Klassenstrijd en onderdrukking op basis van kaste

In 2013 besloot de Britse regering om discriminatie op basis van kaste op te nemen als amendement in de wet over gelijke kansen uit 2010. Een alliantie van conservatieve parlementsleden en ‘verantwoordelijken van gemeenschappen’ die zich op kasten baseerden, slaagde erin om de toepassing ervan uit te stellen tot na de volgende algemene verkiezingen. Wat zit er achter dit verzet? Welke rol speelt kaste in zowel Zuid Azië als onder migranten in Europa? Waarom is dit een belangrijk thema voor socialisten? Een dossier door TU Senan.

Het kastensysteem in Zuid Azië is een van de brutaalste vormen van onderdrukking. Het leidt tot koelbloedige moorden, seksueel geweld, onaanraakbaarheid, slavernij en andere feodale vormen van verschrikkelijke discriminatie die gebruikt worden tegen mensen van de meest onderdrukte kasten. Mensen die tegen deze onderdrukking ingaan, botsen op geweld en worden verdreven van hun traditionele geboortestreek. Er werden al volledige dorpen platgebrand.

Meer dan een half miljard mensen in India ondergaan discriminatie op basis van kaste. De kaste wordt bepaald door afkomst of huwelijk binnen een kaste. Hogere kasten domineren bepaalde beroepsgroepen. Onderaan in dit hiërarchisch stelsel staan meer dan 200 miljoen mensen (Dalits en anderen) die de ergste vormen van discriminatie ondergaan. Traditionele kastenindelingen overstijgen klassenbanden, ook al vormen de leiders van de hogere kasten een significant onderdeel van de heersende klasse.

Onderdrukking op basis van kaste is ook aanwezig in andere delen van de wereld waar mensen uit Zuid Azië wonen. Deze onderdrukking is samen met de migratie verspreid geraakt. Van Maleisië tot Europa blijft het kastenonderscheid bestaan. Minstens een half miljoen mensen van Zuid Aziatische afkomst in Groot-Brittannië kennen discriminatie op basis van kaste. Ook in België bestaat dit.

In april 2013 bediscussieerde het Britse parlement dit onderwerp. De conservatieve regering probeerde een verbod op kastendiscriminatie op de werkvloer te ondermijnen. Beide kamers van het parlement speelden het dossier naar elkaar door in een spelletje pingpong. De regering moest uiteindelijk de wetgeving over gelijke kansen amenderen door te stellen dat kaste een ‘onderdeel van ras’ is. De conservatieven werken samen met de Hindoe elite en hebben het thema op de lange baan geschoven. Een finale versie van de wetgeving is uitgesteld naar de zomer van 2015, na de volgende verkiezingen.

Het kan nuttig zijn om te kijken naar het verzet tegen het kastensysteem in India en Sri Lanka om te zien welke strategie we vandaag zouden moeten volgen. De ‘linkerzijde’ heeft zich in het algemeen steeds verzet tegen alle vormen van kastendiscriminatie. Maar de leiders van sommige massale linkse organisaties slaagden er niet in om aangepaste perspectieven en strategieën naar voor te brengen, waardoor brede lagen van de door kastendiscriminatie getroffen bevolking geen organisaties hadden om de strijd tegen deze discriminatie te organiseren.

Verzet tegen het kastensysteem in Sri Lanka

In Sri Lanka was er kastendiscriminatie onder de Singalese meerderheidsbevolking, los van hun religie. Maar de discriminatie onder Singalezen was niet zo sterk als onder de Tamil minderheid. Deze discriminatie was vooral prominent waar de armoede het grootste was. Wie het sterkste onderdrukt wordt op basis van kaste bevindt zich ook in de slechtste economische omstandigheden. Er waren in Sri Lanka steeds minderheden op het vlak van bevolking, maar ook binnen elke etnische groep is er onderdrukking en was het niet gemakkelijk om betrokken te zijn bij strijd voor verbetering. De relatieve economische verbetering onder de onderdrukte Karava (Singalezen) en Karayar (Tamils) kasten, door hun betrokkenheid bij de visserijsector, verkoop van alcohol,… , gaf hen een zeker zelfvertrouwen waarbij ze durfden in te gaan tegen de ‘hoogste’ kasten zoals de Kovigama (Singalezen) of Vallalar (Tamils). De onderdrukkende kasten namen aanvankelijk geen deel aan deze zaken, omdat ze deze beschouwden als activiteiten voor lagere kasten.

Het droeg ook bij aan de opkomst van georganiseerd verzet tegen kastendiscriminatie. De Karava kaste was dominant in de leiding van de eerste politieke partij die in Sri Lanka werd gevormd, de Lanka Sama Samaja Party (LSSP) die in 1935 werd opgezet. De LSSP nam onmiddellijk een antikapitalistisch profiel aan en verzette zich tegen alle vormen van onderdrukking, waaronder kastendiscriminatie. De Karava en Karayar kasten waren prominent in de leiding van zowat alle verzetsgroepen die zouden ontstaan in Sri Lanka. Dit was niet alleen het geval voor de LSSP, maar ook bij de JVP (Volksbevrijdingsfront, opgezet in 1965), de LTTE (Liberation Tigers of Tamil Eelam, 1976) en zelfs een deel van de SLFP (Sri Lanka Freedom Party, 1951).

In Sri Lanka hebben alle linkse partijen en bewegingen zich steeds verzet tegen kastendiscriminatie, soms stonden ze aan het hoofd van strijdbewegingen van de onderdrukte kasten. Als links zich op een klassenbasis organiseerde, kreeg ze de onderdrukte massa’s achter zich. Dat is waarom de linkse organisaties het eerste instrument werden waarmee de onderdrukte kasten in verzet gingen. De LSSP speelde in de eerste fase een bijzondere rol daarin. Maar het aanvankelijke succes onder de enorm uitgebuite arbeiders in de theeplantages van het bergachtige centrum van Sri Lanka deed de partij verkeerdelijk denken dat het om een algemene sfeer ging onder alle Tamils. De Tamil elite in het noorden en oosten, waar de meeste Tamils wonen, was toen echter bijna exclusief in handen van de dominante Vellalar kaste. De LSSP was correct in de voorspelling dat de meest onderdrukte kaste tegen de dominantie van de Vellalar in opstand zou komen, maar de partij vergiste zich toen ze dacht dat dit een automatisch proces zou zijn.

Frustratie op basis van kaste en mobilisaties leiden niet automatisch tot een klassenbewuste positie. Het kan op verschillende manieren uitgedrukt worden, ook bijvoorbeeld doorheen religie. Het is ook mogelijk dat mensen van onderdrukte kasten zeker op het begin niet meteen aan strijd deelnemen, onder meer door hun extreme armoedige situatie. Zonder een bewuste interventie met een oproep aan de bredere arbeidersklasse, is het niet mogelijk om hun verzet tegen discriminatie te mobiliseren. Een socialistische beweging of een arbeiderspartij die de kastendiscriminatie begrijpt en zich verzet tegen alle vormen van onderdrukking, kan daaraan bijdragen. Het was dan ook nodig om het ongenoegen op basis van kastendiscriminatie te koppelen aan verzet tegen de kapitalistische en kleinburgerlijke Tamil elite zelf. De LSSP deed dit niet.

Langs de andere kant is het mogelijk om een klassenverzet uit te bouwen doorheen een ernstige strijd tegen kastendiscriminatie of discriminatie op basis van gender of ras. Een deel van de Sri Lankese Communistische Partij splitste af om een door het maoïsme beïnvloede pro-Peking partij op te zetten. Deze had een brede steun onder Tamil arbeiders en armen in het noorden en in onder de theeplukkers in het centrum. Dat ontstond op basis van deelname aan de strijd van de meest onderdrukte kasten. Het falen om de ontwikkelende nationale kwestie te begrijpen alsook de kasten- en klassensamenstelling van de Tamil gemeenschap, maakte dat de Tamil elite de linkerzijde aan de kant kon schuiven.

Elke gewapende Tamil groep baseerde zich formeel op het ‘socialisme’, maar zonder te begrijpen wat dit betekende. Er werden geen banden aangegaan met bestaande linkse organisaties, zoals de LSSP. Die partij had tegen dan immers de consistente strijd tegen het kapitalisme achterwege gelaten. Nadien ging de LSSP zelfs zo ver om allianties te vormen met kapitalistische en Singalese nationalistische partijen. De radicaliserende Tamil jongeren zagen deze partijen als hun vijanden en onderdrukkers. Tamil jongeren van de meest onderdrukte kasten die instinctief naar links keken bij hun radicalisering, gingen nu massaal over naar de gewapende guerrillagroepen.

Kastendiscriminatie in India

Onder invloed van het stalinisme hadden de communistische partijen in India – de CPI en CPI(M) – hun onafhankelijke klassenpositie opgegeven. In plaats daarvan namen ze een volksfrontbeleid aan waarbij ze allianties aangingen met kapitalistische partijen. Hun tweestadiatheorie – waarbij ze stellen dat er eerst een stadium van kapitalistische economische ontwikkeling nodig was vooraleer een tweede stadium van socialistische revolutie (in een verre niet nader bepaalde toekomst) mogelijk zou worden – zorgde ervoor dat ze toegaven aan het Hindoe nationalisme. Het internationalisme werd opgegeven. In tegenstelling tot Sri Lanka konden de massa’s van onderdrukte kasten geen beroep doen op een linkse partij om hun woede te uiten.

Deze verkeerde benadering zorgde ervoor dat er een kloof ontstond met de mensen die onder kastendiscriminatie gebukt gingen. Die gingen over tot verschillende experimenten voor hun verzet, waarbij mensen van ‘lagere’ kasten massaal van godsdienst veranderden of er partijen ontstonden op basis van kaste. De communistische partijen beschikken in India over een massabasis maar waren nooit in staat om een klassenoppositie op een dergelijke wijze te organiseren dat ze ook in staat waren om woede tegen kastendiscriminatie te kanaliseren. De aanhoudende samenwerking met onderdrukkende kasten maakte dat steeds onmogelijk. De gedeeltelijke landhervormingen onder communistisch bewind in West-Bengalen of Kerala hadden een zekere impact op de kastenverhoudingen, maar het bleef erg beperkt aangezien de meerderheid van de mensen van de meest onderdrukte kasten landloos bleven.

Wat in Sri Lanka eind jaren 1960 en in de jaren 1970 gebeurde, namelijk dat massale linkse partijen hun strijd tegen het kapitalisme opgaven, bestond in India sinds de onafhankelijkheid. In de mobilisatie van de meest onderdrukte lagen werd een belangrijke rol gespeeld door krachten buiten Congress en de communistische partijen. Zoals de leiders van de burgerrechtenbeweging in de VS in de jaren 1960 trokken verschillende dergelijke leiders – zoals Ambedkar en Periyar – de conclusie dat er een fundamentele verandering van het economische systeem nodig was om het kastensysteem te bestrijden. Maar ze kwamen ook vaak in conflict met de communistische partijen. In de sectaire stalinistische traditie deden de communistische partijen andere vormen van strijd af als onbelangrijk. Bovendien was er een totaal gebrek aan democratische discussie, zowel binnen als buiten de partij.

Toen er groepen op basis van kaste ontstonden, begonnen de communistische partijen hun koers bij te sturen. Maar dit ging niet zo ver dat ze de strijd begonnen te leiden. Ze begonnen te spreken over ‘gelijke rechten’ en wilden ongelijkheid ‘wettelijk verbieden’. Dit verscheen in het programma van de CPI in 1951 en dat van de CPI-M in 1969. Ze dachten dat de ‘agrarische revolutie’ de kastenverhoudingen zou wegnemen, zoals in het tweede stadium de ontwikkeling van industrialisering en de arbeidersklasse tot revolutie zou leiden. Er werd nooit uitgelegd hoe ze dit dachten te bekomen zonder de betrokkenheid van de arbeidersklasse, of hoe dit zou gebeuren door allianties te sluiten met burgerlijke en kleinburgerlijke krachten.

Corruptie en controle

Pas toen de op kasten gebaseerde partijen volledig gevormd waren en de positie van de communistische partijen in de jaren 1980 en 1990 begonnen te bedreigen, werd gezocht naar een nieuwe ‘theorie’ om hun falen in het organiseren van de onderdrukte kasten te verklaren. Een van de publicaties van de communistische partijen stelde zelfs dat “kastenbewustzijn tegengesteld is aan klassenbewustzijn en de groei van proletarische klassensolidariteit hindert.” Er ontstonden al gauw tegenstellingen tussen de linkerzijde in het algemeen en de leiders van de op kasten gebaseerde partijen die zich van het systeem begonnen te bedienen om de eigen belangen te dienen.

De opkomende beweging tegen het kastensysteem werd een opportuniteit voor de relatief rijke leiders van verschillende kasten om de greep van hun familie op hun respectieve kaste te vergroten. Het winnen van verkiezingen gaf hen politieke autoriteit die vervolgens misbruikt werd om een grotere controle te verwerven op de economische belangen van de gemeenschap, waarmee ze zichzelf verrijkten. Geld dat toegekend werd voor ontwikkelingsprojecten ging door de handen van deze individuen, waarbij er op het einde minder geld over bleef voor het uiteindelijke doel, als het al zo ver geraakte. Binnen elke politiek op basis van kaste domineert klassendiscriminatie. De woede hiertegen werd binnen de grenzen van de kaste gekanaliseerd door kastenleiders die het kastenstelsel behielden uit eigenbelang.

Een sterk onderscheid op basis van kasten werd in India in stand gehouden zodat de heersende kapitalistische elite een greep op de bevolking had. De exclusiviteit en het protectionisme creëerden een vorm van ‘kastenindustrie’ die doet denken aan de verhoudingen op basis van afkomst in West-Europa. De Indische kapitalisten slaagden erin om de meest onderdrukte lagen (Dalits en anderen) in het kapitalistische systeem te integreren en om dit als wapen te gebruiken tegen de groei van links in het algemeen.

De ‘geïntegreerde’ kastenleiders en de zelfverklaarde intellectuelen verzetten zich, en blijven zich verzetten, tegen de ontwikkeling van klasseneenheid over de grenzen van kasten heen. Ze voeren een bewuste aanval op de linkerzijde zodat hun eigen aanhangers niet op zoek zouden gaan naar andere vormen van strijd. Dit wordt des te belangrijker naarmate de corruptie en het politieke bankroet van deze leiders duidelijker wordt.

De eerste bewegingen van de meest onderdrukte kaste, de Dalits, slaagden niet in hun oorspronkelijke opzet. Het aanvankelijke vertrouwen en de illusies in sommige kastenleiders worden ondermijnd door de corruptie en onderwerping aan het neoliberale beleid door deze leiders. Hun toekomst hangt af van de mate waarin ze de kastenverschillen in stand kunnen houden. Door vrees en spanningen tussen de kasten, zien de massa’s momenteel geen ander alternatief dan het steunen van hun kastenleiders. Maar dit zal niet blijven duren. Er ontstaat al een honger naar een nieuw alternatief.

Strijden tegen onderdrukking

Socialisten, zoals die van New Socialist Alternative (CWI in India), verzetten zich tegen alle vormen van onderdrukking en bergrijpen dat er een verband bestaat tussen deze vormen van onderdrukking. Verdeeldheden en verschillende complexe verhoudingen in de samenleving, waaronder discriminatie, zijn verbonden met de dominante productiemethode. Doorheen de geschiedenis hebben we gezien hoe veranderingen in productiekrachten sociale verhoudingen hebben veranderd. Strijden tegen het huidige kapitalistische systeem is dan ook de sleutel om een einde te maken aan verschillende vormen van discriminatie die binnen dit systeem in stand worden gehouden. Maar de strijd tegen onderdrukking kan niet wachten tot we het volledige systeem van de kaart vegen. We moeten integendeel deze strijd voeren op ieder ogenblik dat er discriminatie opduikt en los van repressie tegen onze strijd proberen om tot overwinningen te komen en van daaruit stappen vooruit te zetten in de strijd tegen het systeem dat deze discriminatie met zich mee brengt.

Ondanks het feit dat er een tijdlang een massale trotskistische kracht bestond in Sri Lanka, de LSSP, en het feit dat de arbeiders en veel verregaandere sociale verworvenheden afdwongen dan hun Indische tegenhangers, waren de Indische communisten niet in staat om een debat te voeren over hun strategie en tactieken. Ze hadden bijvoorbeeld geen toegang tot de analyse van Leon Trotski over de revoluties in Rusland. Trotski legde de weg van gecombineerde en ongelijke ontwikkeling uit, waardoor het vervolledigen van de democratische taken in de koloniale landen werd verhinderd. Zelfs indien er economische en sociale ontwikkelingen waren, zijn de oude feodale verhoudingen niet noodzakelijk verdwenen onder de neokoloniale verhoudingen. Trotski merkte op dat er een sterke arbeidersbeweging nodig is om de heerschappij van het kapitaal te breken en een geplande economie te vestigen. Zoniet zou de imperialistische greep op de kolonies standhouden. Ondanks verschillende graden van ontwikkeling in de koloniale (en nadien neokoloniale) landen, was het kapitalisme niet in staat om de arbeiders, boeren en armen volledig uit de feodale verhoudingen te bevrijden. Bovendien worden kastenverschillen nog steeds gebruikt door zowel ‘inheemse’ als buitenlandse kapitalisten die er hun voordeel mee doen.

Dit kan enkel veranderen door onafhankelijke massaorganisatie van de arbeidersklasse. Dit is een belangrijke les die we uit de ervaringen van zowel Sri Lanka als India kunnen trekken. Gelijk welke samenwerking met organisaties en formaties die uitbuiten en onderdrukken, op welke wijze dan ook, zal onze oppositie enkel verzwakken. Onafhankelijke massaorganisaties van de arbeidersklasse kunnen mobilisaties tegen alle vormen van onderdrukking opzetten. Als er vandaag in India een sterke arbeidersbeweging zou opgebouwd worden – waarbij de strijd tegen corruptie, vrouwenonderdrukking, kerncentrales, kastendiscriminatie, de vervolging van stammen, de armoede van de boeren, … wordt samengebracht – dan zou dit een machtige kracht worden tegen het systeem dat alle vormen van onderdrukking in stand houdt.

De arbeidersbeweging

Wetgeving kan vertrouwen geven en een zekere vorm van bescherming bieden aan de slachtoffers van kastendiscriminatie. Maar een legaal verbod binnen de limieten van het kapitalisme zal op zich niet volstaan om voor eens en voor altijd een einde te maken aan onderdrukking. Kinderarmoede, werkloosheid, slechte huisvesting, … zijn schering en inslag onder Zuid Aziaten in West-Europa. Velen leven van een laag inkomen. Als daar niets aan gedaan wordt, is echte verandering niet mogelijk. Het is belangrijk om het vertrouwen in de strijd en deelname aan die strijd aan te moedigen. Verbeteringen in de economische situatie zijn ook cruciaal. Armoede leidt niet automatisch tot verzet. De elementen van het kastensysteem in West-Europa zullen tenslotte nooit definitief verdwijnen zonder echte verandering in Zuid Azië.

Revolutionaire landhervormingen, investeringen in onderwijs en huisvesting, degelijke jobs voor iedereen, een leefbaar loon en gratis gezondheidszorg en onderwijs zijn belangrijke eisen voor de beweging die echte verandering wil bekomen in Zuid Azië. Er is nood aan sterke vakbonden in deze landen om actief in de strijd tussen te komen. Die mogen geen enkele tolerantie tonen tegenover kastendiscriminatie onder hun leden of op de werkvloer. Vakbonden kunnen een grote rol spelen om werkenden te vormen over kastendiscriminatie en de strijd voor degelijke lonen voor iedereen te voeren. Ze moeten niet alleen de arbeiders in de steden organiseren, maar ook de werklozen en armen op het platteland. Er zijn speciale fondsen en middelen nodig om boeren en arbeiders in de steden te verenigen.

Strijdbare vakbonden zijn cruciaal. De leden moeten opkomen om leiders die de strijd niet willen voeren aan de kant te schuiven. Vakbonden en activisten, de meest onderdrukte kaste en hun organisaties, moeten samen een massale alternatieve partij vormen die opkomt voor hun eisen en een strategie naar voor schuift om te winnen. Vakbonden in India organiseren miljoenen werkenden en vormen potentieel een enorm sterke factor die het establishment tot in het hart van het systeem kan raken. Een massastrijd van de werkende bevolking kan aantonen dat dit de sterkste sociale kracht is en het kan de slachtoffers van kastenonderdrukking laten inzien hoe de samenleving in hun voordeel kan veranderen.

Kasten zijn een overblijfsel van een oud Aziatisch feodaal systeem. Het is mogelijk om er komaf van te maken. De ontwikkeling van het kapitalistische system heeft heel wat feodale verhoudingen aan de kant geschoven. Maar het kapitalisme behield er elementen van waar het zelf voordeel kon uithalen, onder het principe van verdelen om te heersen, zeker in de neokoloniale wereld. Diegenen die de strijd tegen het kastensysteem ernstig willen nemen, moeten het verbinden met de strijd voor socialistische verandering en de vestiging van een democratisch geplande socialistische samenleving.

Kastendiscriminatie in Groot-Brittannië

Parlementsleden van de drie gevestigde partijen bezoeken tijdens hun verkiezingscampagne vaak tempels en moskeeën om religieuze leiders te vragen om stemmen voor hen te ronselen. Deze parlementsleden kijken naar ‘gemeenschappen’ van verschillende etnische achtergronden als een eengemaakte groep kiezers. (we gebruiken hier het woord ‘gemeenschap’ bij gebrek aan een passend alternatief). In werkelijkheid zijn deze bevolkingsgroepen zoals alle andere enorm verdeeld, vooral doorheen onderdrukking op basis van klasse en kaste. De meerderheid van de Hindoe tempels in Groot-Brittannië kennen een vorm van hiërarchie op basis van kaste. De tempels zelf zijn projecten waar veel geld mee gemoeid is en die gecontroleerd worden door een elite. Onderdrukkende organisaties werken nauw samen met deze tempels en verschillende kapitalistische partijen. Dat is een van de redenen waarom de kapitalisten en de hindoe elite verenigd zijn in het in stand houden van oude feodale praktijken.

Aziatische ‘vertegenwoordigers’ zoals Labour parlementslid David Lammy uit Tottenham in het noorden van Londen, staan voor hetzelfde als andere kapitalistische politici. Ze gebruiken hun banden met migrantengemeenschappen om een stemmenreservoir voor de burgerlijke partijen aan te leggen. Dit werd gemakkelijk gemaakt door de wijze waarop etnische gemeenschappen vaak leven, deels vanuit de noodzakelijke onderlinge steun maar grotendeels door het gebrek aan betaalbare huisvesting, jobs en diensten. In dergelijke omstandigheden kunnen oude feodale onderdrukkende verhoudingen standhouden in zowat alle Zuid Aziatische gemeenschappen.

De zogenaamde ‘gemeenschapsleiders’ tolereren alles indirect of direct, van het uithuwelijken van kinderen over kastendiscriminatie, huishoudelijk geweld tot ‘eremoorden’. De leiders behouden hun positie door hun autoriteit op basis van clan, stam, kaste, klasse of religieuze en/of politieke autoriteit. Ze dragen bij tot het in stand houden van oude praktijken in hun gemeenschappen en geven vaak legitimiteit aan de maatregelen van de burgerlijke partijen die ze vertegenwoordigen of waarmee ze verbonden zijn. Het besparingsbeleid en andere aanvallen op de arbeidersbeweging worden zo gerechtvaardigd. Maar het leidt enkel tot een verdere verslechtering van de verhoudingen tussen de arbeiders van verschillende achtergronden.

Heel wat initiatieven onder Labour hebben de armsten verder naar beneden getrokken. Rijke zakenlui en de religieuze elite in elke etnische ‘gemeenschap’ werden naar voor geschoven als leiders, de ondemocratisch aangestelde stem van niet alleen zichzelf maar ook diegenen die ze vaak uitbuiten en onderdrukken. Via deze methode, vaak in naam van de zogenaamde ‘multiculturaliteit’, hebben de kapitalisten en de heersende elite een manier gevonden om deze arme gemeenschappen te controleren.

De Hindu Council UK, Hindu Forum Britain en andere organisaties onder leiding van de onderdrukkende rijke hindoes verzetten zich tegen het idee dat kaste wordt opgenomen in wetgeving of dat er iets wordt ondernomen tegen kastendiscriminatie. Het conservatieve parlementslid Alok Sharma, die voorstander is van privatiseringen, hogere inschrijvingsgelden en besparingen en tegelijk ingaat tegen rechten voor holebi’s, werkt nauw samen met Hindu Council in het verzet tegen het verbod op kastendiscriminatie. Zijn lange toespraak in het parlement leek op een officiële verklaring van Hindu Council. Rechtse parlementsleden stelden dat er niet genoeg bewijs is van kastendiscriminatie in Groot-Brittannië. Ze negeren bewust de informatie van het Nationaal instituut van economisch en sociaal onderzoek hierover.

Onderdrukking gerechtvaardigd

Er waren zelfs moorden verbonden met gemengde huwelijken over kasten heen. Gemengde koppels die willen trouwen krijgen nog steeds doodsbedreigingen. De regering weigert echter op te treden en stelt dat wie zich tegen kastendiscriminatie verzet kaste en klasse met elkaar zou verwarren. Alsof klassendiscriminatie wel legitiem is! Ze willen alleszins hun uitbuiting van de arbeidersklasse verderzetten. Alok Sharma stelde de retorische vraag of “de regering dan mensen tegen gelijk welke mogelijke vorm van discriminatie moet beschermen?”. Voor hem is het evident dat er klassendiscriminaties en andere vormen van discriminatie bestaan, waaronder die op basis van kaste, en dat de regering daar niets aan moet doen.

De Hindu Council verklaarde: “Er is een record aantal daklozen in Groot-Brittannië, zij vormen de tegenhanger van de kastenlozen in de Indische samenleving.” Er wordt gesteld dat niets wordt gedaan aan klassendiscriminatie en er bijgevolg ook niets moet gedaan worden aan kastendiscriminatie. De hindoe elite doorheen Zuid Azië gebruikt deze argumenten wel meer om hun sociale privileges te verdedigen. Het antwoord hierop moet bestaan uit een mobilisatie tegen alle vormen van uitbuiting – lage lonen, dakloosheid, armoede, … Het bestaan van klassenonderdrukking is geen rechtvaardiging voor het passief aanvaarden van kastendiscriminatie.

Dezelfde leiders aarzelen niet om in hun bedrijven of handelszaken tot uitbuiting op basis van klasse over te gaan. Ze gebruiken hun kastenpositie om de mensen van dezelfde etnische achtergrond te blijven domineren. Ze verdedigen de ‘onaanraakbaarheid’ met het argument dat gewone Britse arbeiders sociaal weinig interactie hebben met Britten van de hogere echelons. Ze vergelijken het gebruik van handschoenen in ziekenhuizen en keukens met de onaanraakbaarheid van het kastensysteem. Ze beweren dat het feit dat de Brahmanen niet aangeraakt mogen worden voortkomt uit een bescherming tegen ziektes.

Ze beweren ook dat mensen van onderdrukte kasten de problemen zelf veroorzaken. Daarbij geven ze het voorbeeld van een arbeider die werd afgedankt omdat hij om de job te krijgen had gelogen over zijn kaste. Ze beweren dat hij niet werd afgedankt wegens zijn kaste, maar omdat hij loog. Een ander voorbeeld was dat van Arjun Vakaria die Hindu Forum Britain vertegenwoordigde op het programma Newsnight van 15 april 2013. Hij beschuldigde een Dalit ervan te liegen toen die een emotioneel verslag bracht van zijn ervaringen met kastendiscriminatie. De vraag tot respect voor priesters – vergelijkbaar met christelijke priesters of imams voor moslims – is een opmerkelijk argument in deze context. In het hindoeïsme bepaalt het respect voor de Brahmanen (de kaste van priesters) immers net de kastendiscriminatie.

Sommige academici veralgemenen in naam van het ‘postkoloniale onderzoek’ ten onrechte de brutaliteiten tegen inheemse volkeren in het Britse rijk en onder koloniale machten als de fout van de hele westerse bevolking in plaats van na te gaan hoe de koloniale heersers de controle behielden. Om daarop te antwoorden ‘herontdekken’ ze oude ideologen en feodale praktijken. Ze proberen het hindoeïsme te ‘zuiveren’ en plaatsen Ghandi in het kader van dit fenomeen.

Sommigen stellen dat de discussie over kastendiscriminatie in Groot-Brittannië onderdeel is van een westerse christelijke agenda. Ze geven voorbeelden van christelijke organisaties die bij parlementsleden lobbyen om kastendiscriminatie te verbieden. Uiteraard is niet iedereen die opkomt tegen kastendiscriminatie overtuigd van de noodzaak om ook klassenuitbuiting te bestrijden. Sommigen werken samen met rechtse politici of religieuze groepen.

Dergelijke ideeën hebben de afgelopen decennia terrein gewonnen, zeker in India na de invoering van een volledige ‘vrijemarkteconomie’ in de jaren 1990. Met een relatieve groei van de economie kon het hindoe establishment zich versterken en er ontstond ook een academische rechtvaardiging voor het hindoe nationalisme. Dit was naast andere factoren een van de elementen die leidde tot de overwinning van Narendra Modi en zijn hindoe nationalistische partij BJP (Indische Volkspartij). Er is tevens een significante groei van de semi-fascistische RSS (Nationale vrijwilligersorganisatie, verbonden met de BJP). Een deel van de Indische academici is met dit establishment verbonden en promoot reactionaire opvattingen.

Het gebrek aan massale arbeiderspartijen is beslissend. Het zorgt ervoor dat de werkenden en de meeste mensen van onderdrukte kasten hun woede en verzet niet op een collectieve wijze kunnen uiten en geen instrument hebben om hun strijd te organiseren. Het gebrek aan dergelijke organisaties met een echt begrip van kastenonderdrukking en de strijd ertegen, zorgt ervoor dat reactionaire ideeën een ingang kunnen vinden, zelfs onder de onderdrukten en diegenen die oprecht ingaan tegen kastendiscriminatie.

Print Friendly, PDF & Email