extreemrechts in de rest van Europa zal dit onder meer de LGBTQIA+haat versterken. Extreemrechts is een gevaar voor mensen van kleur, voor LGBTQIA+ personen, voor feministen, voor syndicalisten … Antifascistisch protest is en blijft meer dan nodig! 

Het idee dat rechts een dam tegen extreemrechts kan opwerpen, is een illusie. Het resultaat van het Rassemblement National en van Jordan Bardella in Frankrijk (meer dan 30%), is op dat vlak veelzeggend. Macron riep meteen nieuwe parlementsverkiezingen uit en capituleerde zo voor extreemrechts, iets waartoe hij niet bereid was toen een grote meerderheid van de Fransen maandenlang acties en stakingen tegen zijn pensioenhervorming voerde of steunde. Het establishment experimenteert liever met extreemrechts dan het toegeeft aan de arbeidersbeweging. Vermeldenswaard zijn ook de ontmoetingen die tijdens de Europese verkiezingscampagne werden georganiseerd tussen de voorzitter van het Rassemblement National en verschillende werkgeversorganisaties (Medef, Confédération des PME, Union des entreprises de proximité (U2P), France Invest). De bereidheid van minstens een deel van Les Républicains om een alliantie met Marine Le Pen te sluiten, maakt het failliet van de hoop dat traditioneel rechts een buffer vormt tegen extreemrechts compleet. 

Bij Vooruit werd zorgvuldig gekozen voor een taakverdeling tussen Melissa Depraetere en Conner Rousseau, wat beiden een goed resultaat opleverde en een vooruitgang tegenover het rampzalige resultaat van 2019. De beperkte sociale maatregelen onder Vivaldi (behoud van de index en minimumpensioen van 1500 euro) werden geclaimd, zonder evenwel de regering op zich al te hard te verdedigen. Het enthousiasme zal echter niet overal even groot geweest zijn, in de steden Brussel en Antwerpen was er weinig reden tot feesten bij Vooruit. In Brussel zorgde het vertrek van Fouad Ahidar voor een leegloop. De deelname aan de Antwerpse coalitie van De Wever leverde interne ruzies en breed wantrouwen onder de kiezers op. Regeringsdeelname lijkt het doel van Vooruit, maar ongetwijfeld zal er zowel bij Vooruit als CD&V (dat het resultaat van de meest rampzalige peilingen kon voorkomen maar ondertussen wel verliest) nagedacht worden over wat er nu met De Croo is gebeurd.

De ruimte voor rechts-populisme in Wallonië

De MR zocht steeds meer een buitenbaan van rechts-populisme op waarbij de enige zekerheid is dat Georges-Louis Bouchez de controverse opzoekt. Terwijl dit een deel van de traditionele basis weg duwde richting Les Engagés, bleek de ruimte voor een tegenstem ook in Wallonië erg groot. Dit werd gecombineerd met de populariteit van kopstukken zoals Sophie Wilmès (nog versterkt door het medeleven na het verlies van haar man in 2022 waarna ze aftrad als minister van Buitenlandse Zaken), die Europees maar liefst een half miljoen voorkeurstemmen haalt. Er was vooruitgang voorspeld, maar niemand zag aankomen dat het richting 30% zou gaan. In de campagne was Bouchez niet de enige die bewust forse uitspraken liet optekenen. Minister-president Pierre-Yves Jeholet viel op met een racistische uitspraak tegen Nabil Boukili (PVDA). In een debat over de hoofddoek zei Jeholet dat Boukili niet in België hoeft te blijven als het hem hier niet bevalt. Extreemrechts kon eens te meer niet doorbreken in Wallonië, maar de MR volgt een steeds populistischere koers. Dat kan een zeker anti-establishmentimago opwerpen, wat de partij van Bouchez stemmen heeft opgeleverd. Het kan echter ook de deur openen voor een doorbraak van extreemrechts in een later stadium aangezien het zorgt voor een normalisatie van extreemrechts.  

Zo ver is het nu gelukkig nog niet. Het extreemrechtse Chez Nous kon de aanvankelijke verwachtingen niet inlossen. De banden met het Rassemblement National van Le Pen raakten ernstig verstoord en publieke activiteiten bleven op antifascistisch protest botsen. Toch zijn er scores van 6% in Flemalle, 5,5% in Seraing, 5,4% in Charleroi, 5,2% in Herstal en 4,6% in La Louvière. Dit levert geen zetels op, maar dat mag niet wegnemen dat er een waarschuwing is.

De tweede winnaar in Wallonië is Les Engagés van Prévot. De vroegere CDH moest wel gokken om te overleven en zette zichzelf terug in de markt. Het kon zich als betrouwbare centrumpartij opwerpen op een ogenblik dat de MR de populistische toer opging. Samen met de ineenstorting van Ecolo zorgde dit voor een momentum waar Les Engagés optimaal gebruik van maakte bij deze verkiezingen. De onderhandelingen met MR voor regionale regeringen zijn meteen gestart. Prévot houdt de deur voor een federale coalitie met N-VA open en versterkt de banden met CD&V. Een hard besparingsbeleid voeren, kan de herwonnen populariteit van Les Engagés echter snel ondergraven.

Aan de linkerkant is het verlies het grootste voor Ecolo, dat halveert tot 7%. De groenen recycleren hun vorige verkiezingsnederlagen, toen ze na regeringsdeelname eveneens hard afgestraft werden in 2003, 2004 en 2014. Welke lessen vallen daaruit te trekken? Klimaat blijft een belangrijk thema, nu de opwarming versnelt en leidt tot meer gevallen van extreem weer. Proberen binnen de marges van het gevestigde beleid iets gedaan te krijgen, lukt duidelijk niet. De nederlaag toeschrijven aan profilering rond thema’s als LGBTQIA+rechten in plaats van de corebusiness van klimaat, is oppervlakkig en in tegenspraak met het resultaat van Petra De Sutter en Groen. 

De cijfermatige schade voor de PS blijft ‘beperkt’ tot 3%, maar door de forse groei van MR komt dit veel harder aan. Ook in Brussel, waar de PS stand hield met 22% en kopstuk Laaouej de populairste is, maakt de groei van MR dat dit als een nederlaag wordt aangevoeld. Dit wordt versterkt door de blauwe winst in drie noordelijke Brusselse gemeenten (Jette, Sint-Agatha-Berchem en Ganshoren). Zich profileren als oppositie binnen de regering, was niet langer mogelijk voor de PS die op dat vlak voorbijgestoken werd door Bouchez. De PS verloor niet omdat het een te links beleid voerde, maar omdat het na jarenlange machtsdeelname geen antwoorden bood op de sociale noden. Dat maakte dat velen voor ‘iets anders’ stemden, ook in de traditionele Waalse bastions.

De PVDA verliest in Wallonië 1,6%. De partij houdt grotendeels stand in de grote steden met 20% in Luik en Charleroi, maar kan de rest van de vooruitgang in 2019 niet vasthouden. Alleszins is het een pak minder dan de peilingen die op momenten de PVDA op 20% plaatsten. De doorbraak in 2019 was mee het resultaat van de populariteit van Raoul Hedebouw, die nu zijn aandacht over het hele land verdeelde. Die vooruitgang kwam er bovendien in de nasleep van grote sociale bewegingen tegen de rechtse regering-Michel en tegen aanvallen op de pensioenen. Er is discussie nodig over de redenen van de achteruitgang langs Waalse kant. Een puur electoralistische benadering rond een minimaal programma is te beperkt. De  verkiezingscampagne zou sterker staan met een strijdbaar actieplan dat de bredere arbeidersbeweging mee betrekt.

Eén, twee of drie democratieën?

Op het eerste gezicht lijkt het resultaat de kaarten gemakkelijker te leggen. Er is een meerderheid rond N-VA mogelijk in Vlaanderen met Vooruit en CD&V. In Wallonië halen MR en Les Engagés een meerderheid. Zo eenvoudig is het in België echter niet. Er is immers ook Brussel, waar de resultaten anders zijn dan in de rest van het land. Langs de Franstalige kant is MR de grootste, maar houdt de PS stand en scoort de PVDA. Les Engagés gaat vooruit in de hoofdstad, maar blijft op 10% steken waardoor MR en Les Engagés niet aan een meerderheid komen. Langs Nederlandstalige kant is de institutionele kortsluiting met een meerderheid van VB en N-VA vermeden. Het zijn Groen en Team Ahidar die winnen, wat evenmin aansluit bij het Vlaamse resultaat. Een Brusselse regering vormen, wordt alleszins een uitdaging.

Het Brusselse resultaat doorprikt de retoriek van ‘twee democratieën’ in België. De verschillen tussen Brussel en de rest van het land zijn groter geworden. Daarnaast is er ook geen sprake meer van een ‘rechts Vlaanderen’ tegen een ‘links Wallonië’, aangezien rechts ook in Wallonië won (en dat zonder dat de Waalse N-VA-lijsten potten hebben gebroken). Dat ondergraaft het belangrijkste argument van N-VA over waarom een staatshervorming nodig zou zijn. Verder zijn er grote verschillen tussen de resultaten in alle grootsteden en die in de rest van het land.

Dit is niet onbelangrijk als er straks een regering gevormd wordt. De Wever stuurt al wekenlang aan op een ‘minikabinet’ om de begroting op orde te zetten, eigenlijk een sociaal-economische besparingsregering die het communautaire even opzij zet. Dit ‘minikabinet’ ziet De Wever als een afspiegelingscoalitie van de regionale regeringen. Met het afwijkende resultaat in Brussel wordt dit moeilijker. De grote vooruitgang van MR en Les Engagés werpt bovendien de kwestie op van een volwaardige rechtse regering. Als die niet als ‘minikabinet’ wordt voorgesteld, duikt de vraag van een staatshervorming onvermijdelijk op. Op communautair vlak staan N-VA enerzijds en de mogelijke coalitiepartners echter erg ver van elkaar.

Rechts staat klaar om aan te vallen

Er zijn heel veel obstakels om tot regeringen te komen. De overwinningsroes van N-VA en MR kan de basis leggen voor Vlaamse en Waalse regeringen, maar Brussel blijft een moeilijkheid. Zowel omwille van de resultaten als door de enorme uitdagingen na een beleid dat de sociale tekorten doet ontsporen. Een federale regering blijft eveneens moeilijk, zelfs indien rechts klaar staat om de aanval op onze levensstandaard en openbare diensten in te zetten.

Voor de N-VA kan er 30 miljard bespaard worden door te kijken naar onder meer de zorg, vluchtelingen, leefloners, werklozen, zieken … Het beperken van de werkloosheidsuitkering in de tijd is wellicht de makkelijkste maatregel voor een toekomstige coalitie, maar dat schuift het probleem vooral door naar de leeflonen. Het activeren van langdurig zieken klinkt gemakkelijk, maar hoe zet je iemand die echt op is opnieuw aan het werk? Hoe kan je 4,5 miljard uit de zorg halen terwijl die sector kreunt onder de tekorten?

De harde aanvallen worden echter voorbereid en rechts krijgt een parlementaire positie om daartoe over te gaan. De arbeidersbeweging mag zich niet herleiden tot de rol van passieve toeschouwer. Het gaat over onze lonen, uitkeringen, openbare diensten …  Het gaat over aanvallen op bepaalde groepen van de werkende klasse die het moeilijker hebben, zoals werklozen of vluchtelingen. We weten dat dergelijke aanvallen nadien veralgemeend worden. Om de besparingsoperatie te vervolledigen, zal rechts wellicht ook nieuwe privatiseringen en uitverkoop van publieke middelen voorbereiden. Ongetwijfeld zullen nieuwe aanvallen op het recht op collectieve en syndicale actie op de agenda staan, in een poging om onvermijdelijk vakbondsprotest aan banden te leggen. 

Grote antifascistische actie in Luik op dinsdag 11 juni

In het verzet hiertegen staan we sterker door vandaag al te beginnen bouwen aan een krachtsverhouding. Op zondag 16 juni is er een nationale betoging tegen extreemrechts, een mobilisatie van antifascisten die expliciet voor sociale eisen opkomen. Het initiatief gaat uit van de Coördinatie van Antifascisten in België (CAB) en wordt onder meer gesteund door het ABVV en de CNE. Afspraak om 13u aan de Kunstberg. Deze campagne toonde ook het belang van actieve strijd voor LGBTQIA+rechten tegenover de extreemrechtse dreiging. Pride Protest in Gent op 30 juni komt daar uitdrukkelijk voor op. Onder de slogan ‘No pride for some without liberation for all’ wordt geprotesteerd tegen rechts, tegen de genocide in Gaza en voor meer publieke middelen voor onderwijs en zorg. Dergelijke initiatieven zijn absoluut noodzakelijk en slechts een voorbode voor het sociaal protest dat nodig is tegen de rechtse regeringen die dreigen gevormd te worden.

Mogelijk zullen sommigen ontmoedigd zijn door de resultaten. Vergeet echter niet hoe een massale sociale onrust de rechtse regering van Michel en De Wever in 2014 deed wankelen en de basis legde voor de verdere doorbraken van de PVDA. Met een oplopend actieplan werd toen opgebouwd naar een van de sterkste algemene stakingen uit de geschiedenis van de Belgische arbeidersbeweging. Het momentum werd niet doorgezet met een tweede en harder actieplan. Hierdoor kon de regering weer overeind kruipen, ook al werd ze nadien afgestraft. In die sociale onrust zagen we het potentieel van de kracht van de georganiseerde arbeidersbeweging en het belang van een collectieve discussie binnen onze klasse over tactieken en strategie om van collectieve strijd naar overwinningen te gaan. 

LSP zal verder een actieve rol spelen in dit proces. We trekken mee aan de initiatieven voor de antifascistische betoging van 16 juni en de Pride Protest van Campagne ROSA in Gent. We organiseren een antifascistisch weekend in Gent op 6-7 juli. Op de werkplaatsen zullen onze leden zich laten opmerken als sterke organisatoren van hun klasse, versterkt door inzichten en perspectieven over hoe we onze strijd tegen de dreigende rechtse regeringen zo efficiënt mogelijk kunnen voeren. Dat alles koppelen we aan de noodzaak van socialistische maatschappijverandering. Het kapitalistische systeem loopt vast, het tijdperk van wanorde leidt tot instabiliteit die rechts kan verwarren voor steun aan hun voorstellen. Links staat sterker als het een omvattende visie heeft over het falen van het kapitalisme en de noodzaak van een socialistische samenleving die niemand achterwege laat en de klimaatuitdagingen aanpakt, een samenleving gebaseerd op de democratische collectivisering van sleutelsectoren van de economie, binnen een kader van rationele en democratische planning van de economie om te voldoen aan sociale behoeften en niet aan de hebzucht van aandeelhouders.

Lees ook:Sociale en antifascistische betoging op 16 juni

Lees ook:Drie weken na zwarte zondag: regenboogzondag op Pride is a Protest

Lees ook:6 en 7 juli: antifascistisch weekend. Wij gaan niet terug in de tijd!

0
    0
    Je winkelwagen
    Er zit niets in je winkelwagenKeer terug naar de winkel