Wij de lasten, zij de lusten
Belgische werknemer kan nooit genoeg presteren
In de laatste 50 jaar van de vorige eeuw nam het jaarlijks aantal werkuren per werknemer in België af met 33%. De productiviteit steeg met 650%. In diezelfde tijdspanne namen de brutolonen van werknemers en zelfstandigen toe met 250%.(1) Om op het einde van die periode een even groot deel te ontvangen voor de door hen geproduceerde waarde als bij het begin van die periode, hadden hun reële brutolonen echter moeten toenemen met 433%. Ondanks de verhoogde levensverwachting, de kortere arbeidstijd en de betere uitrusting, is de uitbuitingsgraad niet af- maar toegenomen. Geen wonder dat de Belgische werknemers dertig jaar geleden uit de middenmoot opklommen tot de wereldwijde top qua productiviteit. Sindsdien zijn we daar nooit meer uit weggeweest. Werknemers betalen daar een hoge prijs voor in de vorm van burn-outs, het recordgebruik van antidepressiva en hartkwalen. De meest geconsulteerde gegevens over productiviteit vind je bij de OESO (2) . De gemiddelde Belgische werknemer produceerde in 2011 elk uur een waarde van 59,2 $. Dat was minder dan collega’s in Noorwegen, Luxemburg, Ierland, de VS en Nederland, maar meer dan gelijk waar anders ter wereld.(3) Deze cijfers gelden voor de hele economie, KMO’s en zelfstandigen inbegrepen. Consultant PwC deed in maart 2012 diezelfde oefening over, enkel voor private bedrijven met meer dan 250 werknemers, financiële sector, uitzendarbeid en non-profit uitgezonderd. Daaruit blijkt dat de jaarlijkse omzet per werknemer in die bedrijven nergens hoger ligt dan in ons land, gemiddeld 239.000 €. Om dezelfde omzet te realiseren als 100 werknemers in België, zijn in Nederland gemiddeld 126 werknemers vereist, in Frankrijk 131, in Duitsland 132 en in het VK 176.(4)
In juli 2012 publiceerde het Leuvense Steunpunt Ondernemen en Regionale Economie een sectoranalyse van de Vlaamse industrie voor de periode 2001-2010. De tewerkstelling in de industrie is in die periode met 20% afgenomen, in de textiel zelfs met 40%, maar tegelijk nam dat de toegevoegde waarde met 40% toe, in de chemie zelfs met 60%. De arbeidsproductiviteit in de industrie is in diezelfde periode met bijna 50% gestegen, in de chemie zelfs met ruim meer dan 200%! (5) Productiviteitscijfers vertellen uiteraard niet alles. De Noren mogen dan al een stuk productiever zijn dan de Belgische werknemers, gemiddeld werken ze wel 150 uur minder per jaar. De collega’s uit Nederland produceren 0,40 dollar per uur meer, maar werken jaarlijks gemiddeld 200 uur minder. Duitse collega’s (55,3$/uur) werken 150 uur minder per jaar en Franse (57,5$/uur) 100 uur. Griekse collega’s werken gemiddeld 460 uur langer per jaar, maar produceren slechts 34 $/uur.(6) Dat plaatst meteen de vraag van Unizo om de arbeidsduur te verlengen in haar juiste context. Van Eetvelt onderscheidt zich daarmee niet van zijn beruchte voorgangers uit de 19de en de 20ste eeuw. En dan zijn er natuurlijk ook de loonkosten. Het onderzoeksinstituut Vives van de KU Leuven vergeleek de competitiviteit van de Belgische gewesten met die van de Duitse Länder voor de periode 2008-2010. Het zette de loonkost per producteenheid af tegen de toegevoegde waarde. Vooral Vlaanderen, maar ook Brussel en zelfs Wallonië behoren tot de middenmoot van de Duitse Länder. Ze zijn competitiever dan Noord-Rijn-Westfalen, de dichtst bij gelegen Duitse regio, maar minder dan de Oost-Duitse staten Brandenburg, Mecklenburg-Vorpommern, Saksen en Thüringen, want daar liggen de lonen lager. (7)
PwC zou niet veel studies moeten publiceren, als die niet steeds tot de conclusie zouden leiden dat de lonen te hoog zijn en de flexibiliteit te laag. Het zou ons niet verbazen als het voor ieder land de “passende” conclusies zelf aanlevert. Voor België doet het dat als volgt: de omzet per werknemer mag dan wel hoog zijn, maar gemeten naar winst per werknemer valt ons land terug tot de achtste plaats door de hoge “loonlasten”. Die belopen nu al gemiddeld 23,9% van de omzet, waardoor een gemiddelde patroon aan een werknemer jaarlijks ‘slechts’ 9.100 € over houdt. Als bovendien de “financiële meevallers” buiten beschouwing worden gelaten bedraagt het pure rendement op loonuitgaven in België slechts 1,06 tegenover 2,73 in Bulgarije en 1,93 in Polen. Los van het feit dat die financiële meevallers uiteraard gebaseerd zijn op onze geleverde arbeid, maar hier vakkundig worden afgezonderd, vergeet PwC te vermelden dat dit ‘kleine’ rendement op de Belgische lonen een grotere som oplevert dan het ‘grote’ rendement op de aalmoes die werknemers in Bulgarije of Polen ontvangen voor hun arbeid. Door het over “loonlasten” en niet over lonen te hebben, speelt PwC wel heel opzichtig in de kaart van de Belgische werkgevers. Die viseren immers vooral het bruto gedeelte van onze lonen, waar velen niet bij stil staan zolang ze zelf niet ziek, oud, invalide of werkloos zijn. PwC beveelt eveneens aan om te knoeien aan de automatische indexering van de lonen, bijvoorbeeld een indexsprong, het beperken van de indexering tot de lage lonen of inflatiegevoelige producten uit de indexkorf halen.
Wie het patronaat hoort, zou zich haast afvragen welke kapitalist in die omstandigheden nog bereid is in ons land te investeren. België is nochtans al jaren een topbestemming. In 2011 alweer goed voor de vijfde plaats qua voorraad aan directe buitenlandse investeringen in absolute cijfers, na de VS, Frankrijk, Hong Kong en het VK, maar nog voor economische reuzen als Duitsland en China.(8) België staat op de tweede plaats – na Hong Kong en vóór Singapore – in het wereldklassement van UNCTAD van aantrekkelijkste landen voor directe buitenlandse investeringen.(9) Dat heeft alles te maken met de centrale ligging, de infrastructuur, de beschikbaarheid van geschoolde arbeidskrachten, de productiviteit van de werknemers, maar ook zoals we straks zullen zien met fiscale geschenken en ook daar draaien de Belgische werknemers voor op. Volgens STORE zijn buitenlandse multinationals intussen goed voor 56% van de toegevoegde waarde en 46% van de tewerkstelling in de industrie in Vlaanderen.(10) Sinds de overname van Volvo door het Chinese Geely en van Cuivre et Zinc, nu LBHB door Fushi, zouden al een 70-tal Chinese bedrijven van plan zijn zich in België te vestigen als springplank naar de Europese markt.(11) En ook de durfkapitalisten en investeringsfondsen denken hier lucratieve zaken te doen. In 2011 waren ze goed voor bijna 1 miljard € investeringen.(12) Zowat 100.000 werknemers werken in bedrijven die gecontroleerd worden door dergelijke fondsen, 32.000 alleen al bij BPost.(13)
Banken brengen solvabiliteit van het land in gevaar
Maar wie daaruit zou besluiten dat de Belgische burgerij op haar retour is, uitgekocht door multinationals, verliest de keerzijde uit het oog. Belgische bedrijven en kapitaalbezitters zijn immers tegelijk zelf zeer actief in het buitenland. Alles samen hebben ze wereldwijd de achtste voorraad aan directe buitenlandse investeringen geaccumuleerd.(14) Het drukt vooral de trend uit, waar we al eerder op wezen, bij de Belgische burgerij om haar kapitaal internationaal te spreiden als onderdeel van haar strategie van deelname aan de internationale arbeidsdeling. Dat geldt voor alle landen van de Eurozone, met kleine kernlanden als België en Nederland als uitschieters. De in- en outflow van kapitaal zijn, net zoals de import en export van goederen en diensten, kenmerkend voor een zeer open economie. Dat zou België kwetsbaarder moeten maken voor een internationale groeivertraging of recessie. Het kon voorlopig de schade beperken, onder meer doordat het merendeel van haar export naar de buurlanden gaat en in het bijzonder Duitsland. In het voorjaar van 2007, voor de Grote Recessie had het planbureau een gecumuleerde groei voorspeld van 10,9% voor de daarop volgende vijf jaar. Het werd uiteindelijk maar 2,8%, een verlies van 30,9 miljard € aan goederen en diensten die niet geproduceerd werden. Het zou de gezinnen alles samen 9,7 miljard € aan koopkracht hebben gekost en er zouden 8.400 meer bedrijven failliet zijn gegaan dan in normale omstandigheden.(15)
Dat het niet erger werd, schreef men destijds vooral toe aan de zogenaamde automatische stabilisatoren, codetaal voor onze sociale zekerheid en de koppeling van de lonen aan de index. In het schaderapport voor België in De Tijd heet het dat de overheid de klappen heeft opgevangen. Als patroons, politici en hun spreekbuizen in de media het in die zin over “overheid” hebben, bedoelen ze doorgaans de arbeiders en hun gezinnen. De uitbreiding van het systeem van tijdelijke werkloosheid bijvoorbeeld, werd gedragen door inkomensverlies van de betrokken werknemers en toeslagen uit onze sociale zekerheid. De creatie van dienstenchequejobs wordt eveneens hoofdzakelijk betaald door de sociale zekerheid en de erbarmelijke condities, bijvoorbeeld de slechte of in sommige gevallen gehele afwezigheid van vergoedingen voor verplaatsingen.(16) Het planbureau verwachte in 2007 dat de staatsschuld tegen 2012 gezakt zou zijn tot 69,5% van het BBP, ze nam toe tot 100%, een verschil van 100 miljard €. Deels door lagere inkomsten, deels door hogere uitgaven, maar vooral door reddingsoperaties voor de banken (24 miljard €) en de bijdrage aan Europese “reddingsoperaties” (12 miljard €). Wij achten de kans dat we dat geld ooit volledig terug zien onbestaande, maar zelfs indien dat wel het geval was, dan nog legt dit een hypotheek op broodnodige sociale uitgaven en investeringen in infrastructuur zoals scholengebouwen, publieke crèches etc. De extra schulden die de overheid daarvoor moest aangaan, moeten ooit opgehoest worden, hetzij door te besparen op uitgaven, hetzij door te zorgen voor nieuwe inkomsten. De patroons waarschuwen nu al dat dit niet ten koste mag gaan van de competitiviteit van de bedrijven, kortom dat de factuur bij de arbeiders en hun gezinnen moet belanden.
Alsof dat niet volstond, stelde de overheid ons ook borg voor meer dan 100 miljard € aan slechte schulden opgestapeld door de banken. Daarvan 55 miljard alleen al voor Dexia, waarvan al 50 miljard werd toegewezen.(17) Minister van financiën Vanackere erkent dat dit nog jaren als een molensteen om onze nek zal hangen, maar beweert dat de portefeuille van Dexia Holding voor 90 procent bestaat uit obligaties van goede kwaliteit. Het gaat om leningen op lange termijn, vaak meer dan 20 jaar voor lokale investeringen in bijvoorbeeld sporthallen of culturele centra, terwijl Dexia Holding het geld dat het uitleende aan de lokale besturen zelf eerst geleend had op korte termijn.(18) Maar zo zeker van zijn stuk is Vanackere niet, waarom anders aan een jaarlijks lotto bedrag van 600.000 € de nieuwe CEO Karel De Boeck inhuren en daar bovenop een nieuwe voorzitter De Metz voor 250.000 € per jaar? Volgens Luc Coene van de nationale bank zou Dexia deze herfst al een kapitaalverhoging nodig hebben van 5 tot 10 miljard €. Als de crisis, zoals het er naar uitziet, verder verdiept, ligt een failliet in het verschiet. Het zou de overheidsschuld doen ontploffen en de solvabiliteit van het land onderuit halen. Eric Dor, professor aan de katholieke universiteit van Rijsel, zei daarover in maart 2012 “Het is dringend dat de Belgische regering en de sociale partners nu al een plan onderhandelen dat detailleert hoe de inspanningen dan verdeeld zullen worden over alle geledingen van de bevolking en de bedrijven.”(19) Kortom, de aandeelhouder incasseert de winsten, de overheid ‘socialiseert’ de verliezen en als puntje bij paaltje komt, wordt de rekening doorgeschoven naar “alle geledingen van de bevolking”, want we kunnen toch de competitiviteit van de bedrijven niet ondermijnen.
Paul De Grauwe wijt de bankencrisis aan het liberaliseringoffensief dat werd ingezet in de jaren ’80.(20) In 1990 bezaten de tien grootste financiële instellingen van de VS er 10% van de financiële activa, in 2008 was dat al meer dan de helft. Nog in de jaren ’90 had geen enkele van de 25 grootste banken ter wereld een balanstotaal groter dan het BBP van het land van herkomst. Nu bedragen de activa van de Europese banken 4 keer het BBP van de Eurozone.(21) In 2007 bedroeg het gezamenlijk balanstotaal van Fortis, KBC en Dexia 1831 miljard €, het land had toen een BBP van 340,7 miljard €.(22) Maar doordat de aandeelhouders met de winst gaan lopen als het goed gaat en de overheid de risico’s toch waarborgt, ontstaat, aldus De Grauwe, een moral hazard die aanzet tot nog meer risicogedrag. Door zaken- en spaarbanken te scheiden, zou men kunnen vermijden dat spaargelden meegesleurd worden als het misgaat met zakenbankieren. In een paar paragrafen weerlegt hij overtuigend de tegenargumentatie van de bankenlobby en haar “toezichthouder”, de nationale bank. Die zien dat niet zitten wegens praktisch onuitvoerbaar en enkel op Europees niveau, en omdat we zouden inboeten aan competitiviteit en het de economische groei zou fnuiken.
Xavier Dupret van Gresea plaatst in een interessant dossier de methode waarmee de Scandinavische overheden hun bankencrisis in de jaren ’90 hebben aangepakt en die welke in 2008 gehanteerd werd door IJsland, tegenover de manier waarop dat vandaag wordt aangepakt in de Eurozone en in België. Daar werd in essentie het banksysteem gered door vooral de private aandeelhouders te laten opdraaien voor het verlies. In Noorwegen werden de drie grootste banken genationaliseerd zonder compensatie voor de aandeelhouders. IJsland liet eveneens het verlies dragen door de aandeelhouders en weigerde zelfs de tegoeden van Nederlandse en Britse spaarders te vergoeden. De Linkse Socialisten kunnen al die voorstellen ondersteunen, maar zoals het failliet van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers aantoonde of de huidige sociale situatie in de Scandinavische landen bevestigt, zou dit niet volstaan. Wij pleiten voor de volledige nationalisatie van de financiële sector onder arbeiderscontrole en publiek beheer, met schadeloosstelling enkel op basis van bewezen behoeften. Enkel zo kan een voldoende sterke publieke financiële hefboom gecreëerd worden in dienst van de economische, sociale en mens-en milieuvriendelijke ontwikkeling van heel de maatschappij.
Een systeem van onbegrensde hebzucht
Zelfs de meest reactionaire opiniemakers zijn af en toe verplicht erop te wijzen als het te gortig wordt. “Sommige bankiers lijken goed bezig Karl Marx gelijk proberen te geven dat het kapitalisme zichzelf zal vernietigen”, Schreef Bart Haeck van De Tijd naar aanleiding van de talloze schandalen.(23) Hoeveel er gefraudeerd wordt weet per definitie niemand, maar het Instituut voor de Nationale Rekeningen schat het op 4% van het BBP, 13,6 miljard €. Professor Pacolet van de KU Leuven denkt dat het eerder 10% van het BBP is, 34 miljard € per jaar.(24) Onder de verdachten vinden we captains of industry zoals Luc Van Steenkiste, Luc Willame en zowat de hele top van de diamanthandel, politici als Karel De Gucht (Open VLD) en Alain Courtois (MR), en ook ambtenaren van verschillende overheidsdiensten die smeergeld zouden ontvangen hebben bij openbare aanbestedingen.
Maar het hoeft niet om fraude te gaan om verontwaardiging op te roepen. Zo bedraagt het gemiddelde jaarsalaris van de CEO van een Bel20-bedrijf in 2011 2,015 miljoen €. De best betaalde, Roch Diliveux van UCB nam 4,076 miljoen € mee naar huis. De vorige best betaalde CEO, Brito van AB inbev, moest het deze keer met 46% minder doen, ‘slechts’ 2,49 miljoen €. Wakker ligt hij er niet van, hij heeft immers uitzicht op 3,25 miljoen uitzonderlijke opties voor een marktwaarde van 135 miljoen € die hij vanaf 2014 indien gewenst kan uitoefenen.(25) Toeval of niet, maar CEO’s verdienen een stuk meer in bedrijven waar de bestuurders hoge vergoedingen rapen. Gemiddeld kreeg de voorzitter van de Raad van Bestuur van een Bel 20 bedrijf in 2011 190.000 €. In 2010 was dat nog 195.000 €, maar het dipje zou bijna volledig te wijten zijn aan het feit dat Dehaene zijn vergoeding als voorzitter van Dexia moest laten varen. De best betaalde voorzitters vindt men, bij KBC, Bekaert, Solvay en Umicore.(26)
Daar stopt het niet bij. Waar de niet-financiële bedrijven de voorbije jaren gemiddeld de helft van hun winst uitkeerden aan hun aandeelhouders, werd dat voor de winsten van 2011 opgetrokken naar 75%. AB Inbev bijvoorbeeld zag zijn groepswinst toenemen met 39% en verhoogde prompt de uitkering aan haar aandeelhouders van 42% naar 46% van de winst. Maar ook bedrijven met winstdaling zoals Delhaize trokken hun dividend op. Telenet en Bois Sauvage keerden zelfs respectievelijk 29 en 36 keer hun winst per aandeel uit. Het zijn de grote aandeelhouders die zo veel mogelijk cash uit die bedrijven halen. Meteen weten we hoe het komt dat ‘de Belgen’, pasgeboren inbegrepen, gemiddeld over een vermogen van 165.300 € beschikken, waarvan 96.600 € in vastgoed. Zelfs De Tijd vond nodig erop te wijzen dat dit gemiddelde fors opgekrikt wordt door superrijken zoals Albert Frère en dat de meeste Belgen minder dan dat gemiddelde bezitten.(27) Forbes zet Frère op plaats 304 in haar lijstje van 500 miljardairs, met een geschat vermogen van 3,6 miljard $.(28) Om het wat tastbaarder te maken: voor iedere 100 € vermogen van de gemiddelde Belg, heeft Frère 1.725.336 €, een jaar geleden was dat nog maar 1.505.900 €.
Cijfers over het vermogen van de gezinnen zijn per definitie onvolledig. Wat men niet weet, kan er ook niet in zitten. Hij beseft het wellicht zelf niet, maar ‘de gemiddelde Belg’ heeft een appeltje voor de dorst in belastingparadijzen als de Kaaimaneilanden. Dat ligt in de Caribische zee, bij Cuba, telt evenveel inwoners als Sint Gillis, bijna 50.000 en 70.000 ondernemingen die zich daar om fiscale redenen gevestigd hebben. Vroeger was het vangen van schildpadden er de belangrijkste economische activiteit. In ruil voor het behoud van haar bankgeheim deed de Zwitserse overheid de Belgische regering een aanbod. Op de 30 tot 35 miljard € die rijke Belgen er volgens de Zwitserse nationale bank geparkeerd hebben, zou ze bereid zijn een eenmalige heffing van 10 miljard € door te storten aan België en nadien een bronbelasting in te voeren van 25% op inkomsten uit die vermogens.(29) Staatssecretaris Crombez van de SPa beweert uit de regering te zullen stappen als die daarmee genoegen zou nemen.(30)
Kapitaalbezitters hebben nochtans geen klagen over de fiscus in België. Dividenden en interesten worden hier maximaal onderworpen aan een voorheffing van 25%.(31) In Frankrijk werd dat in 2008 ook ingevoerd, maar het tarief bedraagt er 34,5% voor interesten en 37,5% voor dividenden. Aangezien de voorheffing “bevrijdend” is, zijn vergelijkbare cijfers voor België onbeschikbaar, maar in de VS vertegenwoordigden dit soort inkomsten in 2008 13% van alle inkomsten van de 1% rijkste. Meerwaarden uit de aankoop en de verkoop van aandelen vertegenwoordigden toen 21,8% van de inkomsten van de 1% rijkste in de VS en zelfs 45% van die van de 0,01% rijkste. In Frankrijk stond dat voor meer dan de helft van alle aangegeven inkomsten van de 1% rijkste tussen 2002 en 2005. Meerwaarden uit kapitaal worden in de VS onderworpen aan 15 tot 35% belasting. In België geldt voor meerwaarden echter een uitermate gunstig fiscaal regime, met onder bepaalde voorwaarden een volledige vrijstelling. Bovendien bestaat hier het principe van vrije keuze van de minst belaste weg. Wie het zich kan veroorloven fiscale specialisten in te huren, kan volkomen legaal inkomsten uit arbeid, interesten en dividenden maskeren als onbelastbare meerwaarden.(32)
En dan zijn er nog de vennootschappen. Het officiële tarief op bedrijfswinsten bedraagt 33,99%, maar dat is louter theoretisch. In 2001 bedroeg het effectieve tarief 19,94% gemiddeld, in 2009 bleef daar nog 9,8% van over. Dat verklaart waarom de totale inkomsten uit vennootschapsbelastingen in 2009 slechts 9 miljard € bedroegen tegen 9,4 miljard in 2001 en dat terwijl de bedrijfswinsten toenamen van 47,13 miljard € tot een recordbedrag van 91,89 miljard € in 2009. Dat is in belangrijke mate te wijten aan de notionele belastingaftrek. In 2007 bedroeg dat nog 8 miljard €, twee jaar later was dat al 17 miljard € waardoor de overheid 6 miljard € belastinginkomsten misloopt.(33) Maar dat is niet eens de belangrijkste aftrekpost. Die prijs gaat naar de definitief belaste inkomsten (DBI) of winsten die in het buitenland zijn belast. Exxon Mobil bijvoorbeeld heeft haar hoofdkwartier voor Europa in België en betaalde als gevolg van de DBI tussen 2006 en 2010 2 miljoen € vennootschapsbelasting op een winst van 19,5 miljard €, dat is 0,01%. Het niet belasten van meerwaarden op aandelen is ook een belangrijke factor De verkoop van haar farma afdeling leverde Solvay in 2010 2,46 miljard € onbelaste meerwaarden op zodat het bedrijf voor dat jaar geen belastingen betaalde.
Alles samen betaalden de 843 bedrijven die in 2010 meer dan 10 miljoen € winst voor belastingen boekten daardoor 3,3 miljard € op een winst van 57,6 miljard €, dat is een gemiddelde van 5,7%.(34) Het VBO tracht dat te nuanceren. Met ingewikkeld rekenwerk slaagde het er uiteindelijk in om vast te stellen dat de mediaan- , niet de gemiddelde, belasting op vennootschappen, 26,2% zou bedragen. Daarvoor moest het wel enkel die bedrijven in aanmerking nemen waarvan de som van het financieel resultaat en het buitengewoon resultaat minder bedraagt dan de totale winst, ‘om grote internationale groepen eruit te filteren’. Bovendien werd de mediaan en niet het gemiddelde gehanteerd ‘om de invloed van extreme gevallen uit te sluiten’. Het VBO tracht ook steeds de patronale bijdragen, het gedeelte van ons brutoloon dat rechtstreeks aan de RSZ wordt doorgestort, voor te stellen als een belasting op de vennootschappen.
Voetnoten
- Economisch Financiële Berichten KBC – Een eeuw economie in beeld – 3 december 1999.
- Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling – http://stats.oecd.org/Index.aspx?usercontext=sourceoecd
- Hierbij dient opgemerkt dat de productiviteit in Noorwegen fors opgetrokken wordt door het belang van de oliesector, dat de cijfers van Luxemburg vertekend worden door grensarbeid en de Ierse cijfers door de eerder vermelde karakteristiek van de economie
- PwC staat voor PricewaterhouseCoopers – Belg presteert maar rendeert niet – De Tijd 28/03/2012
- Beleidsrapport STORE-B-12-001 Sectoranalyse van de Vlaamse industrie – 3 juli 2012
- Alle cijfers van de OESO http://stats.oecd.org/Index.aspx?usercontext=sourceoecd
- Vlaanderen houdt stand in Duitse middenmoot – De Tijd 12/04/2012
- The World Factbook CIA – cijfers voor 31 december 2011
- United Nations Conference on Trade and Development – L’investissement étranger direct mondial perd son dynamisme en 2012, mais les perspectives pour 2013 et 2014 restent modérément favorables 5/07/2012
- Vlaamse industrie is voor helft buitenlands – De Standaard 6/08/2012
- La Chine déjà bien présente sur le sol Belge – Le Soir 28/02/2012
- Durfkapitalisten pompen bijna 1 miljard in Belgische bedrijven – De Tijd 5/07/2012
- Investeringsfondsen staan voor 100.000 jobs in België – De Tijd 10/04/2012
- The CIA World – cijfers voor 31 december 2011
- Schaderapport voor België – De Tijd 4/08/2012
- Werkneemsters dweilen drie keer voor de prijs van twee – De Nieuwe Werker 25/05/2012
- Schaderapport voor België – De Tijd 4/08/2012
- “We kunnen Dexia tot een goed einde brengen” – Het Belang van Limburg, 24/03/2012
- “Dexia menace la solvabilité belge” – Le Soir 21/03/2012
- Scinder les banques: courage, Monsieur le Premier ministre! – 5/09/2012
- Et si nous laissons les banques faire faillite? – Gresea, Xavier Dupret 22/08/2012
- Op basis van cijfers Schaderapport en Eurostat
- Nu wordt ook al in de machinekamer gesjoemeld – De Tijd 4/07/2012
- ‘Fraude wordt nog altijd zwaar onderschat’ – De Standaard 12/02/2012
- Doliveux (UCB) onttroont Brito als best betaalde manager van het land – De Tijd 31/03/2012
- Huygebaert en Buysse best betaalde bestuursvoorzitters – De Tijd 4/04/2012
- Belgen rijker dan ooit – De Tijd 20/07/2012
- https://www.forbes.com/forbes/welcome/?toURL=http://www.forbes.com/billionaires/list/&refURL=https://nl.marxisme.be&referrer=https://nl.marxisme.be#p_1_s_a0_All%20industries_All%20countries_All%20states_
- Belgen verbergen 30 miljard euro bij Zwitserse banken – De Morgen 6/09/2012
- Hij zei dat in de uitzending van De Zevende Dag op één – 9/09/2012
- België was een van de drie landen die een uitzondering hebben gevraagd en bekwamen op de Europese richtlijn over automatische uitwisseling van gegevens over belastingheffing op spaargelden. Door het systeem van bevrijdende aangifte vervalt de aangifteplicht.
- Paradis fiscaux, le modèle belge – Frédéric Panier – Le Monde diplomatique – 06/2012
- L’impôt des sociétés a diminué de moitié en une décennie – Le Soir 11/05/2012
- Arcelor Mittal topper in notionele intrest – De Tijd 8/12/2011
>>> Inhoudstafel