Kapitalisme in crisis – groeiende steun voor socialisme

Op 16 juni bracht het erg ernstige en erg kapitalistische dagblad New York Times een artikel onder de titel: “Waarom kijken zoveel jonge kiezers naar oude socialisten?” Het artikel ging over politieke figuren als Bernie Sanders in de VS en Jeremy Corbyn in Groot-Brittannië. Zij brachten een enorm enthousiasme teweeg, vooral onder jongeren. Voor alle duidelijkheid: het socialisme van Sanders en Corbyn heeft niets gemeen met dat van de Franstalige PS of de SP.a bij ons die vooral kunnen buigen op een lang palmares ten dienste van de grote bedrijven. Het socialisme dat wel populair is, staat voor een offensief beleid ten dienste van de massa’s. Waar komt deze hernieuwde socialistische wind vandaan en wat betekent socialisme vandaag?

In de New York Times stelde journaliste Sarah Leonard onder meer: “De kapitalistische orde van na de Koude Oorlog heeft gefaald: doorheen Europa en de VS hebben de jongeren het minder goed dan hun ouders en zijn veel jongeren te arm om een nieuw gezinsleven te beginnen. In de VS gaan ze gebukt onder de studieschulden (terwijl er moeilijk werk gevonden wordt zonder hoger diploma) en zijn er vooral precaire jobs zonder syndicale bescherming. En de planeet gaat om zeep. (…) Sinds 2008 werd het erger: grote bedrijven namen de huizen van onze families over, gaven ons medische schulden en ontzegden ons de toegang tot de arbeidsmarkt. Onze regeringen legden een hard besparingsbeleid op om de bankiers ter wille te zijn. De kapitalisten handelen niet toevallig zo: ze doen het voor de winst en ze investeren die winst in onze politieke partijen. Voor heel wat mensen is het kapitalisme iets waar we bang van zijn en niet iets dat we toejuichen, onze vijand is Wall Street en de Londense City.”

Deze situatie maakt dat steeds meer jongeren zoeken naar een alternatief op het kapitalisme. In 2016 deed Harvard een studie waaruit bleek dat 51% van de Amerikanen tussen 18 en 29 jaar het kapitalisme verwerpt en dat een derde positief staat tegenover socialisme. In 2011 gaf een gelijkaardige peiling aan dat meer jongeren positief staan tegenover socialisme dan er aanhangers van het kapitalisme zijn. De betekenis van die term ‘socialisme’ is nog erg vaag, dat kan moeilijk anders na twee decennia van ideologische campagne van de kapitalisten die daarbij amper weerstand kregen. Ze bleven erop hameren dat er geen alternatief was op de kapitalistische globalisering en de concurrentielogica. De vakbondsleiders en de sociaaldemocratie zijn een heel eind op die weg meegegaan, velen schoven een heel eind naar rechts op. Maar nu zien we stappen in de andere richting.

In de VS werd Kshama Sawant als socialistisch gemeenteraadslid verkozen in Seattle. De brede steun voor de campagne van Bernie Sanders maakte duidelijk dat we in een nieuwe periode terechtkomen. Er is een opmars van een socialistisch bewustzijn. Als dit kan in de VS, het bolwerk van het wereldwijd kapitalisme, dan is er geen enkele reden om aan te nemen dat dit elders niet kan. De bewegingen achter Jeremy Corbyn in Groot-Brittannië en Jean-Luc Mélenchon in Frankrijk (die socialisme evenwel niet offensief op het voorplan stelt) bevestigen het potentieel.

Het kapitalisme faalt, de elite bestaat uit parasieten, ongelijkheid swingt de pan uit

Begin dit jaar kwam Oxfam met jaarlijkse cijfers over de ongelijkheid. Deze cijfers worden traditioneel voor het Wereldeconomisch Forum van Davos bekend gemaakt. Op basis van cijfers van Crédit Suisse kwam Oxfam tot de vaststelling dat de 8 rijksten evenveel bezitten als de armste helft van de wereldbevolking. De 1% rijksten zijn rijker dan de 99% anderen!

Op dit ogenblik dreigt hongersnood voor 20 miljoen mensen in Afrika en op het Arabisch schiereiland. Het gaat om de ergste humanitaire crisis sinds 1945. Volgens de VN hebben 2,4 miljard mensen geen toegang tot drinkbaar water. Zelfs in Frankrijk zijn er een miljoen mensen die geen stromend water hebben! Hoeveel mensen hebben geen toegang tot onderwijs of tot gezondheidszorg? Nochtans was er nog nooit zoveel rijkdom als vandaag. De prioriteiten van dit systeem liggen echter elders… In 2016 was de wapenwedloop goed voor een budget van 1.680 miljard euro. Het kapitalisme bedreigt de toekomst van de planeet! De inhaligheid leidt tot blinde productie die geen rekening houdt met de mens of het milieu.

De kleine elite aan de top van de samenleving is zelf niet verantwoordelijk voor de productie van de rijkdom die ze zich toe-eigent. Het gaat om diefstal op de kap van de rest van de bevolking. Vlak voor de crisis van 2008 verklaarde Warren Buffet (de tweede rijkste man ter wereld met een fortuin van 75,6 miljard dollar) in een interview: “Er is uiteraard een klassenstrijd, maar het is mijn klasse, die van de rijken, die de strijd voert. En we zijn aan het winnen.” Toen Bernie Sanders tegen Hillary Clinton campagne voerde in de voorverkiezingen, antwoordde hij op die stelling van Buffet: “We kunnen de klasse van miljardairs bestrijden. Wij zijn immers met veel meer.”

Het kapitalistische systeem is opgebouwd rond het fundamentele uitgangspunt van het privaat bezit van de productie- en ruilmiddelen. Dit systeem laat de eigenaars van productiemiddelen, de kapitalisten, met elkaar concurreren met het oog op winstmaximalisatie. Vandaar het steeds terugkerende probleem van het kapitalisme: overproductiecrisissen. Het deel van de rijkdom dat naar de gemeenschap en de werkenden gaat, wordt zoveel mogelijk beperkt om concurrentieel te blijven. Hierdoor vinden de kapitalisten echter onvoldoende afzetmarkten en mensen die de geproduceerde goederen kopen. De productie wordt vertraagd of afgebouwd nadat eerder zoveel mogelijk productiviteitsvoordelen gezocht werden.

De productiekrachten zijn sterk ontwikkeld, maar ze worden niet stelselmatig gebruikt. Enkel de winst op korte termijn telt. De regeringen en gevestigde politici staan in dienst van het kapitaal. Het is vanuit dat oogpunt dat het staatsapparaat en de gerechtelijke macht gebruikt worden. Het kapitalisme bestaat zogezegd uit een ‘vrije markt’ en een ‘democratie,’ maar welke democratische inspraak hebben wij over de wijze waarop geproduceerd wordt? Miljarden mensen hebben enkel de vrijheid om uitgebuit te worden of om in ellende en oorlog te leven.

Wat is socialisme?

Een socialistische samenleving zou het enorme potentieel van talenten en de technologische mogelijkheden gebruiken om de samenleving en de economie te richten op de belangen van de bevolking. Dit betekent niet dat alle problemen meteen opgelost zullen zijn, verre van. Maar het uitschakelen van de winsthonger zou een eerste stap zijn in de opbouw van een nieuwe samenleving, die uiteraard op internationaal vlak moet georganiseerd zijn.

Marxisten zijn voor een democratisch geplande economie, een economie waar de grote bedrijven die vandaag meer dan 80% van de economie domineren onder democratische controle van de gemeenschap geplaatst worden. Wij noemen dat arbeiderscontrole. Het betekent uiteraard niet dat elke kleine zelfstandige, elke bakker of slager genationaliseerd wordt.

Een socialistisch systeem zou ervoor zorgen dat we meer te zeggen hebben dan onder de kapitalistische parlementaire ‘democratie’. Vandaag zijn er slechts om de paar jaar sterk gemediatiseerde campagnes om vertegenwoordigers te verkiezen die niet onze belangen verdedigen en die op geen enkele wijze verantwoording afleggen aan de kiezers. Marxisten menen dat iedereen moet kunnen deelnemen aan het beslissingsproces over de wijze waarop de economie en de samenleving beheerd worden. Verkozenen moeten verantwoording verschuldigd zijn en op alle niveaus permanent afzetbaar zijn door hun kiezers. Vertegenwoordigers mogen niet meer verdienen dan een gemiddeld loon van een werkende, zodat er een concrete band blijft met het dagelijkse leven van de meerderheid van de bevolking.

Een arbeidersdemocratie houdt in dat de gemeenschap samen werkt aan de planning van de productie. Op alle niveaus, op alle werkplaatsen en in alle wijken zouden er comités van vertegenwoordigers georganiseerd worden die zich ook op regionaal en nationaal vlak coördineren en die gecontroleerd worden door algemene vergaderingen van de basis waar gediscussieerd en beslist wordt over wat er moet geproduceerd worden, hoe dit moet gebeuren, in welke hoeveelheden, … Iedereen zou de mogelijkheid hebben om echt deel te nemen aan de beslissingen en het beheer van de samenleving. Maatregelen als de collectieve arbeidsduurvermindering en het collectief organiseren van huishoudelijk werk zouden iedereen voldoende tijd geven om actief deel te nemen aan het dagelijkse beheer van de samenleving. Democratische participatie zou op deze manier op een nooit gezien niveau mogelijk worden.

Het kapitalisme heeft verschillende instrumenten ontwikkeld waar we gebruik van kunnen maken: het onderwijs dat een hoger opleidingsniveau mogelijk maakt of de nieuwe technologie die communicatie veel gemakkelijker kan maken en potentieel ook veel toegankelijker. Een planning van de economie is geen utopie, grote bedrijven en multinationals werken nu al met een zekere planning van hun activiteiten op grote schaal. Als we dat op het niveau van de samenleving willen doen, moeten we tegen hen ingaan.

Socialisme gaat veel verder dan een verdeling van de rijkdom. Het gaat ook over beslissingen van wat er geproduceerd wordt en hoe. We willen een onmiddellijk einde stellen aan de verspilling die vandaag in onder meer de reclamesector of de wapenindustrie bestaat. We willen het beschikbare werk herverdelen in plaats van een aantal werkenden te vragen om steeds harder te werken terwijl een andere groep werkenden (waaronder veel jongeren) geen werk vindt.

In het kader van een samenleving waarin de winst heilig is en de mensheid lijdt onder de dictaten van die winst, is het niet mogelijk om een volledig zicht te hebben op wat een socialistische samenleving zou betekenen. Ons beeld daarop is beperkt tot de voorwaarden die toelaten om het bestaande potentieel te gebruiken in het belang van de meerderheid van de bevolking. Zo’n samenleving zou de materiële basis vormen waarop talenten en mogelijkheden van elk individu sterker kunnen ontwikkelen, waardoor kunst, cultuur, wetenschap, … niet langer het privilege van enkelen zijn. Zoals Trotski opmerkte zou “de gewone mens zich optillen tot het niveau van een Aristoteles, een Goethe of een Marx.”

Leidt socialisme niet tot een bureaucratische dictatuur zoals in Rusland?

De monsterlijke en bloedige bureaucratische dictaturen in Rusland, China, Oost-Europa en elders waren een complete negatie van het democratisch socialisme. Het is belangrijk dat marxisten vandaag de ervaring van de Russische Revolutie bestuderen om te weten hoe die ontwikkeling van een bureaucratie mogelijk was. Dat proces vond zijn oorsprong in specifieke historische omstandigheden en niet in de aard van de mens.

De Russische Revolutie van 1917 was de eerste bewuste poging van de arbeidersklasse om niet alleen het kapitalisme omver te werpen, maar ook te bouwen aan een nieuwe socialistische samenleving. De Sovjet-Unie was in de eerste periode na de revolutie de meest democratische ter wereld: werkenden en landbouwers stonden op democratische wijze aan de leiding van het land doorheen hun raden (in het Russisch: ‘sovjets’). Het was de eerste staat ter wereld die vrouwen volledige gelijke rechten gaf, zoals het stemrecht maar ook het recht op abortus. Homoseksualiteit werd gelegaliseerd.

De Bolsjewistische leiders Lenin en Trotski hebben altijd uitgelegd dat het niet mogelijk is om socialisme te vestigen in één land, zeker niet in de semi-feodale voorwaarden van het toenmalige Rusland. Voor hen kon de Russische Revolutie niet overleven zonder uit te breiden naar machtige kapitalistische landen in West-Europa.

De belangrijkste imperialistische machten erkenden zelf dat de Russische Revolutie geen louter lokale aangelegenheid was, maar heel het kapitalisme bedreigde. Dat is waarom ze deelnamen aan een bloedige burgeroorlog en daarin de kapitalisten en Russische grootgrondbezitters steunden in een poging om de nieuwe Sovjet-regering omver te werpen. Legers uit 21 landen vielen Rusland binnen om de contrarevolutie te steunen (VS, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, België, Japan, …). De Bolsjewieken konden in de burgeroorlog (1918-1921) enkel een overwinning behalen omwille van de revolutionaire golf doorheen Europa en de rest van de wereld. De Russische Revolutie en de Bolsjewieken vormden een inspiratiebron voor werkenden in heel de wereld voor hun opstand tegen de Eerste Wereldoorlog. De revolutionaire bewegingen in Duitsland en elders in Europa zorgden voor het einde van de oorlog en maakten dat de heersende klassen ook hun troepen uit Rusland terugtrokken om nieuwe bewegingen en opstanden in eigen land te vermijden.

De andere revoluties slaagden er jammer genoeg niet in om het kapitalisme omver te werpen. In tegenstelling tot Rusland waren er geen massale revolutionaire partijen die de revolutie konden doorzetten tot een breuk met het systeem. In plaats daarvan werden de massale arbeiderspartijen in Europa gedomineerd door reformistische leiders die een beslissende rol speelden om het kapitalisme te redden. De Sovjet-Unie had dan wel de contrarevolutie overwonnen, maar de jonge Sovjet-Unie bleef geïsoleerd. De Eerste Wereldoorlog en vervolgens de burgeroorlog lieten een land in puin achter. De massa’s waren uitgeput, er was werkloosheid en honger. Dit vormde de basis waarop een conservatieve bureaucratische kaste kon groeien. De bureaucratie was gegroepeerd rond Stalin en kreeg in de jaren 1920 en 1930 steeds meer macht. Daarbij werden alle democratische rechten van de Russische arbeidersklasse vernietigd.

De vele revoluties die nadien volgden in de neokoloniale wereld en in Europa keken hierna naar Rusland als het te volgen model. De bureaucratische regering in Moskou kon het stalinistische model exporteren naar China, Oost-Europa en elders.

Zit egoïsme niet in de aard van de mens?

De heersende klasse doet er alles aan om ons in te lepelen dat de kapitalistische samenleving en de klassensamenleving het onvermijdelijke resultaat van de menselijke aard zijn. Biologie kan een aantal elementen van ons gedrag verklaren, maar de menselijke aard is verre van statisch en onveranderbaar.

Gedurende miljoenen jaren, in de samenlevingen van de jagers-verzamelaars, leefden mensen op gelijke voet. Eten, huisvesting en al het nodige om te overleven werd op gelijke wijze gedeeld in de samenleving. Het is pas na de landbouwrevolutie, toen de nomadische stammen zich gingen vestigen om gewassen en dieren te telen, dat er een overschot aan rijkdom was waardoor er voor het eerst in de geschiedenis een heersende klasse kon ontwikkelen.

Verschillende heersende klassen hebben sindsdien verklaard dat het in de “menselijke aard” zat dat de ene mens als slaaf moest leven terwijl de andere koning was, aangesteld door god om over de anderen te regeren. Het zijn de fysieke omstandigheden en de ontwikkeling van de productie die de basis vormen voor de verhoudingen tussen verschillende sociale klassen.

De arbeidersklasse beschikt vandaag over een nooit geziene potentiële kracht. De arbeidersklasse is door zijn plaats in het productieproces de enige sociale kracht die in staat is om tot fundamentele verandering te komen: het zijn immers de arbeiders die zorgen voor alle geproduceerde waarde. Door de moderne technologie in het belang van alle werkenden te gebruiken, kan het socialisme de basis leggen voor een fundamentele verandering van de menselijke cultuur. In plaats van een samenleving die inhaligheid en egoïsme beloont, zou een socialistische samenleving gelijkheid en rechtvaardigheid als centrale prioriteiten naar voor schuiven.

Albert Einstein: “Waarom socialisme?”

Uittreksel uit een tekst geschreven in 1949 en gepubliceerd in het eerste nummer van het marxistische tijdschrift Monthly Review (de volledige versie vind je op marxisme.be).

“De onbeperkte concurrentie leidt tot een enorm verlies van arbeidskracht en tot het verlagen van het sociaal bewustzijn van individuen (…). Dit beperken van de mogelijkheden voor individuen beschouw ik als het ergste kwaad van het kapitalisme. Ons volledige onderwijssysteem lijdt hieronder. Een overdreven competitiedrang wordt de studenten opgedrongen om deze op te leiden in het koesteren van hebzuchtig succes als voorbereiding op een latere carrière.

“Ik ben ervan overtuigd dat er slechts één manier is om een einde te maken aan dit kwaad, namelijk door het vestigen van een socialistische economie, wat gepaard gaat met een onderwijssysteem dat gericht is op sociale doelstellingen. In zo’n economie zijn de productiemiddelen het bezit van de samenleving zelf en kunnen deze op een geplande wijze gebruikt worden. Een planeconomie die de productie aanpast aan de behoeften van de samenleving, zou het werk verdelen onder al diegenen die in staat zijn om te werken en zou een menswaardig bestaan garanderen voor iedere man, vrouw en kind. Het onderwijs van het individu zou naast het bevorderen van de aangeboren capaciteiten gericht zijn op het ontwikkelen van een verantwoordelijkheidsgevoel voor de medemens in plaats van de verheerlijking van macht en succes in de huidige samenleving.”

Print Friendly, PDF & Email