Wat is socialisme en hoe ervoor vechten?

Voor haar 100-jarig bestaan was de slogan van de Parti Socialiste “100 jaar socialisme”. 20 jaar later vinden de SP.a- en PS-leiders het niet meer nuttig om te verwijzen naar het socialisme. Er wordt gesproken over “120 jaar van sociale vooruitgang”… Dit kan gezien worden als een bevestiging van de stelling dat de sociaal-democratie op een bepaald moment voluit de belangen van de arbeidersklasse verdedigde. Niets is echter minder zeker.

Hoewel de oprichting van een arbeiderspartij een erg belangrijke stap vooruit was, voelde de leiding van de sociaal-democratie zich vanaf het begin in verlegenheid gebracht door de verwijzing naar “socialisme”. Vandaar de voorkeur voor de naam Belgische Werkliedenpartij (BWP). Een partij van “werklieden”, dat klinkt al een stuk minder “lastig” dan “socialistische partij”. Het woord “socialistisch” verwees toen, veel meer dan nu, rechtstreeks naar een radicale verandering van de maatschappij. Het stond voor breken met een productiesysteem dat wordt beheerd door een minderheid van uitbuiters. Het betekende de stap zetten naar een collectief beheer van de productiemiddelen in het belang van iedereen.

 

Kloof minimumprogramma en socialistisch doel

Het BWP-stichtingscongres was een samenkomen van verschillende erg verscheiden groepen. De naar voor gebrachte eisen waren dus enkel basiseisen. Wat veel later de SP.a en de PS zou worden ontwikkelde zich hoofdzakelijk rond punten die strookten met de burgerlijke “democratie”, zoals het algemeen stemrecht en de scheiding van Kerk en Staat. En feitelijk werd nooit ernstig nagedacht of gesproken over de toekomstige socialistische maatschappij, zelfs wanneer een hoop problemen werd verwezen naar die verre toekomst waarover de leiders niet wilden praten.

De arbeidsters, bijvoorbeeld, kregen gedurende een lange periode als enig antwoord op hun problemen de verzekering dat de vrouwenemancipatie zich als natuurlijk zou ontwikkelen onder het socialisme. Over wanneer dat misschien zou gebeuren, en wat ondertussen gedaan moest worden, bleef men het antwoord schuldig. De arbeidersbeweging werd door de BWP-leiding gezien als een instrument dat door hen van bovenaf gecontroleerd moest worden. Nooit was er sprake van ondersteuning van een arbeidersrevolte. Toen een jaar na de stichting – in 1886 – spontane stakingen losbraken, noemde de BWP-leiding die acties “voorbarig” en stelde ze dat die niet moesten worden ondersteund.

Maar de partij versterkte zich desondanks. Ze was de enige betekenisvolle politieke arbeidersorganisatie in België. Haar woordgebruik verschoof nochtans steeds duidelijker naar het verkrijgen van ingang in de regering, verstandhouding met de liberalen en uiteindelijk naar vijandigheid tegenover de klassenstrijd.

 

Steun BWP aan imperialistische oorlog

Toen kwam de Eerste Wereldoorlog eraan. De BWP volgde meteen het voorbeeld van bijna al haar zusterorganisaties in het buitenland. Ze schaarde zich achter haar eigen burgerij. In naam van het patriottisme trad de BWP toe tot een burgerlijke regering – met katholieken en liberalen – en riep ze de Belgische arbeiders op om te schieten op hun Duitse collega’s. Nochtans werd enkele maanden daarvoor nog plechtig beloofd dat de BWP ten allen prijze een oorlog zou vermijden, die enkel de belangen diende van de kapitalisten. Maar wat zijn internationalisme en solidariteit waard, tegenover het zo begeerde vooruitzicht deel uit te maken van de regering? De hele sociaal-democratische politiek werd ondergeschikt aan de burgerlijke regeringsdeelname. Het is overigens in 1917 dat Emiel Vandervelde, toekomstig voorzitter van de BWP, naar Rusland trekt. Hij probeert de arbeiders ertoe aan te zetten om de oorlog tot het bittere einde verder te voeren, in de plaats van over socialistische revoluties te dromen. Hij had hen beter bedankt dat ze niet naar hem wilden luisteren: het zou vooral de Russische revolutie en de daaropvolgende revolutionaire golf in Europa zijn die ertoe leidden dat het algemeen stemrecht voor mannen er in België doorkwam.

Het algemeen stemrecht kwam de BWP ten goede. Door de burgerij werd het gebruikt om te ontsnappen aan de druk die werd gezet door de Russische revolutie. De kapitalisten hadden schrik voor een arbeidersklasse in beweging. Zelfs wanneer de BWP-leiding voorbijgestoken kon worden door haar basis, waren de leiders voor de burgerij zeer nuttig om de woede van de arbeidersbevolking in veilige kanalen te leiden. De arbeiders, anderzijds, begonnen te sympathiseren met de Duitse soldaten. Ze defileerden samen met de rode vlag in de hand – in de plaats van de Belgische of Duitse vlag.

 

Deelname aan burgerlijke regeringen

De verkiezingssuccessen die volgden op het algemeen stem-recht brengen de sociaal-democratie ertoe om gretig deel te nemen aan diverse minister-kabinetten. Zelfs als er duidelijk geen enkele ruimte was voor hervormingen. De BWP kwam volledig ontwapend in de crisis van de jaren ’30 terecht. De burgerij was tot de conclusie gekomen dat ze het zich niet meer kon veroorloven “spelletjes te spelen”. Terug in de oppositie gegooid, kon de partij zich enigszins herstellen. Hendrik De Man stelde in 1933 zijn befaamde Plan van de Arbeid voor.

Dit plan streefde naar een versterking van de rol van de burgerlijke staat in de economie, met de nationalisatie van de banken en verschillende industrieën. Het voorzag ook in een arbeidsduur-vermindering en een loonsverhoging. Het plan was een poging op papier om het kapitalisme beter en zachter te beheren, maar leidde desondanks tot een golf van enthousiasme. Massale mobilisaties volgden snel. Het stelde de BWP in staat om terug in de regering te komen, in een coalitiekabinet met de katholieken. In de greep van haar oude gewoontes en haar leiding “vergat” de BWP het Plan onmiddellijk. De regering voerde een programma uit dat enkel in dienst stond van de burgerij. Die laatste bedankte de sociaal-democratie hiervoor door de partij op te nemen in alle regeringen tot 1940.

De BWP werd ontbonden aan het begin van de Tweede Wereldoorlog en kwam nadien opnieuw tevoorschijn als Belgische Socialistische Partij, die in 1978 zou splitsen op taalbasis. De naoorlogse periode is er opnieuw een van sociale vooruitgang: op basis van een economische heropleving die zichtbaar was voor iedereen, en geconfronteerd met het prestige van de Sovjetunie, leek het de burgerij verstandiger een aantal toegevingen aan de arbeiders te doen.

De burgerlijke BSP-leiding vocht voor hervormingen met als enig doel: niet voorbijgestoken te worden door haar basis. Toen de crisis terug toesloeg, werd steeds meer duidelijk dat de rol van de sociaal-democratie – nu SP en PS – erin bestond om de arbeiders de besparingsplannen van de burgerij te laten slikken.

Hoewel ze aarzelde om de belangen van de arbeiders te verdedigen, hielp de sociaal-democratische leiding mee het repressie-apparaat van de staat te versterken. Ze voelde in de jaren ’90 geen enkele gewetenswroeging meer om de rijkswacht – matrak in de hand – te gebruiken tegen protesterende arbeiders en studenten.

 

Nieuwe arbeiderspartij nodig

Onze verworvenheden zijn nooit het gevolg geweest van de daden van SP.a of PS-mandatarissen of hun voorlopers. Ze zijn een product van de strijd van de arbeiders, van mobilisaties en stakingen. In tegenstelling tot de sociaal-democraten denken wij dat de politiek zich vooral afspeelt op straat, in de bedrijven, in de scholen,… Wij komen op voor een systeem van arbeidersdemocratie waarin politieke vertegenwoordigers verkiesbaar zijn, permanent afzetbaar en niet meer verdienen dan een gemiddeld arbeidersloon. Als voor Luc Van den Bossche of Di Rupo de strijd gevoerd moet worden om te zetelen in de leiding van Biac of Dexia, dan verwijzen wij naar het voorbeeld van de Commune van Parijs, de Russische en Spaanse revolutie, de Anjerrevolutie in Portugal, mei ’68,…

Een partij die de arbeiders wil verdedigen moet onder controle staan van die arbeiders en kan niets anders zijn dan het politieke verlengstuk van hun strijd. SP.a en PS hebben tegenwoordig meer banden met de burgerlijke staat en de bedrijven dan met de arbeidersklasse. De jaren ’90 heeft de sociaal-democratie uitgehold: actieve arbeiders vind je er amper nog. De leiding heeft het dus steeds gemakkelijker om de grillen van de burgerij te volgen. Daarom roept LSP-MAS sinds midden jaren ’90 op voor een nieuwe, brede arbeiderspartij.

De officiële opening van de 120e verjaardag van de Belgische sociaal-democratie gaat door op 18 en 19 maart. Op dat moment zullen zij die echt willen praten over socialisme zich echter op straat bevinden, met name op de Jongerenmars voor Werk

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie