Congo: kan akkoord leiden tot politieke stabiliteit?

congoWe publiceren twee artikels over Congo. Het eerste – ‘Bye Bye Kabila”, “Rode Kaart.” Zal dat volstaan om een einde te maken aan het tijdperk-Kabila?  – werd geschreven voor het akkoord van 31 december en brengt de algemene achtergrond. Het tweede artikel  – Wie haalt voordeel uit het akkoord in Congo? – werd na het akkoord geschreven en antwoordt op een artikel van PVDA-verantwoordelijke Tony Busselen.  Beide artikels zijn geschreven door Alain (Namen).

“Bye Bye Kabila”, “Rode Kaart.” Zal dat volstaan om een einde te maken aan het tijdperk-Kabila?

Op 19 december is het mandaat van Joseph Kabila als president van de Democratische Republiek Congo afgelopen. Maar Kabila ging samen met Evariste Boshab en de rest van zijn kliek op zoek naar een manier om aan het hoofd van het land te blijven. Het Congolese volk kwam in actie tegen deze aanfluiting van de grondwet. De vraag vandaag is hoe we kunnen bouwen aan een mobilisatie die een einde maakt aan het tijdperk-Kabila.

Na meer dan 15 jaar presidentschap van Kabila is de ontgoocheling groot in Congo. Wie 20 of jonger is, kende enkel de huidige president. Het laat de oude aanhangers van dictator Mobutu, zoals Kengo Wa Dondo, toe om te spreken met de burgerbeweging Filimbi en zich voor te doen als een alternatief op de huidige situatie.

De steun voor Kabila onder de bevolking is fors afgenomen. De omvang en het ritme van die afname verschilt van regio tot regio. Maar één iets is zeker: het tijdperk van ‘stabiliteit’ onder Kabila is verdwenen en er komt een nieuwe periode van strijd in Congo. Een opiniepeiling in Jeune Afrique op 25 oktober 2016 gaf aan dat 33,3% van de bevolking zou stemmen voor Moïse Katumbi (ex-PPRD, ex-gouverneur van Katanga), 18% voor Etienne Tshisekedi (ex-Mobutist), 7,8% voor Joseph Kabila (PPRD), 2,6% voor Antoine Gizengua (PALU, ex-premier onder Kabila). De best geplaatste kandidaat van de regeringspartij PPRD na Kabila zelf was op het ogenblik van de peiling niet Boshab of Ponyo, maar Olive Lembe Kabila, de vrouw van Kabila die goed was voor 2,6% indien ze kandidaat zou zijn.

Deze peiling is een uitdrukking van een mening op een bepaald ogenblik. Maar de belangrijke les uit die peiling is dat de kandidaten die het wel eens zouden kunnen halen allemaal belangrijke functies uitoefenden onder ofwel Mobutu ofwel Kabila. In die zin is geen enkele van die kandidaten in staat om een echt alternatief te bieden en een antwoord op de noden van de werkenden, arme landbouwers, jongeren en brede lagen van armen in het land.

Einde van de stabiliteit

Toen de dictatuur van Mobutu in elkaar stortte, kende het reeds zwaar getroffen land een periode van rampzalige overgang. Er was een periode van bijna 10 jaar burgeroorlog met meer dan 20 militaire en paramilitaire groepen. Kabila beloofde destijds dat hij de macht zou grijpen en behouden om de stabiliteit te garanderen.

Als socialisten moeten we de inhoud van de stabiliteit onder Kabila nader omschrijven. Het gaat niet om stabiliteit die de meerderheid van de bevolking toelaat om in alle nodige behoeften te voorzien als onderdeel van de opbouw van een solidaire samenleving. Het ging om stabiliteit waar de buitenlandse en nationale kapitaalbelangen ruimte kregen om veilig te investeren zonder al te veel risico’s. Dat is wat de kapitalisten een gunstig ‘investeringsklimaat’ noemen.

Door zich zo te positioneren, kreeg Kabila het vertrouwen van het buitenlandse en het binnenlandse kapitaal. Een illustratie hiervan is dat het Bruto Binnenland Product toenam van 7,438 miljard dollar in 2001 tot 35,238 miljard dollar in 2015. Die cijfers houden uiteraard geen rekening met wat niet officieel geregistreerd werd.

Strijd als gevolg van structureel ongelijk beleid

De stabiliteit voor de rijken ging niet samen met een verbetering van de levensvoorwaarden van de meerderheid van de bevolking. Het eerste decennium van deze eeuw bracht doorheen Afrika een verbetering van de economische situatie, maar nergens werd deze verbetering gedeeld met de meerderheid van de bevolking. Het IMF heeft het over een niet-inclusieve groei, een verbloeming om niet te moeten erkennen dat de groei exclusief naar de rijken ging. De Milleniumdoelstellingen voor de Ontwikkeling van de regio waren in Afrika een complete mislukking.

De Afrikaanse massa’s zijn tegen de achtergrond van de grote recessie, die volgens alle economische vooruitzichten nog lang niet voorbij is, in actie gekomen. Er ontstonden bewegingen met democratische, sociale en economische eisen. We zagen dit met de strijd in Tunesië en Egypte. Maar er waren ook sociale bewegingen in Nigeria met een algemene staking die de regering ertoe dwong om terug te komen op de afschaffing van de subsidies voor brandstof. Er was de mijnwerkersstrijd in Zuid-Afrika die ondanks harde repressie loonsverhogingen bekwam. Recent was er in Zuid-Afrika ook de jongerenstrijd tegen de verhoging van het inschrijvingsgeld. Verder waren er bewegingen in Senegal, Burkina Faso of nog in Burundi tegen de verlenging van het mandaat van de zetelende presidenten.

Dit fenomeen beperkt zich niet tot Afrika. Overal ter wereld komen jongeren, werkenden en armen in actie. De afgelopen 30 jaar heeft het kapitalistische productiesysteem zich enkel overeind weten te houden op basis van een scherpe toename van de ongelijkheid en een verdieping van de eigen tegenstellingen. Het leidt tot een wereldwijde afkeer van het systeem en zijn instellingen.

Strijd voor verandering in Congo? Ja, maar met wie en voor welke verandering?

De Afrikaanse massa’s slaagden er destijds op basis van strijd in om de koloniale heersers te verdrijven. Ze hebben hun politieke onafhankelijkheid zelf afgedwongen. Maar het werd beantwoord met economische afhankelijkheid en de oude banden die de kapitalisten behielden in de kolonies. De oude imperialistische machten hebben er vervolgens alles aan gedaan om die controle te behouden. Er werd niet geaarzeld om dictatoriale regimes te ondersteunen als dit hun belangen uitkwam, denk maar aan de steun die Mobutu kreeg.

Die beperkingen bepalen nog steeds de actuele situatie. De vragen die destijds opgeworpen werden in de strijd tegen de directe koloniale overheersing blijven overeind voor de strijd die voor ons ligt. Strijden ja, maar met wie en voor welke verandering?

Welke verandering? 

De belangrijkste les van de onafhankelijkheidsstrijd die wij met de huidige activisten willen bespreken is dat er niet voor politieke onafhankelijkheid kan gestreden worden zonder ook op te komen voor economische onafhankelijkheid.

Economische onafhankelijkheid betekent dat de meerderheid van de bevolking zelf kan beslissen over wat nodig is. Het vereist volgens ons de overname van de controle op de sleutelsectoren van de economie. Hoe kan een beleid van investeringen in infrastructuur gevoerd worden zonder controle op de industrie en de banken om de werken te realiseren en te financieren? Hoe kunnen de landbouwers de nodige gewassen telen om hun familie en de bevolking te voeden zonder een verdeling van de grond en zonder een planning van de landbouwproductie om de bestaande middelen en mogelijkheden in te zetten met het oog op dat doel? Een ander voorbeeld dat kan gegeven worden, is dat van de mijnen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat deze sector effectief bijdraagt aan de gemeenschap om het onderwijs en de gezondheidszorg te financieren?

Een dergelijk programma zou toelaten om de sociale noden van de overweldigende meerderheid van de bevolking aan te pakken. Maar we moeten duidelijk zijn: diegenen die vandaag de grond, de mijnen en het kapitaal bezitten, hebben er niets mee te winnen indien de meerderheid van de bevolking een beter leven heeft. Het brengt ons bij de volgende vraag: met wie kunnen we eenheid vormen in de strijd? Met diegenen die dezelfde belangen als ons hebben bij de verandering van de samenleving.

Het klopt niet dat het volledige Congolese volk vrede en ontwikkeling wil. Een deel, een erg kleine minderheid die de banken, de grond, de bedrijven, de mijnen, … bezit wil gewoon een klimaat dat gunstig is voor hun zaken. Zij hebben al vrede en werken aan de ontwikkeling van hun eigen zakenimperia. We mogen ons niet vergissen: gemeenschappelijk doel en gemeenschappelijk belang zijn niet noodzakelijk hetzelfde. Katumbi, Kengo, Tshisekedi en co hebben met ons het gemeenschappelijke doel om een einde te maken aan het bewind van Kabila. Maar daar eindigen de overeenkomsten. Voor het overige willen ze het beleid dat tot meer ongelijkheid en oorlog leidt gewoon behouden en versterken.

Je eigen graf delven door je van bondgenoot te vergissen

De geschiedenis leert veel lessen voor wie ze wil zien. Sankara en Lumumba werden vermoord na complotten waarin delen van hun dichte politiek bondgenoten betrokken waren. Ter verdediging van die helden van de onafhankelijkheidsstrijd: de misdadigers hadden hun criminele bedoelingen steeds verstopt. Maar hoe kunnen de leiders van LUCHA en Filimbi geloven dat de oude verantwoordelijken onder Mobutu tot iets anders in staat zijn dan corruptie en repressie? Kengo Wa Dondo begon zijn loopbaan in de regering-Mobutu in 1968. In die periode werden de laatste onafhankelijkheidsstrijders van 1960 opgespoord en uitgeroeid. Van 1982 tot 1986 was hij premier. Hij aarzelde niet om jongeren en studenten die betoogden repressief aan te pakken. Een bondgenootschap met hem sluiten, betekent dat het mes al in de rug wordt gestoken van de massa’s die de strijd aangaan.

Wij denken dat het nodig is om bondgenootschappen te beperken tot bewegingen en politieke partijen die dezelfde belangen hebben als de meerderheid van de bevolking. Als we kijken naar de huidige politieke krachten in Congo zullen we geen dergelijke partijen vinden. In plaats van vervolgens het ‘minste kwaad’ te zoeken, kunnen we beter met de activisten die de strijd aangaan zelf bouwen aan een politiek instrument dat de verwachtingen en hoop van die duizenden mensen in de burgerbewegingen opneemt en versterkt. In dat proces willen we met LSP en onze internationale organisatie CWI een rol spelen. We willen binnen dit proces tegelijk bouwen aan onze eigen oriëntatie die vaststelt dat er onder een kapitalisme in crisis geen enkele hervorming kan veiliggesteld worden zonder revolutionaire strijd voor een socialistische maatschappijverandering. Als de burgerbewegingen dergelijke vragen onbeantwoord laten, is een tijdelijke verplettering van de beweging niet uitgesloten.

Eén ding is zeker: de spanningen in Congo zullen toenemen. Kabila gaf al aan dat hij tot in 2018 aan de macht wil blijven. Mogelijk hoopt hij tegen dan in staat te zijn om zijn vrouw de macht te laten overnemen na vervalste verkiezingen. Het is duidelijk dat het staatsapparaat bereid is om harde repressie toe te passen. Arrestaties, betogingsverboden en het aantal verdwijningen van opposanten nemen toe. Als het verzet een massaal karakter aanneemt, valt het nog af te wachten hoeveel ruimte Kabila zal hebben om zijn positie te behouden. Met het akkoord dat hij onder toezicht van Edem Kodjo sloot met een deel van de oppositie heeft hij zijn sociale basis wel vergroot.

Aan de kant van het verzet lijkt het erop dat de burgerbewegingen bereid zijn om tot een krachtmeting over te gaan. De leiding van deze bewegingen is echter een van de zwaktes. Maar het feit dat er organisaties zijn die jongeren en werkenden organiseren om te discussiëren over politiek en het organiseren van petities, betogingen, sit-in acties, ‘villes mortes’ (stakingsacties die de volledige stad verlammen), … tegen de achtergrond van een dynamiek van strijd op het continent en de rest van de wereld is een positief element. Strijd laat de massa’s toe om programma’s, strategieën en politieke benaderingen uit te testen.

Het is op basis van deze praktische ervaringen dat de arbeidersbeweging erin geslaagd is om politiek onafhankelijke organisaties op te bouwen waarmee het mogelijk was om de macht van de kapitalisten over ons leven te beginnen betwisten.

 

 

Wie haalt voordeel uit het akkoord in Congo?

Op 31 december werd een globaal en omvattend politiek akkoord gesloten in Congo. Dit gebeurde na de crisis rond de presidentsverkiezingen in het land. Het akkoord kwam er onder toezicht van de conferentie van Congolese bisschoppen. Er kwam onder meer uit de bus dat 21 ministers die dicht bij Tshisekedi staan benoemd worden, naast 19 ministers voor de rest van de oppositie en tenslotte ook 25 ministers uit het kamp van de president. Er zijn dus heel wat winnaars, maar de bevolking zelf verliest.

Voor een deel van de activisten die aanzet gaven tot de krachtmeting is dit eerste resultaat een eerste overwinning. Dat is begrijpelijk, want Joseph Kabila heeft er zich toe geëngageerd om de grondwet niet aan te passen en dus niet zelf deel te nemen aan de presidentsverkiezingen en geen referendum te organiseren. Deze overwinning is het resultaat van een jarenlange strijd tegen de aanpassing van de grondwet.

Vanaf 19 december 2016 werden de steden militair domein, er vielen naar schatting een honderdtal doden en 500 mensen werden opgepakt. Het leek erop dat Joseph Kabila de steun van de Europese Unie en de VS verloor. Hij had hierdoor nog weinig manoeuvreerruimte om een derde mandaat uit de brand te slepen. Er zijn echter nog tal van factoren die het fragiele evenwicht van het akkoord kunnen bedreigen. De klassenstrijd is niet voorbij. Om de formule van Rosa Luxemburg te parafraseren: “De orde heerst nog niet in Congo.”

Er is de voorbije weken veel geschreven over de situatie in Congo. Wij waren verbaasd door het artikel van Tony Busselen van de PVDA. Hij schreef een artikel dat in drie delen op de website van INTAL verscheen. Daarin bespreekt hij de inhoud van het akkoord. We zijn het uiteraard eens met hem als hij de legitieme soevereiniteit van Congo verdedigt. Maar wij denken dat er een verschillende sociale betekenis aan die eis wordt gegeven als ze betrekking heeft op de Congolese arbeidersklasse dan wel op de wijze waarop het politieke establishment deze formule gebruikt.

Over de oorsprong van de huidige crisis

Voor Tony Busselen moet de oorzaak voor de huidige crisis gezocht worden bij “de timing van de komende presidentsverkiezingen. Volgens de grondwet had een nieuwe president moeten verkozen worden in november en de eed moeten afleggen op maandag 19 december 2016. Dit gebeurde niet.”

Er zijn echter veel factoren die tot deze crisis geleid hebben. In een vorig artikel (zie: https://nl.socialisme.be/42775/bye-bye-kabila-rode-kaart-zal-dat-volstaan-om-een-einde-te-maken-aan-het-tijdperk-kabila gingen we dieper in op de context van de huidige crisis en de economische vertraging die niet vreemd is aan de golf van ongenoegen in Congo. We moeten ook rekening houden met de feiten: het probleem van de timing van de verkiezingen was volledig het werk van de presidentiële clan. Het opschuiven van het electorale proces maakte verkiezingen op de vooropgestelde datum onmogelijk en plaatste de politieke oppositie en de bevolking voor voldongen feiten geplaatst. Het is duidelijk dat de organisatie van verkiezingen in een land als Congo heel wat moeilijkheden met zich meebrengt. Maar Joseph Kabila was te druk bezig met zijn eigen voordelen en met het monddood maken van zijn tegenstanders om de bevolking het recht op een eigen keuze van haar vertegenwoordigers te garanderen.

Het globaal en omvattend akkoord: een stap vooruit?

Als we er rekening mee houden dat Kabila onder druk van het straatprotest in 2017 geen kandidaat zal zijn om zichzelf op te volgen, dan is het akkoord effectief een stap vooruit. Het betekent dat strijd tot verandering kan leiden. Maar er moet dan nog gekeken worden welke sociale laag deze verandering zal bewerkstelligen en met het oog op welke belangen. Dat element is cruciaal om te komen tot een verandering die de levensvoorwaarden van de jongeren, werkenden en boeren effectief verbetert.

Deze benadering wordt niet gevolgd door Tony Busselen. Hij schrijft: “In vergelijking met de voormalige akkoorden die ondertekend werden in Lusaka, Sun City of Adis Abeba zou een akkoord dat resulteert uit deze onderhandelingen een akkoord zijn tussen Congolezen gesloten zonder de directe aanwezigheid rond de onderhandelingstafel van buitenlandse diplomaten en experts. Het zou een stap vooruit zijn op de lange weg naar een echte soevereiniteit en onafhankelijkheid. (…) Maar ook al is er een akkoord, dan zal dit minstens een hinderpaal en bedreiging kennen. De hinderpaal is de woede van de jonge Congolezen. De dreiging zit hem in de inmenging van de westerse grootmachten die niet geïnteresseerd zijn in de eenheid onder de Congolezen en die er vooral op uit zijn om zo vlug mogelijk een einde te maken aan Kabila en zijn Majorité Présidentielle (MP, presidentiele meerderheid) waarop hij steunt.”

Tony moet erkennen dat de weg naar soevereiniteit en onafhankelijkheid ook na meer dan 15 jaar onder president Joseph Kabila nog steeds lang is. Rechtvaardigt dat op zich overigens niet de woede van de Congolese jongeren? Terecht stelt Tony dat er een gevaar van inmenging door de westerse grootmachten is. Maar dat is ook het geval na een akkoord ondertekend aan een onderhandelingstafel met enkel Congolezen. De onderhandelaars werden minstens deels onder druk gezet door buitenlandse machten. Bezittingen van leden van de clan van Kabila (politici en leden van zijn veiligheidsdiensten) in de VS en Europa werden in beslag genomen. De groep rond Tshisekedi ging discussiëren in Genval en Didier Reynders ontmoette hen. Het akkoord op zich is onderhandeld onder toezicht van de Congolese kerk die afhangt van het Vaticaan. Joseph Kabila zelf werd door de paus ontvangen. We zien dus duidelijk dat het akkoord niet gesloten is op basis van de belangen van de Congolese bevolking. De inhoud werd in tal van internationale wandelgangen besproken vooraleer het aan de Congelese bevolking werd opgelegd.

Is Joseph Kabila een erfgenaam van de traditie van Lumumba?

Joseph Kabila wordt door Tony voorgesteld als een erfgenaam van de traditie van Lumumba. “Kabila had sedert 2006 zijn presidentschap gebaseerd op een brede alliantie van honderd partijen. Die MP [Majorité Présidentielle] verenigde zich rond een principe: de steun aan de persoon van Kabila als president. Kabila zelf zegt erfgenaam te zijn van een linkse stroming [in de oorspronkelijke Franstalige tekst staat er dat Kabila erfgenaam is van die linkse stroming], die zijn inspiratie vindt in Patrice Lumumba, een der voornaamste figuren van de Congolese onafhankelijkheid. Maar Kabila is er niet in geslaagd een gemeenschappelijke politieke basis te geven aan zijn MP.”

Joseph Kabila volgde zijn vader op. Die laatste had heel wat beperkingen en zwaktes, maar doorheen zijn strijd tegen Mobutu creëerde hij wel hoop en ontstond er een zekere, zij het beperkte, onafhankelijkheid tegenover het imperialisme. Maar het is duidelijk dat Joseph Kabila niet staat voor een verderzetting van de politieke erfenis van Lumumba of gelijk welke linkse traditie in Congo. Zijn politieke koers doet eerder denken aan de zelfverrijking van het Mobutisme dan ook het Lumumbisme. In 2004 verscheen een onderzoek van de journalist Richard Miniter in de Huffington Post (zie waaruit bleek dat het fortuin van de clan-Kabila aangegroeid was tot 15 miljard dollar. Het magazine Bloomberg onderzocht de controle van Kabila op de Congolese economie. Via zijn vrouw, broers en zussen bezit hij maar liefst 70 bedrijven die actief zijn in alle sleutelsectoren van het land. Eén van die bedrijven was op vier jaar tijd goed voor een winst van 350 miljoen dollar (zie: . Deze middelen worden in belastingparadijzen doorheen de wereld geparkeerd. Verwijst Tony hiernaar als hij spreekt over “Afrikaanse oplossingen voor Afrikaanse problemen?” Wij denken integendeel dat Kabila niet de erfenis van zijn vader volgde, los van de beperkingen van het beleid van Kabila senior. Joseph Kabila heeft integendeel nooit een poging gedaan om een krachtsverhouding uit te bouwen tegenover de nationale of de internationale burgerij. Van een linkse leider verwachten we nochtans net dat er gebouwd wordt aan een krachtsverhouding op basis van de mobilisatie van werkenden, jongeren en arme boeren.

Kampisme

De situatie in Congo is natuurlijk erg complex. Deze situatie wordt doorkruist door een klassenstrijd tussen de werkende klasse en de Congolese burgerij waarvan de verschillende fracties banden hebben met enerzijds regionale krachten en anderzijds internationale grootmachten. Zo wordt Kabila gesteund door de heersers in Angola en Zimbabwe en herstelde hij de banden met Rwanda en Oeganda. Waar Kabila aanvankelijk gesteund werd door de EU en de VS, dringen beide blokken vandaag eerder aan op een wissel van de macht waarbij ze eerder rekenen op een figuur als Katumbi.

De afgelopen jaren werd de rol van China belangrijker: dat land werd een van de belangrijkste handelspartners van Congo. Dit heeft deels te maken met de internationale arbeidsdeling. China is de grootste importeur van grondstoffen ter wereld geworden. Het is dan ook logisch dat alle landen waarvan de economie vooral gebaseerd is op de export van grondstoffen meer zaken doen met China. Maar heeft dat een progressiever karakter aan de economische groei in die exporterende landen? Wij denken van niet. Als de inkomsten van deze export niet gebruikt worden voor investeringen in infrastructuur, verbeteringen aan de openbare diensten, bestrijding van armoede en honger, ontwikkeling van een industrie die een reële soevereiniteit mogelijk maakt, … dan heeft die handel met China op zich geen progressief karakter. Dat wordt nog versterkt door de afwezigheid van democratische rechten in China waardoor er daar geen enkele organisatie in staat is om van de Chinese machthebbers handelsrelaties te eisen die ook de Congolese bevolking ten goede komen.

Een scenario zoals in Soedan?

Op 20 december was er een uitzending van ‘Le Forum’ op de Franstalige televisie over de crisis in Congo. Journaliste Colette Braeckman van Le Soir zei: “Congo is te groot om geleid te worden door iemand die enkel populair is onder de Congolezen.” Bob Kabamba, academicus en politiek actief bij Ecolo, sprak Braeckman niet tegen. Ook de journalist ging hier niet dieper op in. Generaal Janssens, de commandant van de Force Publique of Openbare Weermacht, dacht er in 1960 niet anders over… Deze stelling kan op verschillende manieren begrepen worden.

Vanuit economisch oogpunt is het een uitdrukking van het feit dat westerse imperialisme een greep op deze strategische regio wil behouden. Behalve de aanwezigheid van edele metalen zorgden de vermoedens van uraniumsmokkel voor een verzwakking van het imago van Kabila als goede manager. Vanuit politiek oogpunt is het ontstaan van een bewind dat de verwachtingen van de massa’s centraal stelt in het hart van Afrika niet aanvaardbaar voor het imperialisme.

Veel Congolezen in de diaspora zullen de formule van Braeckman ook begrijpen als een uitdrukking van een groter plan om de kaart van centraal Afrika te hertekenen met kleinere staten, zoals de afscheiding van een deel in het oosten van Congo. Het oosten kan dan een bufferstaat worden die ook voor stabiliteit in Rwanda en Oeganda moet zorgen. Dit plan leek in het verleden gesteund te worden door een deel van het Democratische establishment rond Clinton en ook de vroegere Franse president Sarkozy ging erin mee (zie: . Dit plan botst op een belangrijk obstakel: de wil en de vasthoudendheid van de Congolezen zelf. Maar het leidt wel tot conflicten over grond die bijdragen tot de instabiliteit in de regio.

Op kapitalistische basis zal het onmogelijk zijn om een oplossing te vinden voor de verdeling van de rijkdom en voor de kwesties die voortkomen uit demografische druk.

Het wordt een moeilijk jaar…

Het akkoord van 31 december 2016 bepaalt dat de verkiezingen dit jaar moeten plaatsvinden. Er zijn heel wat uitdagingen om zover te geraken. De organisatie van deze verkiezingen zou ongeveer 1,5 miljard dollar kosten, terwijl de jaarlijkse overheidsuitgaven ongeveer 5 miljard dollar bedragen. De instabiliteit in het oosten van het land maakt bovendien dat het niet zeker is of de verkiezingen in heel het land op serene wijze kunnen gehouden worden. De economische groei voor 2017 wordt op slechts 2,9% geschat omwille van de dalende vraag vanuit China. De afgelopen vijf jaar was er een jaarlijkse groei van gemiddeld ongeveer 7,7%. Met een bevolkingsgroei die ongeveer 3% bedraagt, zal de economie in 2017 dus wellicht een recessie kennen als we het BBP vergelijken met het aantal inwoners. Dat wijst er eens te meer op dat Congo geen dynamiek van eigen economische groei kent. Een recessie zou extra olie op het vuur van het sociaal verzet gooien. (zie:

Zoals we in ons vorig artikel over Congo stelden, is er nood aan onafhankelijke organisaties van werkenden, jongeren en boeren om ervoor te zorgen dat de energie van de massa’s leidt tot een verbetering van hun levensvoorwaarden. Na Lumumba heeft elke politieke leider die aan de macht kwam slechts de belangen van één van de fracties van de burgerij verdedigd. Hun beleid was rampzalig voor de levensvoorwaarden van de meerderheid van de bevolking. Een onafhankelijke organisatie van de massa’s die opkomt voor de belangen van de bevolking kan voortbouwen op de beste tradities van strijd. Het is doorheen collectieve massa-acties – algemene vergaderingen, betogingen, stakingen, bezettingen, … – dat we vooruitgang kunnen bekomen. De Congolese jongeren, en meer algemeen de Afrikaanse jongeren, komen in verzet. We moeten ervoor zorgen dat deze dynamiek zich richt op de werkende bevolking en de arme boeren die een beslissende rol spelen in de sleutelsectoren van de economie. Het kapitalisme is een internationaal systeem. De strijd wordt op nationaal vlak gevoerd, maar vereist een band met organisaties die dezelfde belangen op internationaal vlak verdedigen.

Print Friendly, PDF & Email