Bouwen aan een klimaatbeweging die het kapitalisme kan overwinnen

In 2019 nam International Socialist Alternative enthousiast deel aan de wereldwijde golf van schoolstakingen en klimaatprotesten. Op het hoogtepunt, 20 september 2019, vonden er 4.500 acties plaats in meer dan 150 landen die meer dan 4 miljoen mensen op de been brachten! Geleid door de jonge generatie en gesteund door brede delen van de samenleving, wierp deze beweging een wijdverspreid debat over de klimaatcrisis op en behaalde zelfs enkele beperkte overwinningen. Maar nogmaals, de milieurampen van de afgelopen maanden hebben aangetoond dat er dringend meer nodig is. De klimaatstrijd is niet voorbij. Hoe kunnen we die strijd winnen?

Beweging moet antikapitalistisch zijn

Extreme weersomstandigheden, onvruchtbare en harde bodems en zelfs de pandemie: wetenschappers hebben het allemaal voorspeld. Toch hebben regeringen en grote bedrijven decennialang geweigerd een echt plan te ontwikkelen om dergelijke rampen te voorkomen. In plaats daarvan ontwikkelden zij een enorme campagne om de klimaatcrisis te ontkennen en de verantwoordelijkheid af te schuiven op individuen. Ze kregen daarvoor de hulp van hun regeringen. Multinationals investeerden in zogenaamd ‘wetenschappelijk onderzoek’ dat het verband tussen fossiele brandstoffen en klimaatverandering moest ontkennen. Oliemaatschappij ExxonMobil spendeerde de afgelopen 20 jaar ongeveer 40 miljoen dollar aan dergelijke leugens. Sinds het klimaatakkoord van Parijs van 2015 hebben de grootste bedrijven in de fossiele brandstoffenindustrie meer dan een miljard dollar uitgegeven aan gelobby tegen groene energie.

Toch heeft de druk van de groeiende klimaatbeweging delen van de heersende klasse in de richting geduwd van investeringen in klimaatgerelateerde maatregelen en groene technologieën. De klimaatcrisis is vandaag van een dergelijke omvang dat ze de productiviteit en de winsten van de kapitalisten ondermijnt – denk maar aan de manier waarop natuurrampen de wereld (en de economie) doen stilvallen. Hoewel sommige van deze investeringen positieve ontwikkelingen en overwinningen van de klimaatbeweging zullen zijn die de gevolgen van de crisis kunnen afremmen of ons helpen beschermen, moeten we waarschuwen: deze investeringen staan niet voor een ontwikkeling in de richting van een duurzaam ‘groen kapitalisme’. Zoiets bestaat niet.

De klimaatbeweging moet antikapitalistisch zijn. We hebben een systeemverandering nodig, voor een internationaal plan dat deze crisis beantwoordt met solidariteit van de arbeidersklasse en socialisme. Alle mogelijke middelen moeten worden ingezet om deze crisis op te lossen. Maar de interne tegenstellingen van het kapitalisme, zoals de concurrentie tussen natiestaten en de superrijken, maken het onmogelijk om het internationale plan te ontwikkelen dat nodig is.

De beweging tot nu toe

De beweging van 2019 introduceerde enkele methoden, die belangrijke stappen voorwaarts zijn. Men begreep dat grote en collectieve internationale actie de prioriteit moet zijn voor de klimaatbeweging, en niet langer consumentenkeuzes of individuele acties.

Het idee van een staking werd geïntroduceerd, via het voorstel voor een schoolstaking en platformen zoals Fridays For Future. Deze en andere platforms, waaronder Extinction Rebellion (XR), riepen op tot internationale actiedagen en internationale organisatie. Greta Thunberg riep klimaatactivisten ook op om de protest- en stakingsbeweging van Indische boeren te steunen. In vergelijking met de voorgaande periode zijn dit ideologische nederlagen voor het kapitalisme en uitdrukkingen van een groter sociaal en politiek begrip van miljoenen jonge mensen in de hele wereld.

In de hele samenleving zijn de stemming en het begrip van de klimaatcrisis radicaal veranderd door de impact van de beweging, samen met de reële impact van de klimaatverandering op ons leven. De beweging heeft geholpen bloot te leggen wie werkelijk verantwoordelijk is voor de crisis en heeft belangrijke feiten gepopulariseerd, zoals het feit dat 71% van de industriële broeikasgasemissies afkomstig is van slechts 100 bedrijven. Nog belangrijker is dat de beweging zich niet beperkte tot het bekritiseren van de vervuilers: zij riep op tot systeemverandering, tot structurele veranderingen. De slogan “system change, not climate change” betekent een stap voorwaarts in de zoektocht naar een radicale oplossing voor de meest urgente crisis waarmee de mensheid wordt geconfronteerd. In werkelijkheid betekent systeemverandering een revolutionaire verandering.

Verkeerde methoden en stagnatie in de beweging

Het moet echter ook gezegd worden dat veel leidende figuren zich hebben laten verleiden tot methoden die onze beweging niet echt ten goede zijn gekomen. Een uiting hiervan was een streven om zoveel mogelijk prominente mensen en organisaties achter de zaak te krijgen om zo publieke druk op te bouwen om regeringen en bedrijven van koers te doen veranderen (zie de voorbeelden uit België hieronder). Hoewel dit een logische wens lijkt, werd hier in de praktijk vaak een prijs voor betaald, met name het opofferen van de politieke helderheid en het anti-systeem karakter van de beweging en haar eisen.

Deze methoden begonnen de beweging te demobiliseren en erger nog: ze openden de deur voor gevestigde partijen en zelfs grote bedrijven om te proberen onze beweging te coöpteren. ‘Greenwashing’ van degenen die medeverantwoordelijk zijn voor de klimaatcrisis werd vaak getolereerd om niet te veel te ‘polariseren’.

Deze aanpak en de afname van de omvang en de frequentie van de mobilisaties, met Covid-19 als bijkomende factor, stelden de heersende klasse in staat om terug te beginnen te vechten. Bedrijven en regeringen begonnen hun discours over “hoe je als individu klimaatverandering kunt tegengaan in je dagelijks leven” met grotere intensiteit te herintroduceren. Lockdowns doorkruisten de sociale strijd tijdens de eerste fase van de pandemie en uiteindelijk ging de klimaatbeweging een relatieve pauze in, die grotendeels in stand blijft in de aanloop naar COP26. Er zijn opnieuw acties, maar we weten dat er veel meer nodig is. Wat moeten we doen om de beweging opnieuw op te bouwen?

Niet allemaal in hetzelfde schuitje: klimaatstrijd is klassenstrijd

Het onvermogen van de heersende klasse om de klimaatcrisis op te lossen, heeft gevolgen voor de opbouw van de klimaatbeweging. Het betekent dat de beweging gericht moet zijn op het vechten voor een alternatief voor het kapitalistische systeem van de heersende klasse. De beweging heeft niets te winnen bij allianties met ‘groengewassen’ verdedigers van het kapitalistische systeem en moet zich richten op het opbouwen van een onafhankelijke beweging. Allianties met de heersende klasse stellen hen niet alleen in staat zichzelf te greenwashen, maar stimuleren ook gevaarlijke illusies in het ‘groene kapitalisme’. Daarom zoeken kapitalisten ook naar coalities met de klimaatbeweging, om die te stoppen en te demobiliseren, vooral met haar snelle groei en radicalisering.

In België werd in 2019 een enorm momentum opgebouwd door de beweging, die druk uitoefende op de politici en de grote vervuilers. De schoolstakingen liepen op tot 35.000 deelnemers en de straatprotesten brachten tot 100.000 betogers op de been. Toen, precies op het hoogtepunt van de beweging, werd de coalitie ‘Sign for my future’ opgericht. Bekende klimaatactiegroepen sloten zich bij deze campagne aan, samen met grote bedrijven zoals Colruyt, Ikea, Proximus en Solvay, enkele van de grootste werkgeversorganisaties van België en zelfs grote banken zoals BNP Paribas, KBC en ING, die miljoenen euro‘s per jaar in fossiele brandstoffen investeren. Hoewel sommigen hoopten dat deze campagne de indruk kon wekken dat de klimaatbeweging breder en sterker werd, was dit slechts een illusie.

De campagne moest zogenaamd druk uitoefenen op politici die niet tot handelen bereid waren, maar in werkelijkheid gaf ze grote bedrijven een nieuwe manier om hun verantwoordelijkheid voor de klimaatcrisis te ontlopen. De campagne heeft niets veranderd aan de manier waarop de deelnemende bedrijven investeren of produceren.

Veel klimaatactivisten waren het niet eens met de oprichting van deze coalitie. Maar helaas beschikte de beweging niet over de nodige democratische structuren om uiting te geven aan onze onenigheid met de zelfbenoemde leiders van de beweging, die alles op een top down manier organiseerden. Daarom zal er een massabeweging nodig zijn, waarvan de strategie, de eisen, het programma en de methoden op een democratische manier worden besproken. Alleen een democratische beweging kan onze onafhankelijkheid van de grote vervuilers verzekeren!

Onze beweging moet democratisch georganiseerd zijn

Deze anekdote verklaart waarom International Socialist Alternative altijd heeft aangedrongen op de noodzaak om ons goed te organiseren. Stel je voor wat er mogelijk was geweest als deze historische klimaatbeweging was georganiseerd in klimaatactiecomités op scholen, universiteiten, in steden en op werkplekken.

De klimaatbeweging had zich aan de pandemie kunnen aanpassen met een programma om er een einde aan te maken, en door tijdens de lockdown op een veilige manier georganiseerd en actief te blijven. Er moet nu worden gediscussieerd over de vraag welke eisen de komende maanden helpen om een zo breed mogelijke laag van jongeren en arbeiders te mobiliseren. De meest populaire eisen van de beweging, die vaak sociaal en antikapitalistisch waren, moeten door overeengekomen woordvoerders van de beweging naar voren worden gebracht: massale investeringen in gratis, meer en beter groen openbaar vervoer en in groene en betaalbare energie. Deze eisen zouden na de pandemie en nieuwe klimaatcatastrofes veel mensen aantrekken om zich bij onze strijd aan te sluiten.

Nu ziet onze taak er echter anders uit. We hebben een leiding nodig die geen coalities bevordert met diegenen die alleen maar meer ‘klimaatbelastingen’ promoten voor gewone mensen, of die alleen maar spreken over veranderingen in ons persoonlijk consumptiegedrag. Daarom pleit ISA voor een beweging die democratisch kan beslissen wie onze leiders en publieke figuren zijn, door hen te kiezen en te kunnen afzetten. Zonder echte democratische discussies over ons programma en onze methoden zullen we onvermijdelijk belangrijke fouten maken.

Voor een programma dat eenheid brengt onder de arbeidersklasse!

In 2018 barstte in Frankrijk de beweging van de ‚gele hesjes‘ los. Het was een reactie op een verhoging van de brandstofbelastingen voor gewone mensen en de stijgende kosten van levensonderhoud, waarvan de Franse president Macron de schuld gaf aan de klimaatbeweging en haar programma. Toch waren de gele hesjes al snel op bijna elke klimaatdemonstratie te zien en ontstond er solidariteit tussen de twee bewegingen.

De gele hesjes waren niet de enige beweging die de heersende klasse probeerde op te zetten tegen de klimaatbeweging. In Nederland probeerde ze dit te doen met de boerenbeweging. Overal probeerden politici en media verdeeldheid te zaaien tussen de ‚jonge klimaatstakers‘ en de zogenaamde ‚oudere vervuilers‘. Deze tegenstellingen zijn niet de enige die door de heersende klasse worden gebruikt om ons te verzwakken: racisme, seksisme, LGBTQI+fobie en andere vormen van discriminatie en onderdrukking zijn wijdverspreid en worden nog steeds gereproduceerd en versterkt door de structurele onderdrukking van het kapitalistische systeem.

Voor de klimaatbeweging is dit een cruciale kwestie. Er kan geen twijfel bestaan over de noodzaak om ons programma te gebruiken om eenheid onder de arbeidersklasse op te bouwen. Wij willen de levensstandaard van niemand verlagen, behalve van de decadente heersende klasse. Klimaateisen zijn sociale eisen en alleen een socialistische groene new deal kan degelijke jobs met goede lonen bieden aan iedereen die ze nodig heeft. Een echt internationalistisch socialistisch programma voor de klimaatbeweging kan een beslissende stap zijn in de richting van eenheid onder de arbeidersklasse.

De rol van de arbeidersbeweging

De sociale eisen waaruit zo‘n programma is opgebouwd vinden allemaal hun oorsprong in de strijd van de arbeidersbeweging, en dat is geen toeval: de klimaatbeweging zelf vindt haar oorsprong in de arbeidersbeweging.

Vanaf het begin van de 20e eeuw streden arbeiders tegen de vervuiling in hun buurten. Tijdens de Amerikaanse ‚antirookkruistochten‘ streden vrouwen uit de arbeidersklasse tegen de smog die afkomstig was van vervuilende fabrieken. De vakbond van staalarbeiders ging regelrecht in tegen Carnegie Steel in de nasleep van de dodelijke smog in Donora in 1948, waarbij tientallen doden vielen. Later en buiten de VS was het de arbeidersbeweging die alle vitale milieustrijd op zich nam, waardoor veel van de milieubeschermingswetten die nu bestaan tot stand kwamen.

Ook vandaag nog zien we hoe de arbeidersbeweging dagelijks strijdt tegen vervuiling. Het bedrijf 3M, dat in meer dan 70 landen actief is en elk jaar miljoenen winst maakt, gebruikte jarenlang willens en wetens giftige stoffen. Afgelopen zomer werden tot twee keer toe buitensporige hoeveelheden van dergelijke stoffen (PFOS en PFAS) ontdekt in het gebied rond de activiteiten van 3M in de haven van Antwerpen, in België. Al veel langer werden er door vakbondsafgevaardigden in het bedrijf vragen gesteld over de bodemverontreiniging die het veroorzaakte, zonder dat daarop een antwoord van de directie kwam. De vakbond waarschuwde ook dat er risico‘s van vervuiling waren door verschillende bedrijven in de regio en dat er grondstoffen werden gebruikt waarvan de effecten op mens en milieu nog niet volledig zijn opgehelderd.

Strijdbare vakbonden nodig

In het algemeen hebben de vakbonden nog niet de leidende rol gespeeld die zij zouden moeten spelen. Hoewel veel vakbonden in het kielzog van de recente wereldwijde klimaatbeweging hun steun hebben betuigd aan de schoolstakingen, bleef dit grotendeels op een symbolisch niveau. Er zijn nauwelijks belangrijke vakbondsstructuren die actief campagne voeren en zich organiseren rond het thema van de klimaatcrisis. De meeste vakbondsleiders hebben tot op zekere hoogte geprobeerd een “groen” imago te cultiveren, maar zonder daadwerkelijk met consistente antwoorden te komen, hetzij in de vorm van actie, hetzij in de vorm van politieke oplossingen.

In veel landen hebben vakbondsleiders die beweren “groen” te zijn, politieke standpunten ingenomen ten gunste van fossiele brandstofprojecten van bedrijven, waarbij ze vaak het valse verhaal napraten dat dit nodig is om de jobs en omstandigheden van hun leden te beschermen. In Duitsland en Oostenrijk heeft dit geleid tot steun voor de uitbreiding van luchthavens en overheidssteun aan private autofabrikanten. In misschien wel het meest extreme voorbeeld organiseerde de Duitse IG BCE (vakbond van mijnbouw-, chemie- en energiearbeiders), in samenwerking met het mijnbouwconcern RWE, een tegenbetoging van 30.000 arbeiders tegen een massabeweging om ontbossing en milieuvernietiging door steenkoolmultinationals in het Hambacher bos te stoppen!

Voorbeelden als deze tonen keer op keer aan dat we op geen enkele manier kunnen vertrouwen op conservatieve en bureaucratische leiders, die vandaag veel vakbonden domineren, om onze strijd te leiden. In de meeste gevallen is de verkeerde aanpak van de klimaatcrisis door deze leiders onderdeel van een algemene benadering die er niet in slaagt de arbeidersklasse effectief te vertegenwoordigen tegen de bazen, door te weigeren de macht van de leden te mobiliseren en in plaats daarvan de weg te kiezen van ineffectief lobbyen en demobilisatie. Voor de klimaatbeweging, en voor alle strijd van de arbeidersklasse, moeten we vechten voor strijdbare vakbonden met een strategie van massastrijd om vooruitgang voor de arbeidersklasse af te dwingen.

Controle van de arbeiders, geen marktchaos

In de jaren zeventig vond in Groot-Brittannië een grote strijd plaats rond het ‘Lucasplan’. Toen werknemers van Lucas Aerospace in 1976 te horen kregen dat er duizenden jobs zouden verdwijnen, aanvaardden ze dit niet. Ze organiseerden een comité van vakbondsafgevaardigden om te strijden tegen ontslagen en voor de omschakeling van de productie. Het Lucasplan, dat in 1976 door het comité van vakbondsafgevaardigden werd gepubliceerd, vroeg om “het recht om te werken aan redelijke producten […], om de echte problemen van de mensheid op te lossen in plaats van ze te produceren.”

Met het Lucasplan stelden de arbeiders voor dat zij in plaats van militaire technologie voor de Britse staat te produceren, met de nodige overheidsfinanciering sociaal nuttige producten zouden maken gericht op de belangen van de samenleving. In het plan werden meer dan 150 verschillende noodzakelijke milieu- en sociale producten voorgesteld. Daartoe behoorden medische apparatuur, goedkope en groene verwarming voor huizen, windturbines, en een spoorwegsysteem om plattelandsgebieden op het openbare spoorwegnet aan te sluiten.

Dit was wat mogelijk was als de arbeiders daadwerkelijke zeggenschap over hun werkplek hadden. De klimaatbeweging heeft vandaag nood aan veel meer van dit soort plannen. Zoals het Lucasplan ons leert, zullen die plannen van de arbeidersklasse komen.

In maart 2020 gingen de arbeiders van General Electric in drie fabrieken in de VS in staking tegen geplande ontslagen. De bazen van GE gebruikten de pandemie als excuus voor deze ontslagen, maar de arbeiders bleken slimmer te zijn. Zij begonnen zich te organiseren en te staken, maar het ging om veel meer dan alleen hun loon. De vakbonden stelden de vraag waarom ze niet konden beginnen met het bouwen van de broodnodige beademingsmachines om de pandemie te bestrijden, aangezien al het nodige materiaal daarvoor in hun fabrieken aanwezig was.

In Noord-Ierland staakten de arbeiders van Harland & Wolff. Dat is een historische scheepswerf die onder curatele werd gesteld, waardoor banen voor geschoolde arbeiders op de tocht kwamen te staan. De staking duurde meer dan negen weken en eiste de nationalisering van de werf om de toekomst ervan veilig te stellen. Maar dat was niet de enige eis. De vakbonden en de arbeiders hadden er al jarenlang op aangedrongen dat Harland & Wolff een specialist in groene energie zou worden. De arbeiders maakten gebruik van Mick Barry, het lid van de Socialist Party (ISA Ierland) in het Zuid-Ierse parlement, om vragen te stellen over projecten die werk in de groene energiesector opleveren.

Dus wat kan je doen?

De arbeidersbeweging is niet alleen het best geplaatst om de klimaatcrisis te bestrijden omdat zij aan de oorsprong van de milieustrijd ligt of vanwege voorbeelden van wat zij zou kunnen bereiken als zij het voor het zeggen had. De arbeidersklasse is ook de enige kracht in de samenleving met de macht om het kapitalistische systeem omver te werpen en te vervangen door een democratisch geplande socialistische economie die de werkelijke behoeften van mensen, de planeet en al het leven centraal stelt.

De klimaatbeweging moet zich oriënteren op de arbeidersbeweging en heel voorzichtig zijn dat haar acties niet verkeerd worden uitgelegd als gericht tegen mensen uit de arbeidersklasse. Het blokkeren van metrostations zonder het personeel erbij te betrekken, leidt alleen maar tot ergernis bij arbeiders die te laat zijn voor hun werk. Arbeiders in de fossiele brandstoffensector zijn niet onze vijanden. Waarom zouden we ons niet aansluiten bij de strijd van deze arbeiders voor betere arbeidsomstandigheden, betere lonen én de omvorming van hun sector tot een groene sector, net zoals de arbeiders van Harland & Wolff dit deden?

In juli 2021 blokkeerden zo‘n 30 klimaatactivisten de ingangen van de grootste banken van het land in Zwitserland. Eén van de ondervraagde demonstranten zei: “We zijn hier niet omdat we dom zijn of niets anders te doen hebben. We zijn hier omdat we niet meer weten wat we kunnen doen. We hebben twee jaar gevochten.” Dat is waarschijnlijk een gevoel dat veel jonge mensen delen. Onze toekomst ziet er zo catastrofaal uit, wat kunnen we nog doen?

Ons voorstel is duidelijk: laten we ons organiseren, samen met de arbeidersklasse in alle sectoren, met de mensen uit het Amazonewoud en andere gemeenschappen die strijden tegen de uitbuiting van land door vervuilende multinationals. De arbeidersklasse is de bron van de rijkdom en de winsten van de kapitalistische klasse. We zijn niet te stoppen als we ons samen tegen hen organiseren.

Vandaag een klimaatbeweging opbouwen die dit programma en deze methodes naar voren brengt, blijft een grote taak. Dit is waar ISA actief mee bezig is. Elke dag organiseren leden in meer dan 30 landen zich, protesteren ze en stellen ze de wreedheden van het kapitalisme aan de kaak. We brengen de noodzaak van het socialisme naar voren in de strijd van vandaag. We zijn een internationale strijdbeweging, maar we zijn nog te klein om onze missie te volbrengen. Sluit je bij ons aan, het is nog niet te laat.

0
    0
    Je winkelwagen
    Er zit niets in je winkelwagenKeer terug naar de winkel