Seksisme: waar komt het vandaan en hoe maken we er een einde aan?

Over de hele wereld staan vrouwen en gender non-conforme mensen op. In navolging van de heldhaftige strijd voor gelijke lonen, wetten tegen discriminatie, het recht op abortus en andere zaken, eisen feministen vandaag iets veel groter: het einde van seksisme. De sfeer tijdens protesten van Londen tot Sao Paulo, van Kaapstad tot Melbourne, is dat we geen genoegen nemen met wat gerommel in de marge om de ergste gevolgen van genderonderdrukking te verzachten. In plaats daarvan verklaren we dat deze onderdrukking totaal onaanvaardbaar is en eisen we de uitroeiing ervan.

Socialisten erkennen dat dit inherent is aan het potentieel voor revolutionaire strijd – omdat voor het beëindigen van seksisme in al zijn vormen een fundamentele systeemverandering nodig is. Het is dus van essentieel belang dat er binnen de feministische beweging een discussie plaatsvindt over wat voor soort verandering nodig is. Wij pleiten voor een socialistisch feminisme, dat strijdt voor een socialistische transformatie van de samenleving, vooral vanwege ons begrip en onze analyse van waar seksisme en de onderdrukking van vrouwen in het algemeen vandaan komen.

Er is niets natuurlijks aan seksisme of aan welke vorm van onderdrukking dan ook. Geïnstitutionaliseerde ongelijkheid tussen verschillende seksen heeft niet altijd bestaan. Gedurende het grootste deel van de menselijke geschiedenis bijvoorbeeld, overleefden mensen op basis van jagen en verzamelen. Er zijn aanwijzingen dat in deze samenlevingen mannen en vrouwen misschien verschillende rollen hadden, maar deze rollen werden niet verschillend gewaardeerd en leidden dus niet tot een verschillende sociale status of levensstandaard. In feite was er geen materiële ongelijkheid van betekenis mogelijk tussen de verschillende delen van deze gemeenschappen – omdat zij over het algemeen slechts genoeg konden produceren voor het dagelijkse levensonderhoud en niet in staat waren om overschotten op te slaan. Zij waren afhankelijk van de collectieve inspanning van de hele groep om in hun basisbehoeften te voorzien.

De oorsprong van de onderdrukking van de vrouw

De ontwikkeling van de landbouw maakte het voor het eerst mogelijk om op een consistente manier een overschot te produceren en op te slaan, wat leidde tot een verandering van alle aspecten van het leven en van de manier waarop de maatschappij was georganiseerd. In wezen was dit een ontwikkeling die de menselijke samenlevingen vooruit stuwde en de mensen bevrijdde van totale onderwerping aan de natuur. Maar, zoals Friedrich Engels, de dichtste medestander van Karl Marx, schreef in zijn baanbrekende boek ‘Oorsprong van het gezin, private eigendom en de staat’: “Het zijn de laagste belangen — gemene hebzucht, brutale genotzucht, vuile gierigheid, baatzuchtige roof van gemeenschappelijk bezit, die de nieuwe, de beschaafde, de klassenmaatschappij inwijden; het zijn de verachtelijkste middelen — diefstal, geweldpleging, arglistigheid, verraad — die de oude klasseloze gensmaatschappij ondermijnen en ten val brengen. En de nieuwe maatschappij zelf is gedurende de volle tweeëneenhalfduizend jaar van haar bestaan nooit iets anders geweest dan de ontwikkeling van een kleine minderheid op kosten van de uitgebuite en onderdrukte grote meerderheid, en ze is dat thans meer dan ooit.”

De arbeidsdeling werd veel ingewikkelder – niet alleen jagen of verzamelen, maar landbouw, handel, scheepvaart, handwerk, geldlenen. De bevolking groeide exponentieel en begon in gebieden te wonen die meer op hun handel dan op hun stam waren afgestemd; terwijl anderen migreerden voor werk, wat betekende dat voor het eerst mensen tussen volken woonden die niet de hunne waren. Dit veranderde de relatie van de mensen tot het land, dat voor het eerst werd opgeëist als eigendom, en gekocht en verkocht. Er waren conflicten, oorlogen en slavernij in het streven naar productie en controle van meer land en grondstoffen. De mannen in (aanvankelijk gekozen) machtsposities – van oudsher vooral ceremonieel, spiritueel en soms militair – namen in toenemende mate beslissingen over het gebruik en de verdeling van grondstoffen. Meer en meer werden deze leidende posities, samen met materiële bezittingen, doorgegeven aan de dichtstbijzijnde bloedverwant, waardoor de vroegste vorm van adellijke families ontstond. Deze families begonnen zich te groeperen op basis van hun rijkdom en voorrechten, en vormden zo een klasse die zichzelf wettelijke voordelen verschafte en de middelen om rijkdom te produceren als hun eigen bezit beschouwde.

Vanwege het belang van het militaire aspect van de functie – wat betekent dat bijzondere kracht werd gewaardeerd – namen vrouwen meestal geen leidinggevende positie in, des te meer naarmate het veiligstellen van de beste grond en grondstoffen belangrijker werd. Vanwege de fysieke aard van het werk in de landbouw en de noodzaak om lange tijd ver van huis te zijn, was het ook niet gebruikelijk dat vrouwen het grootste deel van dit werk deden. En tegelijkertijd betekende het groeiende belang van erfenissen – van titels en rijkdom – de noodzaak om zeker te zijn van bloedlijnen en afstamming. Dit leidde tot de ontwikkeling van verschillende mechanismen om het lichaam en de seksualiteit van vrouwen te controleren, en hun ondergeschiktheid aan mannen in de zich ontwikkelende structuur van het kerngezin, en in de maatschappij in het algemeen.

Vrouwenonderdrukking onder het kapitalisme

De samenleving is duidelijk sterk veranderd in de millennia die sinds de meeste van deze ontwikkelingen zijn verstreken. Maar noch de verdeling van de maatschappij in klassen, noch de systematische onderdrukking van vrouwen zijn overwonnen – zij zijn sindsdien alleen maar verder ontwikkeld door elke vorm van klassenmaatschappij. In sommige opzichten heeft het kapitalisme veranderingen teweeggebracht die sommige van de hierboven beschreven veranderingen tegengaan. De ontelbare jobs die nodig zijn voor een moderne kapitalistische economie, alsmede de ontwikkeling van diensten zoals kinderopvang, en de massaproductie van machines om huishoudelijke taken gemakkelijker te maken, zouden theoretisch moeten betekenen dat vrouwelijke arbeiders volledig kunnen deelnemen aan de productie. We hebben het wettelijk recht op gelijkheid verworven, vooral in veel westerse landen.

En toch blijft ongelijkheid welig tieren. Wereldwijd is 25% van de parlementsleden vrouw. Vrouwen krijgen 63% betaald van wat mannen verdienen. Het kapitalisme profiteert van genderonderdrukking. Het profiteert economisch van het onbetaalde werk dat vrouwen thuis doen – de Britse economie zou bijvoorbeeld jaarlijks 140 miljard pond verdienen – en van de schandalige onderbetaling van miljarden vrouwen, die vooral geconcentreerd zijn in laagbetaalde sectoren zoals de detailhandel, de horeca en de zorg. Het systeem profiteert ook van de vercommercialisering van het lichaam van vrouwen en LGBTQ+’s – via reclame, cosmetica en uiteindelijk de seksindustrie. En het profiteert van het propageren van verdeeldheid zaaiende ideeën die de maximale eenheid van arbeidersklasse en jongeren in de strijd voor systemische verandering verhinderen.

Het is echter niet alleen vanwege deze materiële voordelen dat de onderdrukking van vrouwen voortduurt. Wanneer de dominante vorm van de maatschappij in de loop van de geschiedenis is veranderd, is dat niet in een totale breuk gebeurd. Overblijfselen van het oude blijven binnen het nieuwe. De onderdrukking van vrouwen die ontstond als bijproduct van de ontwikkeling van het privébezit werd een feit dat diep verankerd was in elk aspect van het menselijk leven; het ontwikkelde zijn eigen dynamiek. Daarom heeft de onderdrukking op basis van gender weliswaar vooral haar wortels in de rol van de vrouw als draagster van kinderen, zoals hierboven beschreven, maar de ideeën die daaruit voortvloeien hebben gevolgen voor alle vrouwen en LGBTQ+-mensen.

Dit is natuurlijk beïnvloed door de fase en de behoeften van het kapitalisme, maar doorheen zijn geschiedenis hebben het systeem en zijn politieke vertegenwoordigers genderonderdrukking op talloze manieren versterkt: als er al vervolging is van gendergeweld en pesterijen gebeurt dit beperkt, onderfinanciering van jobs en diensten die vooral door vrouwen worden gedomineerd, propaganda over de verantwoordelijkheid van individuele gezinnen tegen asociaal gedraag, beperkingen van het recht van transpersonen om zelf hun geslacht te bepalen en toegang te krijgen tot gezondheidsdiensten, enz.

Waar komt de houding van individuen vandaan?

Maar hoe werkt deze systemische ongelijkheid door in seksisme op individueel niveau? Natuurlijk wijzen veel mensen – in toenemende mate zelfs – deze onderdrukking bewust af en worden zij afgestoten door aanvallen van het kapitalistische establishment. Maar zelfs dan kan niemand van ons zich volledig bevrijden van de invloed van het kapitalisme op de manier waarop wij de wereld zien. 32% van de mensen in Groot-Brittannië denkt dat mannen meer seks nodig hebben dan vrouwen, een derde denkt dat er fysiek geweld moet plaatsvinden opdat er sprake zou zijn van verkrachting, en een derde van de mannen (en 21% van de vrouwen) denkt dat er geen sprake kan zijn van verkrachting als de vrouw tijdens een afspraakje heeft geflirt. Dit zijn volstrekt onaanvaardbare en verkeerde ideeën die langzamerhand steeds minder gangbaar worden. Het feit dat ze nog steeds gangbaar zijn, ondanks wetswijzigingen en actieve bewegingen tegen seksisme, toont aan dat het veranderen van attitudes geen eenvoudige zaak is. De ideeën die mensen erop nahouden – en het gedrag dat daaruit voortvloeit – weerspiegelen het soort samenleving waarin we leven. Dus hoewel het absoluut juist is om elk individueel geval van seksistisch gedrag aan te vechten, moeten we uiteindelijk voor grotere veranderingen in de maatschappij strijden – en dat moet onze belangrijkste focus zijn.

De belangrijkste factor die de ideeën van mensen verandert, is hun eigen praktische ervaring. In 1987 zei 48% van de Britten het eens te zijn met de stelling “de taak van een man is geld te verdienen, die van een vrouw is voor huis en gezin te zorgen.” In 2017 was dat nog maar 8%. Een van de grootste redenen voor deze mentaliteitsverandering was de instroom van vrouwen in de beroepsbevolking. Het percentage vrouwen in het Verenigd Koninkrijk met een voltijdbaan steeg van 29% in 1985 tot 44% in 2017. Dit werd vooral ingegeven door de behoeften van het kapitalisme, maar de relatie tussen realiteit en ideeën is natuurlijk tweezijdig. Eenvoudig gezegd: meer werkende vrouwen verandert de houding ten opzichte van werkende vrouwen, wat ertoe bijdraagt dat meer vrouwen willen werken, enzovoort. Daarom is het belangrijk te vechten voor wettelijke rechten en materiële middelen die vrouwen nodig hebben. Gebrek aan kinderopvang, jobs, loon, gezondheidszorg enzovoort kan vrouwen (vooral uit de arbeidersklasse) ervan weerhouden de rol in de samenleving te spelen die zij anders misschien zouden willen spelen, wat weer gevolgen heeft voor de houding tegenover vrouwen. Die houding wordt dan weer gedeeltelijk aangewakkerd door het establishment om het gebrek aan middelen en kansen te rechtvaardigen.

Het effect van strijd

Een ander centraal element dat attitudes kan veranderen is strijd. Massabewegingen tegen onderdrukking kunnen zeer snelle veranderingen teweegbrengen. Onderzoeken hebben bijvoorbeeld een significante vermindering gevonden in zowel expliciete als impliciete racistische attitudes onder blanken in de VS sinds het begin van de Black Lives Matter-beweging in 2013. Vergelijkbare studies hebben een vermindering van de afwijzende houding ten opzichte van seksueel geweld gevonden sinds #MeToo en één studie meldde zelfs dat 51% van de mannen beweert zijn gedrag te hebben veranderd als gevolg van die beweging. Deze bewegingen hebben een discussie over onderdrukking, vooroordelen en ongelijkheid in het publieke bewustzijn gebracht, en hebben ervoor gezorgd dat mensen – vooral maar niet alleen zij die actief aan de protesten hebben deelgenomen – de dingen anders zijn gaan zien.

Strijd over andere kwesties, waarbij mensen van alle genders zij aan zij strijden, kan ook een veranderend effect hebben. Tijdens de mijnstaking van 1984-85 speelden veel vrouwen een actieve rol, ook al werkten ze meestal zelf niet in de mijnen. Ze zamelden geld in, spraken op vergaderingen, organiseerden solidariteitsevenementen. De gedeelde ervaring van deze strijd veranderde bij veel mannen het beeld van hun partners, zusters, enzovoort. Het deed het zelfvertrouwen van vrouwen toenemen om ook een betere behandeling te eisen. Dit is een belangrijk punt voor socialistische feministen: eenheid van de arbeidersklasse en massale strijd zijn essentiële onderdelen van de strijd tegen reactionaire ideeën.

Maar zoals eerder uitgelegd, zijn zelfs deze bewegingen niet genoeg geweest om seksistische ideeën uit te roeien. Seksisme heeft nog steeds een enorme invloed op al onze levens – door seksuele intimidatie en misbruik, geweld tegen partners, zwangerschapsdiscriminatie, seksistische kledingvoorschriften op school of op het werk, en op vele andere manieren. Dat komt omdat het systeem dat aan deze ideeën ten grondslag ligt nog steeds intact is. Om echt de kans te krijgen seksisme voor eens en voor altijd te beëindigen, moeten we vechten om het kapitalisme te stoppen.

Het voorbeeld van de Russische revolutie

In 1917 leidde de bolsjewistische partij de Russische Revolutie om het tsarisme omver te werpen en er een echte arbeidersdemocratie voor in de plaats te stellen. Ze ondermijnden de materiële voorwaarden voor seksisme. En ze veranderden de wet: op een moment dat vrouwen in de meeste andere landen nog aan het strijden waren voor het kiesrecht, legaliseerden de bolsjewieken echtscheiding en abortus op verzoek en schaften ze de onschendbaarheid van het huwelijk bij verkrachting af (75 jaar eerder dan in Groot-Brittannië!). Ze voerden gelijk loon voor gelijk werk in, 16 weken betaald zwangerschapsverlof, en het recht voor moeders die borstvoeding gaven om niet meer dan vier dagen per week te werken en regelmatig vrijaf te krijgen voor het geven van borstvoeding. Zij richtten crèches, openbare wasserijen en restaurants op om de dubbele last van werk en huishoudelijke taken waarmee de meeste vrouwen werden geconfronteerd, te verlichten.

Dat wil niet zeggen dat deze veranderingen het seksisme uitroeiden – de oude ideeën verdwenen niet alleen omdat de wetten werden veranderd. Een populair Russisch gezegde uit die tijd luidde: “Een kip is geen vogel en een vrouw is geen persoon.” De bolsjewieken moesten na de revolutie grote campagnes voeren over zaken als taal en cultuur, om te proberen de achtergebleven ideeën die nog steeds bestonden, af te breken. Er waren grote inspanningen om vrouwen bij de besluitvorming te betrekken. In 1918 werd een nationaal vrouwencongres georganiseerd dat een aantal kwesties besprak, waaronder seksistisch taalgebruik. Het congres stemde voor een verbod op het woord ‘baba’ (dat zoiets betekent als ‘boerinnehoer’). Dergelijke campagnes waren nodig om te voorkomen dat culturele achterlijkheid de vooruitgang van de revolutie zou doorkruisen.

Het tegendeel was waar toen de revolutie in Rusland op haar retour was. De mentaliteit werd enorm teruggedraaid en in feite versterkte en ondersteunde het stalinistische regime zichzelf met reactionaire ideeën. Veel van de materiële verworvenheden werden ongedaan gemaakt, abortus werd bijvoorbeeld in 1936 opnieuw illegaal gemaakt.

De vroege ervaring van de Russische revolutie toont slechts een glimp van wat kan worden bereikt door socialistische verandering. Deze verandering zou niet onmiddellijk een einde maken aan alle seksistische ideeën en gedragingen, maar zou wel de basis leggen om dat te doen. Vandaag is Socialist Alternative actief in alle strijd tegen de afschuwelijke onderdrukking die onder het kapitalisme wordt ervaren. Maar als socialistische feministen weten we dat we in deze gevechten een programma moeten inbrengen waarmee we een socialistische maatschappij kunnen bekomen. Zo’n maatschappij zou de deur openen naar het beëindigen van alle onderdrukking en uitbuiting en een toekomst van overvloed en vrijheid voor allen bieden.

Dit vind je misschien ook leuk...