15 jaar na de Witte Beweging. Dit systeem is rot… tot op het bot!

Vijftien jaar geleden werd ons land opgeschrikt door een massale uitbarsting van straatprotest en woede. Na een week van spontane acties en betogingen, volgde op 20 oktober 1996 de Witte Mars in Brussel met 300.000 deelnemers. De ‘witte beweging’ maakte duidelijk hoe snel een beweging kan ontwikkelen. Vijftien jaar later is het nuttig om terug te kijken op de acties, maar ook op justitie. Wat is er veranderd na vijftien jaar? En hoe staan socialisten eigenlijk tegenover het gerecht?

Witte beweging: uitbarsting van woede op straat

De Witte Beweging in 1996 ontstond naar aanleiding van de affaire-Dutroux waarbij er een grote verslagenheid was omwille van de jonge slachtoffers van Dutroux en co. Toen bleek dat het onderzoek naar deze affaire met heel wat moeilijkheden te kampen kreeg, barstte de woede uit.

De directe aanleiding was het verwijderen van onderzoeksrechter Connerotte van het dossier. Die had een bord spaghetti gegeten op een steunavond voor de vermiste meisjes en was bijgevolg niet ‘onpartijdig’. Connerotte werd gezien als een doortastende figuur die door de bureaucratische mallemolen van het gerechtelijk establishment door middel van het spaghetti-arrest aan de kant werd geschoven. Velen vreesden een nieuwe doofpotoperatie.

De acties toonden aan dat niet alleen de politici maar ook andere delen van de burgerlijke instellingen gediscrediteerd waren. Gerecht en politiediensten, maar ook de media, waren alle vertrouwen van de bevolking verloren. Een reeks opgestapelde frustraties kwamen samen. Het waren de arbeiders van VW-Vorst die de beweging op gang trokken door het werk op 14 oktober neer te leggen. Ze kregen al snel navolging doorheen heel het land.

Er volgde een week van spontane betogingen en massaal protest. Het establishment verloor deels de controle over de situatie en er kwamen wanhopige oproepen aan de scholieren om terug naar school te gaan en aan de arbeiders om terug te werken. Alle elementen van het establishment mengden zich in die oproepen, van regering tot de koning en de kerk. Allen waren ze bang voor deze beweging. Daarom moest de Witte Mars apolitiek gehouden worden. De traditionele politici hadden immers geen controle op de politieke ideeën die ontwikkelden in de beweging. De omvang, spontaneïteit en snelheid van de beweging verrasten het volledige establishment.

Doorheen de acties werd niet alleen het gerecht, maar de volledige samenleving in vraag gesteld. Wij speelden daar op in met onze slogan ‘Het systeem is rot tot op het bot’. Waar we een zekere impact hadden, voornamelijk in Gent, werd deze slogan massaal overgenomen. Daar deden we er ook alles aan om de spontane uitbarsting van woede te organiseren in een grote gezamenlijke betoging op vrijdag 18 oktober 1996. De oproep daarvoor kwam van de Studentenvakbond (SVB) waarbinnen LSP-leden een actieve rol speelden.

We trokken naar bedrijven, scholen en aula’s. Tegelijk kwamen we ook tussen in de spontane betogingen. Het waren drukke dagen. ‘s Ochtends vroeg opstaan, een megafoon nemen en de eerste de beste spontane betoging zoeken om van daaruit tot een grote betoging te komen. Dat ritueel werd enkele dagen na elkaar herhaald. De Gentse betoging van 18 oktober 1996 was massaal, met 25.000 deelnemers was het de grootste betoging na de nationale Witte Mars.

Op dit ogenblik werd de beweging steeds meer gedragen door de arbeiders en hun gezinnen. Dat gebeurde niet bewust als klasse, maar als ouder, als kind. Het was mogelijk om het onbewuste bewust te maken. Een ordewoord van de vakbondsleidingen had volstaan om de beweging richting te geven en verder te laten ontwikkelen. Wij stelden dat er een oproep moest komen voor een algemene staking en de vorming van actiecomités om die staking voor te bereiden. Dat zou een actie onder controle van de basis worden. Maar de vakbondsleiding had evenveel schrik voor een algemene staking als de politici.

Dit liet ruimte aan het establishment om de beweging te recupereren. Door het gebrek aan een leiding vanuit de arbeidersbeweging, werden de ouders van de verdwenen kinderen, vaak tegen hun zin, tot leiders en woordvoerders gebombardeerd. Zij werden in alle media opgevoerd en plots gingen alle deuren, tot die van het koninklijk paleis, voor hen open. Het establishment deed er alles aan om de Witte Mars om te vormen tot een apolitieke rouwstoet waar kritiek op het establishment werd verboden. Dat ging gepaard met een repressieve aanpak, LSP-militanten die heel de week vooraan stonden in het protest werden onverbiddelijk opgepakt omdat ze pamfletten bij hadden. Vrije meningsuiting was niet aan de orde van de dag. De recuperatie stopte de beweging in de doofpot.

 

Klassenjustitie om de belangen van de rijken te dienen

Het gerechtelijk apparaat volgt nochtans de regels en wetten die de belangen van het establishment dienen. Los van de samenstelling of de exacte structuur van de rechtbanken, staat vast dat de beslissingen moeten overeenstemmen met de regels die de privileges van het kapitaal verdedigen. De burgerlijke staat zoals we die vandaag kennen, verdedigt het kapitalistische systeem waarvan het een uitdrukking is. Alle retoriek over onafhankelijkheid en onpartijdigheid ten spijt, geldt dit ook voor het gerecht.

Het centrale basisprincipe voor de wetgeving in het kapitalisme is de verdediging van de private eigendom van de productiemiddelen. Dat geldt zowel op het vlak van het burgerlijk recht (schulden, contracten,..) als op het vlak van strafrecht. Wij stellen uiteraard niet dat asociaal gedrag (zoals geweld, inbraken,…) niet moet bestraft worden. Maar we zien wel dat de wijze waarop strafrecht wordt toegepast verschillend is naargelang je afkomst of sociale positie. Een grote diamantfraudeur mag meer dan een gewone arbeider.

De ‘neutraliteit’ van het recht is slechts schijn. De regels gelden voor iedereen, zowel armen als rijken mogen geen appel stelen als ze honger hebben. Rijken komen dankzij duur betaalde juridische spitstechnologie met bijna alles weg, kijk maar hoe een topfiguur als DSK met verkrachting weg geraakt. De beslissingen worden bovendien genomen door rechters die doorgaans uit het kleine wereldje van de elite komen. Veel rechters hebben er al een carrière als advocaat opzitten en kunnen rekenen op een stevig inkomen. Van democratische controle op het gerecht is al helemaal geen sprake.

Socialisten pleiten voor de afschaffing van het bestaande gerechtelijke apparaat. Ze zijn voor het vormen van nieuwe rechtbanken waar de rechters op democratische wijze worden verkozen door de meerderheid van de bevolking en bovendien permanent afzetbaar zijn.

In een socialistische samenleving zal het aantal conflicten afnemen, nu zijn de meeste discussies immers met eigendomsrechten verbonden. Gevallen van criminaliteit en asociaal gedrag zouden uiteraard aangepakt worden, maar dan wel met het oog op het vermijden van dergelijk gedrag in de toekomst en het compenseren van de schade die aan de samenleving is aangebracht. Een louter repressieve benadering lost niets op en leidt niet tot een afname van criminaliteit. Kijk maar naar de VS: nergens anders ter wereld zitten zoveel mensen in de gevangenis, maar toch is het geen veiliger land geworden.

 

“Iedereen gelijk voor de wet”. En de rijken nog meer

Overdrijven we als we over klassenjustitie spreken? Laat ons eens een recent praktijkvoorbeeld aanhalen.

De Antwerpse diamantsector heeft voor 700 miljoen euro gefraudeerd op Zwitserse rekeningen. De kans dat een veroordeling volgt, is zo goed als nihil. De fraude is bijna even groot als die van Beaulieu (van tapijtenboer De Clerck) en KB-Lux samen. Toen ging het telkens om 400 miljoen euro. In beide grote fraudezaken draaide de gerechtelijke procedure op een sisser uit. Moraal van het verhaal: wie het groot genoeg aanpakt, gaat vrijuit. Waag het niet om een parkeerboete niet te betalen, maar fraudeer ineens voor 700 miljoen euro.

De frauderende diamantairs kunnen op politieke steun rekenen. In Antwerpen beschikt de diamantsector over een eigen schepen: Ludo Van Campenhout (ex-VLD en nu N-VA). Die verklaarde dat de zaak “in de media wordt opgeklopt” en dat al “zeer streng” wordt opgetreden. De schepen van de frauderende diamantairs wil de mogelijkheden van onderzoek naar fraude aan banden leggen. Over naar de staatssecretaris van fraudebestrijding Carl Devlies (CD&V). Die verklaarde: “Er zijn al vele maatregelen en ik denk dat die volstaan”. Voor de diamantsector en andere fraudeurs volstaan die maatregelen inderdaad.

De diamantsector zelf heeft dure advocaten onder de arm genomen om via de Raad van State inzage te krijgen in de dossiers van de fiscus. Zo wil de sector weten wat de fiscus weet om vervolgens een akkoord met die fiscus te sluiten. Dat is hoe de rijken hun zaakjes aanpakken.

Maar als Antwerpse topmagistraten bij de opening van het gerechtelijk jaar wijzen op de ondermijning van de sociale zekerheid door de forse toename van de zwarte sector, richten ze zich niet tot de organisatoren van de zwarte circuits. Neen, ze beperken zich tot oproepen om iets te doen aan de instroom van buitenlandse arbeidskrachten die evenzeer het slachtoffer zijn van de zwarte circuits. De kleine slachtoffers van het zwartwerk worden aangepakt, de grote fraudeurs gaan vrijuit.

Even terzijde. Er zijn in Antwerpen schrijnende tekorten. Van de kinderopvang over de scholen, ontspanningsmogelijkheden tot openbare diensten en werk voor de bevolking. Delen van de bevolking vallen uit de boot en worden vatbare prooien voor criminelen (zoals drugdealers) die steeds driester te werk gaan. Het rechtse beleid heeft tot een zootje geleid en bij ieder voorstel om er iets aan te doen (bijvoorbeeld door echte jobs met degelijke lonen te creëren en te investeren in degelijke huisvesting alsook onderwijs), is het argument dat er daar geen middelen voor zijn. Wie durft dat nog te beweren nu bekend is dat de diamantairs quasi ongestoord voor 700 miljoen euro kunnen frauderen?

 

Nog steeds rot tot op het bot

Terwijl onze levensstandaard onder vuur ligt, laat het politieke establishment zich al jaren enkel opmerken door kinderlijk geruzie, is het gerecht nog volop bezig met de verdediging van de belangen van de rijken (denk maar aan de Fortis-affaire) en overgiet de media het geheel met een sausje entertainment.

De politici staan mijlenver af van de dagelijkse realiteit van ons leven. Ze verdienen als parlementslid 10.000 euro per maand, krijgen opzegvergoedingen tot 300.000 euro bovenop een rijkelijk pensioen (na 20 jaar te hebben gewerkt) en ze kunnen hun eindeloopbaan koppelen aan lucratieve postjes in de raden van bestuur van grote ondernemingen. De verontwaardiging naar aanleiding van de afscheidspremie voor Sven Gatz maakte duidelijk dat het ongenoegen tegenover de traditionele politici bijzonder groot is. Wie gelooft die politici nog?

Het gerecht werd de afgelopen 15 jaar hier en daar wat hervormd. Er werden elementen van de structuur aangepakt, maar aan de fundamenten werd niet geraakt. Ook dit blijft een wereldvreemd wereldje van ‘ons kent ons’. De wijze waarop het gerechtsgebouw op het Poelaertplein in Brussel boven de rest van de binnenstad uitsteekt, vat de verhoudingen samen.

In 2009 bleek hoe bij rechter De Tandt in Brussel vonnissen op bestelling konden verkregen worden. Het onderzoek hiernaar werd jarenlang tegengewerkt door het parket-generaal dat imagoschade voor het gerecht vreesde. Deze praktijk werd pas bekend toen rechter De Tandt in het Fortis-dossier een vonnis velde dat werd gekopieerd van een project van vonnis opgemaakt door het advocatenkantoor dat de regering vertegenwoordigde in het proces.

Dit is een normale praktijk. Syndicalisten weten hoe het gerecht zich gemakkelijk voor de kar van het patronaat laat spannen om eenzijdige verzoekschriften van patronale advocaten letterlijk over te nemen om stakingen te breken. Wie gelooft die rechters nog? Ondertussen neemt ook het vertrouwen in de media zienderogen af. Bij ons zagen we nog geen schandaal zoals dat van Murdoch in Groot-Brittannië die journalisten telefoons liet afluisteren om smeuïge roddels te kunnen verkopen. De krant van Murdoch, News of the World, moest de boeken sluiten. Maar ook bij ons vragen steeds meer mensen zich af: hoe kunnen we die journalisten nog geloven?

Aan de top van politie, gerecht, bedrijfswereld en politiek kent iedereen elkaar en zijn er onderlinge banden die verder gaan dan hoe dit doorgaans wordt voorgesteld. Met het oog op het onderhouden van die banden wordt “creatief” omgesprongen met de wetgeving en de rechtspraak. Zelfs politionele tussenkomsten kunnen op een even creatieve wijze worden opgezet. De zogenaamde scheiding der machten is vooral een theoretisch gegeven om een schijn van onpartijdigheid te wekken. In werkelijkheid is het volledige establishment over de verschillende machten heen één kliek.

Tegen de achtergrond van een systeem in crisis ontstaan er ook meningsverschillen aan de top. Maar de belangrijkste ontwikkeling is er een van een groeiend wantrouwen tegenover het volledige establishment. In de strijd voor een degelijke levensstandaard botsen de arbeiders en hun gezinnen met dat establishment. Als een systeem de meerderheid van de bevolking geen degelijke toekomst kan bieden, dan kunnen we enkel vaststellen dat dit systeem rot is tot op het bot.

 

Witte Beweging, 15 jaar later

Een spontane omvangrijke beweging die het establishment op haar grondvesten doet daveren. Dat was 15 jaar geleden een uitzonderlijk gegeven. Vandaag is het tegen de achtergrond van de revolutionaire golf in het Midden-Oosten en Noord-Afrika natuurlijk minder spectaculair. Wel is het belangrijk vast te stellen dat een dergelijke beweging ook bij ons mogelijk is en rond schijnbaar kleine feiten tot uitbarsten kan komen.

De snelheid en de omvang van de Witte Beweging vormen een antwoord op diegenen die denken dat er in ons land nooit iets gebeurt of dat bewegingen hier niet aan de orde van de dag zijn. De voorwaarden voor een beweging als in 1996 zijn nog steeds aanwezig. Er zijn staan nog veel emmers ongenoegen klaar om bij een extra druppel over te lopen in straatprotest.

Het ontbreken van een actieve betrokkenheid van de vakbondsleiding maakte dat er enige onduidelijkheid was over het klassenkarakter van de beweging. Er namen ook andere lagen van de maatschappij deel aan de beweging. Maar dat is geen statisch gegeven. Het patronaat haakte al gauw af toen er stakingsacties waren. De middenstand had voorheen een actieve rol gespeeld in het verspreiden van affiches van de verdwenen kinderen en stond ook sympathiek tegenover de acties, maar ze had er niet de leiding over. Onder tal van intellectuelen werd neerbuigend gedaan over het ‘volkse’ karakter.

De beweging kreeg een massakarakter na de staking bij Volkswagen in Vorst en werd steeds meer gedragen door de arbeiders en hun gezinnen. Ook de Witte Beweging toonde de potentiële kracht van de arbeiders. Daarbij is het essentieel voor linkse krachten om het onbewuste bewust te maken en de beweging perspectief te geven vanuit een klassenstandpunt.

De Witte Beweging kon enkel worden gerecupereerd omdat de arbeidersbeweging er geen bewuste leiding aan gaf. Het ontbrak aan ordewoorden en bijhorende organisatie. Waar er wel enige richting aan het protest werd gegeven, vooral in Gent, kwam het tot een grote betoging met 25.000 deelnemers en duidelijke slogans zoals ‘Het systeem is rot tot op het bot’.

Dat toonde het potentieel indien de vakbondsleiders zich actief achter de beweging hadden gezet. Het is dan ook van groot belang om strijdbare syndicalisten en militanten te organiseren op zowel syndicaal als politiek vlak. We moeten een aantal tradities van de arbeidersbeweging opnieuw opbouwen zodat we bij cruciale keerpunten en bewegingen het initiatief niet noodgedwongen moeten overlaten aan andere krachten.

 

Artikel door Geert Cool

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie