50 jaar geleden: de onafhankelijkheidsstrijd in Algerije

Op de zomerschool van het CWI was er ook aandacht voor enkele historische verjaardagen. Zo is het dit jaar 50 jaar geleden dat Algerije onafhankelijk werd. De onafhankelijkheidsstrijd vormde een belangrijk keerpunt, het was een lange en bloedige antikoloniale strijd die tot op vandaag verregaande gevolgen heeft. We publiceren een samenvatting van de inleiding door Cédric Gérôme van het CWI.

Lessen trekken uit verleden

Als marxisten de geschiedenis bestuderen, is dat niet enkel vanuit historische interesse. Het is nuttig om lessen te trekken uit het verleden om zo een groter begrip te hebben van de huidige situatie en beter voorbereid te zijn op te toekomst. De Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd laat tot op vandaag gevolgen na, zowel in Algerije zelf als in Frankrijk. Het ging om dramatische gebeurtenissen met een internationale impact.

De lange en bloedige strijd heeft geleid tot de val van vier Franse regeringen en tot het einde van de Vierde Republiek in 1958. De repressie tegen Algerijnen en de poging om het antikoloniale verzet op militaire wijze te onderdrukken, leidde ook in Frankrijk tot een grote woede onder brede lagen van de bevolking. Het legde mee de basis voor mei 1968, zowel wat de strijd van onderuit betreft als de verzwakking van de Franse heersende klasse als gevolg van de nederlaag in de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd. Eenzelfde fenomeen zagen we ook elders, zo speelde de Congolese onafhankelijkheid een rol in het ontwikkelen van de algemene staking van 1960-61 in België.

Ook de strategen van de heersende klasse bestuderen de geschiedenis om er lessen uit te trekken. De film ‘Battle of Algiers’ toont hoe het Franse leger op gewelddadige wijze wijken in Algerije inneemt. Deze film werd recent nog gebruikt door het Amerikaanse leger om het te tonen aan de troepen die bij de invasie in Irak betrokken waren.

‘Verlichte’ kolonialisme: bloedig, willekeurig geweld

De methoden van het Franse leger waren niet bepaald vredelievend. Dorpen werden in brand gestoken, er werd napalm ingezet, er waren willekeurige executies,… Meer dan twee miljoen mensen kwamen in kampen terecht waar er heel wat problemen zoals ondervoeding waren. Dat toont het ware gezicht van het Franse kapitalisme dat alom geroemd wordt voor haar “verlichting” en haar nadruk op “mensenrechten”. Frankrijk was het eerste land dat zelf een vliegtuigkaping uitvoerde toen het in 1956 een vliegtuig met de Algerijnse bevrijdingsstrijder Ben Bella tot landen dwong. Bij deze kaping werden vijf leiders van het FLN (Front de Libération Nationale) opgepakt. Op 17 oktober 1961 was er in Parijs onder leiding van politiechef Maurice Papon een gewelddadige raid op Algerijnen, waarbij honderden doden vielen. Dat was niet uitzonderlijk, er werden maandelijks meer dan 50 Algerijnen vermoord door de Franse politie.

Vandaag is er een nieuwe golf van boeken en informatie over wat destijds gebeurde. Daarbij is er een tendens om de propaganda van beide kanten af te doen als gekleurd en sommigen proberen in naam van de neutraliteit het geweld van de koloniale onderdrukker op een zelfde niveau te plaatsen als dat van de slecht bewapende onderdrukten. Wij zijn het daar niet mee eens. Evenmin stappen we mee in de wel erg specifieke versie van de geschiedenis die door het Algerijnse regime wordt gebruikt om het eigen regime vandaag te rechtvaardigen. De propaganda van dat regime heeft overigens steeds minder impact, een grote meerderheid van de Algerijnse bevolking is na de onafhankelijkheid geboren en heeft vandaag een grote afkeer tegenover het regime.

Het FLN stelt vandaag dat het een grote militaire overwinning haalde op het Franse leger. Dat is niet correct. In 1959 haalde het Franse leger een grote overwinning, het Algerijnse verzet lag onder vuur. De Fransen gingen in het offensief met het blokkeren van de grenzen, waardoor de wapentoevoer voor het verzet werd afgesloten. Het ALN (Armée de libération nationale, de gewapende vleugel van het FLN) had zo goed als afgedaan. Het is niet mogelijk om de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd enkel vanuit een militair standpunt te verklaren. De onafhankelijkheidsstrijd genoot een brede steun onder de bevolking en het Franse regime kende een diepe crisis. Die factoren speelden een heel grote rol. Het Franse kolonialisme ging gepaard met racisme en geweld, willekeurige arrestaties en 85% analfabetisme.

Arbeidersklasse in Algerije

Het Algerijnse verzet groeide op basis van afkeer tegenover de omstandigheden van het koloniale bewind in Algerije. Tegelijk kwam een laag van jonge Algerijnen via hun legerdienst in contact met de Franse arbeidersbeweging. In de oorlog trokken 120.000 Algerijnse arbeiders naar Frankrijk om er deel te nemen aan de oorlogsinspanning (onder meer voor de wapenproductie.

Daarnaast was er in de jaren 1950 een erg gemengde bevolking in Algerije met ook groepen Franse, Italiaanse, Spaanse,… inwoners. De kolonialen kunnen niet als een homogene groep worden gezien, naast de rijke kolonialen aan de top waren er ook ongeveer een miljoen Europeanen die in Algerije in armoede leefden. De levensstandaard van de Europeanen in Algerije lag in de jaren 1950 gemiddeld 20% onder die in Frankrijk.

Dit alles maakte dat er in Algerije een zekere ontwikkeling van radicale ideeën was binnen de arbeidersbeweging met onder meer invloeden van de Franse Parti Communiste en de vakbond CGT. De landbouw was nog steeds dominant, maar binnen de numeriek beperkte arbeidersklasse was er wel een ontwikkeling van eigen vakbonden en van politieke ideeën. Vlak voor het uitbreken van Wereldoorlog Twee waren er verschillende grote acties, onder meer een staking van de dokwerkers die de havens platlegde.

Na de onafhankelijkheidsstrijd zouden Algerijnse arbeiders in Frankrijk overigens ook een belangrijke plaats innemen. Het ging ongeveer om 350.000 arbeiders die een belangrijke rol speelden in strategische industriële sectoren, zoals de automobielsector. Bij Renault-Billancourt waren er toen ongeveer 4.000 Algerijnse arbeiders op een totaal van 45.000 tot 50.000. Ze lagen er mee aan de basis van de strijdbare tradities van de arbeiders in deze fabriek.

Zwakke burgerij en afwezigheid arbeiderspartijen laat ruimte voor nationalisten

In Algerije was er geen sterk ontwikkelde lokale burgerij. Trotski stelde eerder al dat de taken van democratische rechten en nationale bevrijding in de koloniale landen niet aan de burgerlijke krachten kunnen overgelaten worden, maar dat de arbeidersbeweging gesteund door de arme boeren daar een centrale rol in moet spelen. De enige mogelijkheid voor de massa’s om de koloniale overheersing te stoppen was als de arbeidersbeweging zelf de macht zou grijpen.

In Algerije werd dit perspectief deels geblokkeerd door de ruimte die er was voor de puur nationalistische krachten, een ruimte die groter was door de rol van de leiding van de Franse arbeidersorganisaties.

Bij het opzetten van de Communistische Internationale werd uitdrukkelijk opgekomen voor een programma dat inging tegen koloniale onderdrukking. Lenin stelde dat een socialistische kracht in een onderdrukkende mogendheid die geen actieve strijd voert tegen de koloniale onderdrukking, zich niet socialistische of internationalistisch kan noemen.

Het standpunt van de sociaaldemocratische SFIO lag daar mijlenver af. De partij stelde dat het voor een ‘vrijer Algerije’ was dat bovendien ‘democratischer en gelijker’ moest zijn, “kortom meer Frans”. De Communistische Partij liet na 1924 het perspectief van internationale achterwege om allianties met burgerlijke krachten aan te gaan naargelang dit de belangen van de bureaucraten in Moskou goed uitkwam. In Frankrijk stapte de PCF uiteindelijk in een Volksfrontregering die op heel wat krediet kon rekenen in de kolonies, maar de illusies verdwenen snel. De regering met ook de PCF erin zette de kolonisatie verder en weigerde het recht op zelfbeschikking te erkennen. Meer nog: er werd repressief opgetreden tegen het antikoloniaal verzet.

Ook na de Tweede Wereldoorlog zat de PCF een tijdlang in de regering, dat was het geval van 1944 tot 1947. Deze regeringsdeelname had tot doel om de arbeidersstrijd op een zijspoor te zetten. De PCF-ministers bleven ook gewoon zitten toen er in 1945 in Sétif en Guelma een bloedbad werd aangericht tegen een betoging voor onafhankelijkheid. De PCF slaagde er zelfs in om de betogers af te doen als provocateurs en agenten van Hitler. Dit deed de ontwikkeling van de Algerijnse Communistische Partij geen goed.

Het verraad van de sociaaldemocraten en de communisten zorgde ervoor dat er meer ruimte was voor de nationalisten om het terrein te bezetten. Die deden extra inspiratie op bij de nederlaag van het Franse imperialisme in Indochina in 1954. Het FLN baseert zich op een nationalistisch verzet en lanceerde in 1954 een gewapende strijd. Er werden guerrilla-aanvallen ingezet in verschillende delen van het land. Daarbij werd eerder uitgegaan van een Blanquistisch model: een revolutionaire samenzwering waarbij via geweld massaal verzet wordt uitgelokt. Op deze basis slaagde het FLN er niet in om een massakracht te worden, eind 1954 telde de groep minder dan 1.000 strijders.

In deze periode was er internationaal een opgang van bevrijdingsbewegingen op nationalistische basis omwille van de weigering tot steun vanwege de reformisten en de rol van de stalinisten. Bij deze nationalisten werd soms naar socialisme verwezen, maar heerste toch een grote onduidelijkheid over de rol van de arbeidersklasse alsook over de mogelijkheden om tot eengemaakte strijd te komen.

De meeste kaders van het FLN kwamen dan ook vanuit de elite op het platteland, het ging om een verarmde elite die weinig banden had met de arbeidersbeweging. Dit bleek ook uit de daden van het FLN. In juni 1955 was er in Philippeville een grote staking van dokwerkers, zowel Algerijnse als Europese dokwerkers. Dit potentieel werd niet aangewend door het FLN toen het in augustus 1955 een offensief inzette waarbij duizenden boeren de stad aanvielen en overgingen tot willekeurig geweld. Er vielen 123 doden, waaronder 71 Europeanen.

Nood aan arbeiderseenheid

Bij verschillende aanslagen van het FLN op publieke plaatsen waren het vooral Europeanen die het doelwit waren, maar er vielen ook Algerijnse slachtoffers. Marxisten gaven destijds kritische steun aan de antikoloniale strijd. Dit betekent niet dat we een blanco cheque gaven aan de nationalisten die eengemaakte strijd moeilijker maakten. Wel organiseerden we solidariteit en verdedigden we de antikoloniale strijd waarbij we ook wezen op het potentieel van eengemaakt verzet. De voorlopers van onze organisatie in Engeland gaven ook praktische steun, zo waren er kameraden betrokken bij het saboteren van de elektriciteitslijnen in Algerije.

Het potentieel van arbeiderseenheid bleek onder meer in de vele stakingen die Algerije in 1956 kende, op een ogenblik dat er ook heel wat acties waren in Frankrijk. Uiteindelijk zou Algerije onafhankelijk worden omdat de sociale crisis in Frankrijk een voortzetting van de koloniale oorlog onmogelijk maakte. Er ontstonden muiterijen waarbij dienstplichtige soldaten in opstand kwamen tegen hun oversten. In Rouen weigerden een duizendtal dienstplichtigen de trein naar Marseille te nemen en hielden ze een tijdlang de kazerne bezet. Er waren duizenden jongeren betrokken bij dit protest. Het aantal stakingen in Frankrijk bereikte in 1957 het hoogste niveau sinds 1936, het jaar van de algemene staking.

De politieke crisis en de militaire impasse leidden tot het einde van de Vierde Republiek. De ‘nieuwe’ sterke man De Gaulle riep in 1959 dan wel de militaire overwinning uit, maar onder een brede laag heerste eerder een sfeer van defaitisme. De steun voor het behoud van Algerije als Franse kolonie nam zienderogen af onder de publieke opinie. Peilingen gaven in februari 1957 nog 49% steun voor het behoud van Frans Algerije, in april was dat 40%, in maart 1958 34% en in september 1958 nog amper 17%. De Gaulle moest iets doen, zoniet dreigde hij de controle over de situatie te verliezen. Het is vanuit dat oogpunt dat vanaf 1960 werd gezocht naar een mogelijkheid van ordentelijke exit.

Polarisatie in Frankrijk

De impasse leidde tot een sterke polarisatie in Frankrijk. Er waren enerzijds massale betogingen, maar anderzijds organiseerde ook de reactie zich. In 1961 werd de OAS (Organisation de l’armée secrète) opgezet, een paramilitaire schokgroep die tot doel had om de controle over Algerije te behouden en het protest in Frankrijk fysiek te breken.

Het geweld van de OAS was verregaand, er werden acht arbeiders omgebracht. In Parijs leidde dit geweld tot de grootste algemene staking sinds Wereldoorlog Twee. Er werden overal antifascistische comités opgezet en er waren massale betogingen. Toen een algemene staking van 1 uur werd afgekondigd, namen 12 miljoen arbeiders deel aan deze actie!

In Algerije probeerden Franse generaals een staatsgreep tegen De Gaulle te plegen. Het probleem was echter dat ze amper steun kregen van de gewone soldaten. Slechts een 25.000-tal van de 400.000 soldaten bleef de generaals steunen, de rest verzette er zich actief tegen. Hier en daar verschenen zelfs rode vlaggen boven de kazernes. De staatsgreep was een totale mislukking.

Na het falen van de poging van de reactie om de situatie terug onder controle te krijgen en de koloniale heerschappij voort te zetten, bleef er geen andere optie dan het onderhandelen van een terugtrekking van de Fransen en het toekennen van de onafhankelijkheid.

In maart 1962 werden de Evian-akkoorden gesloten waarbij de onafhankelijkheid werd erkend. De basis voor deze overwinning was niet zozeer militair, maar wel degelijk de massastrijd en de situatie in Frankrijk. Het feit dat het FLN zich niet baseerde op massale betrokkenheid maar op guerrilla had een invloed op het regime dat aan de macht kwam na de onafhankelijkheid.

Het FLN was enkel opgezet rond het programmapunt van onafhankelijkheid, er was een sociaal-economisch programma van solidariteit en klasseneenheid. Bovendien hadden zowat alle Europeanen Algerije tegen eind 1961 verlaten. Het regime dat in 1962 aan de macht kwam, deed in woorden beroep op socialisme maar was van bij het begin een voortvloeisel uit de nationalistische guerrilla.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie