Geschiedenis. De Tweede Wereldoorlog om globale macht

Vorig jaar werd de Nobelprijs voor de vrede aan de Europese Unie toegekend wegens haar rol in het “omvormen van het grootste deel van Europa van een continent van oorlog tot een continent van vrede”. Europees president Van Rompuy beweerde zonder enige bescheidenheid dat de EU de “grootste vredestichter ooit” is. Oorlog en vrede worden evenwel niet bepaald door het succes van ‘vredesinstellingen’, maar door de dieper liggende sociale krachten binnen het kapitalisme. De geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog toont dat aan.

Zeventig jaar geleden stonden het Europese continent en grote delen van Azië en Afrika in brand. De Tweede Wereldoorlog richtte onmenselijk lijden van de ergste soort aan in een onverzoenbare strijd om de wereldmacht. Antony Beevor brengt met zijn boek een waardevol beeld van hoe diep het imperialisme en het kapitalisme kunnen zinken, ook in Europa.

De politici, kapitalisten en generaals begonnen in 1939 opnieuw aan een wereldwijde oorlog nadat de vorige was gestopt door de revoluties in Rusland (1917) en Duitsland (1918). De onderliggende oorzaak voor de oorlog, de concurrentie tussen verschillende nationale kapitalistische klassen, was in de jaren 1920 en 1930 niet verdwenen, maar integendeel scherper geworden. Met de langdurige economische crisis vandaag, zien we hoe de tegenstellingen ook vandaag in de ‘vreedzame’ EU toenemen. Het verschil met de jaren 1930 is natuurlijk wel dat de arbeidersklasse niet is verbrijzeld door het fascisme. Gezien de rampzalige ervaring van de Tweede Wereldoorlog, konden de kapitalisten het achteraf beschouwd enkel betreuren dat ze de macht aan de nazi’s hadden gegeven.

Vandaag is een wereldoorlog tussen de grote machten uitgesloten. Niet omdat er ‘vredestichtende instellingen’ zijn, maar wel omdat het tot een totale vernietiging zou leiden, onder meer door het bestaan van kernwapens. Regionale oorlogen waarin de grote machten tussenkomen, zijn evenwel niet uitgesloten. De brutale oorlogen in het voormalige Joegoslavië twintig jaar geleden toonden dit aan. Bovendien nemen de Europese machten deel aan de wereldwijde wapenwedloop en is er een actieve betrokkenheid bij oorlogen in onder meer Afghanistan en Mali.

Het boek van Beevor beschrijft hoe Adolf Hitler en de nazi’s door de Duitse kapitalistische autocratie werden aanvaard. “De openbare instellingen – de rechtbanken, universiteiten, de generale staf en de media – knielden allen voor het nieuwe regime.” Aanvankelijk hadden heel wat Franse en Britse kapitalistische leiders sympathie voor het fascisme als manier om de revolutionaire strijd van de arbeidersklasse te stoppen en ze beseften dat het centrale doel van Hitler was om de Sovjetunie aan te pakken. Hitler was geobsedeerd door het breken van wat hij het ‘Joodse Bolsjewisme’ noemde. Tegelijk waren de Japanse soldaten geobsedeerd door het gevaar van de Bolsjewieken, stelt Beevor als hij de Japanse aspiraties voor Aziatische dominantie beschrijft.

De autoriteiten in Londen en Parijs gebruikten dictatoriaal geweld in de kolonies en hadden geen morele bezwaren tegen onderdrukking op zich. Democratische rechten waren een relatief nieuwe uitvinding, een toegeving die de heersende klasse moest doen als antwoord op massastrijd van onderuit. ‘Burgerlijke democratie’ werd hierdoor een meer aangepaste werkwijze voor het kapitalisme in relatief welstellende landen.

Moorddadige bedoelingen

Het doel van oorlog is om de vijanden te verslaan, ofwel door hen politiek te vernietigen ofwel door hun volledige verdediging uit te schakelen. Dat is hoe de militaire theoreticus Carl van Clausewitz het op het begin van de negentiende eeuw stelde. De bekendste uitspraken van Clausewitz – dat oorlog de voortzetting van het beleid met andere middelen is en dat oorlog niet als een donderslag bij heldere hemel ontstaat – gaan zowel voor de jaren 1930 als voor de actuele situatie op. Dat geldt ook voor zijn conclusie: “De tendens om de vijand te vernietigen, het centrale idee van oorlog, is niet veranderd of beperkt door het toegenomen niveau van ontwikkeling.”

In de Tweede Wereldoorlog werd geen menselijke tol gespaard. Beevor heeft het over hoe Duitse soldaten bij een vrieskou van -40 graden de benen van dode soldaten van het Rode Leger afzaagden om hun laarzen in te pikken. Hij beschrijft het kannibalisme onder de Japanse troepen of in het belegerde Leningrad. Er waren verschrikkelijke massaverkrachtingen – in Boedapest, Berlijn, Japan of de Filippijnen – en er waren bordelen vol slaven. Beevor toont aan hoe tijdens de oorlog de massale executies uitliepen op een holocaust onder de Joodse bevolking. De vernietiging nam industriële proporties aan in de dodenkampen van Auschwitz en Treblinka. In Europa en Azië sloegen miljoenen mensen op de vlucht. Ze dwaalden hongerig rond en waren kwetsbaar voor ziektes en epidemieën.

Nooit voorheen werd zo’n aandeel van de wereldwijde middelen besteed aan massavernietigingswapens. De Duitse generaal Erwin Rommel trok met 10.000 voertuigen door de woestijn voor een aanval op het door de Britten gecontroleerde Egypte. Sovjet-schepen vuurden 220.000 artilleriegranaten af op een uur en veertig minuten bij de bevrijding van Leningrad. De geallieerden gebruikten 5.000 schepen en 8.000 vliegtuigen om 130.000 soldaten over het Kanaal naar Normandië te brengen voor Operatie Overlord op D-Day, 6 juni 1944.

De oorlog werd op een nooit geziene schaal gevoerd. In de gevechten rond Kharkov, in de Oekraïne, kwamen er bij de opmars van het Rode Leger in 1943 maar liefst 950.000 Sovjet-soldaten om het leven. Er kwamen in totaal meer burgers om dan soldaten. Meer dan 40.000 mensen kwamen om bij de Duitse blitz (bombardementen) op Londen. Er vielen vele doden toen de geallieerde luchttroepen Hamburg met de grond gelijk maakten of toen het Japanse leger luchtbombardementen op Chongqing in het centrum van China uitvoerde. In Tokyo kwamen 80.000 mensen om en werden 250.000 huizen plat gebrand bij Amerikaanse luchtaanvallen. Er kwamen honderdduizend mensen om als gevolg van de eerste atoombom op Hiroshima op 8 augustus 1945.

Beevor becijfert dat er in totaal 60 tot 70 miljoen doden vielen als gevolg van de oorlog. Dat aantal kan zelfs hoger liggen, een aantal Chinese historici hebben het over een dodentol van 20 tot 50 miljoen mensen in China alleen. Alleszins is er bewijsmateriaal dat aantoont dat meer dan 50 miljoen Chinezen hun huis moesten verlaten tijdens de Japanse bezetting. In de Sovjetunie kwamen 18 miljoen burgers om naast zeven miljoen soldaten en officiers van het Rode Leger.

De oorlog werd op alle oceanen en in grote delen van de wereld gevoerd. Iran en Syrië werden binnen gevallen, net als Tunesië en Libië. De koloniale troepen die een belangrijke rol in de oorlog speelden, zouden later het proces van koloniale bevrijding versnellen, zeker in India was dat het geval.

Startschoten

De aanloop naar de oorlog gebeurde in de jaren 1930 op hetzelfde ogenblik dat Stalin zijn dictatuur in de Sovjetunie consolideerde. Eerst onderschatte het stalinisme het gevaar van het nazisme en bleek het niet in staat om de machtsovername door de nazi’s te stoppen. Hierna werd gekozen voor samenwerking en allianties met Groot-Brittannië en Frankrijk. Naarmate de oorlog dichterbij kwam, deed Stalin er alles aan om een akkoord met Hitler te sluiten. Hij dacht dat het pact dat in de zomer van 1939 werd gesloten een Duitse aanval zou vermijden. Beevor beschrijft hoe Stalin met Hitler het glas hief op een “vriendschap die in bloed gedrenkt was”.

In een geheim deel van het pact werd Polen opgedeeld in Duitse en Russische gebieden. Tot aan de Duitse aanval in juni 1941 (Operatie Barbarossa) exporteerde de Sovjetunie graan, olie, mangaan, rubber en mineralen naar nazi-Duitsland. In april 1941 werd een gelijkaardig vijf jaar durend ‘neutraliteitsakkoord’ gesloten tussen Moskou en Tokyo. Met dat akkoord erkende de Sovjetunie de Japanse bezettingsregering in Mantsjoerije.

Na de brutale opdeling van Polen, het begin van de Tweede Wereldoorlog, trok de Duitse Wehrmacht naar het westen. Beevor toont aan hoe de Blitzkrieg in België, Nederland en Frankrijk geen plan volgde maar geïmproviseerd verliep. De daarop volgende bezetting van Denemarken en Noorwegen was ingegeven door het idee dat dit toegang kon verlenen tot ijzererts uit het noorden van Zweden en er werd tevens uitgekeken naar extra havens voor de Atlantische oorlog.

De generaals van Hitler vonden weinig collaborateurs in Polen, maar in Frankrijk was er daar geen gebrek aan. Voor de Franse officiers was “het vooruitzicht van een nederlaag minder angstaanjagend dan het risico van revolutie en het verval van het Franse leger.” Maarschalk Philippe Pétain nam de macht over en vestigde een collaborerend regime, het Vichy-regime, in het zuiden van Frankrijk. Het doel daarvan was om voldoende troepen te controleren om “revolutionaire onrust de kop in te drukken.”

Invasie van Rusland

Eind 1941 kwam de onvermijdelijke Duitse aanval op de Sovjetunie. Ondanks verslagen van een Duitse militaire voorbereiding – er werden 140 divisies met drie miljoen soldaten klaar gestoomd – bleef Stalin ontkennen dat er een aanval zou komen en hij haalde uit naar verslaggevers die ‘geruchten’ daarover verspreidden. Hierna verdween Stalin uit het publieke leven gedurende zowat de rest van het jaar, hij werd amper vernoemd in de media die door het regime werden gecontroleerd.

Het Rode Leger was in de ‘grote zuiveringen’ vanaf 1937 het grootste deel van haar leiding verloren. Het leger was dan ook niet voorbereid op de aanval. In de eerste maanden zag het ernaar uit dat Duitsland even gemakkelijk zou kunnen oprukken als in westelijk Europa. De Oekraïne en Wit-Rusland vielen al snel in handen van de bezetters. Leningrad werd omsingeld en in de herfst van 1941 stonden de Duitse troepen op amper 40 kilometer van Moskou. Hitler en de nazi’s stelden dat ze het ‘Joodse bolsjewisme’ zouden uitroeien en de voedselproductie en natuurlijke grondstoffen van de Sovjetunie zouden overnemen. Volgens een ‘hongerplan’ van de nazi’s zou de bevolking uitgehongerd worden. Er werd gerekend op 20 tot 30 miljoen doden onder de Slavische ‘ondermensen’.

Maar de Sovjetunie was Frankrijk niet. Het werd een oorlog tussen twee sociale systemen. Het kapitalisme was aan de kant geschoven in de Sovjetunie en de geplande economie toonde haar potentieel, ondanks de brutale dictatuur van Stalin en het bureaucratische wanbeheer. Het kapitalisme had forse klappen gekregen door de depressie van de jaren 1930. Het Duitsland van Hitler had de crisis achter zich gelaten maar werd geleid door wrede fanatici.

In Rusland was er een sterke vrijwillige bereidheid om de nieuwe samenleving van na de revolutie te verdedigen. Weinigen wilden een terugkeer naar het tsarisme en het kapitalisme. De Duitse troepen ontdekten al gauw dat de soldaten van het Rode Leger zich niet zomaar gewonnen gaven. Er waren telkens nieuwe haarden van verzet achter het front. De Duitse linies hadden moeite om stand te houden en het materieel was niet op de harde winter voorzien. De geplande economie in de Sovjetunie werd dan wel op bureaucratische wijze georganiseerd, maar was wel in staat om de fabrieken te ontmantelen en te verhuizen. Er werden maar liefst 2500 fabrieken overgebracht naar het Oeralgebied waar de productie eind 1942 al vier keer zo groot was als de Duitse productie.

Hitler verplaatste de aandacht en het militaire offensief van Moskou naar Stalingrad in het zuiden. Een doorbraak in het zuiden zou toegang verlenen tot de olie van de Kaukasus. Op 23 augustus 1942 werden 1200 Duitse bommenwerpers ingezet om Stalingrad te vernietigen. Er vielen 40.000 doden. Maar toch kon het Duitse leger de stad nog niet innemen.

De slag bij Stalingrad was het belangrijkste keerpunt in de oorlog. Het werd duidelijk dat de troepen van het Rode Leger veel gemotiveerder waren dan de Duitse soldaten en dat ze tegen dan ook voordelen hadden op het vlak van hun aantal en hun uitrusting. Op 22 november 1942 werd de Duitse generaal Friedrich Paulus met zijn 290.000 soldaten volledig omsingeld.

Beevor beschrijft hoe de Sovjettroepen tijdens hun opmars naar het westen met vreugdetranen onthaald werden door de bevolking. Beide kanten verloren ongeveer een half miljoen soldaten in Stalingrad, maar het Rode Leger kon meer manschappen op de been brengen: 5,8 miljoen soldaten tegenover de 2,7 miljoen Duitse soldaten aan het oostelijk front. De Duitse nederlaag werd nog versterkt toen de troepen onder leiding van Rommel in de woestijn van Noord-Afrika op ongeveer hetzelfde ogenblik werden verslagen. De brutale logica van de oorlog zorgde er evenwel voor dat de oorlog nog 2,5 jaar zou duren, tot het Rode Leger Berlijn bereikte.

Holocaust

Het antisemitisme van de nazi’s werd aanvaard door de Duitse kapitalistische klasse als onderdeel van het regime dat nodig was om de arbeidersbeweging te breken en Duitsland opnieuw op de kaart te zetten. Van bij het begin was de nazistrategie gericht op vervolging om de Joden tot emigratie aan te zetten. Arbeidersleiders, communisten en socialisten waren bij de eersten die naar de concentratiekampen gingen.

Tijdens de oorlog werd het idee van ‘Arische superioriteit’ nog verder ontwikkeld. De holocaust van de Joodse bevolking begon met massale executies. In de dodenkampen kwamen er ook Roma’s, homo’s en lesbiennes, mensen met een beperking, socialisten, syndicalisten,… Als de gele Joodse ster op het uniform van een gevangene half rood was, betekende dit dat de betrokkene zowel Jood als socialist of communist was. Op het begin van de oorlog werden mannelijke Joden met officiële posities neergeschoten. De moorden breidden snel uit tot alle Joden, ook vrouwen en kinderen. In een van de notoire executieplaatsen, de Babi Yar ravijn buiten Kiev, werden 33.771 Joden neergeschoten tijdens de eerste massale executie.

De zogenaamde ‘eindoplossing’ werd beslist op een bijeenkomst van nazileiders en ‘wetenschappers’ in een grote villa in Wannsee, Berlijn. Het dodelijke gas Zyklon B werd ontwikkeld door IG Farben dat een fabriek bouwde in de buurt van het toen nog nieuwe concentratiekamp in Auschwitz in Polen. Miljoenen Joden werden naar de dodenkampen overgebracht om er vergast te worden. Beevor brengt enkele verschrikkelijke omschrijvingen van wat er gebeurde. Zo wijst hij erop dat soldaten die Auschwitz bevrijdden maar liefst zeven ton menselijk haar vonden en 1,2 kledingstukken. In de Sovjetunie werd de holocaust verzwegen, Stalin gaf bevel om de slachtoffers niet in ‘categorieën’ op te delen.

Beevor heeft het ook over de opstand in het Joodse getto van Warschau in de lente van 1943. De Duitse SS-eenheden hadden twee maanden nodig om de opstand te breken. Er waren ook opstanden onder gevangenen in Treblinka en Auschwitz in 1943 en 1944. Zeventig van de 700 Joden die in Treblinka in opstand kwamen, slaagden erin om zich te verschuilen in de bossen en te overleven.

Verzet en verraad

De verzetsbeweging van gewapende partizanen die de strijd tegen de Duitse bezetters aangingen, was belangrijk voor het verloop van de oorlog. Het grootste ondergrondse leger was er in Polen waar er midden 1940 al 100.000 gewapende verzetsstrijders waren. In de Oekraïne raakte het verzetsleger snel georganiseerd, enkele maanden na de Duitse inval waren er 5.000 gewapende soldaten. De aanvallen en sabotagedaden van de partizanen raakten steeds beter georganiseerd en gecoördineerd. Beevor merkt op dat de bossen ten zuiden van Leningrad en in het grootste deel van Wit-Rusland tegen de zomer van 1943 bijna volledig door de partizanen werden gecontroleerd.

De eerste opstand tegen de Duitse troepen vond in Servië plaats. De Joegoslavische Communistische Partij mobiliseerde een efficiënt partizanenleger waarin Joegoslaven over etnische en religieuze grenzen heen verenigd werden. Het legde de basis voor de machtsovername door Josip Tito na de oorlog. Er waren ook sterke en invloedrijke communistische verzetsgroepen in Italië, Frankrijk, België, Nederland en elders. De stalinistische ‘Communistische’ partijen hadden het moeilijk tijdens het Hitler-Stalin pact, maar vanaf 1941 liepen hun eigen belangen samen met die van het stalinistische regime in Rusland. Het verzet begon in verschillende landen ondergrondse kranten te ontwikkelen en er werden zelfs stakingen georganiseerd.

Stalin was echter enkel in zijn eigen macht geïnteresseerd en wilde absoluut de alliantie met Groot-Brittannië en Frankrijk in stand houden. Dat was waarom hij de communistische partijen na de oorlog oplegde om zich aan burgerlijke partijen en leiders zoals generaal De Gaulle in Frankrijk te onderwerpen. Toen de Franse partijleider Maurice Thorez eind 1944 naar Frankrijk terugkeerde, riep hij meteen op om alle stakingen te stoppen.

Het grootste verraad van Stalin vond plaats in Griekenland. In een privégesprek verdeelden de Britse premier Winston Churchill en Stalin Europa in invloedssferen. Griekenland werd aan de Britten toegekend. Er werden 80.000 Britse troepen ingezet om de door communisten geleide bevrijdingsbeweging EAM/ELAS de kop in te drukken. Er volgde een verschrikkelijke burgeroorlog die tot in 1949 duurde en leidde tot een nederlaag voor de arbeidersklasse.

In Italië stortte het regime van Mussolini als een kaartenhuisje in elkaar toen de ene militaire nederlaag de andere opvolgde. De geallieerden landden in het zuiden en zagen er hongeropstanden van de bevolking terwijl de arbeiders in het noorden in staking gingen en betoogden. Hitler gaf bevel aan Duitse troepen om de confrontatie met de geallieerden aan te gaan. Mussolini werd uit zijn huisarrest gehaald, maar maakte zelf een einde aan zijn leven door zich op te hangen tijdens een massale opstand.

Waar Stalin de sociale verandering tegenhield in het westen, was dit anders in de landen waar het Rode Leger was binnen getrokken. De militaire macht was cruciaal voor de staatsmacht. De politieke partijen – zowel ‘communistische’ als burgerlijke partijen – werden aan die macht onderworpen. Stalin wilde geen volksopstanden en liet de nazi’s dan maar toe om in 1944 in Warschau een opstand neer te slaan. Het Rode Leger kwam niet tussen. Na de oorlog vestigde Stalin een aantal marionettenregimes. Churchill suggereerde nog dat Britse troepen zouden tussenkomen in Polen na de oorlog, maar dat was niet realistisch omdat de soldaten er niet toe bereid zouden zijn.

De oorlog in Azië

Er zijn natuurlijk veel werken over de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Maar dit bijna 900 pagina’s tellende boek valt wel op omdat het een globaal beeld biedt. Dat komt onder meer omdat ook de Japanse bezetting en oorlog in China, vanaf 193, als onderdeel van de oorlog worden beschreven.

Japan ging over tot de bezetting van Mantsjoerije in het noordoosten van China na het zogenaamde Mukden-incident in 1931. De heersende krijgsheren in China onder leiding van Tsjang-Kai-Tsjek hadden de arbeidersrevolutie van 1925-27 bloedig neergedrukt. De Communistische Partij (CCP) onder leiding van Mao Zedong werd afhankelijk van de boeren en vormde een eigen Volksbevrijdingsleger op het platteland. De ‘volksfrontpolitiek’ van Stalin – de samenwerking tussen ‘communistische’ partijen en burgerlijke nationalistische krachten – leidde ertoe dat de CCP werd opgedragen om samen te werken met de Kwo Ming Tan van Tsjang-Kai-Tsjek en zijn troepen in de oorlog tegen Japan. Mao stemde daar mee in, maar besefte dat de dreiging van Tsjang-Kai-Tsjek niet voorbij was en het Volksbevrijdingsleger bleef afzonderlijk opereren.

De Japanse heersende klasse en het leger voerden hetzelfde soort propaganda als de nazi’s. Ze hadden het over de Chinezen als ‘erger dan varkens’. De slag om Shanghai in 1937 was de meest omvangrijke van de oorlog in China. Zowat 200.000 Japanse troepen vielen Shanghai en daarna de voormalige hoofdstad Nanjing aan. Japan verloor 40.000 soldaten, maar langs Chinese kant was de dodentol veel hoger met 180.000 soldaten en tot 300.000 burgers die het leven lieten. De Japanse troepen hadden bevel gekregen om geen gevangenen te maken.

Het Japanse zelfvertrouwen kreeg twee jaar later een forse klap met het Nomonhan-incident in het noordoosten van China, van mei tot de zomer van 1939. Daar slaagde het Rode Leger er in om de Japanse troepen een nederlaag toe te brengen en kwamen 61.000 Japanse soldaten om. Dit versterkte het Chinese verzet tegen Japan. De Japanse operatie in China bleef de grootste van Japan tijdens de hele oorlog, er waren 680.000 Japanse soldaten bij betrokken. Dat was evenveel als in de rest van de bezette Aziatische landen samen: Filippijnen, Indonesië, Indochina, Birma, Thailand, Singapore en Maleisië.

Tussen 50 en 90 miljoen Chinezen trokken op de vlucht voor de oorlogsbrutaliteiten van de Japanners. Er vielen volgens Beevor tussen 20 en 50 miljoen doden. Het Japanse leger gebruikte biologische wapens, waarbij de pest en cholera werden verspreid. Amerikaanse officiers die in China waren gebaseerd en de westerse media zagen dat de nationalisten van Tsjang-Kai-Tsjek geen partij waren voor de Japanse overmacht. De Amerikaanse media hadden het over Tsjang als ‘corrupt, incompetent en dictatoriaal’ waarbij het Chinese leger niet tegen Japan werd ingezet om het te sparen voor de gevechten tegen de troepen van Mao. De Amerikaanse generaal Joseph Stilwell stelde dat de CCP en het Volksbevrijdingsleger harder vochten dan de nationalisten.

Toen het nationalistische leger zich terugtrok, werd het platteland geplunderd. Dat leidde tot hongersnood en rebellie. De CCP had een totaal andere politiek en tactiek. De grond werd verdeeld en bewerkt, wat de steun voor de partij deed toenemen. Het legde de basis voor de Chinese revolutie van 1949.

Japan had het zuidoosten van Azië snel veroverd, maar werd geleidelijk terug gedrongen. De militaire tactieken waren erg conservatief en de economie en productie konden niet tippen aan die van de VS, dat na de aanval op Pearl Harbour in december 1941 bij de oorlog was betrokken geraakt.

De Amerikaanse generaal Douglas MacArthur was verdreven uit zijn basis op de Filippijnen maar werd na de oorlog in de praktijk de heerser van Japan en Korea, waar bij immuniteit verleende aan de verantwoordelijken voor de biologische oorlogsvoering en het onderzoek. De oorlog in Azië eindigde met de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki met 135.000 directe doden en vele duizenden indirecte doden. Dit militaire machtsvertoon had vooral te maken met het feit dat de VS haar macht wou tonen aan de Sovjetunie. Washington wilde een nieuwe wereldorde vestigen: de pax Americana.

Aanhoudende machtsstrijden

Het grote aantal burgerslachtoffers in de Tweede Wereldoorlog was mee het gevolg van het feit dat de kapitalistische leiders afhankelijk waren van artillerie en luchtbombardementen om te vermijden dat ze zelf grote verliezen leden. De Britse maarschalk Arthur Harris ontwikkelde een methode van vuurbommen die aan explosies vooraf gingen. Hij was trots dat 63 Duitse steden op die manier vernietigd werden. Deze tactiek werd ook nadien toegepast in de Amerikaanse oorlogen waarbij het belang van luchtbombardementen toenam, onder meer in Vietnam en Cambodja was dat het geval maar nadien ook in Irak of vandaag met de aanvallen met drones – onbemande bommenwerpers – in Afghanistan, Pakistan en de hoorn van Afrika.

Het resultaat van de oorlog in Europa was vooral een overwinning van het verzet en het stalinistische Rusland op het kapitalistische nazi-Duitsland. Hitler liet een verwoest land na met acht miljoen daklozen en vijf miljoen slavenarbeiders ui andere landen.

In de Sovjetunie was er steun voor de roep naar verandering, maar de geheime politie, de NKVD, begon een nieuwe golf van arrestaties en vervolgingen waarbij 135.000 soldaten en officiers werden opgepakt wegens ‘contrarevolutionaire misdaden’. Volledige gemeenschappen zoals de Tsjetsjenen werden verplaatst. In 1943 was de Communistische Internationale, de Comintern, ontbonden om te benadrukken dat het de taak van alle communistische partijen was om de Sovjetunie (lees: Stalin) te steunen en niet om zich bezig te houden met revolutionaire strijd en wereldrevolutie.

Het uiteindelijke resultaat van de oorlog met een uitbreiding van het stalinisme in oostelijk Europa en delen van centraal Europa samen met het VS-imperialisme dat de supermacht van het westen werd, vormde de basis voor een periode van koude oorlog met een ‘evenwicht van (kern-)wapens’. De bloedige oorlog maakte plaats voor een ‘koude’ oorlog in Europa. Elders waren er nieuwe oorlogen in Korea, het Midden-Oosten, Vietnam en nadien in Joegoslavië, Afghanistan,… In het westen en in de stalinistische staten was er een periode van 20-25 jaar van economische groei op basis van de enorme vernietiging van productiemiddelen in de oorlog. De massa’s in de kolonies vochten voor vrijheid terwijl de economische uitbuiting verder werd opgedreven.

De tegenstellingen die leidden tot de Tweede Wereldoorlog bestaan vandaag nog steeds binnen het kapitalisme. Er is een intensieve concurrentiestrijd tussen de verschillende natiestaten om economisch voordeel te behalen en strategische machtsposities te veroveren. Zelfs binnen de EU is er een strijd tussen de belangen van de verschillende nationale kapitalistische klassen. De dominante macht, Duitsland, probeert haar beleid op te leggen aan de zwakkere perifere landen. Een wereldoorlog is vandaag uitgesloten, onder meer door het bestaan van kernwapens, maar kleinere regionale oorlogen kunnen wel blijven duren.

Kapitalistische machten, waaronder ook diegene die tot de ‘vredestichtende’ EU behoren, blijven wereldwijd enorme technologische middelen besteden aan onderzoek naar oorlogswapens. Als deze middelen zouden ingezet worden voor de verbetering van de levensstandaard van iedereen, het uitroeien van ziektes en het beschermen van het milieu, dan zouden we al een pak verder staan. Het kapitalisme wordt gekenmerkt door een concurrentiestrijd gericht op winsten en invloedssfeer. Op die basis zal er steeds militaire concurrentie zijn en dus ook een dreiging van oorlog. Dat is waarom er nood is aan een wereldwijde massale democratische beweging van de arbeidersklasse en haar bondgenoten om tot een socialistische maatschappijverandering te komen.

Per-Ake Westerlund 

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie