Neoliberalisme. 30 jaar nadat Reagan staking van luchtverkeerleiders brak

Dertig jaar geleden, in augustus 1981, brak de Amerikaanse president Reagan de staking van de luchtverkeerleiders. Dat was een belangrijk keerpunt in het opleggen van een hard neoliberaal beleid. Reagan gaf bevel om de 11.345 stakende luchtverkeerleiders collectief af te danken. Tijdens de massale strijd in Wisconsin, stelde gouverneur Scott Walker dat hij hoopte dat dit zijn “PATCO moment” zou zijn, een verwijzing naar de vakbond van de luchtverkeerleiders (PATCO). Dat was een startpunt voor een hard offensief van de werkgevers op het vlak van lonen, uitkeringen en arbeidsvoorwaarden.

Walker is niet de enige die een “PATCO-moment” nastreeft, de hele heersende klasse hoopt daarop. Er is opnieuw een gezamenlijk offensief van Republikeinen en Democraten tegen de vakbonden in de publieke sector. Dat is onder meer het geval in Ohio, Michigan en Massachusetts. Het gepaard met harde besparingsplannen in verschillende staten.

In de arbeidersbeweging is er discussie over hoe een nieuw “PATCO moment” kan worden vermeden. Waarom blijft de geest van die staking 30 jaar geleden nog rond waren? Welke lessen kunnen we trekken uit de gebeurtenissen van augustus 1981?

Wat er gebeurde

Op 3 augustus 1981 begon een staking georganiseerd door de Professional Air Traffic Controllers Organization (PATCO), de vakbond van luchtverkeerleiders. Ze voerden actie tegen de directie en legden het werk neer. Meteen werd het volledige staatsapparaat tegen de stakers ingezet. President Reagan stelde een berucht ultimatum waarbij hij stelde dat de luchtverkeerleiders binnen de 48 uur terug aan het werk moesten of anders zouden ze allemaal worden afgedankt. Op 5 augustus begon Reagan effectief 11.345 stakende luchtverkeerleiders af te danken. Er werden federale agenten van onder de FBI ingezet om de stakers op de hielen te zitten. Hun telefoonlijnen werden afgetapt en hun gezinnen werden lastig gevallen. Er werden stakers opgepakt, een boete opgelegd en zelfs gevangen gezet. Het stakingsfonds van de vakbond werd door de rechtbanken in beslag genomen en Reagan verklaarde dat de staking “voorbij” was. De vakbond verloor haar erkenning in oktober 1981 en werd failliet verklaard door de rechtbank. Omdat er in 1981 een diepe recessie was, vond de overheid gemakkelijk vervangers. Er waren 45.000 kandidaten voor de 12.000 openstaande betrekkingen.

Arbeiders en vakbondsmilitanten doorheen het hele land verwachtten een initiatief tot actie vanwege de nationale vakbondsleiding van AFL-CIO, maar daar bleef het grotendeels windstil. De nationale aanval op PATCO gaf groen licht aan de grote bedrijven om de vakbonden aan te pakken. Het kwam tot een golf van pogingen om stakingen te breken. Daarbij moesten de arbeiders en lokale vakbonden het opnemen tegen de samengebalde kracht van het grootkapitaal tegenover hun geïsoleerde strijd.

Veel lokale vakbonden speelden een heroïsche rol, maar de combinatie van antistakingswetten, rechterlijke uitspraken, de mogelijkheid om stakersbrekers in te zetten, de politie die tussenkwam,… maakte het onmogelijk om te winnen. De namen van de bedrijven waar de bonden nederlagen leden, is lang. Het gaat onder meer om Hormel P9, International Paper, Caterpillar, Staley, Detroit News, Pittston, Greyhound, Eastern Airlines, en veel meer. Het resultaat is er naar. Vandaag vertegenwoordigen de vakbonden in de private sector minder dan 7% van de arbeiders. De lonen en arbeidsvoorwaarden van de meerderheid van de arbeiders zijn er sterk op achteruit gegaan terwijl de rijken steeds rijker werden. De nationale leiding van AFL-CIO slaagde er niet in om een degelijke nationale mobilisatie te voeren om in het offensief te gaan tegen de aanvallen en de neergang van de arbeidersrechten en de vakbondsvrijheid.

Van waar kwam PATCO?

Eind jaren 1960 en begin jaren 1970 werd PATCO opgezet door een harde kern van activisten die de organisatie van een losse federatie van bedrijfsbonden en professionele organisaties omvormden tot een strijdbare vakbond die opkwam voor de arbeidsomstandigheden, de veiligheid en de positie van de luchtverkeerleiders. Er waren een reeks militante acties met onder meer langzaamaan-acties. Op die basis werd de erkenning van de vakbond afgedwongen en werden stappen vooruit gezet op het vlak van de lonen en arbeidsvoorwaarden. Het leidde ook tot een publieke discussie over de veiligheid van het luchtverkeer. Een centrale eis van de vakbond in 1981 was de vrijstelling van de Civil Service Reform Act zodat ze een volledige erkenning als vakbond zouden krijgen en stakingsrecht zouden krijgen.

Waar liep het fout?

Ondanks de militante opstelling was er binnen een PATCO een gebrek aan interne democratie en er warden ook geen initiatieven genomen om solidariteit te verkrijgen van andere vakbonden. De meeste leden van PATCO waren ex-militairen en de militaire tradities leefden nog sterk door in het interne leven van de vakbond. Het ging om hoog opgeleide arbeiders met een goed loon en een groot zelfvertrouwen. Ze waren vastberaden om het luchtverkeer plat te leggen en gingen verder dan andere vakbonden in de sector ooit hadden gedaan. PATCO baseerde zich op een overmoedige inschatting van de eigen kracht en de leiding bleef geloven in de beloften van president Reagan tijdens de verkiezingscampagne van 1980.

Aanloop naar de staking

De luchtvaartindustrie was verontrust door de groeiende sterkte van PATCO doorheen de jaren 1970. De verschillende luchtvaartmaatschappijen en de directie voerde de druk op de werkvloer op en begon een offensief op alle fronten. In 1980 waren de grote bedrijven aan een offensief bezig. Ze zouden niet toelaten dat er een nieuwe militante strijdbare vakbond zou ontstaan in het hart van de zo belangrijke transportinfrastructuur. Onder de Democratische president Carter werd al een groep van directieleden opgezet om eventuele stakingsacties onder controle te houden. De legale strategie werd al op voorhand vastgesteld. Er werden lijsten van strijdbare activisten opgemaakt en de arrestatiebevelen lagen eveneens klaar.

Het management ging steeds verder en de druk groeide om daar tegen in te gaan. De werkomgeving eind jaren 1970 werd gekenmerkt door het opdrijven van het werkritme en verplicht overwerk. Het personeelstekort en gebrek aan pauzes ging gepaard met verouderd materiaal. Hierdoor moesten luchtverkeerleiders vaak beroep doen op pen en papier om vliegtuigen op niet-functionerende radarschermen te plaatsen. Omwille van deze arbeidsvoorwaarden verliet 89% van het personeel de job voor de pensioenleeftijd en zowat 40% van hen kregen een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Dit kwam ook tot uiting in de centrale eisen van PATCO inzake veilige arbeidsomstandigheden, een kortere arbeidsweek (32 uren), beter materieel en snellere computers en een pensioen na 20 jaar dienst.

Het management rook bloed en ging ervoor. Er werden extreme sancties opgelegd bij de minste inbreuk. De onderhandelingen braken af en de woede begon over te koken. De leiding van PATCO verloor de controle over de situatie. Het ultieme voorstel van de directie werd op 30 juli 1980 aan het personeel voorgelegd en met 95% weg gestemd. Het zag er naar uit dat de meeste militanten een wilde staking wilden voeren, los van goedkeuring door de vakbond of niet. Een deel van de militanten wist niet goed wat te doen, anderen waren tegen stakingsacties. PATCO zat in een moeilijke situatie en besloot om een stemming te houden over een staking: 86% van de leden was voor. Op 1 augustus 1981 werd de eerste en laatste officiële staking van PATCO gestart.

Ondanks de vastberaden steun van de meerderheid van de arbeiders, waren er ook zwakheden in de staking. Zowat 15% van de luchtverkeerleiders bleven aan het werk op de eerste dag. Na de dreiging door Reagan volgde nog eens 8%. Er werden toezichters ingezet alsook militaire luchtverkeerleiders waardoor 60% van het luchtverkeer kon doorgaan en waardoor er stappen werden gezet om naar een volledige dienstverlening te gaan. Om de vakbond volledig te breken, was het management zelfs van plan om te vliegen zonder rekening te houden met de veiligheidsvoorschriften. Het zou nog tien jaar duren voor het personeelsbestand terug op “normaal” niveau zou komen.

Resultaat

Een belangrijke factor in de nederlaag van de PATCO-staking was de weigering van de vakbondsfederatie AFL-CIO om de stakers te ondersteunen. De leiding was niet in staat om het beslissende karakter van de anti-stakingsmaatregelen van Reagan in te schatten. Dit was immers een open oorlogsverklaring tegen de volledige Amerikaanse arbeidersklasse. Het was noodzakelijk dat de vakbonden reageerden met een nationale actie om alle luchtverkeer plat te leggen en tevens met betogingen doorheen heel het land tegen Reagan en de bazen.

In de plaats daarvan verschuilden de vakbondsleiders zich achter hun advocaten en werd voort gegaan met de pogingen om toegevingen van het patronaat te bekomen, terwijl dit enkel tot nieuwe aanvallen heeft geleid. De massale 500.000 sterke solidariteitsbetoging in Washington DC in 1981 was grotendeels symbolisch van aard. Ondanks druk van onderuit kwam er geen verdere actie tegen het anti-vakbondsoffensief dat vandaag nog steeds blijft duren.

De arbeidersbeweging moet lessen trekken uit de nederlaag van 30 jaar geleden om de nieuwe generatie van activisten op te leiden en voor te bereiden in de strijd tegen het nieuwe offensief van het patronaat. De strijd van de arbeiders in Wisconsin zet het idee van solidariteit en strijd terug op de agenda en toont de enorme potentiële macht van de arbeidersbeweging om het patronale offensief te stoppen.

 

Artikel door Justin Harrison

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie