Watergate (1972): rotte appels in een beschimmelde mand

In 1972 werd de VS opgeschrikt door het Watergate-schandaal. De corruptie en reactionaire intriges onder president Nixon werden daarmee algemeen bekend. ‘Watergate’ staat symbool voor de politieke schandalen die de VS overspoelden tussen 1972 en 1974. Daarbij werd niet enkel de president gediscrediteerd, maar het volledige politieke systeem. Het leidde tot het ontslag van president Nixon en de veroordeling van meer dan 30 medewerkers van Nixon.

Watergate werd een synoniem voor inbreken, telefoontap, samenzweringen, het vernietigen van bewijsmateriaal, belastingsontduiking, illegaal gebruik maken van regeringsinstellingen, onwettelijke campagnebijdragen. Kortom voor machtsmisbruik. Watergate weerspiegelde het militaire misbruik van de supermacht in het buitenland met de door de CIA gesteunde coups en moorden, de geheime bombardementen in Cambodja, aanvallen in Laos en de aanhoudende oorlog in Vietnam.

Watergate bezorgde het politieke establishment een wrange nasmaak die lang bleef hangen. De heersende klasse vreesde dat het presidentschap op zich bedreigd was en dat de macht zou overhellen naar het parlement.

Vuile trucs

Nixon had de zittende president Lyndon Johnson bij de presidentsverkiezingen van 1962 verslagen op basis van de brede afkeer tegenover de oorlog. Nixon ging echter over tot weinig propere middelen om eventuele tegenstanders in eigen land het zwijgen op te leggen. Op 17 juni 1972 werden vijf inbrekers betrapt in de kantoren van het Nationaal Comité van de Democratische Partij in het Watergate appartementencomplex in Washington.

De vijf werden betrapt met afluisterapparatuur en fotomateriaal. Het werd snel duidelijk dat de inbrekers op een of andere wijze banden hadden met Nixon, maar die ontkende iedere betrokkenheid. Een van de vijf, James McCord, werkte tijdens de verkiezingen voor Nixon als veiligheidsagent en hij werkte ook voor anderen in de omgeving van Nixon. Twee van de vijf hadden voor de CIA gewerkt en drie waren betrokken geweest bij de invasie van Cuba in 1961.

Bij Bernard Barker, een van de inbrekers, werd 114.000 dollar gevonden. Het Witte Huis probeerde de CIA in te zetten om het FBI-onderzoek naar de oorsprong van dat geld te blokkeren. De media waren evenwel vastberaden om de oorsprong van dat geld te onderzoeken en om de doofpotoperatie bloot te leggen. Uiteindelijk bleek dat 89.000 dollar via Mexico was doorgesluisd om de oorsprong ervan te verhullen, 25.000 dollar kwam van Kenneth Dahlberg die ook verantwoordelijk was voor de fondsen van Nixon.

Deze onthullingen leidden tot een officieel onderzoek waarbij uiteindelijk ook Nixon in het vizier werd genomen. Het zou echter nog twee jaar duren vooraleer de onderzoeksjournalisten van de Washington Post, Robert Woodward en Calr Bernstein, het volledige schandaal konden blootleggen waarna Nixon uiteindelijk moest aftreden. Vlak na de inbraak verklaarde de president nog: “Het Witte Huis is op geen enkele wijze betrokken bij dit incident.”

In september 1973 werden de vijf inbrekers veroordeeld. Ze werden opgeofferd en kregen 450.000 dollar om te zwijgen. Voor de rechtszaak had Nixon hen in het geheim beloofd dat ze zouden vrijkomen bij een eventuele gevangenisstraf. In november 1973 verklaarde Nixon dat de natie het Watergate-schandaal achter zich moest laten. Hij verklaarde weinig overtuigend: “Ik ben geen boef.”

Een aantal ondergeschikten van Nixon begonnen de bui te zien hangen. Ze vreesden zelf vervolgd te worden en stapten er uit. Van een aantal toplui uit de omgeving van de president en uiteindelijk ook Nixon zelf werd bekend dat ze betrokken waren bij de inbraak in Watergate en de daaropvolgende doofpotoperatie. Er was ook een betrokkenheid bij een hele reeks illegale daden tegenover politieke tegenstanders en anti-oorlogsactivisten. Verschillende getuigen hadden het over de corruptie aan de top van het politieke establishment. Advocaat-Generaal John Mitchell had controle over een geheim fonds van 350.000 tot 700.000 dollar om allerhande vuile trucs tegenover de Democratische Partij uit te halen. Dat ging van het vervalsen van brieven tot het lekken van foutieve informatie aan de media. Grote Amerikaanse bedrijven, waaronder American Airlines, gaven illegale donaties aan dit fonds en de campagne van Nixon.

Het systeem redden

Tussen 1969 en 1971 hadden Nixon en zijn medestanders campagnemiddelen misbruikt en ook de FBI, CIA en de belastingsdiensten ingezet tegen hun politieke tegenstanders. Daarbij werd zonder rechterlijke goedkeuring overgegaan tot het afluisteren van telefoons van ambtenaren en journalisten om te ontdekken waar het lek van de bombardementen op Cambodja zich bevond. Nixon had in 1971 een speciale onderzoekseenheid (de “loodgieters”) opgezet om deze operaties uit te voeren.

Het presidentschap van Nixon versterkte de tendens van geheimzinnigheid die in de na-oorlogse periode alomtegenwoordig was. Dat werd gebruikt om de controle van het parlement op het leger en geheime operaties in het buitenland onmogelijk te maken, maar ook om politieke tegenstanders te volgen en tussen te komen bij verkiezingen.

De grote bezorgdheid over de te grote macht van de president, de gevolgen hiervan op de democratische vrijheden en het groeiende wantrouwen tegenover de regering aangevuld met een enorme woede tegenover de oorlog in Vietnam zorgden ervoor dat de heersende klasse de macht van de president aan banden moest leggen om het parlement wat te versterken. Er kwamen verschillende hervormingen om de uitholling van de macht van het parlement om te keren. Deze hervormingen moesten samen met het ontslag van Nixon in augustus 1974 het beeld scheppen van een systeem dat in evenwicht was waarbij niemand boven de wet stond. Dat is uiteraard niet het geval. Indien het van het politieke establishment had afgehangen, dan was Nixon er mee weg geraakt.

Aanvankelijk deed Nixon beroep op zijn onschendbaarheid toen hij weigerde om een aantal tapes te overhandigen. Toen die uiteindelijk wel aan de onderzoekers werden gegeven, bleek dat 181 minuten waren gewist op een bepaalde cassette. Ondanks het bestaan van ander bewijsmateriaal, werd de schuld van Nixon uiteindelijk pas op basis van deze tapes vastgesteld.

Het beleid van samenwerking tussen Democraten en Republikeinen had er in de Senaat toe geleid dat iedere poging om Nixon aan te pakken, werd ondermijnd. Deze samenzwering omvatte een electoraal akkoord tussen de Republikeinen en de Democraten voor de verkiezingen van 1972. Het Congress trad pas op toen de publieke woede te groot werd. Om de onvermijdelijke inbeschuldigingstelling van de president niet te moeten ondergaan, nam Nixon uiteindelijk ontslag. Hij was de eerste Amerikaanse president die dit deed. Staatssecretaris Henry Kissinger kreeg de opdracht om de belangen van het VS-imperialisme in het buitenland verder te dienen.

Nixon werd opgeofferd om het systeem te redden. Een adviseur stelde het als volgt: “Alle rotte appels moeten er uit, maar we moeten de mand behouden.” Gerald Ford was in 1973 door Nixon aangesteld als vice-president en moest de fakkel van Nixon overnemen. Hij kondigde meteen aan dat hij Nixon vergaf. Met de steun van Republikeinen en Democraten werd beslist om Nixon niet strafrechtelijk te vervolgen.

Na Watergate

In de nasleep van Watergate bleek dat de hervormingen tijdelijk waren. Latere presidenten trokken het laken terug volledig naar zich toe. In de naam van de nationale veiligheid en de ‘oorlog tegen het terrorisme’ hield Bush amper rekening met het parlement en werden de democratische rechten van de bevolking met de voeten getreden.

De heersende klasse wil daarbij vooral vooruitlopen op protest en bewegingen van de arbeiders in de VS zelf. Wetten zoals de Patriot Act zijn er op gericht om interne oppositie moeilijker te maken. De vakbonden en linkse politieke organisaties moeten zich daartegen verzetten en ingaan tegen iedere beperking van de democratische rechten en vrijheden.

 

Artikel door Jim Horton

Geef een reactie

0
    0
    Je winkelwagen
    Er zit niets in je winkelwagenKeer terug naar de winkel