Revolutie en contra-revolutie in Griekenland

De eurocrisis wordt dieper

De Griekse verkiezingen van 6 mei veroorzaakten een politieke aardbeving. Dit is nog maar een voorbode van nog heviger politieke en sociale omwentelingen. De werkende bevolking en hun organisaties in de EU moeten hun solidariteit met de Griekse werkende bevolking opdrijven en zich verzetten tegen de eisen van de trojka (EU, IMF, ECB) aan de Griekse arbeiders. Een dergelijke solidariteit is deel van de strijd tegen de aanvallen van hun eigen regeringen.

 

Na de verkiezingen was het onmogelijk om een regering te vormen waardoor er nieuwe verkiezingen komen op 17 juni. Deze verlamming is een uitdrukking van de hevige schokken in de Griekse samenleving. Het is een kenmerk van zowel revolutie als contrarevolutie. De Financial Times waarschuwde: “Er kunnen zich plunderingen en rellen voordoen. Ook een staatsgreep of burgeroorlog behoren tot de mogelijkheden” (18 mei).

Alexis Tsipras (Syriza): “oorlog tussen het volk en het kapitalisme”

De radicaal-linkse alliantie Syriza was de grote winnaar, de partij ging van 4,6% naar 16,78%. Dit geeft hoop aan vele arbeiders en socialisten in Griekenland en elders. Het joeg de heersende klasse een grote schrik aan. De macht van de trojka en het besparingsbeleid werd immers uitgedaagd.

De conservatieve Nieuwe Democratie (ND) en de sociaaldemocratische PASOK voerden slaafs de besparingen van de trojka uit. Onder hun aanvoeren werd Griekenland in de praktijk bezet door de internationale bankiers, de ECB, het IMF en de EU. De Griekse bevolking heeft de stromannen van het Europa van het kapitaal aan de kant geschoven: van de 75% tot 85% die beide partijen samen doorgaans haalden, bleef nog 32,02% over (18,85 voor ND en 13,18% voor PASOK).

Mogelijk zal Syriza op 17 juni nog beter scoren. Zal de partij er in slagen om de hoop waar te maken? Dat vereist volgens ons een revolutionair socialistisch programma, binnen het kapitalisme is het niet mogelijk om tot oplossingen voor de crisis en de dramatische sociale gevolgen ervan te komen.

Als links faalt, kan extreemrechts van het vacuüm gebruik maken. Dat zagen we al met de doorbraak van de neofascistische ‘Gouden Dageraad’ dat 6,97% en 21 verkozenen haalde. In de peilingen zakt de partij opnieuw, maar het blijft een ernstige waarschuwing.

Brutale aanval op levensstandaard

De economische ineenstorting, het Griekse bbp nam sinds 2008 met 20% af, heeft het leven van miljoenen mensen verwoest. De sociale gevolgen zijn verschrikkelijk. In de openbare diensten daalden de lonen met 40%. De kerk schat dat ze dagelijks 250.000 mensen te eten geeft in gaarkeukens. Patiënten in ziekenhuizen moeten op voorhand betalen voor een behandeling. Het aantal ziekenhuisbedden is met de helft afgenomen. Een ziekenhuis weigerde een pas geboren baby mee te geven tot de moeder de rekening had betaald. Duizenden scholen werden gesloten.

De middenklasse is vernietigd. Velen werden dakloos en staan samen met arme migranten aan te schuiven voor voedselhulp en onderdak in een soort van vluchtelingenkampen, de Europese versie van krottenwijken. De werkloosheid steeg tot 21%, onder jongeren is dat 51%. De honderdduizenden migranten worden geviseerd door extreemrechts. Links moet daarop antwoorden met noodmaatregelen voor alle behoeftigen.

Arbeiders vechten terug

Onder druk van onderuit werden sinds begin 2010 maar liefst 17 algemene stakingen gehouden, waaronder drie 48-urenstakingen. Toch bleven de aanvallen komen. Als we geen stappen vooruit zetten in de strijd, leidt dit tot een zekere uitputting.

Uit wanhoop trokken tienduizenden naar het buitenland. Er zijn naar schatting 30.000 illegale Griekse migranten in Australië. Sommigen trokken zelfs naar Nigeria of Kazachstan. Anderen kozen een meer tragische uitweg. Het aantal zelfmoorden steeg met 22% en staat op het hoogste peil in Europa.

Dit doet denken aan de depressie in de VS in de jaren 1930. De bitterheid, haat en woede tegen de Griekse elite en haar politici, zorgt ervoor dat ze zich niet meer veilig op straat of op restaurant kunnen vertonen. De rijken sluizen hun geld naar Zwitserland en andere Europese landen door, de meerderheid van de bevolking blijft intussen achter met de gevolgen van de crisis.

Syriza niet in coalitie met PASOK en ND

Syriza stelde niet in een coalitie met PASOK en ND te willen treden. Alexis Tsipras stelde een links blok voor met de Griekse communistische partij (KKE) en Democratisch Links (een afsplitsing van Syriza) om een links beleid te voeren.

Daarbij pleitte Tsipras voor het bevriezen van de besparingsmaatregelen, het annuleren van de wet die een einde maakt aan het collectief overleg en die het minimumloon beperkt tot 490 euro per maand. Hij eiste een publiek onderzoek naar de Griekse schulden waarbij er in tussentijd een moratorium zou komen op de terugbetaling van de schulden.

Dit programma volstaat niet als antwoord op de diepte van de Griekse crisis, maar het kan een vertrekpunt zijn voor het opvoeren van de strijd tegen de besparingen en als beginpunt voor een programma dat breekt met het kapitalisme. De KKE-leiding weigerde zelfs een ontmoeting met Tsipras. De partij zet haar sectaire benadering tegenover de rest van de arbeidersbeweging voort en wordt daar in de peilingen voor afgestraft. Xekinima pleit al langer voor een links front. Dat werd aanvankelijk redelijk vijandig onthaald, maar het kreeg geleidelijk aan meer steun. Uiteindelijk werd het opgenomen door Tsipras en Syriza.

Een linkse eenheidslijst zou bij de verkiezingen van 6 mei de grootste formatie geweest zijn en bijgevolg genoten hebben van de bonus van 50 extra zetels voor de grootste partij. Als dat niet voldoende was geweest om een parlementaire meerderheid te vormen, zou het de verenigde linkerzijde wel in een centrale positie hebben gebracht om voor de tweede verkiezingen in juni campagne te voeren rond het realistische perspectief van een linkse regering.

De KKE weigert en blijft aan de kant staan. Nochtans had de partij in 1989 geen bezwaren met een coalitie met… het conservatieve ND! Partijleider Aleka Papriga wijst nu op die ervaring om de weigering voor een links front kracht bij te zetten. Alsof een links front op basis van strijd tegen besparingen hetzelfde is als deelnemen aan een pro-kapitalistische regering met conservatieven. Een links front zou eenheid in actie bewerkstelligen met ook een sterke beweging op straat. Jammer genoeg namen ook andere linkse formaties een afwijzende houding in met betrekking tot een links front, dat was onder meer het geval met Antarsya (anti-kapitalistische alliantie).

Zowel KKE als Antarsya staan nu onder druk van hun basis. Bij Antarsya vraagt een deel van de basis een front met Syriza, een meerderheid van de leiding blijft dwarsliggen. De alliantie zal daar mogelijk een zware prijs voor betalen. In 2010 haalde ze nog 2% in de lokale verkiezingen, in mei was dat nog 1,2% en dat kan verder afnemen. De KKE ging bij de verkiezingen in mei amper vooruit, peilingen voor de verkiezingen in juni wijzen op de mogelijkheid van een scherpe achteruitgang van 8,5% tot amper 4,4%.

Tsipras dreigde ermee om de overheidsschulden niet volledig terug te betalen, te besparen op de militaire uitgaven en in te gaan tegen verspilling, corruptie en belastingontduiking door de rijken. Hij eist een publieke controle op het bankenstelsel, waarbij soms nationalisering wordt bedoeld. Daarnaast sprak hij zich uit voor een ‘New Deal’ zoals die van Roosevelt in de VS destijds. Syriza gaat dus voor een radicaal programma van hervormingen waarbij niet wordt gebroken met het kapitalisme, maar wel een aanzet wordt gegeven. Het programma van dringende publieke werken moet gekoppeld worden aan de nationalisatie van de banken en de sleutelsectoren van de economie en de invoering van een socialistisch plan.

Het programma van Syriza heeft beperkingen, maar is wel duidelijk gericht tegen de besparingen. Bovendien weigert Syriza deel te nemen aan een besparingscoalitie. Dat kan de positie van Syriza versterken met 20 tot 26% in de peilingen. Die snelle electorale groei toont het potentieel voor linkse formaties als de objectieve voorwaarden er rijp voor zijn en als die formaties een duidelijk profiel aannemen.

De weigering van Syriza om in een besparingscoalitie te treden, verschilt van de positie van andere linkse krachten. In Italië werd de positie van de PRC ondermijnd door lokale coalities aan te gaan. Recent stapte IU in Spanje in een coalitie met de PSOE in Andalusië, wat de steun voor IU kan bedreigen.

De EU en de euro

De besparingspartijen en de trojka proberen wanhopig de situatie te keren. Ze stellen dat de verkiezingen een referendum vormen over lidmaatschap van de eurozone. Ze proberen het voor te stellen alsof verzet tegen de besparingen overeenkomt met een uitstap uit de eurozone en mogelijk ook de EU.

Syriza blijft op dat punt teveel op de vlakte. Dat is een uitdrukking van een breed gedragen gevoel onder de bevolking, volgens een peiling is 79% tegen een uitstap uit de eurozone. Het is ook logisch dat er een schrik is voor wat in dat geval zou gebeuren. Een isolement van de relatief kleine Griekse economie zou kunnen leiden tot de sociale omstandigheden van de jaren 1950 en 1960 of de hoge inflatie van de jaren 1970 en 1980. Syriza en de linkerzijde moeten antwoorden op de vrees en uitleggen wat het alternatief is.

Tsipras gokt dat de Griekenland niet uit de eurozone wordt gezet omwille van de gevolgen voor de rest van Europa. Maar dat is helemaal niet zeker. Het klopt dat een deel van de heersende klassen in Europa bang is van een Grexit en de mogelijkheid van een verder uiteenvallen van de eurozone indien Spanje en andere landen eveneens richting uitgang gaan.

Maar anderzijds vreest de Duitse heersende klasse en ook die van andere landen dat grote toegevingen aan Griekenland om het land in de eurozone te houden, als precedent wordt ingeroepen door Spanje, Italië, Portugal, Ierland,… Dat risico willen ze niet lopen. Het ‘Centre for Economic and Business Research’ stelde alvast dat het einde van de euro in zijn huidige vorm een zekerheid is.

Syriza vergist zich als het denkt dat het afwijzen van de besparingspolitiek samen kan gaan met lidmaatschap van de eurozone. Die eurozone is een economische dwangbuis die de grote kapitalistische machten en bedrijven toelaat om een besparingsbeleid op te leggen. Syriza moet een antwoord formuleren op de mogelijkheid dat een linkse regering in Griekenland wordt geconfronteerd met de beslissing om het land uit de eurozone te zetten. Het is overigens niet uitgesloten dat ook een regering die het besparingsbeleid wel aanvaardt uiteindelijk met een Grexit wordt geconfronteerd.

Veel Grieken vrezen momenteel een exit, maar dit betekent niet dat ze het behoud van de euro tegen gelijk welke prijs zullen blijven aanvaarden. Als Griekenland uit de eurozone wordt gezet, zou een linkse regering onmiddellijk een controle moeten instellen op het kapitaal en de kredieten om een kapitaalvlucht te vermijden. De financiële instellingen en andere grote bedrijven zouden onmiddellijk genationaliseerd moeten worden. Alle schuldaflossingen aan de banken en andere financiële instellingen moeten dan opgeschort worden. De regering moet de boeken openen om alle afspraken van de banken en de markten te inspecteren. Daarbij zou de regering de rijken onteigenen en de kleine investeerders en spaarders beschermen. Met een herstelprogramma dat op democratische wijze tot stand komt als onderdeel van een socialistisch plan voor de sleutelsectoren onder publieke controle en om de kleine bedrijven bij te staan, zouden stappen vooruit mogelijk zijn.

 


Lessen van Chili

Uiteraard zitten we in een ander tijdperk, maar er zijn toch gelijkenissen tussen Griekenland vandaag en Chili tussen 1970 en 1973. Er zijn ook veel gelijkenissen met de ontwikkelingen van linkse regimes in Venezuela, Bolivia of Argentinië.

In Chili was er begin jaren 1970 een sterke polarisering. De rechterzijde en de heersende klasse bereidde zich voor om een einde aan de impasse te maken. De fascistische organisatie ‘Patria y Libertad’ marcheerde en viel activisten aan. Het was een paramilitaire organisatie naast het leger. Het leger pleegde uiteindelijk een bloedige staatsgreep op 11 september 1973.

Met ‘Gouden Dageraad’ is er ook in Griekenland het potentieel van een paramilitaire organisatie. Deze organisatie prijst de voormalige Griekse militaire dictatuur alsook Hitler. Een deel van de heersende klasse kan concluderen dat er geen alternatief meer is en een poging ondernemen om de ‘orde te herstellen’. Dat zal niet de eerste keuze van de heersende klasse zijn, maar het gevaar dat die richting wordt uitgegaan, is reëel. De dalende steun voor Gouden Dageraad in de peilingen betekent niet dat het gevaar geweken is.

Ook zonder massale aanhang kan een groep als Gouden Dageraad, net als Patria y Libertad destijds in Chili, een rol spelen als paramilitaire groep tegen minderheden en vooral tegen de arbeidersbeweging. Gouden Dageraad stuurt zijn ‘zwarthemden’ uit om migranten aan te vallen en uitte ook al dreigementen tegen holebi’s met de melding dat zij het volgende doelwit zijn. Het is dringend nodig om antifascistische comités op te zetten die de verdediging opnemen van al wie bedreigd wordt.

Als Syriza met een links front een regering kan vormen, kan deze snel naar links geduwd worden. Dat was ook het geval met Allende in Chili in 1970 of met Chavez (Venezuela), Morales (Bolivia) en Kirchner (Argentinië). Zo’n regering kan maatregelen nemen die ingaan tegen de belangen van de kapitalisten, onder meer met nationalisaties. Een linkse regering in Griekenland zou snel als voorbeeld kunnen dienen in onder meer Spanje en Portugal.

Syriza en Tsipras spreken nog niet over socialisme als alternatief, maar dat kan veranderen. In een interview met The Guardian stelt Tsipras dat er sprake is van een oorlog tussen de mensen en het kapitalisme. Ook Chavez verwees niet naar socialisme bij zijn eerste verkiezing. Hij werd naar links geduwd. Dat is ook in Griekenland mogelijk.

Onder impact van de crisis en de klassenstrijd kan de steun voor eisen als nationalisatie, arbeiderscontrole en –beheer snel toenemen. Linkse regeringen kunnen aangespoord worden om dergelijke maatregelen minstens gedeeltelijk door te voeren. Dat was overigens ook het geval met de eerste PASOK-regering in 1981.

Als de besparingspartijen toch een meerderheid kunnen vormen onder leiding van ND, dan zal het hen ontbreken aan geloofwaardigheid, autoriteit en stabiliteit. Zo’n regering zal snel botsen met de intense woede en de bittere strijd van de Griekse arbeidersbeweging. Syriza zou zich in die strijd moeten versterken om met deze beweging de regering en het besparingsbeleid te stoppen. Xekinima zou in zo’n situatie actief campagne voeren voor een val van de regering door middel van stakingen, bezettingen en massaprotest.

De snelle groei van Syriza is positief. De sociale en politieke crisis zal voor Syriza net zoals voor alle andere politieke krachten een test vormen. Met een juist programma, correcte methoden en een goede benadering is het mogelijk om stappen vooruit te zetten. Zoniet kan links even snel verdwijnen als het opkwam. Xekinima speelt een actieve rol in de discussies in en rond Syriza om de nodige politieke conclusies te trekken en de strijd vooruit te helpen.

 

Analyse door Tony Saunois (CWI) en Andros Payiatos, (Xekinima, Griekenland)

Geef een reactie

0
    0
    Je winkelwagen
    Er zit niets in je winkelwagenKeer terug naar de winkel