Inleiding

Marxisten zien de geschiedenis nooit als een afgewerkt gegeven. Ook onder bijzonder moeilijke omstandigheden blijft de geschiedenis er één van klassenstrijd. Nadat het revolutionaire potentieel in Italië niet had geleid tot een arbeidersdemocratie en de fascisten de macht konden overnemen, na het falen van de leiding van de Duitse arbeiderspartijen om een socialistische maatschappijverandering te realiseren en nadien om in een eenheidsfront de fascistische dreiging af te wenden, na het failliet van de tactiek van het Volksfront waarbij bondgenootschappen met burgerlijke krachten werden aangegaan,… bleef Trotski hoopvol in de mogelijkheden van de arbeidersklasse om een einde te maken aan de barbarij van kapitalisme en fascisme.

De methode van het Volksfront zorgde er in Frankrijk voor dat het revolutionaire potentieel, dat bleek tijdens de stakingsbeweging van 1936, op een zijspoor werd gezet. Het bestaan van het Volksfront, een alliantie tussen arbeiderspartijen en burgerlijke partijen die aan de top wordt gesmeed, zorgde er vooral voor dat de leiders van de arbeiderspartijen de basis opriepen tot gematigdheid en ze een breuk met het kapitalisme vermeden. Hierna werden de leiders van de arbeiderspartijen bedankt voor bewezen diensten (aan de burgerij) en kwam uiteindelijk toch een extreemrechts regime aan de macht onder leiding van Pétain.

In Spanje bevestigde de Comintern de methode van het Volksfront, door Trotski een ‘mensjewistisch standpunt’ genoemd. Trotski:

“Hetgeen aan de orde was, was trouwens niet de revolutie, maar de strijd tegen Franco. Het fascisme is geen feodale reactie, maar een burgerlijke: dat men tegen deze burgerlijke reactie slechts met de krachten en de methoden van de arbeidersrevolutie kan vechten, is een opvatting die het mensjewisme, zelf een zijtak van het burgerlijke denken, zich niet wilde en niet kon eigen maken.”

Trotski stelde dat het zelfs voor het volbrengen van de democratische taken nodig was om met een socialistische revolutie de oude macht te breken. Door zich aan de grenzen van de burgerlijke democratie te houden, werd “de burgerlijke revolutie niet alleen afgeremd maar opgegeven.”

Het resultaat was er naar: Franco kon aan de macht komen.

Na de laatste waarschuwing uit Spanje was het voor Trotski helemaal duidelijk dat een nieuwe oorlog onvermijdbaar was. De enige kracht die daar een stokje voor kon steken, was de georganiseerde arbeidersbeweging die met een revolutie een einde zou maken aan de oorlog. Hetgeen de opbouw naar een nieuwe wereldoorlog voorafging, liet het ergste vermoeden over de mogelijkheden om de oorlog nog af te wenden. Maar Trotski bleef hoopvol en wijzen op het potentieel:

“Ja, een wereldoorlog is onvermijdelijk tenzij een revolutie hem voor zal zijn.”

Een inschatting maken van het verloop en het resultaat van de oorlog was voor het uitbreken ervan natuurlijk niet evident. Trotski ging er correct van uit dat de VS op een bepaald ogenblik de oorlog zou vervoegen en stelde eveneens terecht vast dat Stalin absoluut niet voorbereid was op de komende oorlog. De poging om met het Stalin-Hitler pact extra tijd te winnen, kwam vooral Hitler goed uit en leidde tot een opdeling van Polen. Hitler kon wachten om een oostelijk front te openen en alle aandacht op het westen vestigen. Stalin dacht dat hij de oorlog kon uitstellen door het grondgebied van de Sovjetunie naar het westen uit te breiden. Het fiasco van de Sovjet-invasie in Finland maakte dat de nazi’s de kracht van de Sovjetunie niet bepaald hoog inschatten en bespoedigde de confrontatie tussen beide machten. Niet dat Stalin veel leerde uit zijn verkeerde inschattingen, in 1941 sloot hij een niet-aanvalspact met Japan. De militaire overspanning van Japan en de groeiende druk van lokale verzetsbewegingen maakten een Japanse aanval op Rusland echter moeilijk.

De Tweede Wereldoorlog was in essentie een oorlog om de wereld te herverdelen. Duitsland wilde meer grondgebied in Europa en in Azië had Japan imperialistische ambities. Aanvankelijk kenden de opmars van zowel Duitsland als Azië een groot succes. Zowel in West-Europa als in de Sovjetunie als in Azië werden grote stukken grondgebied veroverd. Het leidde echter al gauw tot militaire overspanning en de brutale onderdrukking van de lokale bevolking leidde tot verzet. Bij de overschakeling naar een oorlogseconomie had de Sovjetunie het voordeel dat het over een geplande economie beschikte, zelfs indien die op bureaucratische wijze werd georganiseerd.

Het Rode Leger was in staat om het nazi- offensief te stoppen en zelf tot een tegenoffensief over te gaan, maar de Sovjetunie betaalde met 27 miljoen doden een erg hoge prijs. Eens de Sovjetunie in het offensief kon gaan, was de druk erg groot op de VS om een Sovjet-opmars te stoppen. Ook in de VS werden stappen gezet om een snelle reconversie van de industriële productie in de richting van oorlogsproductie te realiseren. Dat gebeurde overigens niet door de ‘onzichtbare hand’ van de vrije markt.

Tegelijk waren er steeds sterkere verzetsbewegingen met een grote invloed van communistische militanten. Die partizanen slaagden erin om grote stukken grondgebied zelf te bevrijden, onder meer in Griekenland, Joegoslavië, Frankrijk en Italië. Maar ook elders was dit het geval, er dreigden revolutionaire bewegingen die in Indonesië, Vietnam, China, Maleisië,… communistische regimes aan de macht zouden brengen. Het potentieel van revolutie was bijzonder groot, bovendien waren er heel wat gewapende strijders vanuit het verzet tegen de nazi’s of de Japanse bezetters. Het potentieel was reëel om met een revolutie de oorlog te beëindigen.

De centrale factor die dit scenario tegenhield, was de communistische – lees: de stalinistische – bureaucratie die zich beperkte tot de belangen van de Sovjetunie en een uitbreiding van de revolutie niet alleen als een bedreiging voor het fragiele evenwicht met de imperialistische machten (vooral de VS) zag maar ook als een bedreiging voor het interne bureaucratische regime in de Sovjetunie zelf. Zouden de revolutionaire bewegingen in pakweg West-Europa vrede nemen met een vanuit Moskou opgelegde dictatuur of zouden ze integendeel met hun roep naar arbeidersdemocratie de Russische arbeiders inspireren om de bureaucratie aan de kant te schuiven in een politieke revolutie?

Het potentieel van revolutie werd niet benut en de arbeidersbeweging zou daar een hoge prijs voor betalen. De communisten die onder stalinistische invloed mee hielpen met het in stand houden van burgerlijke regimes in West-Europa en Azië werden daar uiteraard niet voor beloond. Zodra de ergste dreiging was geweken, net door de verraderlijke rol van de Moskouse bureaucratie, werden verschillende rekeningen vereffend. In Indonesië zou dat uiteindelijk leiden tot een massale slachtpartij onder communisten in 1965 (waarbij tot een miljoen doden vielen). Op internationaal vlak wordt het stalinistische Oostblok geïsoleerd en komt de wereld in een Koude Oorlog terecht.

De tol van de Tweede Wereldoorlog en de stalinistische vervolgingen voor de jonge Vierde Internationale was bijzonder groot. Het verloop van de oorlog met een versterkte positie van het stalinisme waardoor ook de revolutionaire bewegingen elders op een zijspoor konden gezet worden, leidde tot een nieuwe situatie die Trotski voor het uitbreken van de oorlog niet kon voorzien en waarover binnen de uitgedunde rangen van de IVe Internationale grote verwarring bestond. Perspectieven zijn uiteraard geen glazen bol, ze moeten voortdurend worden aangepast aangezien de waarheid steeds concreet is.

Uit deze teksten van Trotski blijkt hoe de marxistische benadering wordt bijgestuurd om voorbereid te zijn op een periode van oorlog. Tegelijk maakt Trotski duidelijk dat de arbeidersklasse over de fundamentele kracht blijft beschikken om een einde te maken aan de barbarij waar het kapitalisme de meerderheid van de bevolking naar toe leidt. Zelfs onder de meest verschrikkelijke fascistische omstandigheden, heeft de arbeidersklasse het potentieel om recht te staan en het machtige raderwerk te stoppen.

In dit hoofdstuk komt eerst de tekst “De les van Spanje. Een laatste waarschuwing” uit 1937. Vervolgens een interview over de komende oorlog: “Slechts revolutie kan de oorlog een eind doen nemen” uit 1939. Afsluiten doen we met meer algemene standpunten, een uittreksel uit het Overgangsprogramma (1938) en twee discussieteksten waarin Trotski voor zijn Amerikaanse kameraden een aantal verduidelijkingen brengt. De conclusie van Trotski is eveneens duidelijk:

“Geen enkele bezigheid is meer nutteloos dan het speculeren of we er al dan niet in zullen slagen om een stevige revolutionaire kaderpartij te vormen. Voor ons ligt een gunstig perspectief die een rechtvaardiging vormt voor revolutionair activisme. Het is noodzakelijk om de mogelijkheden te benutten die zich beginnen te stellen en de revolutionaire partij op te bouwen.”

Een oproep die actueel blijft.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie