AI onder het kapitalisme: productiviteitsrevolutie of nieuwe barbarij?

Foto vanop Pixabay

De laatste paar jaren zijn de capaciteiten van AI modellen razendsnel geëvolueerd. AI wordt voorgesteld als een politiek neutrale technologische sprong. Voor bazen heet dat “efficiëntie”. Voor regeringen “concurrentievermogen”. Voor de techreuzen “innovatie”. 

Een marxistische benadering begint bij de maatschappelijke verhoudingen waarin AI wordt ontwikkeld, de klasse die haar bezit, en de doelen waarvoor ze wordt ingezet. Onder het kapitalisme vormt technologie die de arbeidstijd drastisch zou kunnen verkorten helaas geen bevrijding, maar is het een middel om kosten te drukken, arbeid te versnellen, monopolies te versterken en internationale rivaliteit aan te jagen.

AI wordt steeds meer gebruikt op de werkvloer. Microsoft meldde begin 2026 15 miljoen betaalde Microsoft 365 Copilot-seats. In de Stack Overflow Developer Survey 2025 zei 51% van de professionele ontwikkelaars AI-tools dagelijks te gebruiken. En Cursor, enkele jaren geleden nog een speeltje voor een relatief kleine groep enthousiastelingen, zat volgens TechCrunch in maart 2026 al boven 2 miljard dollar jaaromzet (geprojecteerd). 

België loopt natuurlijk gewoon mee met de internationale trend. Volgens Statbel gebruikte in 2025 34,5% van de Belgische bedrijven minstens één AI-technologie; bij ondernemingen met meer dan 250 werknemers ging het al om meer dan driekwart.

Jobverlies door AI

Begin dit jaar kondigde IBM Belgium 57 ontslagen aan, meer dan 10% van het Belgische personeelsbestand, in een plan dat expliciet verwees naar automatisering via AI. Bij Proximus gaan 1200 jobs verdwijnen vanwege AI. Bij het Britse BT gaat het over 10.000 jobs die door AI vervangen worden. En consultancy-gigant Accenture onsloeg 12.000 werknemers die “niet herschoold konden worden voor het AI tijdperk”. In de tech-sector regent het alweer ontslagen, onder andere bij Oracle en Amazon.

Volgens een survey in januari 2024 had toen reeds 36% van de vertalers en 26% van de illustrators hun job verloren aan generatieve AI. Toen in de lente van 2023 de Hollywood-schrijvers in staking gingen, was bezorgdheid over AI een centraal punt. Door de staking werden in de sector belangrijke richtlijnen rond AI afgesproken door de schrijversvakbond. Stemacteurs in videogames gingen van de zomer van 2024 tot die van 2025 in staking (bijna een jaar lang!) omdat hun stemmen met AI nagebootst werden zonder hun medeweten laat staan vergoeding.

Technologische vooruitgang betekent onder het kapitalisme steeds hetzelfde: in de plaats van collectieve arbeidsduurverkorting en meer vrije tijd, zien we herstructureringen, hogere prestatiedruk en een loonmassa die “geoptimaliseerd” moet worden. 

Twee tijdshorizons, één klasselogica

Voor een heldere analyse moeten we onderscheid maken tussen twee investeringsstrategieën van het AI-kapitaal. Enerzijds zijn er de AI-aanbieders: de bedrijven die modellen, API’s, chips, cloud en datacenters proberen te monopoliseren. Hun onmiddellijke logica is niet altijd klassieke winstgevendheid, maar marktmacht veroveren vóór iemand anders dat doet. Dat betekent: gigantische investeringen, verlies slikken, investeerders paaien, concurrenten uitroken, en hopen later de tol te heffen op een infrastructuur waar niemand nog buiten kan. OpenAI (het bedrijf achter ChatGPT) maakte in 2025 ongeveer 9 miljard dollar verlies en is van plan om dat verlies tegen 2028 te laten oplopen tot 74 miljard dollar. De droom van de huidige AI-kapitalisten is simpel: vandaag verlies draaien, morgen de onvermijdelijke tussenlaag van de hele economie worden. Een monopolie op intelligentie-infrastructuur kan even lucratief worden als een monopolie op spoorlijnen of telefoonnetten — waarschijnlijk nog lucratiever.

Anderzijds zijn er de gebruikers van AI: banken, consultancybedrijven, softwarefirma’s, mediabedrijven, logistieke concerns, overheden. Zij huren de infrastructuur en gebruiken AI om arbeid te versnellen, functies uit te hollen, personeel te vervangen en productiviteit op te drijven. Voor hen is AI geen speculatieve gok op toekomstige monopolierente, maar een heel concreet instrument om vandaag al de kosten van levende arbeid te drukken. Dat verschil is belangrijk. Maar in beide gevallen blijft de onderliggende klasselogica dezelfde: de productiviteitswinst wordt geprivatiseerd, de sociale kost gesocialiseerd. De ene fractie bouwt de digitale tolweg; de andere jaagt het personeel erover.

De grootste techbedrijven zetten natuurlijk op beide strategieën tegelijkertijd in: Microsoft (Copilot), Google (Gemini), Meta (Meta AI) en X (Grok) zijn zowel AI-aanbieders als AI-gebruikers. Bij Meta wordt nu overwogen om 20% van het personeel te ontslaan om te compenseren voor de investeringen in AI-infrastructuur. 

Geen neutrale machine, maar een wapen van het kapitaal

Marx beschreef hoe de machine onder het kapitalisme tegenover de arbeider verschijnt als macht van het kapitaal. De machine is geen middel om de mens te ontlasten, maar is deel van de reden waarom de kapitalist de arbeider kan uitbuiten: zonder de productiviteit van de machine heeft arbeidskracht weinig waarde. Aangezien de productiemiddelen eigendom zijn van de kapitalist, heeft de arbeider geen andere keuze dan te werken in loondienst.

De machines uit het tijdperk van de industriële revolutie waar Marx over schreef zorgden voor een productiviteitsverhoging waarmee handenarbeid enorm veel efficiënter werd. In de Britse katoenindustrie steeg bijvoorbeeld de productie van 2,6 miljoen pond in 1760 naar 621 miljoen pond in 1850. Tegelijk daalde de productiekost van één pond katoengaren van 9 shilling in 1784 (een weekloon)  naar 0,4 shilling in 1832 (minder dan 3 uur loon). We spreken niet over een kleine kwantitatieve efficiëntiewinst, maar een kwalitatieve omwenteling die de benodigde arbeidstijd per eenheid drastisch verlaagde. 

Hierdoor verschoof uiteindelijk een groot deel van de economie van de primaire en secundaire sector (landbouw/mijnbouw en industrie) — sectoren die vooral fysieke arbeid vergen — naar de tertiaire en quartaire sector (diensten en non-profit), waar menselijke interactie en intellectuele arbeid een grotere rol spelen.  Dat is niet toevallig: naarmate machines de arbeidskracht productiever maken, vermindert de waarde per geleverd product. Waarde is namelijk een uitdrukking van de maatschappelijk noodzakelijke totale arbeidstijd.

AI is niet de eerste machine die de productiviteit van intellectuele arbeid verhoogt — uitvindingen zoals de typemachine, de rekenmachine, de computer, het internet deden dat ook al tot op zekere hoogte. Maar AI heeft wel voor het eerst het potentieel om een kwalitatieve sprong te veroorzaken die vergelijkbaar is met wat de industriële revolutie deed voor fysieke arbeid. In de eerste plaats zal die productiviteitswinst wellicht vooral leiden tot een boom in ‘intellectuele productie’ (waaronder ook veel “AI slop”), net zoals het effect van de industriële revolutie op de productie van materiële productie. Maar er zijn beperkingen aan de vraagzijde. Op langere termijn is een devaluatie van de tertiaire sector waarschijnlijk.

Zelfs waar jobs niet meteen verdwijnen, stijgt vaak de norm: meer dossiers, meer code, meer tickets, meer output in dezelfde tijd. Op termijn zal AI een groot deel van de arbeid niet alleen vervangen, maar ook opknippen, standaardiseren, versnellen en ontwaarden. De beroepen die overblijven zullen steeds meer neerkomen op validatie, correctie en het opruimen van AI-gegenereerde rommel, met minder ruimte voor menselijke creativiteit en originaliteit.

De liberale repliek luidt steevast dat technologie uiteindelijk ook nieuwe jobs schept. Dat is gedeeltelijk waar, maar grotendeels een ontwijkingsmanoeuvre. Ook AI schept nieuwe functies: infrastructuuringenieurs, compliance en safety, gespecialiseerde ontwikkelaars. Maar dat verandert niets aan de algemene tendens. Een relatief kleine laag wint in inkomen, controle en productiviteit; brede lagen van bedienden, technici, creatieve professionals en programmeurs worden onderworpen aan grotere vervangbaarheid en hogere prestatienormen. De vraag is dus niet of AI “ook kansen biedt”, maar voor welke klasse.

AI: een materiële en geopolitieke resource race

Wie AI zegt, zegt chips, datacenters, koeling, water, hoogspanningslijnen en zeldzame mineralen. Het IMF beschreef AI eind 2025 expliciet als een resource race rond energie, halfgeleiders en grondstoffen. Het Internationaal Energieagentschap schatte het elektriciteitsverbruik van datacenters in 2024 op ongeveer 415 TWh, of zowat 1,5% van de mondiale elektriciteitsconsumptie, en verwacht tegen 2030 een sterke stijging met AI als belangrijkste groeimotor. McKinsey becijferde dat de wereld tegen 2030 ongeveer 6,7 biljoen dollar aan datacenterinvesteringen nodig kan hebben, waarvan 5,2 biljoen dollar voor AI-ready capaciteit. 

Ook voor België is dat tastbaar. BCG schatte in 2025 dat de elektriciteitsvraag van Belgische datacenters tegen 2035 twee- tot vijfmaal hoger kan liggen dan vandaag. Wat verkocht wordt als digitale modernisering, blijkt dus ook een maatschappelijk gevecht over wie toegang krijgt tot energie, wie de infrastructuur betaalt en welke sociale noden naar de achtergrond worden geduwd voor commerciële AI-expansie. Onder kapitalisme worden de winsten geprivatiseerd en de materiële lasten naar de samenleving doorgeschoven.

Oorlog is vaak de militaire voortzetting van economische en geopolitieke conflicten, en de AI-wedloop verscherpt precies die conflicten omdat ze draait om chips, energie, datacenters, zeldzame mineralen en industriële capaciteit. Wat in eerste instantie als handelsgeschil verschijnt, is vaak al een voorbereidende vorm van inter-imperialistische confrontatie.

Daarbovenop komt de directe militaire inzet. De Amerikaanse AI-strategie van januari 2026 stelt openlijk dat de VS hun mondiale AI-dominantie willen versterken en dat AI-enabled warfare het karakter van oorlogvoering zal herdefiniëren. Het scherpste voorbeeld blijft Gaza. In april 2024 onthulden +972 Magazine en Local Call dat het Israëlische leger het systeem Lavender gebruikte om grote aantallen Palestijnen als doelwitten te markeren, met minimale menselijke controle en een ruime tolerantie voor burgerslachtoffers; The Guardian vatte die bevindingen samen als een systeem dat naar schatting 37.000 potentiële doelwitten identificeerde. AI verschijnt hier als versneller van koloniale massamoord.

Vervreemding met abonnement

AI grijpt niet alleen in op de productie, maar ook op het gevoelsleven. In een maatschappij van eenzaamheid, uitgeholde publieke diensten en lange wachttijden in de geestelijke gezondheidszorg wordt artificiële affectie een lucratieve koopwaar. In 2022 was de gemiddelde wachttijd in Vlaamse ambulante centra voor geestelijke gezondheidszorg maar liefst 41 dagen voor een eerste face-to-facecontact. Therapie- en companion-chatbots behoren intussen tot de belangrijkste toepassingen van generatieve AI. De American Psychological Association meldde begin 2026 dat AI-companionapps tussen 2022 en midden 2025 met 700%waren toegenomen. Het kapitalisme maakt mensen eerst eenzaam en verkoopt hen daarna een chatbot als oplossing.

De risico’s zijn niet louter theoretisch. Chatbots zijn opvallend sycofant: ze flatteren gebruikers en bevestigen soms ook schadelijke of antisociale keuzes. In een zorgsysteem met lange wachttijden en structurele onderfinanciering is het bijzonder cynisch om artificiële intimiteit en pseudo-therapie als “innovatie” te verkopen. Die nep-oplossingen zijn geen substituut voor wat echt nodig is: massale investeringen in publieke geestelijke gezondheidszorg en collectieve voorzieningen tegen eenzaamheid. En vooral: een samenleving die niet gebaseerd is op vervreemding en op neoliberaal individualisme.

Socialisme of barbarij

De fundamentele keuze is niet tussen tech-optimisme en tech-pessimisme. Ze is socialisme of barbarij.

De barbaarse variant ligt al open en bloot op tafel. Een handvol monopolies probeert de infrastructuur te beheersen. Staten integreren AI in surveillance en oorlog. Arbeid wordt verder uitgehold en opgejaagd. Eenzaamheid wordt gecommercialiseerd. Zorgtekorten worden opgevuld met pseudo-zorg.

Reformisme kan daar hier en daar een pleister op kleven — wat regulering, wat transparantie, wat publieke investeringen — maar zolang winstlogica en privébezit van de productiemiddelen de kern blijft, is reformisme een zachte heelmeester die stinkende wonden maakt. Het zal niet volstaan om een AI-belasting of wat bijkomende regulering rond privacy en copyright in te voeren. De eigendomskwestie is cruciaal, want die bepaalt wie de doelstellingen bepaalt: de grote aandeelhouders (met enig doel: maximale winst), of de gehele samenleving.

Onder het socialisme staan wetenschap en technologie niet ten dienste van de winsten voor een kleine kapitalistische elite, maar ten dienste van de gehele mensheid. Als de grote digitale monopolies, cloudinfrastructuur, chips en datacenters publiek bezit worden en democratisch worden gepland, dan kan AI-technologie gebruikt worden om de basis leggen voor een radicale arbeidsduurverkorting en voor een maatschappij waarin de vrijgemaakte tijd naar familie en vrienden, cultuur, wetenschap, politiek, kunst, zelfontplooiing en ontspanning gaat. Het verschil tussen utopie en dystopie zit hier niet in de technologie op zich, maar in de onderliggende eigendomsverhoudingen.

Een overgangsprogramma rond AI

  • Geen ontslagen door AI of automatisering. Elke productiviteitswinst naar arbeidsduurverkorting en loonsverhoging, niet naar afdankingen en hogere winsten.
  • Forse arbeidsduurverkorting zonder loonverlies, met bijkomende aanwervingen waar nodig.
  • Open de algoritmen en de boeken. Geen geheime, ondoorzichtige AI-systemen voor evaluatie, ontslag, selectie, krediet of overheidsbeslissingen.
  • Democratische arbeiderscontrole op de invoering van AI in bedrijven en openbare diensten, met vetorecht over systemen die jobs, tempo, veiligheid of privacy raken.
  • Nationalisatie van cloud-, chip- en datacenterinfrastructuur onder democratische controle van werknemers, gebruikers en onderzoekers.
  • Democratische planning van energie en grondstoffen, zodat AI infrastructuur niet ten koste gaat van andere sociale noden. Geen datacenters op fossiele brandstoffen.
  • Geen AI voor repressie en oorlog: tegen autonome wapens, AI-targeting en militaire contracten voor genocidale of imperialistische operaties.
  • Massale investeringen in publieke geestelijke gezondheidszorg, inclusief preventie en meer middelen voor jeugdhuizen en zodat menselijk contact niet wordt vervangen door pseudo-therapie via chatbots.

Data en kennis als gemeengoed, niet als wingewest van een handvol multinationals.