Een antwoord op de stelling van De Wever dat Marx racistisch was

In zijn boek ‘Over woke’ schrijft De Wever dat het vreemd is dat Marx niet gecanceld wordt aangezien hij regelmatig elementen van racisme zou vertoond hebben. In onze bespreking van ‘Over woke’ reageerden we daar kort op. Dat was een ingekorte versie van een langer stuk dat door plaatsgebrek niet gepubliceerd werd in De Linkse Socialist, maar wel een nuttige aanvulling vormt. Hieronder een uitgebreidere versie van het antwoord van Geert Cool op de stelling van De Wever dat Marx racistisch was.

Volgens Bart De Wever is er een “overvloed aan racistische citaten” van Marx. Hij houdt het daarbij zonder dit verder uit te leggen of te verklaren. Op basis van voorbeelden van archaïsch taalgebruik en het door de praktijk van zowel de sociaaldemocratie als het stalinisme verdere aangewakkerde vooroordeel dat het marxisme een witte eurocentristische stroming is, hoopt De Wever er wellicht mee weg te raken. Zo moet hij niet ingaan op wat Marx en het marxisme precies naar voren brachten en brengen in de strijd tegen alle vormen van onderdrukking.

Er zijn verschillende manieren om te antwoorden op de stelling dat Marx racistisch zou geweest zijn of nog dat het marxisme wel erg wit zou zijn. Eerst en vooral moet opgemerkt worden dat het marxisme een methode is, een manier om ontwikkelingen en gebeurtenissen te analyseren op een dialectisch materialistische wijze. Dat betekent dat de materiële realiteit wordt bestudeerd waarbij er nadruk wordt gelegd op processen van verandering en dit met als doel de vestiging van een socialistische samenleving. Deze methode is niet ‘wit’ of ‘zwart’, net zoals de methode van rekenkunde dat niet is. De marxistische methode is uiteraard verbonden met pioniers van het marxisme zoals Marx, Engels, Lenin en Trotski, maar kan daar niet toe beperkt worden. Het is een methode om een bredere kijk op de realiteit te ontwikkelen. Een bredere kijk is niet te combineren met een enge blik die tot de ‘witte wereld’ beperkt is. Het Communistisch Manifest eindigt niet toevallig met de slogan ‘Proletariërs aller landen verenigt u’. Strijden voor een wereld waarin de werkende klasse zich bevrijdt van haar ketenen van uitbuiting en onderdrukking, kan enkel op internationale schaal en met aandacht voor verzet tegen alle vormen van onderdrukking.

Naast deze meer abstracte manier van antwoorden, is er natuurlijk ook de test van de praktijk. ‘The proof of the pudding is in the eating’, was een favoriet gezegde van Friedrich Engels. Er zijn tal van revolutionaire voortrekkers en bewegingen die niet wit waren of die niet plaatsvonden in de imperialistische centra van West-Europa of nadien de VS. In zekere zin kan de Russische revolutie hierbij gerekend worden. Rusland was in 1917 een achtergebleven semi-koloniaal land. In de revolutie speelden minderheidsgroepen, onder meer in Azië, een grote rol. Het is geen toeval dat de Russische revolutie leidde tot de eerste revolutionaire conferentie van ‘volkeren van het oosten’ met grote delegaties Turken, Perzen, Armeniërs naast Chinezen, Arabieren, Indiërs, Koreanen, Koerden … De revolutionaire socialistische beweging kende na de Russische revolutie een sterke ontwikkeling over heel de wereld en voor het eerst werd het een echte wereldbeweging, die ook grote afdelingen had in Latijns-Amerika, Afrika, het Midden-Oosten en Azië. De strijd tegen koloniale onderdrukking was een essentieel onderdeel van de revolutionaire beweging. Deze strijd werd niet vanuit Moskou opgelegd, maar van onderuit gevoerd. Voor revolutionaire marxisten vandaag is het belangrijk om zich ook de inzichten eigen te maken van bijvoorbeeld CLR James over de Haïtiaanse revolutie en de positie van zwarten in de VS, van Ngo Van en anderen over de Vietnamese revolutie of nog van José Carlos Mariátegui over de inheemse kwestie in Latijns-Amerika.

Als het zwaartepunt van de eerste ontwikkeling van het marxisme in Europa lag, had dit niets met toeval of afkomst te maken. Het was een resultaat van de ontwikkeling van het productiesysteem met de opkomst van het kapitalisme, wat onvermijdelijk impact had op het denken en inzichten. Het zijn bepaalt het bewustzijn. Dat is een kernidee van het materialisme en dus van het marxisme, die ook kan toegepast worden op hoe het marxisme zelf tot ontwikkeling komt.

Veel vooroordelen over hoe het marxisme historisch omging met kolonialisme en onderdrukte groepen zijn gebaseerd op de karikaturen die ervan gemaakt werden door zowel het reformisme als het stalinisme. Binnen de opkomende arbeidersbeweging in Europa ontstond een reformistische tendens die meende dat het mogelijk was om stapsgewijs tot sociale verbetering en uiteindelijk een andere samenleving te komen. Dit leidde tot het opgeven van een bredere historische kijk om in plaats daarvan enkel de enge eigen belangen te zien. Verschillende socialistische leiders verdedigden het kolonialisme of waren minstens niet bereid om er een ernstige campagne tegen te voeren. Op de congressen van de Socialistische Internationale werden daar hevige debatten over gevoerd. De revolutionairen, de marxisten dus, namen het voortouw in het verdedigen van een internationalistische positie. Lenin, Zetkin, Luxemburg, Trotski en anderen spraken zich daarvoor uit. Net zoals het de revolutionaire marxisten waren die zich niet lieten meeslepen door het dodelijke nationalisme van de Wereldoorlog, waren het ook zij die steevast een internationalistisch standpunt innamen en er alles aan deden om marxisten in de kolonies te ondersteunen en te betrekken bij de beweging.

Ze traden daarmee in de voetsporen van Marx en Engels. Als hen racisme wordt verweten, is dit doorgaans enkel gebaseerd op taalgebruik. Daarbij moet opgemerkt worden dat taal net als alle andere zaken verandert. Vandaag is de invulling van heel wat woorden anders dan toen. Wij gebruiken het n-woord uiteraard niet omdat dit beledigend is. Dat inzicht was in de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw nog niet zo sterk verspreid. Ook andere termen zijn aan een update toe. Denk maar aan ‘dictatuur van het proletariaat’, wat zeker na de ervaring van de stalinistische dictaturen doet denken aan politierepressie waar een of andere grote leider de ‘lijnen’ uitzet waarbinnen alle denken en handelen beperkt moet blijven. Het woord ‘dictatuur’ stond in de 19de eeuw gelijk met ‘heerschappij’. Vaak vertalen we ‘dictatuur van het proletariaat’ vandaag door ‘arbeidersheerschappij’ of nog ‘arbeidersdemocratie’, aangezien een heerschappij door de meerderheid van de bevolking inherent veel democratischer is dan een heerschappij door een handvol kapitalisten en superrijken.

Marxisten hebben vooral oog voor de inhoudelijke inzichten en de wijze waarop Marx en Engels hun analyses en standpunten ontwikkelden. Soms is er de misvatting dat Marx en Engels positief stonden tegenover het vroege kapitalisme, met inbegrip van het kolonialisme. Zo stelt het Communistisch Manifest: “De ontdekking van Amerika, de omzeiling van Afrika, schiepen voor de opkomende bourgeoisie een nieuw terrein. De Oost-Indische en Chinese markt, de kolonisatie van Amerika, de ruilhandel met de koloniën, de vermeerdering van de ruilmiddelen en van de goederen in het algemeen, gaven aan de handel, aan de scheepvaart, aan de industrie een ongekende vlucht en daarmee aan het revolutionaire element in de vervallende feodale maatschappij een snelle ontwikkeling.”

Dit wordt door sommigen als een waarde-oordeel gezien, terwijl het slechts een vaststelling is van hoe het kapitalisme zich ontwikkelt. Het kapitalisme droeg het kolonialisme in zich. Niemand kan betwisten dat Marx en Engels uitdrukkelijk antikapitalistisch waren en dat hun analyse van de opkomst van het kapitalisme net gericht was op een programma van socialistische maatschappijverandering. De opkomst van het kapitalisme betekende ook een opgang van de door het systeem zelf voortgebrachte “doodgravers” van het kapitalisme. Nergens in hun materiaal beperken Marx en Engels die rol van doodgravers tot witte arbeiders in Europa. Integendeel!

In Het Communistisch Manifest is de aandacht voor het lot van de bevolking in de door kolonialisme onderdrukte landen nog beperkt. Als twintigers schreven Marx en Engels bijvoorbeeld: “De goedkope prijzen van haar waren zijn de zware artillerie, waarmee zij alle Chinese muren tegen de grond schiet, waarmee zij de hardnekkigste vreemdelingenhaat van de barbaren tot overgave dwingt. Zij dwingt alle naties zich de productiewijze van de bourgeoisie eigen te maken, wanneer zij niet te gronde willen gaan; zij dwingt hen de zogenaamde beschaving bij zich in te voeren, d.w.z. bourgeois te worden. Met één woord, zij schept zich een wereld naar haar eigen beeld.”

De term ‘barbaren’ is uiteraard misplaatst. Marx zou dit overigens ook niet meer gebruiken naarmate hij meer onderzoek deed naar samenlevingen in onder meer India, Indonesië, China en Rusland. Doorheen studie verfijnden ze hun inzichten, waarbij ze in de samenlevingen van de pré-kolonisatie geen ‘barbaren’ zagen, maar net voorbeelden van hoe samenlevingen er anders kunnen uitzien en hoe die ontwikkelden en veranderden. Het marxisme ontstond niet als een blauwdruk die van bij het eerste werk van Marx en Engels vastlag. Heel wat formuleringen werden nadien bijgeschaafd dankzij nieuwe inzichten en studie. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor uitspraken in brieven van Marx die vandaag antisemitisch klinken, zelfs indien de jonge Marx in 1844 – nog voor hij volledig brak met de Jonghegelianen – scherp inging tegen die radicale denkers die zich uitspraken tegen gelijke rechten voor Joden in Duitsland.

Koloniale onderdrukking werd van bij het begin verworpen. In 1853 schreef Marx al dat de Britse overheersing van India de bevolking meer ellende bracht dan wat ‘Hindoestan’ voorheen ooit te verduren kreeg. Hij voegde eraan toe dat dit de basis zou leggen voor revolutionaire ontwikkelingen. Sommigen interpreteren dat alsof er eerst koloniale ellende nodig was vooraleer vooruitgang echt mogelijk wordt. Dat is een ahistorische visie: het kolonialisme was er, het is geen waarde-oordeel als je dat vaststelt. Meer nog: Marx ging ervan uit dat de Indische bevolking zelf de beweging zou creëren en leiden die voor een revolutionaire breuk zou zorgen.

Het is geen toeval dat het Eerste Deel van Het Kapitaal eindigt met een hoofdstuk over het kolonialisme. Om de eigen macht te behouden en de eigen rijkdom te vergroten, moeten de kapitalisten anderen tot armoede veroordelen. Het kolonialisme toont hoe het kapitalisme echt is, aldus Marx. Dit werd nadien verder uitgewerkt door revolutionairen als Lenin of Luxemburg in hun analyses van het imperialisme. De bredere kijk op het kapitalisme maakt dat Marx en Engels eigenlijk opmerkelijk scherp waren over strijd tegen onderdrukking.

Een centraal element daarbij is de kwestie van arbeiderseenheid. Marx stelde reeds dat de Engelse arbeidersklasse zich niet kon bevrijden zolang de Ierse bevolking niet bevrijd was. Ierland was toen nog een belangrijke kolonie van het Britse rijk. Er was bovendien meer informatie over bekend op basis van de Ierse emigratie naar Engeland om er in de fabrieken te werken. Onder de Engelse arbeiders waren er veel vooroordelen tegen die arme migranten. In het vroege werk van Friedrich Engels kan je daar invloeden van lezen, in later werk niet meer (al helemaal niet meer toen hij met een Ierse arbeidster trouwde).

Onderdrukking werd gezien als onderdeel van het kapitalisme. Zo stelde Marx in ‘Loon, arbeid en kapitaal’: “Wat is een zwarte slaaf? Een zwarte man is een zwarte man. Hij wordt enkel slaaf in bepaalde verhoudingen.” Om het kapitalisme te bestrijden, is arbeiderseenheid noodzakelijk en moeten alle vormen van onderdrukking overstegen worden. In ‘Het Kapitaal’ schreef Marx: “In de Verenigde Staten van Noord-Amerika bleef iedere zelfstandige arbeidersbeweging verlamd zolang de slavernij een deel van de republiek ontsierde. Daar, waar de arbeid in een zwarte huid wordt gekluisterd, kan de arbeid in een blanke huid zich niet vrijmaken.” Tegelijk zag hij in de strijd tegen onderdrukking een basis om de hele arbeidersbeweging te versterken. Nog steeds in ‘Het Kapitaal’: “Maar uit de vernietiging van de slavernij ontsproot onmiddellijk een nieuw, verjongd leven. De eerste vrucht van de burgeroorlog was de strijd om de 8-urige arbeidsdag, die zich met de zevenmijlslaarzen van de locomotief verspreidde van de Atlantische tot de Stille Oceaan, van Nieuw-Engeland tot Californië.” De strijd voor de achturendag kreeg met andere woorden een boost door de strijd tegen de slavernij.

Hij legde ook uit hoe het kapitalisme gebruik maakt van verdeeldheid: “De Engelse burgerij heeft de Ierse ellende niet alleen gebruikt om de arbeidersklasse in Engeland neer te drukken door de gedwongen migratie van arme Ieren, maar ook door de arbeidersklasse in twee vijandige kampen te verdelen. De gewone Engelse arbeider haat de Ierse arbeider als concurrent die de lonen en levensstandaard naar beneden trekt.” Verdeeldheid en haat zijn ook vandaag zaken waar de op winst beluste commerciële massamedia van smult en waar (rechtse) politici stemmen mee hopen te winnen.

Doorheen de geschiedenis van de internationale arbeidersbeweging is gebleken dat een revolutionaire strijd voor een andere samenleving de beste manier is om de eenheid van de volledige werkende klasse te versterken. Dergelijke eenheid is noodzakelijk om een krachtsverhouding uit te bouwen waarmee het kapitaal kan bestreden worden, strijd met het vooruitzicht van een andere samenleving versterkt daarnaast strijd tegen elke vorm van onderdrukking en werkt bijgevolg verenigend.

Dit kan evident klinken, maar toch waren er doorheen de geschiedenis tal van andere voorbeelden. Binnen de socialistische arbeidersbeweging was er aanvankelijk verzet tegen vrouwen op de werkvloer omdat dit de positie van mannen zou verzwakken. Clara Zetkin en haar medestanders vochten daar jarenlang tegen, eigenlijk heel hun leven. Onder het stalinisme werd de vooruitgang inzake vrouwenrechten of LGBTQIA+rechten van na de Oktoberrevolutie terug ingetrokken.

Delen van de socialistische beweging rechtvaardigden het kolonialisme omdat dit de positie van de witte arbeiders zou verbeteren, terwijl het kolonialisme vooral de portefeuille van het kapitaal aandikte en ruimte aan de kapitalisten gaf om sociale strijd af te kopen met beperkte toegevingen. Een reformistische benadering van stapsgewijze verandering van het systeem leidde tot repressie tegen antikoloniaal verzet. Eén voorbeeld: de werkenden in de steden en op het platteland in Algerije en Vietnam speelden een grote rol in de massamobilisaties die in Frankrijk plaatsvonden in 1934 en 1936. Ze gingen mee in staking in 1936 toen de Volksfrontregering van Blum met de steun van de communisten verkozen werd, ze deelden het enthousiasme van de arbeiders die in Frankrijk bedrijven bezetten om het volledige systeem zelf in handen te nemen. Eens de Volksfrontregering gevestigd was, deed ze er alles aan om de beweging te stoppen. Het doel was immers niet om een nieuw systeem te vestigen, maar om het oude overeind te houden desnoods met grote toegevingen aan de werkende klasse. De communisten riepen hun leden op om de stakingen te stoppen. De regering trad hardhandig op, eerst in de kolonies en daarna in Frankrijk zelf. In Vietnam kon je als activist opgepakt worden wegens het bezit van antikoloniale literatuur, inclusief vroegere werken van premier Léon Blum zelf… Het revolutionaire karakter van de strijd versterkte de eenheid, de reformistische maatregelen om deze te stoppen werkten verdeeldheid in de hand.

De Russische revolutie toonde aan dat het kapitalisme brak in zijn zwakste schakel. Dit gebeurde niet toevallig in een land waar de werkenden niet omgekocht waren met koloniale winsten, merkte Victor Serge op. Om de Russische revolutie te consolideren en uit te breiden was ook een regionale en internationale verspreiding van de revolutie nodig, in het bijzonder in de meest ontwikkelde kapitalistische landen. Dit potentieel was aanwezig, onder meer met de Duitse revolutie of later met het revolutionaire potentieel van 1936 dat de opgang van de stalinistische bureaucratie in Rusland onder Stalin had kunnen stoppen en omkeren. Een internationale benadering is essentieel, maar ook de vaststelling dat een systeem de neiging heeft om te breken in de zwakste schakels is belangrijk.  

Dat lag mee aan de basis van het beleid van de Comintern om nationale bevrijdingsbewegingen in kolonies en semi-kolonies te steunen en te versterken. Na het Tweede Congres van de Comintern in 1920 volgde het congres van Bakoe met 2850 afgevaardigden, waaronder 235 Turken, 192 Perzen en Parsi’s, 157 Armeniërs, 100 Georgiërs, 8 Chinezen, 8 Koerden, 3 Arabieren, 15 Indiërs, Koreanen … De antikoloniale bevrijdingsstrijd werd versterkt door de Russische revolutie van 1917. Het isolement van de Sovjet-Unie en de opkomst van het stalinisme leidde er echter toe dat de voeling met revolutionaire dynamiek in Moskou verloren ging omdat de bureaucratie enkel oog had voor de eigen belangen en macht. De Chinese revolutie van 1925-27 was een keerpunt: Moskou gaf opdracht aan de Chinese communisten om de burgerlijke Kwomintang te steunen in plaats van een onafhankelijke revolutionaire koers gericht op de werkenden gesteund door de boeren te volgen. Dit leidde tot repressie en isolement van de Chinese CP, wat de weg opende om zich te vervellen tot een boerenleger. De Chinese revolutie van midden jaren 1920 had de antikoloniale strijd een andere richting kunnen geven. Ook nadien bleef de stalinistische bureaucratie antikoloniale strijd vooral zien vanuit het eigen belang van een toplaag in Moskou. Dergelijke neerbuigende visie met rampzalige gevolgen droeg in grote mate bij tot wantrouwen van antikoloniale activisten tegenover het marxisme.

Revolutionaire marxisten bleven zich echter organiseren in wat de Linkse Oppositie was die nadien uitgroeide tot wat vandaag het trotskisme wordt genoemd. De repressie door zowel het kapitalisme als het stalinisme maakte het niet gemakkelijk, maar er waren verschillende voorbeelden van naoorlogse massabewegingen waarin trotskisten een grote rol speelden, onder meer in Vietnam, Sri Lanka en Bolivia. Trotski stelde overigens reeds voor de Tweede Wereldoorlog dat deze oorlog om werelddominantie onvermijdelijk zou gevolgd worden door een opgang van revolutionaire explosies in de kolonies en het begin van formele dekolonisatie.

Internationalisme is steeds een essentieel onderdeel van het marxisme geweest. Een bredere kijk op de realiteit is niet mogelijk zonder dergelijke benadering, een succesvolle strijd tegen het kapitalistisch productiesysteem is dat evenmin. Doorheen strijd worden inzichten aangescherpt. Het marxisme is geen kwestie van bijbelstudie, maar een levendige methode om te analyseren en strijd te versterken. Het biedt een methode die ons helpt om zo efficiënt mogelijk in te gaan tegen neokolonialisme, seksisme, racisme en alle vormen van onderdrukking die in het DNA van het kapitalisme ingebakken zijn. Marxisten staan voor een omverwerping van het kapitalisme en voor een socialistische samenleving waarin het democratische bezit en beheer van de productiemiddelen de basis legt om alle vormen van onderdrukking naar de vuilnisbak van de geschiedenis te verwijzen.

0
    0
    Je winkelwagen
    Er zit niets in je winkelwagenKeer terug naar de winkel