Tweede ronde van verzet nodig. Strijden om te winnen!

De nationale betoging van 6 november en de stakingsdagen van december 2014 waren historisch. De algemene staking van 15 december was de grootste stakingsdag sinds decennia, misschien zelfs de grootste uit de Belgische geschiedenis. Honderdduizenden werkenden staakten mee, velen voor de eerste keer. Tienduizenden hielpen mee met het organiseren van acties en stakingspiketten. Overal was een grote actiebereidheid merkbaar. De centrale vraag die velen zich echter stelden is: wat nu? Is een tweede actieplan nodig, en zo ja, hoe moet zo’n plan er dan uitzien? Artikel door TIM (Brussel).

De regering-Michel I morrelt langs alle kanten, systematisch komen nieuwe akkefietjes en conflicten tussen excellenties van de verschillende partijen in de media. Het massale karakter van de acties weerklinkt tot in de Wetstraat. Vooral CD&V zit in een oncomfortabele positie tussen haar engagementen in de regering enerzijds en het steeds luidere protest langs haar ACW-zijde anderzijds. N-VA deed zich voor de verkiezingen liberaler voor dan Open Vld waarop die laatste de partij van De Wever er nu toe dwingt om de liberale besparingskelk tot op de bodem te ledigen. Nog nooit werd zo systematisch en zo openlijk de mogelijke val van een Belgische regering breed bediscussieerd.

De vakbondsleiders legden de bal in het kamp van de regering. De maneuvreerruimte is echter klein. Bovendien was het verzet in het najaar niet beperkt tot de vraag om de besparingen “eerlijker” te verdelen. We weten allemaal dat de grote bedrijven telkens nieuwe achterpoortjes vinden om aan hun inspanningen voor de gemeenschap te ontlopen terwijl pakweg BTW-verhogingen voor ons wel concreet zijn. De fiscale geschenken aan de grote bedrijven blijven eveneens overeind, wat de inkomsten van de overheid en de sociale zekerheid verder onder druk zet. Er werd evenmin actie gevoerd voor een onderhandelde looninlevering met een beperkte loonstijging die niet volstaat om de indexsprong te compenseren.

Rond fundamentele twistpunten als de indexsprong, de verhoging van de pensioenleeftijd, de afbraak van de openbare diensten, en het ontbreken van een échte vermogensbelasting kan niet gediscussieerd worden. Het stemmen van de programmawet en de begroting vlak voor de kerstvakantie heeft dat punt nog eens verduidelijkt. “Alea iacta est”, stelde Julius Caesar toen hij de Rubicon overstak en zo elke mogelijkheid voor een compromis in zijn conflict met de Romeinse Senaat onmogelijk maakte. Dat is ook de kernstelling van de regering Michel I, toegeven op de meest fundamentele eisen van de beweging van november en december is onmogelijk. Verder dreigen er bij de begrotingscontrole in maart al nieuwe pijnlijke maatregelen te komen. Waar is de ruimte voor sociaal overleg dat iets oplevert?

Bij het sociaal overleg wil Marc Leemans (ACV) naar eigen zeggen de regering “als het moet wat opjagen.” En als dat niet volstaat volgen nieuwe acties. Indien dit betekent dat de acties afgeblazen worden, zonder dat de actievoerders bij de beslissing hierover betrokken werden, zal het bijzonder moeilijk worden om ze terug op gang te trekken. Dan riskeert de rechtse regering haar slag thuis te halen en zal het niet bij de huidige besparingen stoppen. Ook als te lang gewacht wordt met de aankondiging van een tweede actieplan dreigt het momentum verloren te gaan. Denken de vakbondsleiders dat er een aan- en uitknop of een pauzeknop op ons ongenoegen zit? Het is aan de militanten en leden die van de algemene staking zo’n succes gemaakt hebben om te beslissen of het resultaat volstaat of een nieuw actieplan nodig is.

Wij denken dat wat vandaag op tafel ligt ruim onvoldoende is en een tweede actieplan nodig is. We strijden niet voor een beperkte afzwakking van de aanval op onze levensstandaard, maar voor een breuk met het asociale beleid van deze regering. De inzet van zo’n actieplan? Het besparingsbeleid wegstaken is onlosmakelijk verbonden met het wegstaken van deze regering.

Eerder gaven we reeds ons voorstel voor zo’n tweede actieplan dat groter en harder moet zijn. Met een nieuwe militantenconcentratie, een nationale betoging, regionale actiedagen en tenslotte een 48-urenstaking kunnen we de regering wegstaken. Het enthousiasme dat bij velen leeft, kunnen we gebruiken om naar buiten te treden en nog breder te mobiliseren: markten bezoeken, vakbondsstands organiseren aan supermarkten, … zodat we de beweging verder opbouwen. We kunnen hiermee ook diegenen bereiken die nog niet overtuigd zijn of die nog twijfelen over zelf meedoen aan acties. Om deze mensen te overtuigen, is het belangrijk dat we het actieplan en de eisen van de beweging democratisch opstellen. Open militantenvergaderingen in alle regio’s en sectoren moeten beslissen over hoe en waar er actie wordt gevoerd, en wat de minimumeisen zijn.

Terwijl wij een besparingslawine over ons krijgen, zijn er steeds nieuwe fiscale achterpoortjes voor de superrijken. Dat de 85 rijksten ter wereld evenveel bezitten als de armste helft van de wereldbevolking geeft aan hoe groot de ongelijkheid is. We leven in een maatschappij waar meer rijkdommen zijn dan ooit tevoren, maar waar die rijkdom ook nog nooit zo ongelijk verdeeld was. Besparen op de meerderheid van de bevolking is een politieke keuze, geen wetmatigheid. Om dit te keren, zal in de eerste plaats een nieuw actieplan nodig zijn met de ambitie om de regering en het besparingsbeleid weg te krijgen

Print Friendly, PDF & Email