Loon, prijs en winst: hoofdstuk 7

7. De arbeidskracht

Nu we, voorzover ,dat op een zo vluchtige manier mogelijk is geweest, de aard van de waarde, van de waarde van elke willekeurige waar geanalyseerd hebben, moeten we onze aandacht richten op de specifieke waarde van de arbeid. En hier moet ik u opnieuw met een schijnbare tegenstrijdigheid verrassen. U bent er allen vast van overtuigd dat datgene, wat u dagelijks verkoopt, uw arbeid is; dat de arbeid derhalve een prijs heeft en dat, daar de prijs van een waar slechts haar in geld uitgedrukte waarde is, er allicht zo iets moet bestaan als de waarde van de arbeid. Er bestaat evenwel niet zoiets, wat in de gebruikelijke betekenis van het woord waarde van de arbeid wordt genoemd. Wij hebben gezien, dat de in een waar gekristalliseerde hoeveelheid noodzakelijke arbeid haar waarde uitmaakt. Hoe kunnen we nu met hantering van dit waardebegrip de waarde van, laat ons zeggen, een tienurige arbeidsdag bepalen? Hoeveel arbeid bevat deze arbeidsdag? Tien uren arbeid. Van de waarde van een tienurige arbeidsdag zeggen, dat ze gelijkstaat aan tien uur arbeid of aan de daarin vervatte hoeveelheid arbeid, zou een tautologische en bovendien onzinnige definitie zijn. Als we eenmaal de juiste, maar verborgen betekenis van de uitdrukking ‘waarde van de arbeid’ hebben gevonden, zullen we natuurlijk in staat zijn deze irrationele en schijnbaar onmogelijke toepassing van het begrip waarde juist te interpreteren, zoals we ook in staat zullen zijn de schijnbare of louter zintuiglijk waarneembare beweging der hemellichamen te verklaren, nadat we eerst hun werkelijke beweging hebben leren zien.

Wat de arbeider verkoopt is niet direct zijn arbeid, maar zijn arbeidskracht, die hij de kapitalist tijdelijk ter beschikking stelt. Dat is zozeer het geval, dat de maximale tijdsduur, waarvoor een man zijn arbeidskracht mag verkopen, bij de wet is vastgesteld – ik weet niet of dit in Engeland het geval is, maar in elk geval wel met enkele wetten op het vasteland. Als het hem zou zijn toegestaan dat voor elke onbepaalde tijdspanne te doen, zou zonder meer de slavernij hersteld zijn. Als een zodanige verkoop zich b.v. over zijn gehele levensduur zou uitstrekken, zou hij daarmee zonder meer de levenslange slaaf van zijn patroon geworden zijn.

Een der oudste economen en oorspronkelijkste filosofen van Engeland – Thomas Hobbes – heeft in zijn `Leviathan’ al instinctief op dit punt gewezen, dat door al zijn opvolgers over het hoofd is gezien. Hij zegt: ‘De waarde van een mens is, zoals bij alle andere dingen, zijn prijs: dat wil zeggen zoveel als voor het gebruik van zijn kracht wordt gegeven.’

Van deze grondslag uitgaande zullen wij in staat zijn de waarde van de arbeid als die van alle andere waarden te bepalen.

Alvorens wij dit echter doen, zouden we kunnen vragen waar het zonderlinge verschijnsel vandaan komt, dat we op de markt een groep kopers vinden die bezitters zijn van grond, machines, grondstof en middelen voor het levensonderhoud, welke alle, afgezien van de grond in zijn ruwe staat, producten van de arbeid zijn, en aan de andere kant een groep verkopers, die niets te verkopen hebben dan hun arbeidskracht, hun werkende armen en hersens; dat de ene groep voortdurend koopt om winst te maken en zich te verrijken, terwijl de andere voortdurend verkoopt om in haar levensonderhoud te voorzien. Het onderzoek van dit vraagstuk zou een onderzoek zijn inzake hetgeen de economen ‘voorafgaande of oorspronkelijke accumulatie’ noemen, wat echter oorspronkelijke onteigening genoemd zou moeten worden. We zouden ontdekken dat deze zogenaamde oorspronkelijke accumulatie niets anders betekent dan een reeks historische processen, die een verbreking van de oorspronkelijke eenheid tussen de werkende mens en zijn arbeidsmiddelen tot gevolg hadden. Zulk een onderzoek valt echter buiten het kader van mijn huidige onderwerp. Nu de scheiding tussen de man van de arbeid en de middelen van de arbeid eenmaal een feit is geworden, zal deze toestand blijven bestaan en zich op een voortdurend grotere schaal reproduceren, totdat een nieuwe en grondige omwenteling van de productiewijze die weer ondersteboven keert en de oorspronkelijke eenheid in een nieuwe historische vorm herstelt.

Wat is nu dus de waarde van de arbeidskracht?

Evenals van elke andere_ waar wordt haar waarde bepaald door de voor haar productie noodzakelijke hoeveelheid arbeid. De arbeidskracht van een ‘mens bestaat slechts in hem zelf als levend wezen. Een mens moet een zekere hoeveelheid levensbenodigdheden verbruiken om op te groeien en zich in leven te houden. De mens is echter, net als de machine, aan slijtage onderhevig en moet door een andere mens vervangen worden. Behalve de voor zijn eigen onderhoud vereiste hoeveelheid levensbenodigdheden heeft hij een andere hoeveelheid levensbenodigdheden nodig om een zeker aantal kinderen op te voeden, die hem op de arbeidsmarkt moeten vervangen en het geslacht van de arbeiders moeten voortzetten. Om zijn arbeidskracht te ontwikkelen en een zekere vakbekwaamheid te verwerven moet daarenboven wederom een hoeveelheid waarden uitgeven worden. Het is voor ons doel voldoende slechts rekening te houden met gemiddelde arbeid, waarvan de kosten voor opvoeding en onderwijs uiterst geringe grootheden zijn. Toch moet ik van deze gelegenheid gebruik maken om vast te stellen, dat evenals de productiekosten voor arbeidskrachten van uiteenlopende kwaliteit nu eenmaal uiteenlopen, ook de waarden van de in de verschillende branches te werk gestelde arbeidskrachten verschillend moeten zijn. De kreet om gelijkheid der lonen berust dan ook op een vergissing en is een onvervulbare dwaze wens. Hij is de vrucht van dat valse en oppervlakkige radicalisme, dat de uitgangspunten aanvaardt, maar de conclusies zou willen omzeilen. Op grondslag van het loonsysteem wordt de waarde van de arbeidskracht op dezelfde wijze bepaald als die van elke andere waar, en daar verschillende soorten arbeidskracht verschillende waarden hebben of verschillende hoeveelheden arbeid voor hun voortbrenging vereisen, moeten ze op de arbeidsmarkt wel verschillende prijzen opleveren.

Gelijke of zelfs rechtvaardige beloning op basis van het loonsysteem verlangen is hetzelfde als vrijheid verlangen op basis van het systeem der slavernij. Wat u als juist of rechtvaardig beschouwt, staat niet ter discussie. De vraag is deze: Wat is bij een gegeven productiesysteem noodzakelijk en onvermijdelijk?

Na hetgeen hier uiteengezet is, zal het duidelijk zijn, dat de waarde van de arbeidskracht bepaald wordt door de waarde van de levensbenodigdheden, die voor de productie, de ontwikkeling, de instandhouding en het voortbestaan van de arbeidskracht noodzakelijk zijn.

>> Inhoudstafel

Print Friendly, PDF & Email