Leningrad, stad van helden. Over de 900 dagen belegering tijdens Wereldoorlog Twee

leningradBegin januari toonde de BBC een documentaire onder de titel “Leningrad and the Orchestra that defied Hitler”. Het ging in op een opmerkelijke gebeurtenis tijdens de blokkade van de stad tijdens de Tweede Wereldoorlog – wellicht de duurste en meest tragische belegering in de geschiedenis. Artikel door Clare Doyle.

De documentaire bracht ooggetuigenverslagen en historisch beeldmateriaal. De inhoud was krachtig, ondanks de soms wel erg subjectieve aanpak van de presentatoren. Tom Service en Amanda Vickery maken duidelijk dat ze geen sympathie hebben voor de historische revolutionaire massa-opstanden in de noordelijke Russische hoofdstad bijna 100 jaar geleden, gebeurtenissen die voor socialisten nog steeds een bron van inspiratie zijn.

Het was hier – in Petersburg – dat het tsarisme en het grootgrondbezit in februari 1917 werden omvergeworpen door de heldhaftige acties van arbeiders en soldaten. In oktober van hetzelfde jaar werd, onder leiding van Lenin en Trotski, het kapitalisme weggeveegd in wat nog steeds kan omschreven worden als de grootste gebeurtenis uit de menselijke geschiedenis. Maar Vickery doet dit af als een ‘staatsgreep’. Service staat voor een monument van Lenin aan het Finland station terwijl hij vol afschuw spreekt over de horror van de miljoenen doden onder Stalin, waarbij hij laat uitschijnen dat Lenin daarvoor verantwoordelijk was. Nochtans voerde Stalin een bloedige politieke contrarevolutie uit, waarbij de geplande economie in overheidsbezit behouden bleef, maar elk element van arbeidersdemocratie uitgeroeid werd.

De documentaire gaat over de inspanningen van de radio van Leningrad om in 1942 een live voorstelling te organiseren van de zevende symfonie van Dmitri Shostakovitsj, dit op een ogenblik dat de stad omsingeld was door een massale Duitse troepenmacht. Shostakovitsj begon aan deze symfonie te schrijven in zijn thuisstad Leningrad vooraleer hij geëvacueerd werd naar Kuibishev. Op 9 augustus werd de voorstelling uiteindelijk gehouden. Dat was meer dan een jaar nadat Hitler begon met het sturen van meer dan 4 miljoen soldaten die door de Baltische staten naar Leningrad trokken om de historische stad te omsingelen. Hitler had niet gerekend op het massale verzet van de arbeiders en andere ‘vrijwilligers’ die met duizenden naar de stad trokken om deze te verdedigen tegen de vijand.

Muziekcriticus Tom Service en de BBC organiseerden een nieuwe speciale voorstelling van de zevende symfonie (‘Leningrad’) van Shostakovitsj voor een handvol overlevenden van de vreselijke belegering. De voorstelling werd geleid door de zoon van de componist, Maxim. Het gebeurde in dezelfde Filharmonische zaal waar de voorstelling in 1942 doorging.

Deze herneming van de symfonie was opmerkelijk, net als de hartverscheurende herinneringen van de ‘blokadniks’ – Olga Kvade, Tamara Korolkevich, Iosef Raiskin, Ksenia Matus. Voor hem was in leven blijven een bovenmenselijke strijd die ze nooit zouden vergeten.

Tegen augustus 1942 waren er eindelijk voldoende muzikanten gevonden voor wat bijna letterlijk een orkest van skeletten was. Een van de ooggetuigen in het programma stelde dat de jurken van de vrouwen en de jasjes van de mannen eruit zagen alsof ze nog aan de kapstok hingen. Dirigent Karl Eliasberg had de belangrijkste trommelaar, Dzaudhat Aydarov, letterlijk terug tot leven gebracht. Hij bezocht hem in het mortuarium maar ontdekte dat hij nog ademde. Het was onmogelijk om de symfonie te brengen zonder het aanhoudende tromgeroffel dat overeenkwam met de genadeloze opmars van het Duitse leger.

Koude en honger

De winter van 1941-42 was een nachtmerrie voor de bevolking van Leningrad. De buitentemperatuur daalde tot nooit geziene laagtes, tot min 30 en zelfs min 40 graden. In de huizen, fabrieken, kantoren en zelfs in de ziekenhuizen was het een strijd om zelfs een beetje verwarming te hebben om in leven te blijven. Brandstof was bijzonder schaars. Alle beschikbare hout werd opgestookt, meubels werden opgebroken en boeken werden opgeofferd om het vuur in de kachels gaande te houden.

Anna Reid schreef het boek ‘Leningrad’ (Bloomsbury, 2012) waarin ze onder meer verwijst naar de dagboeken van mensen die de blokkade meemaakten en bewijstmateriaal uit de recent vrijgekomen archieven. Ze legt uit dat de rantsoenen aanvankelijk een beetje vlees, suiker, vet en brood omvatten. Maar de toevoer van vlees nam af. De porties suiker en vet werden opgedreven, maar hierdoor raakten de mensen sneller uitgeput. In de ergste dagen van 1942 werden de rantsoenen beperkt tot 250 gram brood voor handenarbeiders en 125 gram voor anderen. Wie geen papieren had, kreeg niets.

De cirkel is rond

Kolya Preobrazhensky, een vriend van me toen ik in de jaren 1990 in Leningrad woonde, vertelde me over de ervaringen van zijn moeder tijdens de blokkade. Het nieuws van de Duitse invasie kwam op het ogenblik dat ze bijna afgestudeerd was. Niemand was verrast, ondanks het niet-aanvalspact dat Stalin met Hitler had gesloten.

In de jaren 1930 had Stalin met de Comintern het verzet tegen de opmars van Hitler gesaboteerd, de nazi’s werden omschreven als een minder kwaad tegenover de ‘sociaalfascisten’ van de Sociaaldemocratische Partij. De verbannen revolutionaire leider Leon Trotski pleitte op dat ogenblik voor een eenheidsfront van beide massale arbeiderspartijen om samen te strijden tegen het fascisme.

Toen hij het nieuws van de Duitse inval in 1941 vernam, weigerde Stalin dit eerst te geloven. Het feit dat niet meteen gereageerd werd, zorgde voor het verlies van kostbare tijd en kostbare mensenlevens. Bovendien waren de meest bekwame legerleiders verdwenen tijdens de beruchte zuiveringen tussen 1937 en 1939. Er werden maar liefst 40.000 legerleiders weg ‘gezuiverd’ in die periode. Net zoals het kruim van de revolutionaire krachten van 1917 werden ze ofwel willekeurig geëxecuteerd of naar goelags gestuurd om er harde arbeid uit te oefenen en vaak de hongerdood te vinden.

Toen de troepen van Hitler later Moskou dreigden in te nemen, was Stalin naar verluidt bereid om Leningrad ‘op te offeren’ en alle industriële middelen te concentreren op militaire productie voor de verdediging van de hoofdstad.

Er vielen duizenden doden aan het noordelijke front vooraleer Schlisselburg op 8 september 1941 in Duitse handen viel, waardoor de omsingeling van Leningrad compleet was. Een dag voordien had Kolya’s grootmoeder nog snel haar dochter uit Schlisselburg weggehaald. Ze verliet de textielfabriek waar ze werkte, wat niet mocht. Het maakte dat ze zonder werk en zonder rantsoenen viel. Het waren “de ergste vier weken van haar leven”, maar ze overleefde.

Kolya’s moeder was een van de vele vrouwen waar Anna Reid over sprak, ze werd opgeroepen om loopgraven in het zuiden en westen van Leningrad te graven. Tot in hun middel in de modder terwijl oorlogsvliegtuigen van de nazi’s overvlogen, kregen ze pamfletten in het Russische vanuit de vliegtuigen toegeworpen. In de pamfletten werd opgeroepen om zich over te geven aan de Duitsers om te overleven.

Leven en dood in de stad

In de stad moesten de rantsoenen elke dag opgehaald worden. Hongerige burgers moesten hun weinige energie gebruiken om distributiepunten te bereiken en terug naar huis te keren. Er was steeds een gevaar om aangevallen te worden om coupons of rantsoenen te stelen. Velen stierven onderweg en bevroren in de sneeuw.

Anna Reid en Amanda Vickery baseren zich op dagboeken van inwoners van Leningrad die aangeven hoe gezinsleden zich tegen elkaar keren, soms op gewelddadige wijze. Zelfs de meest gevoelige en heldhaftige mensen – waaronder kinderen, leraars of dichters – werden omgevormd tot dieren die enkel op overleven uit waren. Persoonlijke, waaronder ook seksuele, relaties tussen de meest liefhebbende partners hadden te lijden onder de situatie. De honger en ontbering zorgde ervoor dat vrouwen niet meer menstrueerden, beschrijft Reid. Kolya zegt het eenvoudig: “En toen waren er geen nieuwe babies meer in de stad.”

Alles wat ook maar enige vitaminen of iets zoet kon opleveren, werd meteen verorberd. Zoals in de belegerde dorpen van Syrië vandaag, was er soms niets anders dan gekookt water dat een beetje op smaak gebracht wordt met gedroogde kruiden, twijgen of dennenaalden. ‘Soep’ werd gemaakt door leder van riemen of schoenen mee te koken. Stukken van katten, honden, ratten, duiven, … werden luxeproducten. En toen waren er ‘geruchten’, eerst ten stelligste ontkend en daarna onderdrukt, van ‘kannibalisme’, waarbij menselijk vlees gekookt en gegeten werd. Anna Reid had toegang tot documenten die dit bevestigen. Kolya’s familieleden controleerden vlees altijd op haren van dieren om zeker te zijn dat het geen mensenvlees was.

Repressie

Reid merkt op dat weinig mensen die een dagboek bijhielden, melding maken van het symfonieconcert in het belegerde Leningrad. De meesten waren te druk bezig met de overlevingsstrijd om hier aandacht aan te schenken. Alleszins was het tot kort voordien gevaarlijk om Shostakovitsj toe te juichen. In 1936 werd zijn opera “Lady Macbeth uit het district Mtsensk” plots afgekeurd door de Pravda. Enkele jaren na de bekende voorstelling van zijn Leningrad Symfonie stond hij opnieuw op de zwarte lijst. In 1948 werd zijn werk verboden en werd hij veroordeeld als een “antivolkse formalist”.

In ‘Testament’ van Solomon Volkov wordt geschreven dat Shostakovitsj bij het componeren van zijn bekende mars in de zevende symfonie “niet alleen de nazi’s” voor ogen had, maar “ook andere vijanden van de mensheid. Ik voel eeuwige pijn voor diegenen die door Hitler vermoord werden, maar niet minder pijn voor diegenen die op bevel van Stalin vermoord werden. Ik lijd onder elke mens die gemarteld, neergeschoten of uitgehongerd werd. Er waren miljoenen dergelijke slachtoffers in ons land nog voor de oorlog met Hitler begon.”

De houding van Stalin tegenover de stad Leningrad was er een van wantrouwen en terughoudendheid om het imago van de lokale administratie niet teveel te versterken. De vertraging in het organiseren van de verdediging van de stad en de traagheid in het leveren van voldoende voedsel en kledij waren wellicht geen toevallige ongelukken. Dit was de stad van de revolutie waar er opnieuw vonken konden ontstaan. Het is de stad waar belangrijke delen van Trotski’s Linkse Oppositie tegen Stalin actief waren geweest. Het was ook de stad waar Kirov, die dan wel niet tegen het beleid van Stalin inging maar lokaal een populariteit had opgebouwd en daardoor uit de gratie van Stalin viel, wellicht het ‘zwijgen’ werd opgelegd door een georganiseerde moord.

Tijdens de belegering werden duizenden onschuldige inwoners van Leningrad op beschuldiging van kleine criminaliteit – vooral diefstal en doorgaans zonder bewijzen – voor de gehate geheime politie NKVD gebracht. Velen keerden nooit terug. Vreemd genoeg, merkt Anna Reid op, kon de schrijver Vera Inber, een neef van Trotski, wel overleven en ook de dichteres Anna Akhmatova, die nochtans kritisch stond tegenover het regime, verdween evenmin.

De archieven van de partij en de geheime diensten zijn nog niet volledig geopend, maar toch zijn er weinig indicaties van openlijke protestacties tegen de regering. De indicaties die er zijn, komen vaak van dubieuze bronnen (pro-Duitse of pro-Amerikaanse). Anna Reid haalt twee voorbeelden uit 1941 aan. Arbeiders in de fabriek Kirovsky, die een volledig regiment collega’s verloren waren aan het Finse front, legden het werk neer om vrede te eisen. Velen zouden doodgeschoten zijn door de NKVD en de leiders verdwenen.

In hetzelfde stadsdeel zouden scholieren pamfletten verspreid hebben met als boodschap: “24 jaar geleden hebben jullie het tsarisme vernietigd! Doe hetzelfde met de gehate executeurs van het Kremlin en het Smolny!” Er waren ongetwijfeld pamfletten die opriepen tot rebellie, maar het nieuws hierover werd doorgaans snel onderdrukt.

Naarmate de belegering bleef duren, verloren collectieven in de fabrieken hun cohesie en potentiële macht. Honderden arbeiders werden immers naar het front gestuurd, anderen verhongerden en kwamen om het leven. Veel anderen werden geëvacueerd. In een immense operatie, die in een economie van privaat bezit van de productiemiddelen onwaarschijnlijk zou zijn, werden volledige fabrieken of toch grote delen ervan met machines en al verplaatst om honderden kilometers verder in de veilige Oeral opnieuw geassembleerd te worden.

Beter en slechter

Na de ergste periode van 1941-42 zorgden sommige elementen voor wat verbetering in de situatie. Er waren meer evacuaties, meer rantsoenen en het weer werd zachter. Maar het falen en de inefficiëntie van de stalinistische bureaucratie zorgden voor honderdduizenden onnodige doden. De organisatie van de toevoerroutes en de luchtbevoorrading haperde meermaals (luxeproducten raakten wel steeds tot op de tafels van de toplui van regering en politie!). De autoriteiten maakten enkele criminele blunders in de zogenaamde “levensroute” uit de stad over het Ladoga-meer. Honderden mensen die in stations aan het wachten waren, werden door de Luftwaffe neergehaald. Duizenden mannen, vrouwen en kinderen verdronken toen hun overladen boten zonken. In de winter verdwenen duizenden anderen onder het ijs bij bombardementen of toen het ijs het begaf onder het gewicht van de voertuigen waarmee ze vervoerd werden.

Gezinnen die in Leningrad bleven verloren het ene na het andere gezinslid aan honger en ziekte. Kolya’s grootmoeder was een lerares in een basisschool. (Bijna dertig jaar voordien, toen de revolutie zich nog klaarstoomde, was ze een collega van Alexandra Kollontai en viel ze vaak voor Kollontai in toen zij met ondergrondse activiteiten bezig was). Nu werden volledige scholen uit de stad weg gehaald. Kinderen werden vaak als wezen geëvacueerd, of ze werden spoedig wees. Velen hadden gezondheidsproblemen en zouden nooit naar hun geboortestad terugkeren.

Bij gebrek aan leerlingen werd Kolya’s grootmoeder ingezet voor een andere taak, als klerk die moest noteren wanneer mensen om het leven kwamen. Ze zag soms met korte tussenpozen leden van dezelfde familie die door uitputting amper nog emotie vertoonden toen ze melding maakten van de dood van een grootouder, een kind, een broer, een vader, een tante, een dochter, een moeder, … tot er niemand meer overbleef. Anna Reid schrijft dat veel doden zolang mogelijk niet geregistreerd werden om de rantsoenbonnen langer te kunnen gebruiken.

Conclusies

De documentaire van de BBC over de belegering was vaak hartverscheurend. Ook het uitgebreide materiaal van Anna Reid is dat. De uitgebreide productie van Tolstoi’s ‘Oorlog en vrede’ op de BBC brengt de horror van de oorlog pakkend in beeld. Napoleon had net als Hitler het doel om St Petersburg in te nemen en daarna door te trekken tot Moskou. (In Leningrad in 1942, betekende de omvang van het boek ‘Oorlog en Vrede’ dat het vaak een van de eerste was om te sneuvelen als vervanger van brandhout. En zoals sommige mensen in hun dagboek noteerden, was er sowieso weinig animo om veel over dood en bloed te lezen!)

Ook in de jaren 1940 werd een filmversie van ‘Oorlog en Vrede’ getoond op de BBC. Het was onderdeel van de obligate pro-Russische berichtgeving zodra Stalin aan de ‘juiste’ kant van de oorlog stond en een deel van Hitlers aanvallen te verwerken kreeg waardoor dit geweld niet tegen de Britse troepen werd ingezet. De BBC moest ook andere negentiende eeuwse Russische klassiekers brengen alsook Russische muziek. Op inhoudelijk vlak werd alles beperkt tot historische thema’s van lang geleden. “De massale hongersnood in Leningrad werd helemaal niet vermeld.”

De woorden van de blokadniks in de nieuwe documentaire van de BBC beschrijven op eenvoudige wijze, met een occasionele traan, het lijden en de heldhaftigheid van miljoenen werkenden doorheen de Sovjet-Unie tijdens de oorlog. Ze beschrijven ook de koppige overleving van een ander bewustzijn over het leven dan wat ons zo sterk ingeprent wordt door het kapitalisme. Voor hen was eenvoud, gerechtigheid, mooiheid nog steeds belangrijker dan rijkdom, bezit, directe bevrediging en rivaliteit.

De echte geschiedenis van de stad “die ooit bekend stond als Leningrad” moet nog geschreven worden. Dit zal gebeuren nadat het kapitalisme van het toneel verdwenen is. Dan zullen de dramatische onderdelen van de klassenstrijd op podia en beeldschermen aan bod komen. Ze zullen hulde brengen aan de werkenden, matrozen en soldaten die samen met Lenin en Trotski de revolutie in deze stad maakten en nadien ingingen tegen het moorddadige regime van Stalin.

  • ‘Leningrad and the Orchestra that defied Hitler’, BBC 2, 2 januari 2016
  • ‘Leningrad: Tragedy of a City under Siege, 1941-44’ door Anna Reid (Bloomsbury 2012)
Print Friendly, PDF & Email