Het nieuwe seksisme

Een recente reclame voor easyjet toont een paar ontblote borsten onder de slogan ‘ontdek massaverleidingwapens. Is dit een slimme grappige aanval op de mislukking van het Brits en Amerikaans imperialisme om massavernietigingswapens te vinden in Irak of een goedkoop seksistisch gebruik van een vrouwenlichaam om vliegtuigticketten te verkopen? Moeten we dit plezant vinden of schandalig?

 

Vrouwenlichamen worden wereldwijd gebruikt om tal van producten te adverteren van chocolade tot mannenparfums. In het verleden reageerden anti-seksistische campagnes op reclames met halfnaakte vrouwenlichamen op auto’s. Maar een recente autoreclame zag er geen erg in om een naakte Claudia Schiffer te gebruiken om haar product te verkopen. Reclame voor Yorkies chocoladerepen gebruikten naakte vrouwen met de slogan ‘dit is niet voor meisjes’.

Beelden van vrouwen, die veel mensen zouden klasseren als softporno, zijn nu hoofdzaak geworden in mannenmagazines zoals FHM en loaded-magazine die maandelijks gelezen worden door ongeveer 1 miljoen Britse mannen.

Lapdancingclubs (omschreven als de snelst groeiende amusementssector), die in het verleden in bouwvallige achtersteegjes lagen, worden nu gezien als respectabel en worden bezocht door zakenlui en beroemdheden zoals Stephen Hawking en Kate Moss.

Sommige schrijvers over vrouwenthema’s beweren dat we te maken hebben met een ‘nieuw’ of ‘retro’ seksisme: beelden waartegen de vrouwenbeweging campagne voerde in het verleden, omwille van de manier waarop ze vrouwen belichamen en vernederen, worden zichtbaarder en naar het schijnt, acceptabeler.

Anderen argumenteren echter dat we nu in een postfeministische maatschappij leven, waren de oude regels niet langer geldig zijn. Vrouwen zijn sterker en vooral jonge vrouwen hebben meer zelfvertrouwen, vooral over hun seksualiteit. Zaken die eens aanschouwd werden als seksistisch zijn dat nu niet meer. Eenieder die protesteert tegen de ‘ironische’ manier waarop vrouwen beschreven worden, heeft geen gevoel voor humor of is preuts, of beide.

Deze ideeën hebben een zekere geloofwaardigheid gewonnen, zelf onder een laag jonge vrouwen. Ze stemmen overeen met de ideologie van het postfeminisme die individuele vooruitgang binnen het huidig systeem bevestigd.

Reclame en vrouwenbladen sporen vrouwen aan om hun leven te veranderen door zichzelf te veranderen. Voor jonge vrouwen, wordt het dragen van T-shirt met ‘pornqueen’ en het aannemen van een rolomkerende houding tegenover seks en seksualiteit gedefinieerd als ‘bevrijdend’.

Dit neemt plaats tegen een politieke achtergrond waarbij vele economische en sociale verworvenheden die arbeidersklasse vrouwen en mannen door collectieve strijd afgedwongen hebben, onder vuur komen te liggen door de neoliberale beleidsvormen. Tezelfdertijd is de vrouwenbeweging ineengestort en de Labour Party is openlijk een partij van de grote bedrijven geworden. Collectieve strijd om het leven van werkende mensen te verbeteren is verdrongen door het idee van individuele oplossingen. New Labour politici argumenteren dat hun beleid gelijke kansen voor vrouwen bevorderd – het is aan de vrouwen zelf om deze kansen te grijpen.

Dus met de New Deal en kinderkrediet in de plaats, zouden alleenstaande ouders uit de uitkeringen moeten komen en een job vinden. Als dat niet het geval is, ligt dat aan hun eigen individueel falen, niet door het feit, bijvoorbeeld dat in vele streken betaalbare kinderopvang gewoon onbestaande is.

Postfeminisme

Dit alles werd de laatste jaren versterkt door een golf van ‘nieuwe’ en ‘post’ feministische schrijvers.

Een van die schrijvers, Naomi Wolf, gebruikte het woord ‘geslachtsbeving’ om de processen te beschrijven die volgens haar een dramatisch effect hebben op het leven van vrouwen. Ze schreef dat het mannenrijk afbrokkelt, dat meer vrouwen dan ooit te voren leidinggevende posities bekleden en dat wettelijke hindernissen voor gelijke rechten voor vrouwen verwijderd waren. Maar, argumenteerde ze, als vrouwen de gelijkheid die binnen hun bereik ligt willen verzekeren, dan moeten ze een psychologische verandering ondergaan, ‘slachtofferfeminisme’ vermijden en powerfeminisme omhelzen.

Andere schrijvers, die niet noodzakelijk Wolfs stelling dat gelijkheid om de hoek wacht, bevestigen, concludeerden dat een belangrijke transformatie had plaatsgevonden in het leven van meeste vrouwen. Op educatief vlak steken jonge vrouwen de jongens voorbij op school, ze zijn zelfzekerder over hun eigen mogelijkheden en hun verwachtingen over werk en relaties zijn hoger dan deze van de vorige generatie vrouwen. Op de arbeidsmarkt komen vrouwen in jobs en posities die vroeger voorbehouden waren voor mannen. Omwille van deze ontwikkelingen, argumenteren deze schrijvers dat het programma en de methode van de vrouwenbeweging in het verleden niet meer geldig is – een nieuwe benadering is nodig.

Journalist Natasha Walter roept op voor een ‘nieuw feminisme’: oud feminisme, argumenteert ze, wordt te vaak geassocieerd met ‘seksuele politiek en cultuur’. Vrouwen willen niet dat hun persoonlijk leven ‘bewaakt wordt door feminisme’. Ze willen dragen wat ze willen, genieten van pornografie, hun seksualiteit vieren, en toegelaten worden ‘hun persoonlijk leven te leiden zonder de beperking van een strakke ideologie’.

‘Deze generatie vrouwen moet zich bevrijden van het spook van politieke correctheid’ schreef ze. Het nieuwe feminisme “wil het persoonlijke scheiden van het politieke.”

Ongetwijfeld zullen vele jonge vrouwen akkoord zijn met de gevoelens die Walter verwoord. Uiteindelijk kwam haar boek voort uit een reeks interviews met jonge vrouwen en haar bevindingen over vrouwenattitudes werden bevestigd door andere onderzoekers. Niettemin, komen haar conclusies voort uit een verwrongen beeld van ‘oude’ feministische ideeën.

‘Politieke correctheid’ werd oorspronkelijk aangehaald tegen beledigend taalgebruik en gedrag. Nu wordt het steeds meer gebruikt als een vernederende term om de bezwaren van vrouwen en mannen tegen seksistische afbeeldingen en taal als afgezaagd te bestempelen.

‘Het persoonlijke is politiek’ was een van de slogans van de vrouwenbeweging in de jaren 70 begin jaren 80. Voor de meeste vrouwen betekende dit niet dat ze moesten beperkt worden in hoe ze zich kleedden of hun seksualiteit uitten. Het was om duidelijk te maken dat huiselijk geweld, seksuele intimidatie en seksisme in het algemeen ervaringen zijn die gedeeld worden door andere vrouwen: ervaringen die niet los staan maar juist verbonden zijn met de bredere structuren en ideologieën van de maatschappij en zo geen persoonlijke problemen zijn, maar thema’s die een politiek en collectief antwoord nodig hebben.

Partnergeweld, bijvoorbeeld, zit vast in de ouderwetse ideeën over de mannelijke controle en autoriteit over vrouwen binnen het gezin. De ongelijke machtsrelatie die bestaat in de kapitalistische maatschappij in zijn geheel worden weerspiegeld binnen persoonlijke relaties en versterken en bestendigen daardoor partnergeweld.

Deze analyses, die partnergeweld eerder als een sociaal dan een persoonlijk probleem definiëren, is belangrijk geweest voor vrouwen die onder misbruik lijden. Ze hebben de kracht en het vertrouwen gewonnen om hun gewelddadige partners te verlaten of om actie te ondernemen om een einde te maken aan het geweld tegen hen door het begrijpen dat het niet zij zijn of hun gedrag die het geweld uitlokken – dat zij niet de schuldige zijn.

Aangezien 1 op 4 vrouwen partnergeweld zal ervaren op een moment in haar leven, is het begrijpen en erkennen dat partnergeweld niet persoonlijk maar politiek is, meer dan ooit nodig.

Natasha Walter erkent partnergeweld wel als een sociaal probleem dat moet aangepakt worden. Maar ze maakt de artificiële en valse onderscheiding tussen de ‘culturele onderdrukking’ en de ‘materiële onderdrukking’ die vrouwen ondergaan. Ze argumenteert dat “feminisme recentelijk meer geassocieerd wordt met een beweging om vrouwen hun houdingen en sociale cultuur te veranderen dan met ( deze) materiële ongelijkheden”. “Feminisme vandaag moet de materiële basis voor economische, sociale en politieke ongelijkheid aanvallen”.

Er bestaat geen twijfel over dat, ondanks de belangrijke economische en sociale veranderingen die plaatsgevonden hebben over de laatste 2 tot 3 decennia, vrouwen nog altijd lijden onder ernstige materiële ongelijkheid. Het gemiddeld inkomen van vrouwen in 2001-20002 was £145 per week vergeleken met £287 per week voor mannen. Zelfs als vrouwen fulltime werken, heeft de overgrote meerderheid nog altijd de belangrijkste verantwoordelijkheid over kinderopvang en huishoudelijke taken. Bij bejaarden hebben vrouwen veel meer kans om in de armoede terecht te komen.

Zoals Walter aantoont, moet tegen deze ongelijkheden gevochten worden. En ze bekritiseert correct de dominante ideologie van de laatste 15 jaar die individuele oplossingen promoot voor de problemen die vrouwen (en andere) in de maatschappij hebben. Een collectieve strijd is nodig.

Maar zo’n strijd kan materiële en culturele onderdrukking niet scheiden. Ideologie speelt een cruciale rol in het rechtvaardigen, versterken en bestendingen van de materiële ongelijkheden die vrouwen ervaren.

Culturele en materiële onderdrukking zijn onafscheidelijk

Een van de belangrijkste redenen waarom vrouwen zoveel minder verdienen dan mannen, is dat ze grotendeels afgezonderd zitten in een smalle rang van laagbetaalde jobs zoals kleinhandel, catering, schoonmaak- en verzorgingsberoepen. De meeste daarvan zijn een uitbreiding van het werk dat vrouwen traditioneel thuis onbetaald deden. De ideologie van de tweede klasse status van vrouwen – die haar oorsprong heeft in de ontwikkeling van de klassenmaatschappij duizenden jaren geleden – werd overgenomen en aangepast door het kapitalisme om haar winsten en heerschappij te behouden.

Seksistische afbeeldingen, die vrouwen tot lustobjecten herleiden, weerspiegelen en versterken de diepgewortelde ideeën over de ondergeschiktheid van vrouwen en hun tweederangs positie in de maatschappij. Die ideeën worden gebruikt om de materiële ongelijkheid zoals ongelijke en lage lonen te versterken en te behouden.

Seksisme verdeelt. Het creëert obstakels in het smeden van eenheid tussen de arbeidersklasse mannen en vrouwen. Eenheid die zo essentieel is in de strijd voor de economische en materiële veranderingen die nodig zijn om het leven van vrouwen te verbeteren.

Verdeeldheid onder de arbeiders versterkt de kapitalisten in hun macht in de werkplaatsen en in hun doel om hun winstsysteem te behouden. In de ontwikkeling van het kapitalisme in de 19e eeuw, gebruikte de kapitalistische klasse goedkopere vrouwenarbeid om de arbeidsomstandigheden en jobs van mannelijke arbeiders te ondermijnen. In het begin, in plaats van te vechten voor de verbetering van de lonen en arbeidsomstandigheden van vrouwen, voerden mannen campagne om de toegang voor vrouwen tot fabrieken en werkplaatsen te beperken. Velen gebruikten het argument ‘een vrouw haar plaats is aan de haard’ wat de heersende ideologie was, om hun houding te rechtvaardigen, dit speelde in het voordeel van de bazen.

In de geschiedenis hebben vrouwen een harde strijd moeten voeren omdat hun organisaties zaken zoals seksuele intimidatie en pornografische afbeeldingen op de werkplaats zouden aanklagen, en om die zaken voor te stellen als syndicale en politieke thema’s. Niet alleen ondermijnen en venederen deze zaken vrouwen, ze tasten de hele arbeidersbeweging aan omwille van hun potentieel om verdeeldheid te zaaien.

Natuurlijk beïnvloeden economische en sociale veranderingen de manier waarop vrouwen onderdrukking ervaren en hoe ideologie wordt uitgedrukt. Niets is statisch. Reclame bijvoorbeeld weerspiegelt tot op zekere hoogte de veranderende realiteit van het leven van vrouwen. Claudia schiffer mag dan wel naakt zijn, ze rijdt met de wagen, ze ligt er niet meer op als een accessoire.

Een vrouw wordt getoond terwijl ze kinderen ontbijt geeft en de keukenvloer dweilt. Maar ze doet dit vooraleer ze gaat werken- ze wordt niet volledig gedefinieerd tot haar rol als echtgenote, moeder en huishoudslaaf zoals het geval was een paar decennia geleden.

Terwijl ze economische en sociale veranderingen weerspiegelen, versterken en bevestigen reclames niettemin bestaande ongelijkheden. Vrouwen gaan werken, maar ze hebben ook de hoofdverantwoordelijkheid voor het huishouden en de kinderen. Wanneer mannen getoond worden die wassen en poetsen, dan zijn het altijd grappige figuren omdat het niet echt hun ding is en ze er blijkbaar niet in slagen het goed te doen. Van vrouwen wordt verwacht dat ze een job hebben, een supermoeder zijn, een huishoudelijke godin, alsook dat ze streven naar seksuele vervolmaking.

Het echte leven voor de meeste arbeidersvrouwen impliceert een voortdurend goochelen met werk, kinderen en huishouden met zeer weinig tijd voor zelfverbetering. Mannen doen meer om te helpen dan in het verleden, maar de meerderheid van de vrouwen zijn nog altijd benadeeld door de historische sekseverdeling in arbeid binnen het gezin. En terwijl individuele mannen kunnen profiteren van een paar extra uren vrije tijd, is de grote profiteur van deze ongelijke verdeling het kapitalisme, door haar mogelijkheid om vrouwen te blijven uitbuiten als goedkope arbeidskracht op de werkvloer en als onbetaalde arbeidskracht in het huis.

Op dezelfde manier hebben reclame het gestegen zelfvertrouwen en de openheid van vrouwen tegenover hun seksualiteit weerspiegeld. Neem bijvoorbeeld de wonderbrareclame met een lachende, zelfverzekerde Eva Herzigova in haar ondergoed met de ‘brutale’ slogan ‘hello boys’.

Het is een positieve ontwikkeling dat vele vrouwen zich sterker en vrijer voelen om zich seksueel te uiten. Maar in een maatschappij waar geïnstitutionaliseerde ongelijkheid nog bestaat, hoe bevrijdend is dit eigenlijk?

Lapdancing zo wordt gesteld, is versterkend niet uitbuitend want wanneer ‘danseressen’ tot £500 per nacht kunnen verdienen, staan ze er vaak beter voor dan de mannen waarvoor ze strippen. Zoals een studente vertelde in het programma Inside out op de BBC: “Ik werk wanneer ik wil. Ik verdien het bedrag dat ik wil en als ik er geen zin in heb, dan stop ik. Niemand dwingt me om het te doen.”

Maar vergelijk dit met het commentaar van een frequente bezoeker van lapdancingclubs: ” Ik voel me als een koning als ik daar zit, omringd door al die vrouwen die me massa’s aandacht geven. Er is geen grotere kick dan een vrouw te roepen, haar te doen zitten en met haar te praten, wetende dat als je haar geld geeft, ze al haar kleren voor je zal uitdoen. Het is zalig om die controle, die macht te hebben en het is een oppepper voor je ego als meisjes met elkaar concurreren om voor je te mogen dansen.”

Hoe sterk individuele dansers zich ook mogen voelen( en natuurlijk niet alle dansers worden goedbetaald). Lapdancing op zich promoot het idee dat vrouwen geen denkende complete wezens zijn, maar lichaamsdelen – objecten beschikbaar voor mannen om te controleren en te genieten. Het feit dat vrouwen soms zakenmannen vergezellen in deze “gelegenheidsclubs”, doet daar geen afbraak aan.

Er werken soms ook vrouwelijke uitgevers voor pornomagazines en vrouwen zelf kunnen ze kopen en opgewonden worden van porno. Maar de afbeeldingen stellen vrouwen in het algemeen nog altijd voor als lustobjecten en versterken daardoor de ideeën van mannencontrole, die helaas diepgeworteld zijn in de maatschappij.

Een onderzoek voor ‘Edinburgh Zero Tolerance’ stelde vast dat een op twee mannen vindt dat verkrachting van een vrouw soms aanvaardbaar kan zijn en 1 op 10 mannen zou het zelf doen als ze niet ontdekt konden worden.

De macht van de beeldspraak

Tijdens de laatste jaren is anti-seksisme gelijkgesteld met anti-seks. Maar er is een groot verschil tussen het verwerpen van vrouwenafbeeldingen omdat het seksueel te expliciet is (wat ‘De brigade van de morele rechten en familiewaarden’ doet) en het verwerpen van het gebruik van vrouwenlichamen om producten te verkopen.

De twee verschillende bezwaren zijn echter wel versmolten geworden. Vrouwen die beledigd zijn door seksistische afbeeldingen, worden ervan beschuldigd preuts en humorloos te zijn. Het is nochtans perfect mogelijk om de ‘grap te snappen’ in de easyjet reclame’ en tezelfdertijd te erkennen dat het een vrouwenlichaam gebruikt wordt als een voorwerp om een product te verkopen en winst te maken. Ditt is slechts één van de ontelbare afbeeldingen die vrouwen tot lustobjecten reduceren, en daardoor bredere ongelijkheid en discriminatie in de hand werken. Het feit dat jongere vrouwen geacht worden vrijer te zijn en ‘controle’ te hebben over hun seksualiteit weegt daar niet tegen op.

Onder het kapitalisme ligt de werkelijke controle niet bij vrouwen, maar bij de mode-, schoonheids-, seks- en ontspanningsindustrie, etc. die verantwoordelijk zijn voor het creëren van de doordrongen vrouwenafbeeldingen in de maatschappij. Dit het het resultaat van een systeem dat gebaseerd is op zowel het verkopen van gebruiksartikelen om winst te maken als een geïnstitutionaliseerde ongelijkheid.

Seks verkoopt – net zoals het manipuleren en artificieel in stand houden van sociale geconstrueerde normen over hoe de ‘ideale’ vrouw er moet uitzien. Dit zijn allomtegenwoordige afbeeldingen die vrouwen opnemen en verwerken, vaak onbewust. Maar ze hebben weinig gemeen met ‘echte vrouwen’- wat zorgt voor angstigheid en onzekerheid, ondermijning van vrouwen hun zelfbeeld wat de vele positieve ontwikkelingen die het leven van vrouwen verbeterd hebben, teniet doet.

De mondiale schoonheidsindustrie, inclusief make-up, huid- en haarverzorging, parfumerie, plastische chirurgie, gezondheidsclubs en dieetproducten, wordt geschat op een waarde van $160 miljard per jaar. 6 multinationals controleren 80% van de make-up producten in de VS terwijl 8 bedrijven 70% van de huidverzorgingsmarkt controleren. Amerikanen spenderen jaarlijks meer aan schoonheid dan aan onderwijs. Schoonheid is overduidelijk een ‘grote industrie’.

De schoonheidsindustrie draagt direct bij aan een situatie waarin slechts 1% van jonge vrouwen zich ‘volledig gelukkig’ voelt met de vorm van hun lichaam, terwijl 54% van de 10 tot 14-jarigen bezorgt zijn over te dik zijn en meisjes van amper 7 al diëten. De afbeeldingen die gepromoot worden, zorgen niet noodzakelijk voor eetstoornissen, maar ze zijn een bijdragende factor en vertragen het herstel.

De manier waarop vrouwen voorgesteld worden door de schoonheidsindustrie versterkt en promoot het idee dat hoe vrouwen er uitzien belangrijker is dan wat ze denken of doen. In een onderzoek uitgevoerd in 2001, dacht tweederde van de vrouwen dat hun leven merkbaar zou verbeteren als ze gelukkig waren met hun lichaam. Slankheid werd gelijkgesteld met aantrekkelijk zijn voor mannen, sexy zijn en carrière kunnen maken. Tweederde zei dat ze plastische chirurgie zouden overwegen om hun zelfbeeld te verbeteren.

De industrie zal om het even wat uitbuiten om winst te maken. Mannen worden ook steeds meer het doel van de schoonheidsindustrie. Ook zij worden aangespoord om producten te kopen die ze niet echt nodig hebben om hun levenskansen te verhogen. Alhoewel dit ongetwijfeld ook uitbuiting is, heeft het geen invloed op een breder, gestructureerde genderongelijkheid, zolas het geval is voor vrouwen.

Collectieve campagnes kunnen een nuttige rol spelen in het bewustmaken van cultureel seksisme en van de manier waarop de grote bedrijven de maatschappij domineren en controleren. Een campagne bijvoorbeeld om te lobbyen bij de lokale autoriteiten om een vergunning voor een lapdancingclub te weigeren zou kunnen duidelijk maken hoe deze clubs achterlijke houdingen en ideeën over vrouwen vestigen terwijl ze tezelfdertijd enorme winsten maken voor entertainmentbedrijven zoals ‘Spearmint Rhino’. Dit zou een heel andere aanpak zijn dan de brigade van de morele rechten die campagne voert om seksuele expliciete afbeeldingen en immoreel gedrag te bannen.

Sommige ambtenaren van de Europese Unie ijveren voor een richtlijn die seksistische beelden op tv en in advertenties verbiedt. Bij de voorbeelden om hun zaak te beargumenteren, zijn twee Franse reclames. Een is voor Suchardchocolade, die een naakt model toont met de woorden: “jij zegt nee, wij horen ja”. De ander is voor Babette room die een vrouw toont die een schort draagt met woorden erop geprint. Letterlijk zeggen de woorden: ik verdik het, ik klop het op en soms gaat het in de pot. In omgangstaal betekent het ‘ik bind haar vast, ik sla haar en soms heb ik seks met haar.’

Maar censuur kan onvoorziene gevolgen hebben. Twee radicale anti-porno feministen Andrea Dworkin en Catherine McKinnon, hebben hevig campagne gevoerd om materiaal dat schadelijk is voor vrouwen te verbieden. In 1992 werd een versie van de Dworkin/McKinnon definitie opgenomen in de Canadese zedenwet. Binnen twee jaar en een half was in meer dan 50% van de feministische boekhandels materiaal in beslag genomen of werd het achtergehouden bij de leverancier. De voornaamste doelwitten waren homofiele en lesbische literatuur.

Een van de boeken in beslag genomen bij de leveranciers was ‘Weenie-Toons! Women Artists Mock Cocks’ omwille van de zogenaamde degradatie van de mannelijke penis.

Wie zou beslissen wat seksistisch is? Er waren 186 bezwaren bij de Adverteer Normen Autoriteit (ANA) over de Easyjet reclame- de reclame met het tweede meeste aantal klachten van het jaar. Maar de ANA verwierp de klachten met het argument dat ‘het onwaarschijnlijk was dat ze ernstige of wijdverspreide belediging zou veroorzaken’ en dat ‘het in de goede traditie lag van de Britse humor zoals de ‘Carry On films’.

Vele ‘postfeministische’ reclames, zoals de Franse voorbeelden zijn doelbewust dubbelzinnig. Het is niet moeilijk om te begrijpen dat de brigade van de morele rechten anti-seksistische wetten gebruikt om expliciet seksueel materieel aan te vallen.

Seksisme bestrijden

Andrea Dworkin argumenteerde eens dat ‘pornografie de kern is van vrouwelijke condities, het is de ideologie die de bron is van al de rest’. Maar seksistische afbeeldingen van vrouwen, waarvan gewelddadige pornografie de meest extreme uidrukking is, zijn niet de oorzaak van vrouwenonderdrukking. Zij zijn het product van een systeem gebaseerd op ongelijkheid, een systeem van macht en welvaart. De wortels van vrouwenonderdrukking gaat duizenden jaren terug tot het ontstaan van de klassenmaatschappij, privé-eigendom en het gezin als instituut van economische en sociale controle.

Een einde maken aan onderdrukking vraagt een fundamentele verandering in de manier waarop de maatschappij gestructureerd en georganiseerd is. Door democratische arbeiderscontrole en beheer over de industrie, door het omvormen van een maatschappij gebaseerd op ongelijkheid, hiërarchie en uitbuiting naar een maatschappij waar gelijkheid en samenwerking zegevieren zou het niet allen mogelijk zijn om de economische problemen waar vrouwen mee geconfronteerd worden op te lossen, maar het zou eveneens de basis leggen voor het uitschakelen van de culturele onderdrukking.

Het ‘nieuwe’ seksisme kan complex en dubbelzinnig zijn. Dat is een reflectie van de tegengestelde processen van de laatste twee decennia. Maar nu begint het politieke landschap langzaamaan te veranderen. Vorig jaar is het aantal stakingen gestegen, in vele stakingen, zoals de staking bij de lokale overheden, waren grote groepen vrouwen betrokken. De geschiedenis leert ons dat als vrouwen betrokken geraken in actie over lonen en arbeidsomstandigheden, ze meestal ook het vertrouwen winnen om bredere thema’s aan te klagen die hun aanbelangen als vrouw en als arbeidsters.

Bewegingen voor collectieve actie door de arbeiders, inclusief het uitbouwen van een nieuwe arbeiderspartij, zal een cruciale stap zijn in de strijd voor socialisme. Als onderdeel van de strijd, is het belangrijk om te erkennen dat seksisme, oud of nieuw, niet enkel een product is van de klassenmaatschappij, maar deel van een breed ideologisch apparaat die ertoe bijdraagt het kapitalistisch systeem in stand te houden. In dit opzicht is het begrijpen en bestrijden van seksisme geen randcampagne, maar centraal in de strijd om een einde te stellen aan ongelijkheid en onderdrukking in al zijn vormen.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie